Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

BeroepsziektenCijfers & ContextDiagnosecategorie

Cijfers & Context

4.100 sterfgevallen aan beroepsziekten in 2015

Regionaal & Internationaal

Werkgebonden klachten in NL boven EU-gemiddelde

Kosten

Niet beschikbaar

Preventie & Zorg

Preventie richten op verschillende factoren

Incidentie beroepsziekten naar diagnosecategorie

Geschatte incidentie van beroepsziekten per diagnosecategorie

Aandoeningen Incidentiea Incidentieb Incidentiec
Gehoorproblemen 2.300 7.000 3.000
Overspannenheid/burn-out 4.600 79.000 65.300
Depressie                  - 26.000 24.000
PTSS                  - 5.200 8.900
RSI  2.300 53.800 99.400
Lage rugaandoening                  - 42.400 52.900
Heupartrose                  - 6.300 5.800
Knieartrose                   - 12.800 12.900
Contacteczeem                  - 5.800 132.200
Astma                  - 2.700 13.400
COPD                  - 1.800 10.000
Infectieziekten 500 2.900                 -
Kanker                 - 1.300 1.300

 

a Beroepsziekten gemeld door bedrijfsarts; incidentie (aantal personen) op basis van Peilstation Intensief Melden (PIM) 2015 (NCvB).
b Zelfgerapporteerde beroepsziekten; incidentie (aantal personen) op basis van NEA 2014 (TNO).
c Incidentie (aantal gevallen) op basis van VZ-registraties.
- Aantallen op basis van PIM te laag om te rapporteren, aantal op basis van VZ-registraties niet bekend.

 

Overspannenheid grootste aandeel van beroepsziekten

Overspannenheid en burn-out werden 4.600 keer als beroepsziekte geregistreerd binnen het Peilstation Intensief Melden (PIM, 2015). Daarmee vormen zij het grootste aandeel (35%) van het totaal aantal verwachte beroepsziekten (13.000). Overspannenheid werd ook door werknemers het meest frequent gerapporteerd; 79.000 van het in totaal 272.500 aantal meldingen (Hooftman et al., 2015). Daarnaast werden ook RSI klachten (53.800) en lage rugaandoeningen (42.400) vaak genoemd (Hooftman et al., 2015; TNO, 2016). Volgens RIVM-schattingen is contacteczeem (132.200) de beroepsziekte die het vaakst voorkomt, gevolgd door RSI (99.400) en overspannenheid (65.300) (VZ-registraties; NCvB, 2016; TNO, 2016).

Aandoeningen van het bewegingsapparaat meest genoemde beroepsziekte

Aandoeningen van het bewegingsapparaat (1,7% van de totale werknemerspopulatie, ruim 113.000 werknemers) en psychische aandoeningen (1,4%, bijna 94.000 werknemers) zijn categorieën beroepsziekten die in enquêtes verreweg het meest genoemd worden (TNO, 2016). Ook uit de VZ-registraties blijkt dat klachten van het bewegingsapparaat vaker voorkomen dan psychische aandoeningen. Dit kan erop duiden dat klachten van het bewegingsapparaat mogelijk als minder ernstig worden ervaren en werknemers daarmee minder snel naar de bedrijfsarts gaan dan met psychische klachten (TNO, 2016). 

Meer informatie

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Hooftman WE, Mars GMJ, Janssen B, de Vroome EMM, van den Bossche SNJ. Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden 2014: Methodologie en globale resultaten. Leiden: TNO; 2015. Bron
  2. TNO. Arbobalans 2016: Kwaliteit van de arbeid, effecten en maatregelen in Nederland. Leiden: TNO; 2016. Bron
  3. NCvB. Beroepsziekten in Cijfers 2016. Amsterdam: Nederlands Centrum voor Beroepsziekten (NCvB); 2016. Bron

Meldingen van werkgebonden kanker

Meldingen van werkgebonden kanker, 2015

 

