Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

BeroerteCijfers & ContextTrends

Cijfers & Context

In 2017 overleden 9.180 personen aan een beroerte

Regionaal & Internationaal

Sterfte in Nederland relatief laag

Kosten

Kosten van zorg bijna 2,3 miljard euro in 2011

Preventie & Zorg

Ruim 44.000 klinische opnamen voor beroerte

Trend prevalentie beroerte

Jaarprevalentie van beroerte, 1991-2014

JaarFaMe-net, mannenFaMe-net, vrouwenRNH-Limburg, mannenRNH-Limburg, vrouwen
1991100100100100
1992101102112113
1993103107124125
1994103115129133
1995101117128141
1996100117128150
1997106117132161
1998109122138167
1999110129146175
2000110134150185
2001111136152189
2002113135156196
2003113138160202
2004116143166219
2005113141172225
2006114139177231
2007112127183241
2008114121188246
2009113114192247
2010113115195245
2011111118196249
2012109121198253
2013107123199256
2014107125202259

Prevalentie van beroerte gestegen

In de periode 1991-2014 is de jaarprevalentie van beroerte (exclusief TIA) toegenomen, maar er zijn verschillen tussen de twee gebruikte registraties. Het gaat hierbij om de gestandaardiseerde jaarprevalentie, dus onafhankelijk van de vergrijzing. Dit geldt zowel voor mannen als voor vrouwen. 

Meer informatie

Trend nieuwe gevallen beroerte

Nieuwe gevallen van beroerte, 1991-2014

JaarFaMe-net, mannenFaMe-net, vrouwenRNH-Limburg, mannenRNH-Limburg, vrouwen
1991100100100100
1992101114105102
199310213912498
199495145116107
199588137101109
19969112193121
1997103120105134
1998109148115140
1999103158119145
200090149108148
200188139102137
2002101137102142
2003117159106152
2004141157115172
2005112140121163
2006119119117151
20079092114156
200811194111143
20099182102129
2010938990109
2011759584107
20128010981106
20138210488106
20148210786104
  • De indexcijfers zijn gebaseerd op 3-jaars voortschrijdende gemiddelden
  • Gestandaardiseerd naar de bevolking van Nederland in 2010
  • Geïndexeerd (1991 is 100)
  • Beroerte: ICPC-code K90 (dus exlusief TIA: K89)

Aantal nieuwe gevallen van beroerte lijkt te dalen

Het patroon van het aantal nieuwe gevallen van beroerte is grillig, maar lijkt, na een lichte stijging tot 2004, de laatste jaren licht te dalen.
 

Meer informatie

Trend in sterfte door een beroerte

Trend sterfte beroerte 1980-2017

JaarMannenVrouwenMannen (absoluut)Vrouwen (absoluut)
19801001005.3036.737
198199975.3446.755
198296975.1826.946
198392925.0596.722
198493935.1487.020
198587884.8936.866
198687864.9356.889
198783834.7716.806
198884854.9147.162
198984844.9797.291
199082844.9317.461
199183845.0487.632
199281865.0007.926
199380845.0277.880
199478794.9947.601
199574784.7817.628
199673764.8317.482
199771744.7747.451
199869734.7507.443
199970744.8517.650
200067724.7307.545
200164694.6647.336
200265704.8707.473
200360654.5317.062
200456614.3416.748
200551574.0646.365
200648533.9286.048
200744493.7345.784
200841473.6155.653
200938463.4605.609
201037433.4885.425
201134403.3155.165
201233403.3025.222
201336423.7605.681
201434413.7315.652
201535413.9875.684
201634393.9395.591
201731383.7595.421

Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek (gedownload van CBS StatLine in juli 2018)

  • ICD-10-codes: I60-I69 en G45
  • Cijfers over 2017 zijn voorlopig
  • Gestandaardiseerd naar de bevolking van Nederland in 2010
  • Geïndexeerd (1980 = 100)
  • De absolute sterfte is zichtbaar in de tabelweergave
  • De sterftecijfers vanaf 2013 zijn minder goed vergelijkbaar met eerdere jaren, omdat het CBS is overgestapt van handmatig naar automatisch coderen (zie Verantwoording)

