Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

BeroerteCijfers & ContextTrends

Cijfers & Context

In 2018 overleden 9.213 personen aan een beroerte

Regionaal & Internationaal

Sterfte in Nederland relatief laag

Kosten

Zorguitgaven bijna 1,5 miljard euro in 2017

Preventie & Zorg

Bijna 50.000 klinische opnamen voor beroerte

Trend prevalentie beroerte

Jaarprevalentie beroerte 2011-2018

JaarMannenVrouwenMannen (absoluut)Vrouwen (absoluut)
2011100100179.900186.500
2012105106194.200201.100
2013104105198.200202.400
2014106106207.200208.100
2015111110221.300219.100
2016111112229.400228.100
2017114117240.500241.300
2018114118247.600248.700
  • ICPC-code K89 en K90
  • ​Gestandaardiseerd naar de bevolking van Nederland in 2011
  • Geïndexeerd (2011 is 100)
  • De absolute cijfers (niet-gestandaardiseerd) zijn zichtbaar in de tabelweergave.

Prevalentie beroerte laatste jaren constant

In de periode 2011-2018 is het aantal mensen met beroerte dat bekend was bij de huisarts (jaarprevalentie) licht gestegen, voor zowel mannen als vrouwen. Deze trend is gecorrigeerd voor veranderingen in de omvang en leeftijdsopbouw van de bevolking (standaardisatie).
Het per jaar geschatte en ongecorrigeerde aantal mensen met beroerte dat bekend was bij de huisarts is voor mannen toegenomen van 179.900 in 2011 naar 247.600 in 2018. Voor vrouwen is het aantal toegenomen van 186.500 in 2011 naar 248.700 in 2018.

Prevalentie beroerte ook tussen 1991 en 2014 gestegen

De gestandaardiseerde jaarprevalentie van beroerte is ook in de periode 1991-2014 gestegen. Voor mannen was de stijging groter dan voor vrouwen. Deze trend is gebaseerd op de huisartsen registraties FaMe-net en RNH-Limburg (zie: Trend jaarprevalentie en nieuwe gevallen beroerte 1991-2014 (PDF; 106 KB)).

Meer informatie

Datum publicatie

06-04-2020

Trend in sterfte door een beroerte

Trend sterfte beroerte 1980-2018

JaarMannenVrouwenMannen (absoluut)Vrouwen (absoluut)
19801001005.3036.737
198199985.3446.755
198296975.1826.946
198393925.0596.722
198493935.1487.020
198587884.8936.866
198687864.9356.889
198783834.7716.806
198884854.9147.162
198984844.9797.291
199082844.9317.461
199183845.0487.632
199281865.0007.926
199380845.0277.880
199478794.9947.601
199574784.7817.628
199673754.8317.482
199772744.7747.451
199870734.7507.443
199970744.8517.650
200067724.7307.545
200165694.6647.336
200266694.8707.473
200360654.5317.062
200456614.3416.748
200551574.0646.365
200648533.9286.048
200744493.7345.784
200841473.6155.653
200938463.4605.609
201037433.4885.425
201134403.3155.165
201233403.3025.222
201336433.7605.681
201435423.7315.652
201536413.9875.684
201634403.9395.591
201732383.7725.431
201831373.8095.404

Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek (gedownload van CBS StatLine in augustus 2019)

  • ICD-10-codes: I60-I69 en G45
  • Cijfers over 2018 zijn voorlopig
  • Gestandaardiseerd naar de bevolking van Nederland in 2018
  • Geïndexeerd (1980 = 100)
  • De absolute sterfte is zichtbaar in de tabelweergave
  • De sterftecijfers vanaf 2013 zijn minder goed vergelijkbaar met eerdere jaren, omdat het CBS is overgestapt van handmatig naar automatisch coderen (zie Verantwoording).

Sterfte aan beroerte gedaald

De sterfte aan beroerte is in de periode 1980-2018 sterk gedaald. Voor mannen was de daling over de gehele periode iets groter dan voor vrouwen, respectievelijk 69% en 63%. De weergegeven trends zijn gecorrigeerd voor ontwikkelingen in de omvang en leeftijdssamenstelling van de bevolking (standaardisatie).
De afname in de absolute sterfte (niet gestandaardiseerd) is veel kleiner. Voor mannen is de absolute sterfte gedaald van 5.303 in 1980 naar 3.809 in 2018 (afname 28%). Voor vrouwen is de absolute sterfte gedaald van 6.737 in 1980 naar 5.404 in 2018 (afname 20%).

