Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

BevolkingCijfers & ContextGeboorte

Cijfers & Context

2017: toename van 99.577 personen

Regionaal & Internationaal

Den Haag 6.289 inwoners per km2

Kosten

Preventie & Zorg

Totaal aantal geboorten

Aantal geboorten en levendgeborenen 2018

 

Aantal

Totaal geboorten (vanaf 28 weken zwangerschap, zowel levend- als dood geboren)

166.331

Totaal levend geboren kinderen (ongeacht zwangerschapsduur)

168.525

Enkelvoudige geboorten

163.786

Totaal meervoudige geboorten

2.545

Bron: CBS StatLine

Totaal aantal geboorten 166.331 in 2018

In 2018 vonden er 166.331 geboorten plaats. Het betreft hier het aantal geboorten na een zwangerschapsduur van 28 of meer weken, ongeacht de levensvatbaarheid van de kinderen. Het gaat dus zowel om levend- als doodgeborenen. In 2018 werden 168.525 levende kinderen geboren (ongeacht zwangerschapsduur). In 2.545 van de geboorten was er sprake van een meerling. Daaronder was het aantal drie- of meerlingen zeer klein. In 2018 werden er in totaal 48 drie- of meerlingen geboren (CBS StatLine).

9,8 levendgeborenen per 1.000 inwoners

In 2018 was het bruto geboortecijfer in Nederland 9,9 (CBS StatLine). Het bruto geboortecijfer, het aantal levendgeborenen per 1.000 inwoners in een bepaald jaar, corrigeert het totale aantal levendgeborenen voor veranderingen in de bevolkingsomvang.

Meer informatie

Datum publicatie

14-08-2019

Leeftijd ouders bij geboorte kind

Trend in leeftijd moeder eerste kind 1950-2017

Per 1.000 vrouwen
Jaar< 2020- 2525- 3030-3535-4040-45> 45 jaar
19509,082,4178,1170,9120,853,15,9
19519,685,8176,9166,6115,750,65,7
195210,088,2182,1168,3113,950,25,7
19539,687,4180,6165,7109,848,75,3
19549,289,2184,3162,7108,647,15,3
19559,891,0187,0162,7106,645,24,9
195610,093,7191,7163,2104,543,54,6
195710,597,7197,9161,6101,642,14,5
195810,8101,4202,8162,299,639,54,4
195911,6105,0208,9165,097,439,94,5
196012,1105,9207,8160,394,538,34,0
196112,5113,1214,1165,994,737,54,0
196212,9117,2214,0160,689,835,53,5
196313,8121,4215,0160,088,233,53,5
196414,6123,8214,6156,385,930,63,3
196516,6125,1209,1146,278,727,83,0
196616,5122,5202,9136,070,724,72,8
196716,5124,6198,1128,664,922,42,4
196816,1124,7195,2122,159,919,52,1
196917,0130,2199,5123,758,418,51,9
197017,0125,5187,7116,153,816,81,6
197116,9118,5176,3103,345,414,11,3
197215,0111,6166,790,337,311,00,8
197313,099,9153,277,430,58,60,7
197411,394,4147,071,325,27,00,6
19759,486,4141,667,022,45,70,6
19768,383,5141,668,820,45,30,5
19777,476,9140,269,119,44,70,5
19787,174,4142,370,819,24,20,5
19796,770,5141,370,819,54,00,4
19806,970,0143,474,219,94,30,5
19816,964,7139,975,720,44,10,5
19826,159,9132,775,620,64,10,5
19835,757,1128,278,320,63,80,5
19845,455,8129,482,221,43,90,4
19855,052,5128,988,822,53,90,6
19865,150,0130,295,325,24,30,6
19875,246,6127,5100,727,94,30,5
19885,644,3122,4103,529,74,30,5
19895,942,4118,9106,632,64,60,5
19906,442,0120,1114,436,14,70,6
19916,340,6116,4115,638,95,30,5
19925,838,4110,4117,441,15,80,5
19935,436,8106,5118,542,96,20,4
19945,136,5103,4119,744,26,40,4
19954,234,698,9118,145,26,40,3
19964,133,296,9119,746,56,60,3
19974,434,297,1122,948,37,10,3
19984,534,4100,9129,351,17,60,3
19995,234,6101,7130,453,18,00,3
20005,536,9103,9135,256,58,60,3
20015,936,6101,7132,957,48,80,3
20025,737,0101,7134,858,39,10,4
20035,336,8102,2134,761,09,10,4
20044,636,499,9133,361,39,60,4
20054,235,198,8131,461,89,70,4
20063,834,399,8132,762,29,80,4
20073,834,199,2132,362,610,10,4
20083,933,4103,2137,464,110,70,4
20094,033,2104,1138,265,611,30,5
20103,832,3104,1138,666,311,80,5
20113,530,6100,5137,465,911,60,6
20123,329,399,3134,065,311,40,6
20132,827,996,1131,465,011,10,6
20142,627,196,8135,367,411,90,7
20152,225,292,2131,567,612,00,6
20162,124,290,7132,769,212,90,7
20172,022,586,9129,968,313,30,8

