Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

BeroerteCijfers & ContextHuidige situatie

Cijfers & Context

In 2019 overleden 9.334 personen aan een beroerte

Regionaal & Internationaal

Sterfte in Nederland relatief laag

Kosten

Zorguitgaven bijna 1,5 miljard euro in 2017

Preventie & Zorg

Bijna 50.000 klinische opnamen voor beroerte

Prevalentie en nieuwe gevallen beroerte in huisartsenpraktijk

Beroerte naar type in 2019

 

Nieuwe gevallen

Jaarprevalentie

 

Mannen

Vrouwen

Mannen

Vrouwen

Per 1.000 personen

TIA, passagère cerebrale ischemie (K89)

3,3

3,5

9,4

9,9

Overige beroerte (K90)

2,3

2,2

21,2

19,6

Beroerte (K89, K90)

   

29,4

28,4

         

Absolute aantallen

TIA, passagère cerebrale ischemie (K89)

28.700

30.300

81.300

86.600

Overige beroerte (K90)

19.700

18.800

182.700

171.500

Beroerte (K89, K90)

   

253.100

247.500

  • ICPC-codes K89 en K90
     
Deze cijfers zijn ook onderdeel van

Naar schatting 500.600 mensen met een beroerte

In 2019 waren er naar schatting 500.600 mensen met een beroerte (inclusief TIA), 253.100 mannen en 247.500 vrouwen (jaarprevalentie). Dat zijn 29,4 per 1.000 mannen en 28,4 per 1.000 vrouwen. De jaarprevalentie betreft alle mensen die ergens in het jaar 2019 bekend waren bij de huisarts voor beroerte. Deze mensen hoeven niet allemaal in 2019 contact te hebben gehad met de huisarts voor beroerte. Mensen in een verpleeghuis zijn in deze schattingen niet opgenomen.

Huisartsencijfers lager dan zelfgerapporteerde cijfers

In 2019 zei 3,4% van de mensen van 12 jaar en ouder in Nederland ooit een beroerte, hersenbloeding of herseninfarct te hebben gehad. Dit blijkt uit gegevens gepresenteerd door het CBS (CBS-Gezondheidsenquête). Het percentage mensen dat zelf aangeeft ooit een beroerte, hersenbloeding of herseninfarct te hebben gehad, is hoger dan de (jaar)prevalentie op basis van registratie door de huisarts. Dit verschil is te verklaren doordat:

  • de informatie uit de Gezondheidsenquête via zelfrapportage is verkregen, en de diagnose dus niet per se gesteld is door de (huis)arts;
  • in huisartsenregistraties worden alleen beroertes meegeteld waarvoor de patiënt contact heeft gehad met de huisarts of waarover de huisarts van de neuroloog een bericht heeft ontvangen.

Ongeveer 59.000 nieuwe patiënten met een  TIA  in 2019

In 2019 kwamen er ongeveer 59.000 nieuwe patiënten met een TIA bij: 28.700 mannen en 20.300 vrouwen. Het aantal nieuwe gevallen voor overige beroerten is 38.500 in 2019: 19.700 mannen en 18.800 vrouwen. Deze schatting is gebaseerd op de NIVEL Zorgregistratie eerste lijn. Mensen in een verpleeghuis zijn in deze schattingen niet opgenomen. 

Meer informatie

Prevalentie beroerte in huisartsenpraktijk naar leeftijd en geslacht

Beroerte vaker bij mannen en bij ouderen

In 2019 waren er naar schatting 500.600 mensen met een beroerte (jaarprevalentie, inclusief TIA). In de verschillende leeftijdsklassen zijn er relatief meer mannen dan vrouwen met een beroerte. De prevalentie neemt sterk toe met de leeftijd. Bij personen jonger dan 55 jaar komen beroertes relatief gezien weinig voor. De jaarprevalentie betreft alle mensen die ergens in het jaar 2019 bekend waren bij de huisarts voor beroerte. Deze mensen hoeven niet allemaal in 2019 contact te hebben gehad met de huisarts voor beroerte.

​Meer informatie

Verantwoording

Definities
  • Beroerte is een hersenbloeding of herseninfarct

    Beroerte, ook wel aangeduid met cerebrovasculair accident (CVA), omvat een verzameling ziektebeelden waarbij sprake is van een stoornis in de bloedvoorziening van de hersenen.