Sterfte aan beroerte gedaald

De sterfte aan beroerte is in de periode 1980-2017 sterk gedaald. Voor mannen was de daling over de gehele periode iets groter dan voor vrouwen, respectievelijk 69% en 62%. De weergegeven trends zijn gecorrigeerd voor ontwikkelingen in de omvang en leeftijdssamenstelling van de bevolking (standaardisatie).
De afname in de absolute sterfte (niet gestandaardiseerd) is veel kleiner. Voor mannen is de absolute sterfte gedaald van 5.303 in 1980 naar 3.795 in 2017 (afname 29%). Voor vrouwen is de absolute sterfte gedaald van 6.737 in 1980 naar 5.421 in 2017 (afname 20%).

Meer informatie

Trend in ziekenhuissterfte

Daling ziekenhuissterfte beroerte

Het percentage patiënten met een beroerte dat overleed in het ziekenhuis daalde van 22,4% in 1980 tot 11,3% in 2007 voor mannen. Voor vrouwen daalde dit percentage van 22,6% in 1980 tot 12,1% in 2007. Vooral de daling in de laatste jaren is groot. De trend in de ziekenhuissterfte toont grote gelijkenis in de trend in ziekenhuisopnameduur. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat een deel van de patiënten naar een verpleeghuis wordt overgebracht voor ze de kans krijgt in het ziekenhuis te overlijden.

Toekomstige trend beroerte door demografische ontwikkelingen

Verwachte stijging aantal mensen met beroerte door alleen demografie

Op basis van uitsluitend demografisch ontwikkelingen zal het absoluut aantal mensen met beroerte (jaarprevalentie) in de periode 2015-2040 naar verwachting met 54% stijgen. De verwachte stijging bedraagt 59% voor mannen en 49% voor vrouwen. De toename zal groter of kleiner kunnen zijn door veranderingen in factoren die de kans op het ontstaan van een beroerte beïnvloeden (epidemiologische ontwikkelingen). De toekomstige trend op basis van epidemiologische ontwikkelingen is niet gekwantificeerd.

Meer informatie

Verantwoording

Definities
  • Beroerte is een hersenbloeding of herseninfarct

    Beroerte, ook wel aangeduid met cerebrovasculaire aandoeningen/accidenten (CVA), omvat een verzameling ziektebeelden waarbij sprake is van een stoornis in de bloedvoorziening van de hersenen. De meest voorkomende aandoeningen zijn het herseninfarct en de hersenbloeding. Een herseninfarct wordt veroorzaakt door een afsluiting van een bloedvat. Een hersenbloeding of een subarachnoïdale bloeding wordt veroorzaakt door het openbarsten van een bloedvat.

    Beroertes kunnen worden onderscheiden in drie groepen van oorzaken (Bamford et al., 1990):

    • herseninfarct: beroerte ten gevolge van een afsluiting van een slagader die een deel van de hersenen van bloed voorziet. Ongeveer 75% van de beroertes berust op een herseninfarct, inclusief de TIA's (zie hierna).
    • hersenbloeding (ook wel intracerebrale bloeding genoemd): beroerte ten gevolge van een gescheurd bloedvat in of rond de hersenen: ongeveer 15% van de beroertes.
    • subarachnoïdale bloeding: bloeding in de ruimte tussen de hersenvliezen, net onder de schedel: 5% van de beroertes berust hierop.

    Een klein deel van de beroertes (5%) wordt veroorzaakt door zeldzame afwijkingen en deze groep wordt geclassificeerd als 'overige beroertes'.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Bamford JM, Sandercock PAG, Dennis M, Burn J, Warlow CP. A prospective study of acute cerebrovascular disease in the community: the Oxfordshire Community Stroke Project 1981-86. J Neurol Neurosurg Psychiatry. 1990;53(1):16-22. Pubmed
  • Herseninfarcten ingedeeld op grond van duur van de verschijnselen

    Herseninfarcten kunnen worden onderscheiden in een klinisch syndroom waarvan de verschijnselen langer dan 24 uur duren en in een klinisch syndroom waarvan de verschijnselen korter dan 24 uur duren. Dat laatste is een Transient Ischemic Attack (TIA) (Franke & Limburg, 2006). De plotselinge uitvalsverschijnselen bij een TIA zijn het gevolg van een tijdelijke afsluiting van de bloedsomloop in een deel van de hersenen of het netvlies in een oog. Als de bloedtoevoer zich herstelt, verdwijnen de uitvalsverschijnselen weer.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Franke CL, Limburg M. Handboek Cerebrovasculaire aandoeningen. Utrecht: De Tijdstroom; 2006. Bron
  • Onderliggende oorzaken van beroertes en TIA's zijn hetzelfde