Bron: CBS StatLine

Baby’s hebben steeds vaker een moeder van 35 jaar of ouder

In 2017 werden per duizend 35- tot 40-jarige vrouwen 68 kinderen geboren, in 2000 waren dat er 57. Het gaat daarbij steeds vaker om de geboorte van een eerste kind (CBS, 2016).

Vrouw is gemiddeld 29,8 jaar bij geboorte eerste kind

Vrouwen in Nederland waren in 2017 gemiddeld 29,8 jaar oud bij de geboorte van hun eerste kind. Het betreft hier de gemiddelde leeftijd van de vrouw op 31 december van het jaar dat haar kind werd geboren (levendgeborenen) (CBS StatLine). Van alle kinderen die in 2017 zijn geboren had ongeveer 25% een moeder van 35 jaar of ouder. Bij bijna een derde van de moeders van 35 of ouder ging het om de geboorte van hun eerste kind. Van de tienermoeders was 80% achttien of negentien jaar oud in 2017, 2% was jonger dan zestien (CBS StatLine).

Mannen zijn drie jaar ouder bij geboorte van hun kind

In 2017 waren mannen gemiddeld 32,7 jaar oud bij de geboorte van hun eerste kind. Vergeleken met vrouwen, zijn mannen gemiddeld drie jaar ouder wanneer zij hun eerste kind of opnieuw een kind krijgen. Steeds meer vaders zijn 40 jaar of ouder bij de geboorte van hun kind (Wobma en van Huis, 2016).

Experts en redactie

Datum publicatie

14-08-2019

Trend in aantal levendgeborenen

Totaal aantal levendgeborenen 1900-2017

JaarAantal geboorten (x1.000)
1900163
1901168
1902169
1903170
1904171
1905171
1906171
1907172
1908172
1909171
1910169
1911167
1912170
1913174
1914177
1915167
1916173
1917173
1918168
1919164
1920193
1921190
1922182
1923186
1924182
1925179
1926177
1927175
1928179
1929177
1930182
1931177
1932179
1933171
1934172
1935170
1936172
1937170
1938178
1939181
1940185
1941182
1942190
1943209
1944220
1945210
1946284
1947267
1948248
1949236
1950230
1951228
1952232
1953228
1954228
1955229
1956231
1957234
1958237
1959243
1960239
1961247
1962246
1963250
1964251
1965245
1966240
1967239
1968237
1969248
1970239
1971227
1972214
1973195
1974186
1975178
1976177
1977173
1978176
1979175
1980181
1981179
1982172
1983170
1984174
1985178
1986185
1987187
1988187
1989189
1990198
1991199
1992197
1993196
1994196
1995191
1996190
1997192
1998199
1999200
2000207
2001203
2002202
2003200
2004194
2005188
2006185
2007181
2008185
2009185
2010184
2011180
2012176
2013171
2014175
2015171
2016173
2017170

Bron: CBS Statline

20ste eeuw: de babyboom en andere ontwikkelingen

In de eerste helft van de twintigste eeuw groeide het aantal geboorten vrij regelmatig. Na de Tweede Wereldoorlog nam de groei sterk toe. Vanaf de jaren zeventig is het aantal levendgeborenen snel gedaald (Ekamper et al, 2013). Secularisatie, emancipatie, individualisatie en de beschikbaarheid van de anticonceptiepil speelden hierin een belangrijke rol. Rond het jaar 2000 steeg het aantal geboorten opnieuw sterk, doordat de kinderen uit de naoorlogse geboortegolf zelf kinderen kregen (van Nimwegen & Heering, 2009).