    • Bij een herseninfarct sluit een stolsel een bloedvat af dat een deel van de hersenen van bloed voorziet. Door de afsluiting krijgt het hersenweefsel onvoldoende zuurstof  en treedt een infarct op met als gevolg uitvalsverschijnselen.
    • Bij een TIA (transient ischaemic attack) is sprake van uitvalsverschijnselen door een tijdelijke afsluiting van een bloedvat in de hersenen of het oog. Als de bloedtoevoer zich tijdig herstelt, verdwijnen de uitvalsverschijnselen weer. Er zijn geen restverschijnselen, maar de kans op een herseninfarct is nadien wel verhoogd.
    • Bij een hersenbloeding scheurt een bloedvat waardoor er een bloeding optreedt. Als dit gebeurt in het hersenweefsel heet dit een intracerebrale bloeding, gebeurt dit tussen de hersenvliezen dan heet dit een subarachnoïdale bloeding.

    Ongeveer 80% van de beroertes berust op een herseninfarct, inclusief de TIA's, bij 15% van de beroertes is sprake van een intracerebrale bloeding en bij 5% van een subarachnoïdale bloeding (NHG-werkgroep Beroerte, 2018;de Boer et al., 2019;Hartstichting, 2015).

    Meer informatie

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. NHG-werkgroep Beroerte. NHG-standaard Beroerte. Utrecht: Nederlands Huisarten Genootschap; 2018. Bron
    2. de Boer AR, van Dis I, Visseren FLJ, Vaartjes I, Bots ML. Kerncijfers over hart- en vaatziekten. In: Hart- en vaatziekten in Nederland 2019, cijfers over incidentie, prevalentie, ziekte en sterfte. Den Haag: Hartstichting; 2019. Bron
    3. Hartstichting. Acute behandeling van beroertes. Hartstichting; 2015. Bron
Bronverantwoording
  • Huisartsenregistratie van beroerte

    Voor bepaling van de prevalentie en aantal nieuwe gevallen van beroerte in de huisartsenpraktijk (huidige situatie en trends) zijn de gegevens gebruikt van de NIVEL Zorgregistratie eerste lijn. Hiermee wordt geschat hoeveel mensen bij de huisarts bekend zijn in het betreffende jaar met beroerte (jaarprevalentie) en hoeveel nieuwe patiënten er in dat jaar bij zijn gekomen. Gebruikte ICPC-codes: voor beroerte ICPC-code K90 en voor TIA K89.

    Kenmerken van beroerte in de huisartsenpraktijk

    Beroerte (exclusief TIA) is een chronische aandoening. Veel patiënten liggen in het acute stadium lang in het ziekenhuis. Een huisarts herkent een beroerte in de regel goed en kan deze snel diagnosticeren. Als de huisarts ten onrechte de diagnose stelt, wordt na verloop van tijd wel duidelijk dat er geen sprake was van een beroerte. De registraties stellen de geregistreerde diagnose dan bij.

    Enige tijd na een beroerte zal de situatie mogelijk stabiel worden. Er is dan niet altijd meer contact met de huisarts vanwege de beroerte. Wel krijgen veel patiënten die een herseninfarct hebben gehad, regelmatig een (herhaal)recept voor bepaalde medicijnen, zoals plaatjesaggregatieremmers. Patiënten die langdurig belangrijke activiteiten niet meer kunnen verrichten, worden uiteindelijk opgenomen in een verpleeghuis.

  • Beroerte: Landelijke Medische Registratie (LMR)

    Een deel van de personen die een beroerte krijgen en die niet in de acute fase overlijden, wordt opgenomen in een ziekenhuis. Informatie over ziekenhuisontslagen uit de LMR kan dus gebruikt worden als indicatie van de incidentie van beroerte. Gebruikte ICD-9-codes voor beroert zijn 430-438. 

