Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

BevolkingCijfers & ContextGeboorte

Cijfers & Context

2015: toename van 78.394 personen

Regionaal & Internationaal

Den Haag 6.289 inwoners per km2

Kosten

Preventie & Zorg

Totaal aantal geboorten

Aantal geboorten en levendgeborenen 2016

  Aantal
Totaal levend geboren kinderen 172.520
Totaal geboorten

170.323

Enkelvoudige geboorten 167.756
Totaal meervoudige geboorten 2.567

Bron: CBS StatLine

172.520 levend geboren kinderen in 2016

In 2016 zijn in Nederland 172.520 levende kinderen ter wereld gebracht. In 2.567 van de gevallen was er sprake van een meerling. Daaronder was het aantal drie- of meerlingen zeer klein. In 2016 werden er in totaal 33 drie- of meerlingen geboren (CBS StatLine).

10,1 levendgeborenen per 1.000 inwoners

In 2016 was het bruto geboortecijfer in Nederland 10,1 (CBS StatLine). Het bruto geboortecijfer, het aantal levendgeborenen per 1.000 inwoners in een bepaald jaar, corrigeert het totale aantal levendgeborenen voor veranderingen in de bevolkingsomvang.

Meer informatie

Experts en redactie

Datum publicatie

16-05-2018

Leeftijd ouders bij geboorte kind

Trend in leeftijd moeder eerste kind, 1950-2015

Per 1.000 vrouwen
JarenJonger dan 20 jaar20 tot 25 jaar25 tot 30 jaar30 tot 35 jaar35 tot 40 jaar40 tot 45 jaar45 jaar of ouder
19509,082,4178,1170,9120,853,15,9
19519,685,8176,9166,6115,750,65,7
195210,088,2182,1168,3113,950,25,7
19539,687,4180,6165,7109,848,75,3
19549,289,2184,3162,7108,647,15,3
19559,891,0187,0162,7106,645,24,9
195610,093,7191,7163,2104,543,54,6
195710,597,7197,9161,6101,642,14,5
195810,8101,4202,8162,299,639,54,4
195911,6105,0208,9165,097,439,94,5
196012,1105,9207,8160,394,538,34,0
196112,5113,1214,1165,994,737,54,0
196212,9117,2214,0160,689,835,53,5
196313,8121,4215,0160,088,233,53,5
196414,6123,8214,6156,385,930,63,3
196516,6125,1209,1146,278,727,83,0
196616,5122,5202,9136,070,724,72,8
196716,5124,6198,1128,664,922,42,4
196816,1124,7195,2122,159,919,52,1
196917,0130,2199,5123,758,418,51,9
197017,0125,5187,7116,153,816,81,6
197116,9118,5176,3103,345,414,11,3
197215,0111,6166,790,337,311,00,8
197313,099,9153,277,430,58,60,7
197411,394,4147,071,325,27,00,6
19759,486,4141,667,022,45,70,6
19768,383,5141,668,820,45,30,5
19777,476,9140,269,119,44,70,5
19787,174,4142,370,819,24,20,5
19796,770,5141,370,819,54,00,4
19806,970,0143,474,219,94,30,5
19816,964,7139,975,720,44,10,5
19826,159,9132,775,620,64,10,5
19835,757,1128,278,320,63,80,5
19845,455,8129,482,221,43,90,4
19855,052,5128,988,822,53,90,6
19865,150,0130,295,325,24,30,6
19875,246,6127,5100,727,94,30,5
19885,644,3122,4103,529,74,30,5
19895,942,4118,9106,632,64,60,5
19906,442,0120,1114,436,14,70,6
19916,340,6116,4115,638,95,30,5
19925,838,4110,4117,441,15,80,5
19935,436,8106,5118,542,96,20,4
19945,136,5103,4119,744,26,40,4
19954,234,698,9118,145,26,40,3
19964,133,296,9119,746,56,60,3
19974,434,297,1122,948,37,10,3
19984,534,4100,9129,351,17,60,3
19995,234,6101,7130,453,18,00,3
20005,536,9103,9135,256,58,60,3
20015,936,6101,7132,957,48,80,3
20025,737,0101,7134,858,39,10,4
20035,336,8102,2134,761,09,10,4
20044,636,499,9133,361,39,60,4
20054,235,198,8131,461,89,70,4
20063,834,399,8132,762,29,80,4
20073,834,199,2132,362,610,10,4
20083,933,4103,2137,464,110,70,4
20094,033,2104,1138,265,611,30,5
20103,832,3104,1138,666,311,80,5
20113,530,6100,5137,465,911,60,6
20123,329,399,3134,065,311,40,6
20132,827,996,1131,465,011,10,6
20142,627,196,8135,367,411,90,7
20152,225,292,2131,567,612,00,6

Bron: CBS Statline

Baby’s hebben steeds vaker een moeder van 35 jaar of ouder

In 2015 werden per duizend 35- tot 40-jarige vrouwen 68 kinderen geboren, in 2000 waren dat er 57. Het gaat daarbij steeds vaker om de geboorte van een eerste kind (CBS, 2016).

