Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

BevolkingRegionaal & InternationaalInternationaal

Cijfers & Context

2015: toename van 78.394 personen

Regionaal & Internationaal

Den Haag 6.289 inwoners per km2

Kosten

Preventie & Zorg

Internationale vergelijking bevolkingsomvang

Internationale vergelijking bevolkingsomvang 2015

Land2015
Duitsland81,2
Frankrijk66,4
Verenigd Koninkrijk64,9
Italië60,8
Spanje46,4
Polen38,0
Roemenië19,9
NEDERLAND16,9
België11,3
Griekenland10,9
Tsjechië10,5
Portugal10,4
Hongarije9,9
Zweden9,7
Oostenrijk8,6
Bulgarije7,2
Denemarken5,7
Finland5,5
Slowakije5,4
Ierland4,6
Kroatië4,2
Litouwen2,9
Slovenië2,1
Letland2,0
Estland1,3
Cyprus0,8
Luxemburg0,6
Malta0,4

Bron: Eurostat, 2016

Nederland op achtste plaats met bevolkingsomvang

Binnen de Europese Unie staat Nederland op de achtste plaats wat betreft het aantal inwoners. Duitsland heeft het hoogste inwoneraantal.

Nederland een van de dichtstbevolkte landen van de EU

Na Malta is Nederland het meest dichtbevolkte land van de EU, met ruim 500 personen per km2. De gemiddelde bevolkingsdichtheid in de EU is 117 inwoners per km2 (meetjaar 2014; Eurostat, 2016).

Percentage 65-plussers onder het EU-gemiddelde

Het percentage 65-plussers in de Nederlandse bevolking ligt onder het EU-gemiddelde. In Nederland is dit 17,3% en in de EU28 is dit 18,5% (meetjaar 2014; Eurostat, 2016). Duitsland, Griekenland en Portugal hebben in verhouding de meeste inwoners van 65 jaar en ouder. Ierland, Cyprus en Luxemburg de minste.

In Nederland bijna evenveel vrouwen als mannen

In bijna alle landen is de verhouding tussen het aantal mannen en vrouwen in het voordeel van de vrouwen. In Nederland is het verschil tussen aantal mannen en aantal vrouwen relatief klein; per 100 mannen zijn er 102 vrouwen. In de EU is dit gemiddeld 105 (Eurostat, 2016). In de Baltische landen Letland, Litouwen en Estland is de man-vrouw-verdeling veel schever. Daar zijn 114 of meer vrouwen per 100 mannen.

Meer informatie

Experts en redactie

Bronnen en literatuur

Bronnen

  1. Eurostat, De statistische database van de Europese Unie. zorggegevens.nl

Internationale vergelijking bevolkingsgroei

Groei in Nederland voornamelijk door natuurlijke aanwas

In vergelijking met andere EU-landen is een groot deel van de groei van de Nederlandse bevolking het gevolg van natuurlijke aanwas (CBS, 2016). Dit saldo van geboorte en sterfte was goed voor 72 procent van de bevolkingsgroei. Migratie speelde tussen 2000 en 2015 een relatief kleine rol, in tegenstelling tot de periode daarna. In totaal nam de Nederlandse bevolking met 6,5 procent toe.

Meer informatie

Bronnen en literatuur

Bronnen

  1. Eurostat, De statistische database van de Europese Unie. zorggegevens.nl

Literatuur

  1. CBS. Nederland groeide sinds 2000 weinig door migratie. Vol 2016.; 2016. Bron

Internationale vergelijking kindertal

Kindertal internationaal 2016

Gemiddeld kindertal per vrouw
Land2016
Frankrijk1,92
Zweden1,85
Ierland1,81
Denemarken1,79
Verenigd Koninkrijk1,79
Letland1,74
Noorwegen1,71
Litouwen1,69
België1,68
NEDERLAND1,66
Roemenië1,64
Tsjechië1,63
EU281,60
Duitsland1,60
Estland1,60
Slovenië1,58
Finland1,57
Bulgarije1,54
Zwitserland1,54
Hongarije1,53
Oostenrijk1,53
Slowakije1,48
Kroatië1,42
Luxemburg1,41
Polen1,39
Griekenland1,38
Cyprus1,37
Malta1,37
Portugal1,36
Spanje1,34
Italië1,34

Bron: Eurostat, 2018

Gemiddeld kindertal Nederland boven EU-gemiddelde

In Nederland ligt het gemiddelde kindertal per vrouw (vruchtbaarheid) boven het gemiddelde in de Europese Unie (EU). De Europese vruchtbaarheid ligt sinds het midden van de jaren zeventig beneden het zogenoemde vervangingsniveau van 2,1 kinderen per vrouw dat nodig is om de huidige generaties mannen en vrouwen volledig te vervangen. Dit heeft vergrijzing en op termijn een daling van de bevolkingsomvang tot gevolg.

