Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

Bevolkingsonderzoek

Deelname bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker

Indicatorwaarde (2016)

Referentiewaarde

Referentiewaarde: 70%

3-jarige trend

3-jarige trend: De trend is dalend; dat is ongunstig

Deelname bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker 2016

LandPercentageFrequentie leeftijd (om de)Van-tot leeftijd
Zweden82,43/523-49/50-60
Ierland79,73/525-44/45-60
Verenigd Koninkrijk76,5520-60/25-64
Nieuw Zeeland75,7320-69
Noorwegen74,4525-69
Slovenië71,9320-64
Finland69,8530-60 (soms 25-65)
Denemarken64,23/523-50/51-64
Canada61320/21-69
NEDERLAND60,3530-60
Chili 55,9325-64
Australië55,8220-69
Zuid-Korea55,6230-69
België53,7325-64
Tsjechië53,6120-69
Lithouwen50,1325-60
Israël48,4x35-54
Slowakije46323-64
Estland45,9530-55
Italië40,9325-64
Hongarije35,1325-65
Letland25,2325-70

Gegevens voor Chili, Canada en Denemarken betrekking op 2015, voor België op 2012. 

  • Verschillen in frequentie van screening 1, 2, 3 of 5 jaar, soms op jongere leeftijd 3 en later 5 (zie tabel).
  • Verschillen in leeftijd doelgroep: begin varieert van 20 tot 30 jaar, laatste oproep tussen 54 en 69.
  • Alleen Finland heeft exact dezelfde frequentie en oproepleeftijd als Nederland.
  • Israël heeft geen screeningsprogramma, maar wel aanbevelingen.
  • Chili neemt alleen collectief verzekerden mee (73,5% van de bevolking).

Trend deelname bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker

JaarPercentage
200466,9
200566,8
200667,5
200767,9
200867,5
200966,3
201065,5
201166,2
201265,2
201366,2
201464,6
201564,4
201660,3
201756,9

Bronnen: Landelijke Evaluatie Bevolkingsonderzoek Baarmoederhalskanker (LEBA)

Het deelnamepercentage in 2016 is gebaseerd op een kortere periode (niet 15, maar 12 maanden) dan in voorgaande jaren, vanwege het vernieuwde bevolkingsonderzoek (1 januari 2017 gestart). Hierdoor ligt het deelnamepercentage in 2016 lager dan in eerdere jaren. Als het deelnamepercentage op dezelfde manier wordt berekend (aantal primaire uitstrijkjes binnen één jaar vanaf 1 januari van het uitnodigingsjaar) dan komen deze percentages in de periode 2012-2016 sterk met elkaar overeen.

Bij het vernieuwde bevolkingsonderzoek bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker op basis van primaire hrHPV screening  (sinds 1 januari 2017) wordt vrouwen tevens de mogelijkheid geboden om deel te nemen met behulp van een zelfafnameset.

Dit cijfer is ook onderdeel van

 

 

Toelichting

Volledige naam indicator

Percentage vrouwen uit de doelgroep dat deelneemt aan het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker.

Bron

Landelijke Evaluatie van het Bevolkingsonderzoek Baarmoederhalskanker, LEBA; Erasmus MC (2017); OECD Health Statistics (2016)

Bronhouder primaire bron Erasmus MC. Landelijke Evaluatie Bevolkingsonderzoek Baarmoederhalskanker (LEBA)

Berekening

Teller: aantal vrouwen uit de doelgroep dat deelneemt aan het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker.
Noemer: aantal vrouwen uit de doelgroep. De doelgroep van dit bevolkingsonderzoek bestaat uit 30-60 jarige vrouwen. We laten cijfers van 30-64 jaar zien, omdat 60-jarigen ook nog kunnen besluiten zich een paar jaar later te laten onderzoeken.

Interpretatie

Met het bevolkingsonderzoek kunnen voorstadia van baarmoederhalskanker worden opgespoord. Door deze vroege signalering kan de incidentie van baarmoederhalskanker worden teruggedrongen en door vroeg ingrijpen (behandeling van voorstadia en vroege stadia), kan mogelijk sterfte worden voorkomen.  De indicator geeft informatie over de effectiviteit van de uitnodiging voor de screening. Hoe meer vrouwen meedoen, hoe meer nieuwe gevallen en overlijdensgevallen er kunnen worden voorkomen. Alleen wanneer een substantieel deel van de doelgroep bereikt wordt, mag worden verwacht dat het programma ook zijn doel haalt (gezondheidswinst door een bevolkingsonderzoek) en kosteneffectief is. De deelnamegraad geeft bovendien aan hoe de acceptatie is.

