Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

BeroertePreventie & ZorgZorg

Cijfers & Context

In 2020 overleden 8.890 personen aan een beroerte

Regionaal & Internationaal

Sterfte in Nederland relatief laag

Kosten

Zorguitgaven bijna 1,5 miljard euro in 2017

Preventie & Zorg

50.000 ziekenhuisopnamen voor beroerte

Ziekenhuisopnamen beroerte

Ziekenhuisopnamen voor beroerte 2019

 

Mannen

Vrouwen

Totaal

Aantal klinische opnamen

26.765

23.275

50.040

  • Aantal verpleegdagen

167.525

152.805

320.330

  • Gemiddelde opnameduur (dagen)

6,3

6,6

6,4

Aantal dagopnamen

2.650

2.425

5.075

Aantal observaties

410

380

790

Totaal opnamen

29.825

26.085

55.910

Bron: Landelijke Basisregistratie Ziekenhuiszorg (gedownload van CBS StatLine in mei 2021)

  • ICD-10-codes: G45, I60-I69
  • Aantal opnamen en verpleegdagen zijn afgerond op vijftallen
  • Cijfers zijn voorlopig

50.000 ziekenhuisopnamen voor beroerte 

In 2019 waren er 50.040 klinische ziekenhuisopnamen voor beroerte. Mannen worden wat vaker opgenomen dan vrouwen. Het totaal aantal klinische ziekenhuisopnamen had betrekking op 320.330 opnamedagen, waarmee de gemiddelde opnameduur 6,4 dagen bedroeg.
Het aantal opnamen kan groter zijn dan het aantal opgenomen personen, omdat een persoon meerdere keren per jaar opgenomen kan zijn.

Meer informatie

Datum publicatie

21-10-2021

Ziekenhuisopnamen beroerte naar leeftijd en geslacht

Ziekenhuisopnamen voor beroerte 2019

LeeftijdMannenVrouwen Totaal Mannen (absoluut)Vrouwen (absoluut)Totaal (absoluut)
0-40,100,1251045
5-9000101020
10-14000202040
15-190,10,10,1303060
20-240,10,10,1304070
25-290,10,10,14570115
30-340,20,20,295125220
35-390,30,30,3155145300
40-440,60,60,6300325620
45-491,111,16806151295
50-542,11,51,813709452315
55-593,21,92,5196511903150
60-644,733,8259016454235
65-696,64,25,4326521205385
70-749,96,58,2449031107600
75-7914,810,512,5432034507770
80-8421,116,118,3390039307835
85-8926,721,623,5249034505940
90-9427,422,523,983016152440
95+27,220,722,1155425580

Bron: Landelijke Basisregistratie Ziekenhuiszorg (gedownload van CBS StatLine in mei 2021)

  • ICD-10-codes: G45, I60-I69
  • Cijfers zijn voorlopig
  • Het absolute aantal ziekenhuisopnamen is zichtbaar in de tabelweergave.

Aantal ziekenhuisopnamen beroerte neemt toe met leeftijd

In 2019 waren er 50.040 ziekenhuisopnamen voor beroerte in Nederland (mannen: 26.765 en vrouwen: 23.275). Dit aantal komt overeen met 2,9 opnamen per 1.000 personen (3,1 per 1.000 mannen en 2,7 per 1.000 vrouwen). Het aantal opnamen neemt toe met de leeftijd. In de lagere leeftijdsklassen is het aantal opnamen voor mannen en vrouwen ongeveer even hoog, maar vanaf de leeftijdsklasse van 50 tot en met 54 jaar is het aantal opnamen voor mannen hoger. 