Vruchtbaarheid in EU vanaf 2000 licht gestegen, en sinds 2010 gedaald  

Vanaf 2000 is de gemiddelde vruchtbaarheid in de EU licht gestegen, maar de laatste jaren (2010-2013) lijkt deze weer iets af te nemen. Mogelijk is dit een gevolg van de economische crisis (Lanzieri, 2013). Ook tussen 1960 en 1985 daalde de vruchtbaarheid in de EU. Rond 1985 is ze in de Scandinavische en West-Europese landen weer gaan stijgen of stabiel gebleven. Dat is mede een gevolg van het uitstelgedrag bij jongere vrouwen dat in deze landen rond 1985 op zijn einde liep. In landen waar nog een flinke verschuiving van de leeftijd bij eerste moederschap optreedt, is de vruchtbaarheid nog relatief laag. Opvallend is een piek in Zweden in 1990, gevolgd door een dieptepunt in 1999. Deze piek valt samen met een beleidsmaatregel op het gebied van ouderschapsverlof die na een paar jaar is teruggedraaid toen hij te duur werd (Beets, 2008).

Meer informatie

Experts en redactie

Datum publicatie

30-04-2018

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Lanzieri G. Towards a ‘baby recession’ in Europe? Differential fertility trends during the economic crisis.; 2013. Bron
  2. Beets G. Nu een hoger kindertal kan evenwichtige leeftijdsopbouw verstoren. DEMOS. 2008;24(3). GoogleScholar

Verantwoording

Methoden
  • Regionaal: middenjaarsschatting migratie

    De migratiecijfers zijn een gemiddelde over de periode 2009 tot en met 2013. Alle immigranten in deze jaren zijn bij elkaar opgeteld en daar zijn alle emigranten van afgetrokken. Dit saldo is vervolgens gedeeld door een optelling van de middenjaarschattingen van de bevolking per gemeente voor dezelfde jaren. De middenjaarschattingen per gemeente zijn berekend door de bevolking op 1 januari van een jaar op te tellen bij de bevolking op 31 december van hetzelfde jaar en deze optelling door twee te delen.

  • Regionaal: middenjaarsschatting geboorte en sterfte

    De cijfers over geboorte en sterfte zijn een gemiddelde over de periode 2009 tot en met 2013. Voor de geboortecijfers geldt dat eerst alle levendgeborenen in deze periode (per gemeente) zijn opgeteld. Voor het sterftecijfer geldt dat alle sterfgevallen in deze periode (per gemeente) zijn opgeteld. deze saldi zijn gedeeld door een optelling van de middenjaarschattingen van de bevolking per gemeente voor dezelfde jaren. De middenjaarschattingen per gemeente zijn berekend door de bevolking op 1 januari van een jaar op te tellen bij de bevolking op 31 december van hetzelfde jaar en deze optelling door twee te delen.

  • Regionaal: middenjaarsschatting bevolkingsgroei

    De cijfers over bevolkingsgroei per gemeente zijn een gemiddelde over de periode 2009 tot en met 2013. Alle levendgeborenen en vestigers in deze periode zijn (per gemeente) bij elkaar opgeteld en daar zijn alle sterfgevallen en vertrekkers vanaf getrokken. Dit saldo is vervolgens gedeeld door een optelling van de middenjaarschattingen van de bevolking per gemeente voor dezelfde jaren. De middenjaarschattingen per gemeente zijn berekend door de bevolking op 1 januari van een jaar op te tellen bij de bevolking op 31 december van hetzelfde jaar en deze optelling door twee te delen.

  • Algemeen

    • Bij alle migratieberekeningen zijn saldo-administratieve correcties toegepast. Dit is een maat voor niet-gemelde emigratie. Het betekent dat de cijfers gecorrigeerd zijn voor mensen die volgens de gemeenteregistratie geëmigreerd zijn, maar volgens henzelf nooit uit Nederland zijn weggeweest. Deze correctie wordt berekend via de Gemeentelijke Basisadministratie persoonsgegevens.
    • De meeste landen hebben geen (precieze) gegevens van het migratiesaldo. Voor die landen wordt het migratiesaldo berekend als het verschil tussen de bevolkingsgroei en de natuurlijke groei (geboorte minus sterfte) van het betreffende jaar. Dit wordt in Eurostat saldo migratie inclusief correcties genoemd.