Vrouw is gemiddeld 29,6 jaar bij geboorte eerste kind

Vrouwen in Nederland waren in 2015 gemiddeld 29,6 jaar oud bij de geboorte van hun eerste kind. Het betreft hier de gemiddelde leeftijd van de vrouw op 31 december van het jaar dat haar kind werd geboren (levendgeborenen) (CBS Statline). Van alle kinderen die in 2015 zijn geboren had ruim 24% een moeder van 35 jaar of ouder. Bij bijna een derde van de moeders van 35 of ouder ging het om de geboorte van hun eerste kind. Van de tienermoeders was 80% achttien of negentien jaar oud in 2015, 2% was jonger dan zestien (CBS Statline).

Mannen zijn drie jaar ouder bij geboorte van hun kind

In 2015 waren mannen gemiddeld 32,5 jaar oud bij de geboorte van hun eerste kind. Vergeleken met vrouwen, zijn mannen gemiddeld drie jaar ouder wanneer zij hun eerste kind of opnieuw een kind krijgen. Steeds meer vaders zijn 40 jaar of ouder bij de geboorte van hun kind (Wobma en van Huis, 2016).

Experts en redactie

Trend in aantal levendgeborenen

Totaal aantal levendgeborenen, 1900-2016

JaarAantal geboorten (x1.000)
1900163
1901168
1902169
1903170
1904171
1905171
1906171
1907172
1908172
1909171
1910169
1911167
1912170
1913174
1914177
1915167
1916173
1917173
1918168
1919164
1920193
1921190
1922182
1923186
1924182
1925179
1926177
1927175
1928179
1929177
1930182
1931177
1932179
1933171
1934172
1935170
1936172
1937170
1938178
1939181
1940185
1941182
1942190
1943209
1944220
1945210
1946284
1947267
1948248
1949236
1950230
1951228
1952232
1953228
1954228
1955229
1956231
1957234
1958237
1959243
1960239
1961247
1962246
1963250
1964251
1965245
1966240
1967239
1968237
1969248
1970239
1971227
1972214
1973195
1974186
1975178
1976177
1977173
1978176
1979175
1980181
1981179
1982172
1983170
1984174
1985178
1986185
1987187
1988187
1989189
1990198
1991199
1992197
1993196
1994196
1995191
1996190
1997192
1998199
1999200
2000207
2001203
2002202
2003200
2004194
2005188
2006185
2007181
2008185
2009185
2010184
2011180
2012176
2013171
2014175
2015171
2016173

Bron: CBS Statline

20ste eeuw: de babyboom en andere ontwikkelingen

In de eerste helft van de twintigste eeuw groeide het aantal geboorten vrij regelmatig. Na de Tweede Wereldoorlog nam de groei sterk toe. Vanaf de jaren zeventig is het aantal levendgeborenen snel gedaald (Ekamper et al, 2013). Secularisatie, emancipatie, individualisatie en de beschikbaarheid van de anticonceptiepil speelden hierin een belangrijke rol. Rond het jaar 2000 steeg het aantal geboorten opnieuw sterk, doordat de kinderen uit de naoorlogse geboortegolf zelf kinderen kregen (van Nimwegen & Heering, 2009).

2008-2009: lichte opleving na jarenlange geboortedaling

Na een daling van het aantal geboorten in de periode 2000-2007, is het aantal geboorten in 2008 en 2009 licht gestegen. De daling van het aantal geboorten in 2000-2007 kwam met name door de afname van het aantal vrouwen in de vruchtbare leeftijd (de Graaf, 2007). De stijging in 2008 en 2009 kwam doordat onder de groep vruchtbare vrouwen het moederschap niet langer uitgesteld werd; de gemiddelde leeftijd van de moeder bij de geboorte van haar eerste kind stijgt nauwelijks meer. Ook speelde het gunstige economische klimaat in 2006 en 2007 een rol bij de toename van het aantal geboorten (CBS, 2008). 

2010-2015: verdere geboortedaling na een kleine opleving

In 2014 naam het aantal geboorten voor het eerst sinds de economische crisis toe. In 2015 is het aantal geboorten weer gedaald, naar 170.500 (CBS, 2015). Ten opzichte van 2009 is dat een daling van ruim 14.000 geboorten. Deze daling hangt niet samen met een daling van het aantal vruchtbare vrouwen. De laatste jaren is deze groep nagenoeg gelijk gebleven. De afname van geboorten zou een gevolg kunnen zijn van de economische crisis waarin Nederland verkeert. Deze crisis leidt tot uitstel of afstel van het krijgen van kinderen (Loozen et al., 2013).