    Bronnen en literatuur

    Bronnen

    1. LMR, Landelijke Medische Registratie. zorggegevens.nl
  • Automatisch coderen bij CBS-doodsoorzakenstatistiek

    Met ingang van het statistiekjaar 2013 codeert het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) doodsoorzakenformulieren automatisch met behulp van het softwarepakket IRIS. Dit is een verschil met voorgaande jaren waarin doodsoorzakenformulieren handmatig werden verwerkt. Automatische codering brengt een betere internationale vergelijkbaarheid en reproduceerbaarheid van de gegevens met zich mee. Het veroorzaakt echter ook verschuivingen in doodsoorzaken. Daardoor zijn de sterftecijfers vanaf het jaar 2013 niet altijd goed vergelijkbaar met sterftecijfers uit eerdere jaren. Voor meer informatie over het automatisch coderen verwijzen wij naar vier artikelen van het CBS:

    • Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek (Harteloh et al., 2014)
    • Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen (Harteloh, 2014)
    • Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study (Harteloh, 2015)
    • Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013 (Harteloh, 2016)

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Harteloh PPM, van Hilten O, Kardaun JWPF. Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    2. Harteloh PPM. Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    3. Harteloh PPM. Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2015. Bron
    4. Harteloh PPM. Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2016. Bron
  • Tabel: Bronnen bij de cijfers over beroerte

    Bron Indicator in VZinfo Gepresenteerde populatie VZinfo Meer informatie
    Nivel Zorgregistraties eerste lijn

    Jaarprevalentie, aantal nieuwe gevallen

    Nederlandse bevolking NZR
    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Aantal sterfgevallen

    Nederlandse bevolking CBS Doodsoorzakenstatistiek
    Landelijke Medische Registratie (LMR)

    Klinische opnamedagen, klinische opnamen, gemiddelde opnameduur, dagbehandelingen
    met beroerte als hoofdontslagdiagnose

    Nederlandse bevolking LMR
    Kosten van Ziektenstudie Kosten van zorg voor beroerte Nederlandse bevolking Kosten van Ziekten database
    Eurostat Aantal sterfgevallen Europese bevolking Eurostat
Methoden
  • Regionaal versus landelijk gemiddelde

    Bij een onderwerp is het mogelijk dat het gemiddelde bij het hoofdstuk 'Cijfers & Context' verschilt van gemiddelde bij het hoofdstuk 'Regionaal & Internationaal'. Dit kan te maken hebben met: 

    • het niveau waarop de informatie geaggregeerd is (van wijkniveau tot landelijk niveau);

    • het presenteren van cijfers uit verschillende jaren;

    • het al dan niet combineren van cijfers van verschillende jaren (bijvoorbeeld een gemiddelde van drie jaren);
    • het kiezen van een verschillende standaard bij het presenteren van gestandaardiseerde gegevens.
  • Methoden en technieken

    Standaardisatie

    De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking verschillen per regio en land. Daarnaast treden in de loop van de tijd veranderingen op in de omvang en leeftijdsverdeling. Om ziekte- en sterftecijfers van verschillende regio’s en landen, of van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt hier rekening mee gehouden. Daarbij worden de cijfers gecorrigeerd voor deze verschillen of veranderingen in de bevolking. Hierbij wordt uitgegaan van de omvang en de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

    Indexatie

    Vooral bij de weergave van trends in de tijd zijn de trendcijfers vaak geïndexeerd. Een geïndexeerde trend laat ontwikkelingen in de tijd zien ten opzichte van een gekozen basisjaar. Dit gebeurt door de cijfers van alle jaren weer te geven als percentage van het cijfer in een gekozen basisjaar. Het cijfer in het basisjaar is gelijk gesteld aan 100(%). Indexatie maakt zichtbaar hoe groot de percentuele toe- of afname is ten opzichte van dat basisjaar. Door als basisjaar het eerste jaar in de grafiek te kiezen, kun je snel zien wat de verandering over de hele weergegeven periode is en ook of er grote verschillen zijn voor de onderscheiden groepen (mannen en vrouwen bijvoorbeeld).

    Indexatie kan ook gebruikt worden voor het weergeven van regionale verschillen. Hierbij wordt het landelijke cijfer bijvoorbeeld gelijk gesteld aan 100(%). Een regionaal cijfer boven of onder de 100 duidt erop dat het respectievelijk hoger of lager is dan het landelijke cijfer. Voorafgaand aan indexatie worden de cijfers vaak gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de populaties.