Aantal meldingen

Kanker van de huid en adnexen

8

Mesothelioom

5

Longkanker

3

Blaaskanker

3

Kanker van de neus en bijholten

2

Maligne melanoom

1

Borstkanker

1

Leukemie

0

Totaal

23

Bron: NCvB, 2016

Werkgebonden kanker vaak onopgemerkt

Nieuwe gevallen van werkgebonden kanker worden vaak niet opgemerkt door de bedrijfsarts. Dit komt doordat na blootstelling aan de kankerverwekkende stof vaak tientallen jaren verstrijken voordat de kanker tot uiting komt. In 2015 werden er 23 meldingen van werkgebonden kanker geregistreerd, waarvan 8 gevallen van huidkanker en 5 gevallen van mesothelioom (NCvB, 2016).

Meer informatie

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. NCvB. Beroepsziekten in Cijfers 2016. Amsterdam: Nederlands Centrum voor Beroepsziekten (NCvB); 2016. Bron

Aantal werknemers met burn-out-klachten

Ongeveer 1,3 miljoen werknemers hebben hoog risico op burn-out-klachten 

Van alle werknemers 

  • heeft 19 % (ongeveer 1,3 miljoen personen) naar eigen zeggen te maken met een mix van hoge taakeisen en lage autonomie. Daarmee is er een theoretisch hoger risico op burn-out-klachten. Gebaseerd op vragen naar blootstelling aan risico’s in de NEA 2015 (Hooftman et al., 2016).
  • heeft 13 % (ongeveer 910.000 personen) een hoger risico op het ontwikkelen van een daadwerkelijke burn-out; aangegeven door werknemers op een gevalideerde burn-outschaal in de NEA 2015. Bij een niveau van burn-out-klachten boven een wetenschappelijk vastgestelde grenswaarde bestaat een hoger risico op het ontwikkelen van een daadwerkelijke burn-out (Hooftman et al., 2016).
  • heeft 1,2 % (79.000 personen) naar eigen zeggen een door een arts als burn-out vastgestelde aandoening. Gebaseerd op de module Beroepsziekten in de NEA 2014, dus zelfgerapporteerd (Hooftman et al., 2015).
  • heeft 0,9 % (65.000 personen) op basis van medische registraties een burn-out. Op basis van een schatting door het RIVM van het werkgerelateerde deel van in 2013 in VZ-registraties opgenomen veel voorkomende ziekten.
  • heeft 0,07 % (4.600 personen) een door bedrijfsartsen gediagnosticeerde burn-out. Gebaseerd op meldingen door bedrijfsartsen aan het Peilstation Intensief Melden (PIM) van het NCvB in 2015 (PIM, 2015).

(cijfers betreffen incidentie)

Meer informatie

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Hooftman WE, Mars GMJ, Janssen B, de Vroome EMM, Janssen BJM, Michiels JEM, et al. Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden 2015: Methodologie en globale resultaten. Leiden / Heerlen: TNO / CBS; 2016. Bron
  2. Hooftman WE, Mars GMJ, Janssen B, de Vroome EMM, van den Bossche SNJ. Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden 2014: Methodologie en globale resultaten. Leiden: TNO; 2015. Bron

Aantal werknemers met werkgerelateerde luchtwegziekten

Ongeveer half miljoen werknemers heeft vaak te maken met inademen van gevaarlijke stoffen 

Van alle werknemers

  • heeft 7,3 % (ongeveer 0,5 miljoen personen) naar eigen zeggen vaak of altijd te maken met het inademen van (gevaarlijke) stoffen tijdens hun werkzaamheden. Daarmee is er een theoretisch hoger risico op long- en luchtwegziekten. Gebaseerd op vragen uit de NEA 2015 (Hooftman et al., 2017).
  • heeft 1,9% (131.100 personen) de laatste keer op het werk verzuimd door klachten aan de luchtwegen (Hooftman et al., 2017).
  • heeft 0,3% (23.400 personen) op basis van medische registraties een long- of luchtwegaandoening. Op basis van een schatting door het RIVM van het werkgerelateerde deel van in 2013 in VZ-registraties opgenomen veel voorkomende ziekten.
  • heeft <0,01% (26 personen) een door bedrijfsartsen gediagnosticeerde long- of luchtwegaandoening. Gebaseerd op meldingen door bedrijfsartsen aan het Peilstation Intensief Melden (PIM) van het NCvB in 2015 (PIM, 2015).