Meer informatie

Datum publicatie

22-10-2019

Trend in ziekenhuissterfte

Daling ziekenhuissterfte beroerte

Het percentage patiënten met een beroerte dat overleed in het ziekenhuis daalde van 22,4% in 1980 tot 11,3% in 2007 voor mannen. Voor vrouwen daalde dit percentage van 22,6% in 1980 tot 12,1% in 2007. Vooral de daling in de laatste jaren is groot. De trend in de ziekenhuissterfte toont grote gelijkenis in de trend in ziekenhuisopnameduur. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat een deel van de patiënten naar een verpleeghuis wordt overgebracht voor ze de kans krijgt in het ziekenhuis te overlijden.

Toekomstige trend beroerte door demografische ontwikkelingen

Verwachte stijging aantal mensen met beroerte door alleen demografie

Op basis van uitsluitend demografisch ontwikkelingen zal het absoluut aantal mensen met beroerte (jaarprevalentie) in de periode 2015-2040 naar verwachting met 54% stijgen. De verwachte stijging bedraagt 59% voor mannen en 49% voor vrouwen. De toename zal groter of kleiner kunnen zijn door veranderingen in factoren die de kans op het ontstaan van een beroerte beïnvloeden (epidemiologische ontwikkelingen). De toekomstige trend op basis van epidemiologische ontwikkelingen is niet gekwantificeerd.

Meer informatie

Verantwoording

Definities
  • Beroerte is een hersenbloeding of herseninfarct

    Beroerte, ook wel aangeduid met cerebrovasculair accident (CVA), omvat een verzameling ziektebeelden waarbij sprake is van een stoornis in de bloedvoorziening van de hersenen.

    • Bij een herseninfarct sluit een stolsel een bloedvat af dat een deel van de hersenen van bloed voorziet. Door de afsluiting krijgt het hersenweefsel onvoldoende zuurstof  en treedt een infarct op met als gevolg uitvalsverschijnselen.
    • Bij een TIA (transient ischaemic attack) is sprake van uitvalsverschijnselen door een tijdelijke afsluiting van een bloedvat in de hersenen of het oog. Als de bloedtoevoer zich tijdig herstelt, verdwijnen de uitvalsverschijnselen weer. Er zijn geen restverschijnselen, maar de kans op een herseninfarct is nadien wel verhoogd.
    • Bij een hersenbloeding scheurt een bloedvat waardoor er een bloeding optreedt. Als dit gebeurt in het hersenweefsel heet dit een intracerebrale bloeding, gebeurt dit tussen de hersenvliezen dan heet dit een subarachnoïdale bloeding.

    Ongeveer 80% van de beroertes berust op een herseninfarct, inclusief de TIA's, bij 15% van de beroertes is sprake van een intracerebrale bloeding en bij 5% van een subarachnoïdale bloeding (NHG-werkgroep Beroerte, 2018;de Boer et al., 2019;Hartstichting, 2015).

    Meer informatie

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. NHG-werkgroep Beroerte. NHG-standaard Beroerte. Utrecht: Nederlands Huisarten Genootschap; 2018. Bron
    2. de Boer AR, van Dis I, Visseren FLJ, Vaartjes I, Bots ML. Kerncijfers over hart- en vaatziekten. In: Hart- en vaatziekten in Nederland 2019, cijfers over incidentie, prevalentie, ziekte en sterfte. Den Haag: Hartstichting; 2019. Bron
    3. Hartstichting. Acute behandeling van beroertes. Hartstichting; 2015. Bron
Bronverantwoording
  • Huisartsenregistratie van beroerte

    Voor bepaling van de prevalentie en aantal nieuwe gevallen van beroerte in de huisartsenpraktijk (huidige situatie en trends) zijn de gegevens gebruikt van de NIVEL Zorgregistratie eerste lijn. Hiermee wordt geschat hoeveel mensen bij de huisarts bekend zijn in het betreffende jaar met beroerte (jaarprevalentie) en hoeveel nieuwe patiënten er in dat jaar bij zijn gekomen. Gebruikte ICPC-codes: voor beroerte ICPC-code K90 en voor TIA K89.

    Kenmerken van beroerte in de huisartsenpraktijk

    Beroerte (exclusief TIA) is een chronische aandoening. Veel patiënten liggen in het acute stadium lang in het ziekenhuis. Een huisarts herkent een beroerte in de regel goed en kan deze snel diagnosticeren. Als de huisarts ten onrechte de diagnose stelt, wordt na verloop van tijd wel duidelijk dat er geen sprake was van een beroerte. De registraties stellen de geregistreerde diagnose dan bij.

    Enige tijd na een beroerte zal de situatie mogelijk stabiel worden. Er is dan niet altijd meer contact met de huisarts vanwege de beroerte. Wel krijgen veel patiënten die een herseninfarct hebben gehad, regelmatig een (herhaal)recept voor bepaalde medicijnen, zoals plaatjesaggregatieremmers. Patiënten die langdurig belangrijke activiteiten niet meer kunnen verrichten, worden uiteindelijk opgenomen in een verpleeghuis.