Sinds 1 januari 2017 is het vernieuwde bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker ingevoerd. Het primaire uitstrijkje wordt nu eerst getest op aanwezigheid van hoog-risico HPV (hrHPV). Pas als er hrHPV gevonden is, wordt hetzelfde uitstrijkje getest op cytologische afwijkingen.

Bij de internationale vergelijking moet er rekening mee worden gehouden dat er erg veel verschil (in frequentie en leeftijd van de doelgroep) is in de screeningsprogramma's tussen verschillende landen. 

Toelichting bij de referentiewaarde

De aangegeven referentiewaarde is de 'acceptabele waarde' die door het EU-rapport 'Against cancer - Cancer Screening in the European Union (2017)' wordt gehanteerd.

Jaar

Vergelijking met referentiewaarde 2016; trend 2004-2017

Literatuur Erasmus MC & PALGA, 2018

Datum publicatie

12-11-2018

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Erasmus MC, PALGA. Landelijke Monitoring Bevolkingsonderzoek Baarmoederhalskanker Monitor 2017. Rotterdam: Erasmus MC; 2018. Bron

Aandoeningen opgespoord met de hielprik

Indicatorwaarde

Indicatorwaarde: 98,8%

Referentiewaarde

Referentiewaarde: 100%

Trend

Trend is stabiel

Trend in opgespoorde aandoeningen hielprikscreening

PeriodenNHSAGS, CF, CHMetabole ziektenHbP
200298,097,4100,0
200399,199,0100,0
2004100,0100,0100,0
2005100,0100,0100,0
200698,998,8100,0
200799,4100,0100,097,6
200897,498,096,0100,0
200998,9100,098,996,7
201099,098,0100,0100,0
201197,294,5100,0100,0
201298,497,0100,0100,0
201394,892,797,997,2
201496,596,096,796,7
2015100,0100,0100,0100,0
201697,896,3100,0100,0
201798,998,0100,0100,0
  • NHS= Nationale hielprik screening
  • AGS = adrenogenitaal syndroom; CF = cystische fibrose (taaislijmziekte); CH = congenitale hypothyreoïdie; HbP= Hemoglobinopathieën 
     

Voor cystische fibrose (toegevoegd aan het programma in 2011) lijkt het percentage opgespoorde pasgeborenen op een iets lager niveau te liggen dan voor de andere aandoeningen.

Dit cijfer is ook onderdeel van

 

 

Toelichting

Volledige naam indicator

Percentage pasgeborenen met een zeldzame ernstige aandoening dat is opgespoord middels het programma 'neonatale hielprikscreening’

Bron

Monitor en evaluatie van de nationale hielprikscreeniing (TNO)

Berekening

Teller: aantal pasgeborenen met een zeldzame ernstige aandoening die is opgespoord middels het programma 'neonatale hielprikscreening’. Noemer: aantal pasgeborenen met een zeldzame ernstige aandoening (x100).

Interpretatie

Met de hielprik kan een aantal zeldzame erfelijke aandoeningen worden opgespoord. Hoe vaker deze aandoeningen vroeg worden opgespoord, hoe beter. Zo kan zeer ernstige schade aan de lichamelijke en geestelijke ontwikkeling van het kind worden voorkomen of beperkt. De hielprik wordt daarom in de eerste week na de geboorte afgenomen door een medewerker van de thuiszorg, de GGD of de verloskundige.

Over de jaren is het aantal aandoeningen waarop gescreend wordt uitgebreid: de metabole ziekten bestonden vóór 2007 alleen uit phenylketonurie (PKU), tussen 2007-2010 waren dit in totaal 14 aandoeningen en vanaf 2011 in totaal 13 aandoeningen. Vóór 2017 was sikkelcelziekte (SCZ) de enige hemoglobinopathie, vanaf 2017 zijn ook hemoglobine H (HbH) ziekte en bèta-thalassemie major (bTM) toegevoegd. De hielprikscreening test momenteel op 19 aandoeningen, en wordt over de periode 2018-2022 gefaseerd met 12 aandoeningen uitgebreid.

Toelichting bij de referentiewaarde

Streven is alle pasgeborenen met een zeldzame ernstige aandoening waarop gescreend wordt, op te sporen.

Jaar

2017

Literatuur TNO, 2017

Datum publicatie

18-01-2019

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. TNO. De neonatale hielprikscreening. Monitor 2016. Leiden: TNO; 2017. Bron