2008-2009: lichte opleving na jarenlange geboortedaling

Na een daling van het aantal geboorten in de periode 2000-2007, is het aantal geboorten in 2008 en 2009 licht gestegen. De daling van het aantal geboorten in 2000-2007 kwam met name door de afname van het aantal vrouwen in de vruchtbare leeftijd (de Graaf, 2007). De stijging in 2008 en 2009 kwam doordat onder de groep vruchtbare vrouwen het moederschap niet langer uitgesteld werd; de gemiddelde leeftijd van de moeder bij de geboorte van haar eerste kind stijgt nauwelijks meer. Ook speelde het gunstige economische klimaat in 2006 en 2007 een rol bij de toename van het aantal geboorten (CBS, 2008). 

2010-2017: verdere geboortedaling na een kleine opleving

In 2014 naam het aantal geboorten voor het eerst sinds de economische crisis toe. In 2015 is het aantal geboorten weer gedaald, naar 170.500 (CBS, 2015). Ten opzichte van 2009 is dat een daling van ruim 14.000 geboorten. Deze daling hangt niet samen met een daling van het aantal vruchtbare vrouwen. De laatste jaren is deze groep nagenoeg gelijk gebleven. De afname van geboorten zou een gevolg kunnen zijn van de economische crisis waarin Nederland verkeerde. Deze crisis leidt tot uitstel of afstel van het krijgen van kinderen (Loozen et al., 2013). 

Experts en redactie

Datum publicatie

14-08-2019

Trend in vruchtbaarheid

Vruchtbaarheid 1950-2017

JaarVruchtbaarheidscijfer
19503,10
19513,05
19523,09
19533,03
19543,03
19553,03
19563,05
19573,08
19583,11
19593,17
19603,12
19613,22
19623,18
19633,19
19643,17
19653,04
19662,90
19672,81
19682,72
19692,75
19702,57
19712,36
19722,15
19731,90
19741,77
19751,66
19761,63
19771,58
19781,58
19791,56
19801,60
19811,56
19821,50
19831,47
19841,49
19851,51
19861,55
19871,56
19881,55
19891,55
19901,62
19911,61
19921,59
19931,57
19941,57
19951,53
19961,53
19971,56
19981,63
19991,65
20001,72
20011,71
20021,73
20031,75
20041,73
20051,71
20061,72
20071,72
20081,77
20091,79
20101,80
20111,76
20121,72
20131,68
20141,71
20151,66
20161,66
20171,62

Bron: CBS Statline

Vruchtbaarheid  gedaald, sinds eeuwwisseling redelijk stabiel

Het vruchtbaarheidscijfer schommelt sinds de eeuwwisseling rond 1,75 en lag de afgelopen drie jaar tussen 1,62 en 1,71. In de jaren voor 1965 lag het gemiddeld kindertal per vrouw nog boven de 3. Het huidige vruchtbaarheidscijfer ligt ruim onder het vervangingsniveau van 2,1 kind per vrouw dat nodig is om de huidige generaties mannen en vrouwen volledig te vervangen. Net als bij vrouwen is ook bij mannen het kindertal met de generaties gedaald. Bij mannen is het kindertal met 1,6 echter wel iets lager dan bij vrouwen. Een wat lager vruchtbaarheidscijfer betekent niet dat de vrouwen die nu in de vruchtbare leeftijd zijn uiteindelijk gemiddeld minder kinderen zullen krijgen dan de generaties voor hen. Wanneer vrouwen nu wachten met kinderen krijgen, wordt er in het vruchtbaarheidscijfer geen rekening meegehouden dat zij die kinderen mogelijk later alsnog krijgen.