Experts en redactie

Trend in vruchtbaarheid

Vruchtbaarheid, 1950-2016

JaarVruchtbaarheidscijfer
19503,10
19513,05
19523,09
19533,03
19543,03
19553,03
19563,05
19573,08
19583,11
19593,17
19603,12
19613,22
19623,18
19633,19
19643,17
19653,04
19662,90
19672,81
19682,72
19692,75
19702,57
19712,36
19722,15
19731,90
19741,77
19751,66
19761,63
19771,58
19781,58
19791,56
19801,60
19811,56
19821,50
19831,47
19841,49
19851,51
19861,55
19871,56
19881,55
19891,55
19901,62
19911,61
19921,59
19931,57
19941,57
19951,53
19961,53
19971,56
19981,63
19991,65
20001,72
20011,71
20021,73
20031,75
20041,73
20051,71
20061,72
20071,72
20081,77
20091,79
20101,80
20111,76
20121,72
20131,68
20141,71
20151,66
20161,66

Bron: CBS Statline

Vruchtbaarheid  gedaald, sinds eeuwwisseling redelijk stabiel

Het vruchtbaarheidscijfer schommelt sinds de eeuwwisseling rond 1,75 en lag de afgelopen drie jaar tussen 1,66 en 1,71. In de jaren voor 1965 lag het gemiddeld kindertal per vrouw nog boven de 3. Het huidige vruchtbaarheidscijfer ligt ruim onder het vervangingsniveau van 2,1 kind per vrouw dat nodig is om de huidige generaties mannen en vrouwen volledig te vervangen. Net als bij vrouwen is ook bij mannen het kindertal met de generaties gedaald. Bij mannen is het kindertal met 1,67 echter wel iets lager dan bij vrouwen.

Aandeel kinderloze mannen en vrouwen gestegen

Het komt steeds vaker voor dat vrouwen en mannen kinderloos blijven. Van de vrouwen uit de generatie 1945-1949 is 14% kinderloos gebleven tegenover 19% van de vrouwen uit 1960-1964. Iets meer dan de helft van de kinderloze vrouwen is vrijwillig kinderloos (Wobma & Van Huis, 2010). De kinderloosheid is onder mannen sterker gestegen dan onder vrouwen. Dit komt doordat mannen vaker geen partner hebben vergeleken met vrouwen. De kinderloosheid was 16% onder mannen uit 1945-1949 tegenover 26% bij mannen uit 1960-1964 (Van Huis & Wobma, 2010). Deze 26% kan nog wel dalen omdat de mannen uit deze geboortjaren nog kinderen kunnen krijgen (Wobma & Van Huis, 2012).

Experts en redactie

Verantwoording

Methoden
  • Regionaal: middenjaarsschatting migratie

    De migratiecijfers zijn een gemiddelde over de periode 2009 tot en met 2013. Alle immigranten in deze jaren zijn bij elkaar opgeteld en daar zijn alle emigranten van afgetrokken. Dit saldo is vervolgens gedeeld door een optelling van de middenjaarschattingen van de bevolking per gemeente voor dezelfde jaren. De middenjaarschattingen per gemeente zijn berekend door de bevolking op 1 januari van een jaar op te tellen bij de bevolking op 31 december van hetzelfde jaar en deze optelling door twee te delen.

  • Regionaal: middenjaarsschatting geboorte en sterfte

    De cijfers over geboorte en sterfte zijn een gemiddelde over de periode 2009 tot en met 2013. Voor de geboortecijfers geldt dat eerst alle levendgeborenen in deze periode (per gemeente) zijn opgeteld. Voor het sterftecijfer geldt dat alle sterfgevallen in deze periode (per gemeente) zijn opgeteld. deze saldi zijn gedeeld door een optelling van de middenjaarschattingen van de bevolking per gemeente voor dezelfde jaren. De middenjaarschattingen per gemeente zijn berekend door de bevolking op 1 januari van een jaar op te tellen bij de bevolking op 31 december van hetzelfde jaar en deze optelling door twee te delen.

  • Regionaal: middenjaarsschatting bevolkingsgroei

    De cijfers over bevolkingsgroei per gemeente zijn een gemiddelde over de periode 2009 tot en met 2013. Alle levendgeborenen en vestigers in deze periode zijn (per gemeente) bij elkaar opgeteld en daar zijn alle sterfgevallen en vertrekkers vanaf getrokken. Dit saldo is vervolgens gedeeld door een optelling van de middenjaarschattingen van de bevolking per gemeente voor dezelfde jaren. De middenjaarschattingen per gemeente zijn berekend door de bevolking op 1 januari van een jaar op te tellen bij de bevolking op 31 december van hetzelfde jaar en deze optelling door twee te delen.

  • Algemeen

    • Bij alle migratieberekeningen zijn saldo-administratieve correcties toegepast. Dit is een maat voor niet-gemelde emigratie. Het betekent dat de cijfers gecorrigeerd zijn voor mensen die volgens de gemeenteregistratie geëmigreerd zijn, maar volgens henzelf nooit uit Nederland zijn weggeweest. Deze correctie wordt berekend via de Gemeentelijke Basisadministratie persoonsgegevens.
    • De meeste landen hebben geen (precieze) gegevens van het migratiesaldo. Voor die landen wordt het migratiesaldo berekend als het verschil tussen de bevolkingsgroei en de natuurlijke groei (geboorte minus sterfte) van het betreffende jaar. Dit wordt in Eurostat saldo migratie inclusief correcties genoemd.