    Beroertes en TIA's hebben dezelfde onderliggende oorzaken en dezelfde risico's op ernstige vasculaire gevolgen. Een TIA is in feite een klein herseninfarct. Ook vanuit het oogpunt van secundaire preventie (voorkómen van het optreden van een recidief) is er geen verschil tussen een TIA en een herseninfarct (Franke & Limburg, 2006), en ook aanvullend onderzoek is identiek.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Franke CL, Limburg M. Handboek Cerebrovasculaire aandoeningen. Utrecht: De Tijdstroom; 2006. Bron
Bronverantwoording
  • Huisartsenregistratie van beroerte

    Voor bepaling van de prevalentie en aantal nieuwe gevallen van beroerte in de huisartsenpraktijk zijn de gegevens gebruikt van de NIVEL Zorgregistratie eerste lijn. Hiermee wordt geschat hoeveel mensen bij de huisarts bekend zijn in het betreffende jaar met beroerte (jaarprevalentie) en hoeveel nieuwe patiënten er in dat jaar bij zijn gekomen. Voor de beschrijving van de trend in prevalentie en aantal nieuwe gevallen van beroerte is gebruik gemaakt van twee andere huisartsenregistraties: FaMe-net en RNH-Limburg. Deze twee registraties registreren al meer dan twintig jaar het voorkomen van ziekten in de huisartsenpraktijk. Omdat NIVEL Zorgregistraties eerste lijn over een kortere periode gegevens heeft, is er voor gekozen om deze niet te gebruiken voor de beschrijving van de trends.

    Gebruikte ICPC-codes: voor beroerte ICPC-code K90 en voor TIA K89.

    Kenmerken van beroerte in de huisartsenpraktijk

    Beroerte (exclusief TIA) is een chronische aandoening. Veel patiënten liggen in het acute stadium lang in het ziekenhuis. Een huisarts herkent een beroerte in de regel goed en kan deze snel diagnosticeren. Als de huisarts ten onrechte de diagnose stelt, wordt na verloop van tijd wel duidelijk dat er geen sprake was van een beroerte. De registraties stellen de geregistreerde diagnose dan bij.

    Enige tijd na een beroerte zal de situatie mogelijk stabiel worden. Er is dan niet altijd meer contact met de huisarts vanwege de beroerte. Wel krijgen veel patiënten die een herseninfarct hebben gehad, regelmatig een (herhaal)recept voor bepaalde medicijnen, zoals plaatjesaggregatieremmers. Patiënten die langdurig belangrijke activiteiten niet meer kunnen verrichten, worden uiteindelijk opgenomen in een verpleeghuis.

    Bronnen en literatuur

    Bronnen

    1. FaMe-net, Family Medicine Network. zorggegevens.nl
    2. RNH, Registratienet Huisartspraktijken Limburg / Research Network Family Medicine (RNFM) Maastricht. zorggegevens.nl
    3. NIVEL Zorgregistraties eerste lijn, NIVEL Zorgregistraties. zorggegevens.nl
  • Beroerte: Landelijke Medische Registratie (LMR)

    Een deel van de personen die een beroerte krijgen en die niet in de acute fase overlijden, wordt opgenomen in een ziekenhuis. Informatie over ziekenhuisontslagen uit de LMR kan dus gebruikt worden als indicatie van de incidentie van beroerte. Gebruikte ICD-9-codes voor beroert zijn 430-438. 