Meer informatie

Datum publicatie

21-10-2021

Trend ziekenhuisopnamen beroerte

Ziekenhuisopnamen beroerte 1981-2019

JaarMannen Vrouwen Totaal Mannen (absoluut)Vrouwen (absoluut)Totaal (absoluut)
19811,71,51,6119411101322954
19821,71,61,7122891133123621
19831,81,61,7130371167224709
19841,91,71,8133151226925584
19851,91,71,8135881259126179
19861,91,71,8138211286526686
19871,81,71,8133431280026143
19881,81,71,8130301294825978
19891,81,71,7130221262625648
19901,81,71,7131071298926096
19911,81,81,8134471336026807
19921,81,81,8136721361827290
19931,91,81,9146151392228537
199421,81,9152161409029306
199521,91,9152371458629823
199621,91,9155441460030144
19972,11,92158861512331009
199821,91,9153441474630090
19991,91,81,9150731473529808
20001,91,81,8149161436929285
20011,91,81,8150011467429675
200221,91,9157921532931121
20032,11,92165031597932482
20042,22,12,1175371701834555
20052,32,22,2185491804236591
20062,42,22,3191211836937490
20072,32,22,3187441823636980
20082,42,22,3191181859537713
20092,42,32,4199711951939490
20102,62,52,5215882075742345
20112,72,52,6226832123043913
20122,82,52,6228472120844055
20132,82,52,6229352103543970
20142,92,62,7239552186545825
201532,62,8253502243047780
20163,12,72,9262952323549530
20173,12,72,9264652311049575
20183,12,62,8261252272048845
20193,12,72,9267652327550040

Bron: Landelijke Medische Registratie (1981-2012) en Landelijke Basisregistratie Ziekenhuiszorg (2013-2019). De cijfers zijn gedownload van CBS StatLine in mei 2021 en bewerkt door het RIVM.

  • ICD-9-codes: 430-438 (1981-2012); ICD-10-codes: G45, I60-I69 (2013-2019)
  • Cijfers over 2019 zijn voorlopig
  • Gestandaardiseerd naar de bevolking van Nederland in 2019
  • De absolute cijfers (niet gestandaardiseerd) zijn zichtbaar in de tabelweergave.

Ziekenhuisopnamen beroerte toegenomen 

In 2019 waren er 50.040 klinische ziekenhuisopnamen voor beroerte in Nederland (2,9 per 1.000 personen). Het totale aantal opnamen is toegenomen door de jaren heen. Het aantal opnamen voor mannen en vrouwen was ongeveer gelijk, maar sinds 2010 stijgt het aantal opnamen voor mannen meer dan voor vrouwen. De weergegeven trends zijn gecorrigeerd voor ontwikkelingen in de omvang en leeftijdssamenstelling van de bevolking (standaardisatie). Ook het absoluut aantal ziekenhuisopnamen (niet gestandaardiseerd) is toegenomen: voor mannen van 16.500 in 2003 naar 26.765 in 2019 en voor vrouwen van bijna 16.000 in 2003 naar 23.275 in 2019.

Meer informatie

Datum publicatie

21-10-2021

Verantwoording

Definities
  • Beroerte is een hersenbloeding of herseninfarct

    Beroerte, ook wel aangeduid met cerebrovasculair accident (CVA), omvat een verzameling ziektebeelden waarbij sprake is van een stoornis in de bloedvoorziening van de hersenen.

    • Bij een herseninfarct sluit een stolsel een bloedvat af dat een deel van de hersenen van bloed voorziet. Door de afsluiting krijgt het hersenweefsel onvoldoende zuurstof  en treedt een infarct op met als gevolg uitvalsverschijnselen.
    • Bij een TIA (transient ischaemic attack) is sprake van uitvalsverschijnselen door een tijdelijke afsluiting van een bloedvat in de hersenen of het oog. Als de bloedtoevoer zich tijdig herstelt, verdwijnen de uitvalsverschijnselen weer. Er zijn geen restverschijnselen, maar de kans op een herseninfarct is nadien wel verhoogd.
    • Bij een hersenbloeding scheurt een bloedvat waardoor er een bloeding optreedt. Als dit gebeurt in het hersenweefsel heet dit een intracerebrale bloeding, gebeurt dit tussen de hersenvliezen dan heet dit een subarachnoïdale bloeding.

