Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

BeroerteRegionaal & InternationaalInternationaal

Cijfers & Context

In 2017 overleden 9.180 personen aan een beroerte

Regionaal & Internationaal

Sterfte in Nederland relatief laag

Kosten

Kosten van zorg bijna 2,3 miljard euro in 2011

Preventie & Zorg

Ruim 44.000 klinische opnamen voor beroerte

Internationale vergelijking sterfte aan beroerte

Sterfte aan beroerte internationaal 2015

LandMannenVrouwenTotaal
Bulgarije378,9298,7332,9
Letland307,5256,0278,7
Roemenië304,2243,9269,8
Litouwen226,4193,1208,6
Kroatië221,4176,2195,7
Slowakije173,7130,0148,7
Hongarije177,6127,1147,0
Tsjechië128,1109,6118,2
Griekenland117,6115,3117,6
Portugal123,397,1108,3
Slovenië117,296,4105,6
Polen115,689,2101,1
EU93,178,285,1
Italië92,677,884,2
Malta94,773,981,6
Finland89,972,880,7
Estland88,158,369,1
Denemarken75,662,668,8
NEDERLAND71,263,567,2
Verenigd Koninkrijk69,864,667,2
Ierland70,862,867,0
Cyprus71,063,766,9
Duitsland71,059,765,0
Zweden70,557,163,1
Oostenrijk67,158,862,7
België66,458,562,4
Noorwegen66,954,360,2
Luxemburg64,950,157,7
Spanje65,051,957,7
Zwitserland51,742,946,3
Frankrijk51,740,745,6

Bron: Eurostat, 2018

  • Gestandaardiseerd naar de Europese standaardbevolking
  • Volgorde op basis van totale sterfte (mannen en vrouwen samen)
  • ICD-10 code: I60-I69

Sterfte in Nederland relatief laag

In Nederland is de sterfte aan beroerte relatief laag, evenals in de ons omringende landen, de meeste Scandinavische landen en een aantal mediterrane landen. De sterfte aan beroerte is vooral in de nieuwere lidstaten van de Europese Unie (EU) hoog.

Internationale verschillen door verschillen in risicofactoren en registratie

Verschillen tussen landen in risicofactoren voor beroerte, zoals het aantal rokers, en in de behandeling van beroerte, verhoogde bloeddruk en verhoogd cholesterol verklaren een deel van de internationale verschillen in sterfte aan beroerte en verschillende trends. Internationale verschillen in sterfte en sterftetrends kunnen echter ook (deels) het gevolg zijn van registratieverschillen (Levi et al., 2009). Zo kan er in het ene land een structurele neiging bestaan om sterfte bij onverwacht overlijden te coderen als plotselinge dood en in het andere land als beroerte.

Sterfte aan beroerte daalt in meeste Europese landen

In Nederland en de rest van West-Europa, daalt de sterfte door beroerte sinds midden jaren zestig van de vorige eeuw. In Oost-Europese landen steeg de sterfte tot eind jaren tachtig en/of begin jaren negentig, maar in de meeste van deze landen daalt de sterfte sinds midden jaren negentig ook (WHO-HFA, 2018; Levi et al., 2009). De daling in sterfte door beroerte zet in de gehele EU nog steeds door (WHO-HFA, 2018).

Meer informatie

Experts en redactie

Datum publicatie

01-08-2018

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Levi F, Chatenoud L, Bertuccio P, Lucchini F, Negri E, LaVecchia C. Mortality from cardiovascular and cerebrovascular diseases in Europe and other areas of the world: an update. Eur J Cardiovasc Prev Rehabil. 2009;16(3):333-50. Pubmed | DOI

Verantwoording

Definities
  • Beroerte is een hersenbloeding of herseninfarct

    Beroerte, ook wel aangeduid met cerebrovasculaire aandoeningen/accidenten (CVA), omvat een verzameling ziektebeelden waarbij sprake is van een stoornis in de bloedvoorziening van de hersenen. De meest voorkomende aandoeningen zijn het herseninfarct en de hersenbloeding. Een herseninfarct wordt veroorzaakt door een afsluiting van een bloedvat. Een hersenbloeding of een subarachnoïdale bloeding wordt veroorzaakt door het openbarsten van een bloedvat.

    Beroertes kunnen worden onderscheiden in drie groepen van oorzaken (Bamford et al., 1990):

    • herseninfarct: beroerte ten gevolge van een afsluiting van een slagader die een deel van de hersenen van bloed voorziet. Ongeveer 75% van de beroertes berust op een herseninfarct, inclusief de TIA's (zie hierna).
    • hersenbloeding (ook wel intracerebrale bloeding genoemd): beroerte ten gevolge van een gescheurd bloedvat in of rond de hersenen: ongeveer 15% van de beroertes.
    • subarachnoïdale bloeding: bloeding in de ruimte tussen de hersenvliezen, net onder de schedel: 5% van de beroertes berust hierop.