    Bronnen en literatuur

    Bronnen

    1. LMR, Landelijke Medische Registratie. zorggegevens.nl
  • Automatisch coderen bij CBS-doodsoorzakenstatistiek

    Met ingang van het statistiekjaar 2013 codeert het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) doodsoorzakenformulieren automatisch met behulp van het softwarepakket IRIS. Dit is een verschil met voorgaande jaren waarin doodsoorzakenformulieren handmatig werden verwerkt. Automatische codering brengt een betere internationale vergelijkbaarheid en reproduceerbaarheid van de gegevens met zich mee. Het veroorzaakt echter ook verschuivingen in doodsoorzaken. Daardoor zijn de sterftecijfers vanaf het jaar 2013 niet altijd goed vergelijkbaar met sterftecijfers uit eerdere jaren. Voor meer informatie over het automatisch coderen verwijzen wij naar vier artikelen van het CBS:

    • Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek (Harteloh et al., 2014)
    • Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen (Harteloh, 2014)
    • Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study (Harteloh, 2015)
    • Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013 (Harteloh, 2016)

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Harteloh PPM, van Hilten O, Kardaun JWPF. Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    2. Harteloh PPM. Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    3. Harteloh PPM. Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2015. Bron
    4. Harteloh PPM. Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2016. Bron
  • Tabel: Bronnen bij de cijfers over beroerte

    Bron Indicator in VZinfo Gepresenteerde populatie VZinfo Meer informatie
    Nivel Zorgregistraties eerste lijn

    Jaarprevalentie, aantal nieuwe gevallen

    Nederlandse bevolking NZR
    FaMe-net

    Jaarprevalentie, aantal nieuwe gevallen

    Nederlandse bevolking FaMe-net 
    RNH-Limburg Jaarprevalentie, aantal nieuwe gevallen Nederlandse bevolking RNH-Limburg
    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Aantal sterfgevallen

    Nederlandse bevolking CBS Doodsoorzakenstatistiek
    Landelijke Medische Registratie (LMR)

    Klinische opnamedagen, klinische opnamen, gemiddelde opnameduur, dagbehandelingen
    met beroerte als hoofdontslagdiagnose

    Nederlandse bevolking LMR
    Kosten van Ziektenstudie Kosten van zorg voor beroerte Nederlandse bevolking Kosten van Ziekten database
    Eurostat Aantal sterfgevallen Europese bevolking Eurostat
Methoden
  • Regionaal versus landelijk gemiddelde

    Bij een onderwerp is het mogelijk dat het gemiddelde bij het hoofdstuk 'Cijfers & Context' verschilt van gemiddelde bij het hoofdstuk 'Regionaal & Internationaal'. Dit kan te maken hebben met: 

    • het niveau waarop de informatie geaggregeerd is (van wijkniveau tot landelijk niveau);

    • het presenteren van cijfers uit verschillende jaren;

    • het al dan niet combineren van cijfers van verschillende jaren (bijvoorbeeld een gemiddelde van drie jaren);
    • het kiezen van een verschillende standaard bij het presenteren van gestandaardiseerde gegevens.
  • Methoden en technieken

    Standaardisatie

    De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking verschillen per regio en land. Daarnaast treden in de loop van de tijd veranderingen op in de omvang en leeftijdsverdeling. Om ziekte- en sterftecijfers van verschillende regio’s en landen, of van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt hier rekening mee gehouden. Daarbij worden de cijfers gecorrigeerd voor deze verschillen of veranderingen in de bevolking. Hierbij wordt uitgegaan van de omvang en de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

    Indexatie

    Vooral bij de weergave van trends in de tijd zijn de trendcijfers vaak geïndexeerd. Een geïndexeerde trend laat ontwikkelingen in de tijd zien ten opzichte van een gekozen basisjaar. Dit gebeurt door de cijfers van alle jaren weer te geven als percentage van het cijfer in een gekozen basisjaar. Het cijfer in het basisjaar is gelijk gesteld aan 100(%). Indexatie maakt zichtbaar hoe groot de percentuele toe- of afname is ten opzichte van dat basisjaar. Door als basisjaar het eerste jaar in de grafiek te kiezen, kun je snel zien wat de verandering over de hele weergegeven periode is en ook of er grote verschillen zijn voor de onderscheiden groepen (mannen en vrouwen bijvoorbeeld).

    Indexatie kan ook gebruikt worden voor het weergeven van regionale verschillen. Hierbij wordt het landelijke cijfer bijvoorbeeld gelijk gesteld aan 100(%). Een regionaal cijfer boven of onder de 100 duidt erop dat het respectievelijk hoger of lager is dan het landelijke cijfer. Voorafgaand aan indexatie worden de cijfers vaak gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de populaties.