    Ongeveer 80% van de beroertes berust op een herseninfarct, inclusief de TIA's, bij 15% van de beroertes is sprake van een intracerebrale bloeding en bij 5% van een subarachnoïdale bloeding (NHG-werkgroep Beroerte, 2018;de Boer et al., 2019;Hartstichting, 2015).

    Meer informatie

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. NHG-werkgroep Beroerte. NHG-standaard Beroerte. Utrecht: Nederlands Huisarten Genootschap; 2018. Bron
    2. de Boer AR, van Dis I, Visseren FLJ, Vaartjes I, Bots ML. Kerncijfers over hart- en vaatziekten. In: Hart- en vaatziekten in Nederland 2019, cijfers over incidentie, prevalentie, ziekte en sterfte. Den Haag: Hartstichting; 2019. Bron
    3. Hartstichting. Acute behandeling van beroertes. Hartstichting; 2015. Bron
Bronverantwoording
  • Huisartsenregistratie van beroerte

    Voor bepaling van de prevalentie en aantal nieuwe gevallen van beroerte in de huisartsenpraktijk (huidige situatie en trends) zijn de gegevens gebruikt van de NIVEL Zorgregistratie eerste lijn. Hiermee wordt geschat hoeveel mensen bij de huisarts bekend zijn in het betreffende jaar met beroerte (jaarprevalentie) en hoeveel nieuwe patiënten er in dat jaar bij zijn gekomen. Gebruikte ICPC-codes: voor beroerte ICPC-code K90 en voor TIA K89.

    Kenmerken van beroerte in de huisartsenpraktijk

    Beroerte (exclusief TIA) is een chronische aandoening. Veel patiënten liggen in het acute stadium lang in het ziekenhuis. Een huisarts herkent een beroerte in de regel goed en kan deze snel diagnosticeren. Als de huisarts ten onrechte de diagnose stelt, wordt na verloop van tijd wel duidelijk dat er geen sprake was van een beroerte. De registraties stellen de geregistreerde diagnose dan bij.

    Enige tijd na een beroerte zal de situatie mogelijk stabiel worden. Er is dan niet altijd meer contact met de huisarts vanwege de beroerte. Wel krijgen veel patiënten die een herseninfarct hebben gehad, regelmatig een (herhaal)recept voor bepaalde medicijnen, zoals plaatjesaggregatieremmers. Patiënten die langdurig belangrijke activiteiten niet meer kunnen verrichten, worden uiteindelijk opgenomen in een verpleeghuis.

  • Automatisch coderen bij CBS-doodsoorzakenstatistiek

    Met ingang van het statistiekjaar 2013 codeert het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) doodsoorzakenformulieren automatisch met behulp van het softwarepakket IRIS. Dit is een verschil met voorgaande jaren waarin doodsoorzakenformulieren handmatig werden verwerkt. Automatische codering brengt een betere internationale vergelijkbaarheid en reproduceerbaarheid van de gegevens met zich mee. Het veroorzaakt echter ook verschuivingen in doodsoorzaken. Daardoor zijn de sterftecijfers vanaf het jaar 2013 niet altijd goed vergelijkbaar met sterftecijfers uit eerdere jaren. Voor meer informatie over het automatisch coderen verwijzen wij naar vier artikelen van het CBS:

    • Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek (Harteloh et al., 2014)
    • Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen (Harteloh, 2014)
    • Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study (Harteloh, 2015)
    • Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013 (Harteloh, 2016)

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Harteloh PPM, van Hilten O, Kardaun JWPF. Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    2. Harteloh PPM. Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    3. Harteloh PPM. Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2015. Bron
    4. Harteloh PPM. Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2016. Bron
  • Tabel: Bronnen bij de cijfers over beroerte

