Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

Bevolkingsonderzoek

Overzicht deelname bevolkingsonderzoeken

Bevolkingsonderzoek

Jaar

Percentage deelname

Baarmoederhalskanker

2016

60,3

Borstkanker

2015

77,6

Dikkedarmkanker

2016

73,0

20 wekenecho

2016

85,5

Gehoorscreening pasgeborenen

2016

99,1

Hielprikscreening

2016

99,2

Prenatale screening op down-, edwards- en patausyndroom

2016

36,8

Bloedonderzoek zwangere vrouwen PSIE

2016

99,1

  • Bij de 20 wekenecho en de prenatale screening op down-, edwards- en patausyndroom hebben de deelnamepercentages betrekking op vrouwen die in een gesprek met een verloskundig zorgverlener informatie over prenatale screening hebben gekregen.

Deelname 20 wekenecho

Trend in deelname 20 wekenecho, 2012-2016

20 wekenecho (SEO)
201278,0
201381,0
201485,4
201585,0
201685,5
  • Deelnamepercentages hebben betrekking op vrouwen die in een gesprek met een verloskundig zorgverlener informatie over prenatale screening hebben gekregen

Van de zwangere vrouwen neemt ruim 82% deel aan de 20 wekenecho

In 2016 nam 82,4% van alle zwangere vrouwen deel aan het structureel echoscopisch onderzoek (SEO, ook 20 wekenecho genoemd). Indien een zwangere dit wenst, krijgt zij in een gesprek met de verloskundig zorgverlener informatie over prenatale screening. In 2016 kreeg 84,9% van de zwangere vrouwen zo'n gesprek. Van de vrouwen met zo'n gesprek nam 85,5% deel aan de 20 wekenecho. De deelname onder deze vrouwen is vanaf 2012 licht gestegen. Het SEO is gericht op het opsporen van neurale buisdefecten (open rug, open schedel) en een aantal andere lichamelijke afwijkingen van de foetus (zoals hart- en nierafwijkingen). Doel is zwangere vrouwen de mogelijkheid te bieden een geïnformeerde keuze te maken ten aanzien van verschillende handelingsopties bij een eventuele afwijking van de foetus. Daarbij valt te denken aan het al dan niet uitdragen van de zwangerschap of een voorbereiding op de geboorte van een kind met een afwijking (Liefers et al., 2017).

Meer informatie

Datum publicatie

06-08-2018

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Liefers J, Cruijsberg J, Harmsen M, Atsma F. Monitor 2016 Prenatale screening op downsyndroom en het Structureel Echoscopisch Onderzoek. Nijmegen: Scientific Center for Quality of Healthcare (IQ healthcare); 2017. Bron

Deelname prenataal bloedonderzoek zwangeren PSIE

Bijna alle zwangere vrouwen nemen deel aan bloedonderzoek

In 2016 nam 99,1% van de zwangere vrouwen deel aan de Prenatale Screening Infectieziekten en Erytrocytenimmunisatie (PSIE). De deelname aan PSIE is sinds 2006 stabiel gebleven. PSIE is een landelijk bevolkingsonderzoek waarbij een zwangere vrouw in het eerste verloskundig consult bloedonderzoek aangeboden krijgt (bij voorkeur vóór week 13 van de zwangerschap). Het bloed wordt gescreend op hepatitis B (hepB), syfilis (lues), hiv en de volgende bloedgroepantistoffen: Rhesus (D)-antigeen (RhD), Rhesus (c)-antigeen (Rhc) en irregulaire erytrocyten antistoffen (IEA). Het bevolkingsonderzoek PSIE heeft als doel hepatitis B- en hiv-dragerschap, congenitale syfilis en hemolytische ziekten van de foetus en/of de pasgeborene te voorkomen (van der Ploeg et al., 2018). 