    Een klein deel van de beroertes (5%) wordt veroorzaakt door zeldzame afwijkingen en deze groep wordt geclassificeerd als 'overige beroertes'.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Bamford JM, Sandercock PAG, Dennis M, Burn J, Warlow CP. A prospective study of acute cerebrovascular disease in the community: the Oxfordshire Community Stroke Project 1981-86. J Neurol Neurosurg Psychiatry. 1990;53(1):16-22. Pubmed
  • Herseninfarcten ingedeeld op grond van duur van de verschijnselen

    Herseninfarcten kunnen worden onderscheiden in een klinisch syndroom waarvan de verschijnselen langer dan 24 uur duren en in een klinisch syndroom waarvan de verschijnselen korter dan 24 uur duren. Dat laatste is een Transient Ischemic Attack (TIA) (Franke & Limburg, 2006). De plotselinge uitvalsverschijnselen bij een TIA zijn het gevolg van een tijdelijke afsluiting van de bloedsomloop in een deel van de hersenen of het netvlies in een oog. Als de bloedtoevoer zich herstelt, verdwijnen de uitvalsverschijnselen weer.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Franke CL, Limburg M. Handboek Cerebrovasculaire aandoeningen. Utrecht: De Tijdstroom; 2006. Bron
  • Onderliggende oorzaken van beroertes en TIA's zijn hetzelfde

    Beroertes en TIA's hebben dezelfde onderliggende oorzaken en dezelfde risico's op ernstige vasculaire gevolgen. Een TIA is in feite een klein herseninfarct. Ook vanuit het oogpunt van secundaire preventie (voorkómen van het optreden van een recidief) is er geen verschil tussen een TIA en een herseninfarct (Franke & Limburg, 2006), en ook aanvullend onderzoek is identiek.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Franke CL, Limburg M. Handboek Cerebrovasculaire aandoeningen. Utrecht: De Tijdstroom; 2006. Bron
Bronverantwoording
  • Huisartsenregistratie van beroerte

    Voor bepaling van de prevalentie en aantal nieuwe gevallen van beroerte in de huisartsenpraktijk zijn de gegevens gebruikt van de NIVEL Zorgregistratie eerste lijn. Hiermee wordt geschat hoeveel mensen bij de huisarts bekend zijn in het betreffende jaar met beroerte (jaarprevalentie) en hoeveel nieuwe patiënten er in dat jaar bij zijn gekomen. Voor de beschrijving van de trend in prevalentie en aantal nieuwe gevallen van beroerte is gebruik gemaakt van twee andere huisartsenregistraties: FaMe-net en RNH-Limburg. Deze twee registraties registreren al meer dan twintig jaar het voorkomen van ziekten in de huisartsenpraktijk. Omdat NIVEL Zorgregistraties eerste lijn over een kortere periode gegevens heeft, is er voor gekozen om deze niet te gebruiken voor de beschrijving van de trends.

    Gebruikte ICPC-codes: voor beroerte ICPC-code K90 en voor TIA K89.

    Kenmerken van beroerte in de huisartsenpraktijk

    Beroerte (exclusief TIA) is een chronische aandoening. Veel patiënten liggen in het acute stadium lang in het ziekenhuis. Een huisarts herkent een beroerte in de regel goed en kan deze snel diagnosticeren. Als de huisarts ten onrechte de diagnose stelt, wordt na verloop van tijd wel duidelijk dat er geen sprake was van een beroerte. De registraties stellen de geregistreerde diagnose dan bij.

    Enige tijd na een beroerte zal de situatie mogelijk stabiel worden. Er is dan niet altijd meer contact met de huisarts vanwege de beroerte. Wel krijgen veel patiënten die een herseninfarct hebben gehad, regelmatig een (herhaal)recept voor bepaalde medicijnen, zoals plaatjesaggregatieremmers. Patiënten die langdurig belangrijke activiteiten niet meer kunnen verrichten, worden uiteindelijk opgenomen in een verpleeghuis.

    Bronnen en literatuur

    Bronnen

    1. FaMe-net, Family Medicine Network. zorggegevens.nl
    2. RNH, Registratienet Huisartspraktijken Limburg / Research Network Family Medicine (RNFM) Maastricht. zorggegevens.nl
    3. NIVEL Zorgregistraties eerste lijn, NIVEL Zorgregistraties. zorggegevens.nl
  • Beroerte: Landelijke Medische Registratie (LMR)

    Een deel van de personen die een beroerte krijgen en die niet in de acute fase overlijden, wordt opgenomen in een ziekenhuis. Informatie over ziekenhuisontslagen uit de LMR kan dus gebruikt worden als indicatie van de incidentie van beroerte. Gebruikte ICD-9-codes voor beroert zijn 430-438. 