Hogeropgeleiden krijgen later kinderen

Hoger opgeleiden beginnen gemiddeld later aan kinderen dan lager opgeleiden. Dat geldt zowel voor mannen als vrouwen. Van de generatie 1970 was op 30-jarige leeftijd 64%t van de lager opgeleide vrouwen moeder, en nog maar 27% van de hoger opgeleide vrouwen. Op 30-jarige leeftijd waren er minder mannen dan vrouwen met een kind: 35% van de lager opgeleide mannen was op die leeftijd vader en 18% van de hoger opgeleiden. Hoogopgeleiden maken na hun dertigste een inhaalslag. Mannen met een hoger opleidingsniveau worden uiteindelijk vaker vader dan lager opgeleide mannen. Bij de vrouwen is dat niet het geval, zij lopen de achterstand op lager opgeleide vrouwen niet helemaal meer in (CBS, 2017).

 

Experts en redactie

Datum publicatie

14-08-2019

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. CBS. Laagopgeleide mannen vaker kinderloos.; 2017. Bron

Verantwoording

Methoden
  • Regionaal: middenjaarsschatting migratie

    De migratiecijfers zijn een gemiddelde over de periode 2009 tot en met 2013. Alle immigranten in deze jaren zijn bij elkaar opgeteld en daar zijn alle emigranten van afgetrokken. Dit saldo is vervolgens gedeeld door een optelling van de middenjaarschattingen van de bevolking per gemeente voor dezelfde jaren. De middenjaarschattingen per gemeente zijn berekend door de bevolking op 1 januari van een jaar op te tellen bij de bevolking op 31 december van hetzelfde jaar en deze optelling door twee te delen.

  • Regionaal: middenjaarsschatting geboorte en sterfte

    De cijfers over geboorte en sterfte zijn een gemiddelde over de periode 2009 tot en met 2013. Voor de geboortecijfers geldt dat eerst alle levendgeborenen in deze periode (per gemeente) zijn opgeteld. Voor het sterftecijfer geldt dat alle sterfgevallen in deze periode (per gemeente) zijn opgeteld. deze saldi zijn gedeeld door een optelling van de middenjaarschattingen van de bevolking per gemeente voor dezelfde jaren. De middenjaarschattingen per gemeente zijn berekend door de bevolking op 1 januari van een jaar op te tellen bij de bevolking op 31 december van hetzelfde jaar en deze optelling door twee te delen.

  • Regionaal: middenjaarsschatting bevolkingsgroei

    De cijfers over bevolkingsgroei per gemeente zijn een gemiddelde over de periode 2009 tot en met 2013. Alle levendgeborenen en vestigers in deze periode zijn (per gemeente) bij elkaar opgeteld en daar zijn alle sterfgevallen en vertrekkers vanaf getrokken. Dit saldo is vervolgens gedeeld door een optelling van de middenjaarschattingen van de bevolking per gemeente voor dezelfde jaren. De middenjaarschattingen per gemeente zijn berekend door de bevolking op 1 januari van een jaar op te tellen bij de bevolking op 31 december van hetzelfde jaar en deze optelling door twee te delen.

  • Algemeen

    • Bij alle migratieberekeningen zijn saldo-administratieve correcties toegepast. Dit is een maat voor niet-gemelde emigratie. Het betekent dat de cijfers gecorrigeerd zijn voor mensen die volgens de gemeenteregistratie geëmigreerd zijn, maar volgens henzelf nooit uit Nederland zijn weggeweest. Deze correctie wordt berekend via de Gemeentelijke Basisadministratie persoonsgegevens.
    • De meeste landen hebben geen (precieze) gegevens van het migratiesaldo. Voor die landen wordt het migratiesaldo berekend als het verschil tussen de bevolkingsgroei en de natuurlijke groei (geboorte minus sterfte) van het betreffende jaar. Dit wordt in Eurostat saldo migratie inclusief correcties genoemd.