Meer informatie

Datum publicatie

02-08-2018

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. van der Ploeg CPB, Schönbeck Y, Oomen P, Vos K. Prenatale Screening Infectieziekten en Erytrocytenimmunisatie (PSIE). Procesmonitor 2016. TNO/RIVM; 2018. Bron

Deelname prenatale screening down-, edwards- en patausyndroom

Trend in deelname combinatietest, 2012-2016

Downscreening
201224,0
201326,0
201433,2
201533,7
201636,8
  • Deelnamepercentages hebben betrekking op vrouwen die in een gesprek met een verloskundig zorgverlener informatie over prenatale screening hebben gekregen

1 op de 3 neemt deel aan screening op down-, edwards- en patausyndroom

In 2016 nam 34,1% van alle zwangere vrouwen deel aan de prenatale screening op down-, edwards- en patausyndroom. Indien een zwangere dit wenst, krijgt zij in een gesprek met de verloskundig zorgverlener informatie over prenatale screening. In 2016 kreeg 84,9% van de zwangere vrouwen zo'n gesprek. Van de vrouwen met zo'n gesprek nam 36,8% deel aan de prenatale screening op down-, edwards- en patausyndroom. De deelname onder deze vrouwen is vanaf 2011 licht gestegen. Voor de screening wordt gebruikgemaakt van de combinatietest. De combinatietest is een prenatale screening op downsyndroom, edwardssyndroom en patausyndroom tussen 9 en 14 weken zwangerschap en bestaat uit een bloedonderzoek bij de zwangere vrouw en een nekplooimeting met een echo bij het kind. Deze test berekent hoe groot de kans is dat de vrouw zwanger is van een kind met downsyndroom, edwardssyndroom of patausyndroom (Liefers et al., 2017). 

Meer informatie

Datum publicatie

06-08-2018

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Liefers J, Cruijsberg J, Harmsen M, Atsma F. Monitor 2016 Prenatale screening op downsyndroom en het Structureel Echoscopisch Onderzoek. Nijmegen: Scientific Center for Quality of Healthcare (IQ healthcare); 2017. Bron

Deelname neonatale hielprikscreening

Deelname neonatale hielprikscreening, 2002-2016

Deelname hielprikscreening
200299,5
200399,5
200499,5
200599,6
200699,6
200799,7
200899,8
200999,7
201099,7
201199,4
201299,3
201399,4
201499,3
201599,3
201699,2

Bron: TNO, 2017

Deelname aan neonatale hielprikscreening hoger dan 99%

In 2016 is bij 99,2% van de pasgeborenen de hielprik afgenomen (TNO, 2017). De deelname aan de neonatale hielprikscreening is stabiel. De screening bestaat uit het afnemen van bloed dat in het laboratorium wordt onderzocht. In de periode 2011-2016 waren 17 ernstige zeldzame aandoeningen opgenomen in het programma. De meeste daarvan zijn erfelijk. Een snelle opsporing van deze ziekten kan zeer ernstige schade aan de lichamelijke en geestelijke ontwikkeling van een kind voorkomen of beperken. De ziekten zijn niet te genezen, maar wel te behandelen, bijvoorbeeld met medicijnen of een dieet.

Meer informatie

Datum publicatie

19-03-2018

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. TNO. De neonatale hielprikscreening. Monitor 2016. Leiden: TNO; 2017. Bron

Deelname neonatale gehoorscreening

Deelnamepercentage aan neonatale gehoorscreening, 2009-2014

Jaar

1e ronde

2e ronde

3e ronde

3 ronden samen

2009

99,3

99,5

99,6

98,4

2010

99,3

99,4

99,3

97,9

2011

99,4

99,3

98,8

97,6

2012

99,4

99,3

99,7

98,4

2013

99,4

99,4

99,6

98,4

2014

99,5

99,3

99,9

98,7

  • Het deelnamepercentage is het aantal kinderen dat gescreend wordt in een bepaalde screeningsronde gedeeld door het aantal kinderen dat in aanmerking komt voor die ronde, vermenigvuldigd met 100.

Deelname aan neonatale gehoorscreening hoog

De deelname aan de neonatale gehoorscreening is hoog. De screening wordt meestal thuis afgenomen, in combinatie met de hielprikscreening, tussen de 4e en 7e dag na de geboorte. Soms wordt de screening afgenomen op het consultatiebureau als het kind enkele weken oud is. Als bij de eerste screeningsronde geen voldoende gehoor aan beide oren is aangetoond, volgt een tweede en zo nodig derde screeningsronde. Wanneer na drie screeningsrondes nog geen voldoende gehoor kan worden aangetoond, wordt een kind voor verdere diagnostiek verwezen naar een audiologisch centrum. In 2014 bedroeg de dekkingsgraad voor de drie screeningsronden samen, 98,7%. Aan elke screeningsronde nam meer dan 99,3% van de hiervoor in aanmerking komende kinderen deel. In sommige regio’s in Zuid-Holland en Gelderland wordt de gehoortest afgenomen op het consultatiebureau als het kind enkele weken oud is. De deelname hieraan was iets lager dan wanneer de gehoortest thuis in combinatie met de hielprik werd aangeboden. Een mogelijke verklaring is dat de ouders bij thuisscreening minder moeite hoeven te doen (van der Aa et al., 2015).