    Bronnen en literatuur

    Bronnen

    1. LMR, Landelijke Medische Registratie. zorggegevens.nl
  • Automatisch coderen bij CBS-doodsoorzakenstatistiek

    Met ingang van het statistiekjaar 2013 codeert het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) doodsoorzakenformulieren automatisch met behulp van het softwarepakket IRIS. Dit is een verschil met voorgaande jaren waarin doodsoorzakenformulieren handmatig werden verwerkt. Automatische codering brengt een betere internationale vergelijkbaarheid en reproduceerbaarheid van de gegevens met zich mee. Het veroorzaakt echter ook verschuivingen in doodsoorzaken. Daardoor zijn de sterftecijfers vanaf het jaar 2013 niet altijd goed vergelijkbaar met sterftecijfers uit eerdere jaren. Voor meer informatie over het automatisch coderen verwijzen wij naar vier artikelen van het CBS:

    • Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek (Harteloh et al., 2014)
    • Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen (Harteloh, 2014)
    • Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study (Harteloh, 2015)
    • Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013 (Harteloh, 2016)

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Harteloh PPM, van Hilten O, Kardaun JWPF. Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    2. Harteloh PPM. Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    3. Harteloh PPM. Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2015. Bron
    4. Harteloh PPM. Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2016. Bron
  • Tabel: Bronnen bij de cijfers over beroerte

    Bron Indicator in VZinfo Gepresenteerde populatie VZinfo Meer informatie
    Nivel Zorgregistraties eerste lijn

    Jaarprevalentie, aantal nieuwe gevallen

    Nederlandse bevolking NZR
    FaMe-net

    Jaarprevalentie, aantal nieuwe gevallen

    Nederlandse bevolking FaMe-net 
    RNH-Limburg Jaarprevalentie, aantal nieuwe gevallen Nederlandse bevolking RNH-Limburg
    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Aantal sterfgevallen

    Nederlandse bevolking CBS Doodsoorzakenstatistiek
    Landelijke Medische Registratie (LMR)

    Klinische opnamedagen, klinische opnamen, gemiddelde opnameduur, dagbehandelingen
    met beroerte als hoofdontslagdiagnose

    Nederlandse bevolking LMR
    Kosten van Ziektenstudie Kosten van zorg voor beroerte Nederlandse bevolking Kosten van Ziekten database
    Eurostat Aantal sterfgevallen Europese bevolking Eurostat
Methoden
  • Regionaal versus landelijk gemiddelde

    Bij een onderwerp is het mogelijk dat het gemiddelde bij het hoofdstuk 'Cijfers & Context' verschilt van gemiddelde bij het hoofdstuk 'Regionaal & Internationaal'. Dit kan te maken hebben met: 

    • het niveau waarop de informatie geaggregeerd is (van wijkniveau tot landelijk niveau);

    • het presenteren van cijfers uit verschillende jaren;

    • het al dan niet combineren van cijfers van verschillende jaren (bijvoorbeeld een gemiddelde van drie jaren);
    • het kiezen van een verschillende standaard bij het presenteren van gestandaardiseerde gegevens.
  • Methoden en technieken

    Standaardisatie

    De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking verschillen per regio en land. Daarnaast treden in de loop van de tijd veranderingen op in de omvang en leeftijdsverdeling. Om ziekte- en sterftecijfers van verschillende regio’s en landen, of van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt hier rekening mee gehouden. Daarbij worden de cijfers gecorrigeerd voor deze verschillen of veranderingen in de bevolking. Hierbij wordt uitgegaan van de omvang en de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

    Indexatie

    Vooral bij de weergave van trends in de tijd zijn de trendcijfers vaak geïndexeerd. Een geïndexeerde trend laat ontwikkelingen in de tijd zien ten opzichte van een gekozen basisjaar. Dit gebeurt door de cijfers van alle jaren weer te geven als percentage van het cijfer in een gekozen basisjaar. Het cijfer in het basisjaar is gelijk gesteld aan 100(%). Indexatie maakt zichtbaar hoe groot de percentuele toe- of afname is ten opzichte van dat basisjaar. Door als basisjaar het eerste jaar in de grafiek te kiezen, kun je snel zien wat de verandering over de hele weergegeven periode is en ook of er grote verschillen zijn voor de onderscheiden groepen (mannen en vrouwen bijvoorbeeld).

    Indexatie kan ook gebruikt worden voor het weergeven van regionale verschillen. Hierbij wordt het landelijke cijfer bijvoorbeeld gelijk gesteld aan 100(%). Een regionaal cijfer boven of onder de 100 duidt erop dat het respectievelijk hoger of lager is dan het landelijke cijfer. Voorafgaand aan indexatie worden de cijfers vaak gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de populaties.