    Bron Indicator in VZinfo Gepresenteerde populatie VZinfo Meer informatie
    Nivel Zorgregistraties eerste lijn

    Jaarprevalentie, aantal nieuwe gevallen

    Nederlandse bevolking NZR
    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Aantal sterfgevallen

    Nederlandse bevolking CBS Doodsoorzakenstatistiek
    Landelijke Medische Registratie (LMR)

    Klinische opnamedagen, klinische opnamen, gemiddelde opnameduur, dagbehandelingen
    met beroerte als hoofdontslagdiagnose

    Nederlandse bevolking LMR
    Kosten van Ziektenstudie Kosten van zorg voor beroerte Nederlandse bevolking Kosten van Ziekten database
    Eurostat Aantal sterfgevallen Europese bevolking Eurostat
Methoden
  • Regionaal versus landelijk gemiddelde

    Bij een onderwerp is het mogelijk dat het gemiddelde bij het hoofdstuk 'Cijfers & Context' verschilt van gemiddelde bij het hoofdstuk 'Regionaal & Internationaal'. Dit kan te maken hebben met: 

    • het niveau waarop de informatie geaggregeerd is (van wijkniveau tot landelijk niveau);

    • het presenteren van cijfers uit verschillende jaren;

    • het al dan niet combineren van cijfers van verschillende jaren (bijvoorbeeld een gemiddelde van drie jaren);
    • het kiezen van een verschillende standaard bij het presenteren van gestandaardiseerde gegevens.
  • Methoden en technieken

    Standaardisatie

    De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking verschillen per regio en land. Daarnaast treden in de loop van de tijd veranderingen op in de omvang en leeftijdsverdeling. Om ziekte- en sterftecijfers van verschillende regio’s en landen, of van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt hier rekening mee gehouden. Daarbij worden de cijfers gecorrigeerd voor deze verschillen of veranderingen in de bevolking. Hierbij wordt uitgegaan van de omvang en de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

    Indexatie

    Vooral bij de weergave van trends in de tijd zijn de trendcijfers vaak geïndexeerd. Een geïndexeerde trend laat ontwikkelingen in de tijd zien ten opzichte van een gekozen basisjaar. Dit gebeurt door de cijfers van alle jaren weer te geven als percentage van het cijfer in een gekozen basisjaar. Het cijfer in het basisjaar is gelijk gesteld aan 100(%). Indexatie maakt zichtbaar hoe groot de percentuele toe- of afname is ten opzichte van dat basisjaar. Door als basisjaar het eerste jaar in de grafiek te kiezen, kun je snel zien wat de verandering over de hele weergegeven periode is en ook of er grote verschillen zijn voor de onderscheiden groepen (mannen en vrouwen bijvoorbeeld).

    Indexatie kan ook gebruikt worden voor het weergeven van regionale verschillen. Hierbij wordt het landelijke cijfer bijvoorbeeld gelijk gesteld aan 100(%). Een regionaal cijfer boven of onder de 100 duidt erop dat het respectievelijk hoger of lager is dan het landelijke cijfer. Voorafgaand aan indexatie worden de cijfers vaak gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de populaties.

    Toetsing trends

    Toetsing van de trend heeft plaatsgevonden op ongestandaardiseerde data door middel van een logistische regressie, waarbij is gecorrigeerd is voor leeftijd en geslacht. Daarbij wordt getoetst of er een statistisch significante toe- of afname is met een significantieniveau (p-waarde) van 0,05. Vaak is onderscheid gemaakt naar trends in verschillende subpopulaties: mannen, vrouwen en leeftijdsgroepen. Daarnaast is getoetst of de trend voor mannen en vrouwen statistisch significant verschilt.
    De kans op het vinden van een toevallige significante uitkomst neemt toe met het aantal uitgevoerde toetsen. Om hiervoor te corrigeren is een Benjamini‐Hochberg‐correctie op de p‐waardes uitgevoerd.