Meer informatie

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. van der Aa NGFM, van der Pal SM, Verkerk PH. Monitoring van de neonatale gehoorscreening door de jeugdgezondheidszorg in 2014. Met voorlopige diagnostiek uitkomsten. Leiden: TNO; 2015. Bron

Deelname bevolkingsonderzoek borstkanker

Trend in deelname bevolkingsonderzoek borstkanker, 2000-2014

Jaar49 jaar50 tot 55 jaar55 tot 60 jaar60 tot 65 jaar65 tot 70 jaar70 tot 75 jaar75 jaar
200077,279,881,581,379,367,758,3
200178,479,881,380,979,670,151,3
200278,279,581,581,380,071,857,3
200379,881,082,782,781,674,758,6
200480,180,982,582,681,675,358,2
200580,681,583,183,382,677,159,7
200679,781,383,183,782,677,664,4
200779,981,683,484,283,479,167,8
200879,981,082,783,983,279,167,5
200978,680,582,383,582,678,669,7
201077,579,581,782,782,377,771,0
201177,078,781,182,181,877,565,9
201276,578,280,781,381,577,067,0
201374,877,680,381,381,777,167,6
201474,677,179,680,780,876,672,9

Ruim driekwart doelgroep neemt deel aan bevolkingsonderzoek

In 2014 heeft 78,8% van de uitgenodigde vrouwen deelgenomen aan het bevolkingsonderzoek naar borstkanker. Sinds 2007 neemt de deelname aan het bevolkingsonderzoek licht af. Dit geldt voor alle leeftijdsgroepen met uitzondering van de oudste leeftijdsgroep van 75 jaar. De deelname in deze leeftijdsgroep is over de gehele periode echter lager dan in de overige leeftijdsgroepen (Bron: LETB). In 2015 nam 77,6% van de uitgenodigde vrouwen deel aan het bevolkingsonderzoek (Bron: IKNL).

Meer infomatie

Experts en redactie

Deelname bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker

Trend in deelname bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker 2004-2016

Perioden30 tot 35 jaar35 tot 40 jaar40 tot 45 jaar45 tot 50 jaar50 tot 55 jaar55 tot 60 jaar60 tot 65 jaar
200453,162,870,371,772,771,067,6
200553,162,569,571,272,270,768,9
200654,462,670,171,472,371,669,8
200757,263,569,671,272,670,570,1
200856,464,267,271,773,168,769,8
200956,063,664,670,671,767,669,2
201054,261,265,369,171,468,567,4
201154,861,866,770,071,169,967,7
201253,359,264,469,470,170,168,2
201354,060,265,170,371,570,969,5
201452,558,663,967,970,570,166,6
201552,357,964,267,670,369,666,8
201645,452,660,263,165,967,665,9

a) Het deelnamepercentage in 2016 is gebaseerd op een kortere periode (niet 15, maar 12 maanden) dan de percentages in voorgaande jaren, vanwege het vernieuwde bevolkingsonderzoek dat op 1 januari 2017 is gestart. Hierdoor is de deelnamepercentage in 2016 niet goed vergelijkbaar met eerdere jaren.

Ruim 60% van de doelgroep neemt deel aan het bevolkingsonderzoek

In 2016 heeft 60,3% van de uitgenodigde vrouwen deelgenomen aan het bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker. Het percentage vrouwen dat deelneemt aan het bevolkingsonderzoek is in de periode 2004-2016 licht afgenomen, vooral in de leeftijdsgroep 35 tot 55 jaar. Het deelnamepercentage in 2016 is gebaseerd op een kortere periode (niet 15, maar 12 maanden) dan de percentages in voorgaande jaren, vanwege het vernieuwde bevolkingsonderzoek dat op 1 januari 2017 is gestart. Hierdoor is de deelnamepercentage in 2016 niet goed vergelijkbaar met eerdere jaren.