  • Beroerte: Landelijke Medische Registratie (LMR)

    Een deel van de personen die een beroerte krijgen en die niet in de acute fase overlijden, wordt opgenomen in een ziekenhuis. Informatie over ziekenhuisontslagen uit de LMR kan dus gebruikt worden als indicatie van de incidentie van beroerte. Gebruikte ICD-9-codes voor beroert zijn 430-438. 

    Bronnen en literatuur

    Bronnen

    1. LMR, Landelijke Medische Registratie. zorggegevens.nl
  • Automatisch coderen bij CBS-doodsoorzakenstatistiek

    Met ingang van het statistiekjaar 2013 codeert het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) doodsoorzakenformulieren automatisch met behulp van het softwarepakket IRIS. Dit is een verschil met voorgaande jaren waarin doodsoorzakenformulieren handmatig werden verwerkt. Automatische codering brengt een betere internationale vergelijkbaarheid en reproduceerbaarheid van de gegevens met zich mee. Het veroorzaakt echter ook verschuivingen in doodsoorzaken. Daardoor zijn de sterftecijfers vanaf het jaar 2013 niet altijd goed vergelijkbaar met sterftecijfers uit eerdere jaren. Voor meer informatie over het automatisch coderen verwijzen wij naar vier artikelen van het CBS:

    • Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek (Harteloh et al., 2014)
    • Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen (Harteloh, 2014)
    • Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study (Harteloh, 2015)
    • Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013 (Harteloh, 2016)

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Harteloh PPM, van Hilten O, Kardaun JWPF. Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    2. Harteloh PPM. Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    3. Harteloh PPM. Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2015. Bron
    4. Harteloh PPM. Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2016. Bron
  • Tabel: Bronnen bij de cijfers over beroerte

    Bron Indicator in VZinfo Gepresenteerde populatie VZinfo Meer informatie
    Nivel Zorgregistraties eerste lijn

    Jaarprevalentie, aantal nieuwe gevallen

    Nederlandse bevolking NZR
    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Aantal sterfgevallen

    Nederlandse bevolking CBS Doodsoorzakenstatistiek
    Landelijke Medische Registratie (LMR)

    Klinische opnamedagen, klinische opnamen, gemiddelde opnameduur, dagbehandelingen
    met beroerte als hoofdontslagdiagnose

    Nederlandse bevolking LMR
    Kosten van Ziektenstudie Kosten van zorg voor beroerte Nederlandse bevolking Kosten van Ziekten database
    Eurostat Aantal sterfgevallen Europese bevolking Eurostat
Methoden
  • Regionaal versus landelijk gemiddelde

    Bij een onderwerp is het mogelijk dat het gemiddelde bij het hoofdstuk 'Cijfers & Context' verschilt van gemiddelde bij het hoofdstuk 'Regionaal & Internationaal'. Dit kan te maken hebben met: 

    • het niveau waarop de informatie geaggregeerd is (van wijkniveau tot landelijk niveau);

    • het presenteren van cijfers uit verschillende jaren;

    • het al dan niet combineren van cijfers van verschillende jaren (bijvoorbeeld een gemiddelde van drie jaren);
    • het kiezen van een verschillende standaard bij het presenteren van gestandaardiseerde gegevens.
  • Methoden en technieken

    Standaardisatie

    De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking verschillen per regio en land. Daarnaast treden in de loop van de tijd veranderingen op in de omvang en leeftijdsverdeling. Om ziekte- en sterftecijfers van verschillende regio’s en landen, of van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt hier rekening mee gehouden. Daarbij worden de cijfers gecorrigeerd voor deze verschillen of veranderingen in de bevolking. Hierbij wordt uitgegaan van de omvang en de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

    Indexatie

    Vooral bij de weergave van trends in de tijd zijn de trendcijfers vaak geïndexeerd. Een geïndexeerde trend laat ontwikkelingen in de tijd zien ten opzichte van een gekozen basisjaar. Dit gebeurt door de cijfers van alle jaren weer te geven als percentage van het cijfer in een gekozen basisjaar. Het cijfer in het basisjaar is gelijk gesteld aan 100(%). Indexatie maakt zichtbaar hoe groot de percentuele toe- of afname is ten opzichte van dat basisjaar. Door als basisjaar het eerste jaar in de grafiek te kiezen, kun je snel zien wat de verandering over de hele weergegeven periode is en ook of er grote verschillen zijn voor de onderscheiden groepen (mannen en vrouwen bijvoorbeeld).

    Indexatie kan ook gebruikt worden voor het weergeven van regionale verschillen. Hierbij wordt het landelijke cijfer bijvoorbeeld gelijk gesteld aan 100(%). Een regionaal cijfer boven of onder de 100 duidt erop dat het respectievelijk hoger of lager is dan het landelijke cijfer. Voorafgaand aan indexatie worden de cijfers vaak gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de populaties.