Beschermingsgraad ruim 76 procent in 2014

De beschermingsgraad in 2014 bedroeg 76,7%. De beschermingsgraad of het vijfjaarsbereik is het percentage vrouwen at risk (dat wil zeggen vrouwen bij wie de  baarmoeder niet is verwijderd) in de leeftijd van 30 tot 65 jaar dat in de vijf jaar voorafgaand aan het meetmoment binnen of buiten het bevolkingsonderzoek een uitstrijkje heeft laten maken. Het vijfjaarsbereik is in de periode 2008-2014 met ongeveer 2% afgenomen. Dit werd vooral veroorzaakt door een afname van uitstrijkjes binnen het bevolkingsonderzoek (Bron: LEBA).

Meer informatie

Landelijk bevolkingsonderzoek darmkanker

Resultaten bevolkingsonderzoek darmkanker 2016

  Aantal
Beoogde doelgroep 2016 1.543.223
Totaal uitgenodigd in 2016 1.457.976
Deelgenomen 1.063.651
Beoordeelbare FIT 1.054.275
FIT positief a) 57.079
Intake 51.404
Coloscopie uitgevoerd 47.257
Diagnose darmkanker 3.706
Diagnose advanced adenoom 20.236

a) FIT-positief: boven de afkapwaarde van 47 µg Hemoglobine (Hb)/g ontlasting.

Tweejaarlijks landelijk bevolkingsonderzoek

Sinds januari 2014 wordt een landelijk bevolkingsonderzoek naar dikkedarmkanker gefaseerd ingevoerd. Het RIVM/Centrum voor Bevolkingsonderzoek coördineert en regisseert het bevolkingsonderzoek in opdracht van het ministerie van VWS. De doelgroep van het bevolkingsonderzoek darmkanker bestaat uit mannen en vrouwen van 55 tot en met 75 jaar. Zij worden elke twee jaar uitgenodigd voor deelname aan een screeningstest (FIT). Deelnemers nemen zelf een monster van de ontlasting en sturen dit monster op naar het laboratorium. Bij een ongunstige uitslag van de test, dat wil zeggen een hoeveelheid bloed die boven de afkapwaarde (47 µg hemoglobine (Hb)/g ontlasting) ligt, volgt verwijzing voor kijkonderzoek (coloscopie).

Deelnamepercentage bevolkingsonderzoek 73% in 2016

In 2016, het derde jaar van het bevolkingsonderzoek, is 94% (1.457.976 personen) van de beoogde doelgroep uitgenodigd voor deelname. Van de uitgenodigde personen heeft 73,0% deelgenomen aan het onderzoek (FIT). Van de deelnemers aan het bevolkingsonderzoek met een ongunstige testuitslag hebben 47.257 personen (83%) een coloscopie ondergaan. In 2016 werd na screening en vervolgdiagnostiek met coloscopie bij 3.706 deelnemers darmkanker vastgesteld. Dit komt overeen met een detectiecijfer van 3,6 per 1.000 deelnemers. Bij 20.236 deelnemers is een advanced adenoom vastgesteld. Dit komt overeen met een detectiecijfer van 19,5 per 1.000 deelnemers (Bron: Landelijke Monitoring Bevolkingsonderzoek Darmkanker).

Op termijn naar verwachting 2.400 sterfgevallen per jaar voorkomen

Bij een opkomst van 60% kan het bevolkingsonderzoek over de periode 2010-2039 per jaar gemiddeld 1.400 sterfgevallen door dikkedarmkanker voorkomen. Dertien jaar na de volledige invoering (2032) zal het aantal voorkómen sterfgevallen aan darmkanker naar verwachting stabiliseren op ongeveer 2.400 per jaar. De doelgroep van het bevolkingsonderzoek voor dikkedarmkanker bestaat in 2020 uit 4,4 miljoen personen (Gezondheidsraad, 2009).

Meer informatie

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Gezondheidsraad. Bevolkingsonderzoek naar darmkanker. Den Haag: Gezondheidsraad; 2009. Bron