(cijfers betreffen incidentie)

Meer informatie

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Hooftman WE, Mars GMJ, Janssen B, de Vroome EMM, Pleijers AJSF, Michiels JJM, et al. Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden 2016: Methodologie en globale resultaten. Leiden / Heerlen: TNO / CBS; 2017. Bron

Verantwoording

Definities
  • Beroepsziekten

    Beroepsziekten worden veroorzaakt door werk of arbeidsomstandigheden

    Beroepsziekten zijn aandoeningen die in hoofdzaak worden veroorzaakt door werk of arbeidsomstandigheden. Het betreft een diverse groep van ziekten, dus niet één specifieke ziekte. Dit maakt het moeilijker om het aantal mensen met een beroepsziekte te kunnen schatten.
    Beroepsziekte wordt op verschillende manieren gedefinieerd. Een beroepsziekte is in de Arbowet gedefinieerd als ‘een ziekte of aandoening als gevolg van een belasting die in overwegende mate in arbeid of arbeidsomstandigheden heeft plaatsgevonden’. Beroepsziekten treffen niet alleen werkenden, maar kunnen zich ook pas openbaren na het werkzame leven. Het gevolg is dat een deel van de beroepsziekten niet terugkomt in de gegevens over de werkzame beroepsbevolking. De cijfers in VZInfo zijn gebaseerd op verschillende bronnen, elk met een eigen operationalisatie van beroepsziekten. De operationalisatie geeft inzicht in de manier waarop gegevens uit deze bronnen zijn verzameld met vermelding van de voor- en nadelen (Zie: Bronverantwoording).

    Verschillende definities van beroepsziekten worden gehanteerd

    De keuze voor een definitie is afhankelijk van de context waarin, en het doel waarvoor de definitie wordt gebruikt. Andere veelgebruikte definities, naast de in deze bijdrage gebruikte definitie, zijn:

    • De wettelijke definitie is: ’Een ziekte of aandoening als gevolg van een belasting die in overwegende mate in arbeid of arbeidsomstandigheden heeft plaatsgevonden’. De definitie van het NCvB sluit hierbij aan (www.wetten.overheid.nl).
    • Juridisch-verzekeringsgeneeskundige definities worden gebruikt bij aansprakelijkheidskwesties of compensatieregelingen (voor uitkeringen). De criteria zijn streng. Binnen deze definities vallen bijna uitsluitend klassieke beroepsziekten zoals mesothelioom en lawaaislechthorendheid. Er is sprake van een exclusieve relatie tussen (één) oorzaak en (één) aandoening.
    • Bedrijfsgezondheidskundige definities zijn gericht op het vaststellen van een relatie tussen aandoening en arbeid en hebben een preventief doel. Ze zijn ruimer geformuleerd. Men spreekt hierbij wel van werkgebonden aandoeningen. Aandoeningen met meer dan één oorzaak kunnen ook als werkgebonden worden aangemerkt. Conform het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten (NCvB) wordt beroepsziekte gedefinieerd als: 'Een klinisch waarneembare aandoening die in overwegende mate door het werk of arbeidsomstandigheden is veroorzaakt'. Of anders geformuleerd: 'Gezondheidsschade die er niet zou zijn geweest als de werkzaamheden niet zouden zijn uitgevoerd'. Deze definitie heeft een expliciet preventief doel en kent hierdoor criteria om vast te stellen in welke mate werk of arbeidsomstandigheden de oorzaak is. 

    Indeling beroepsziekten op basis van causaal verband

    De relatie tussen ziekte en werk is niet bij alle beroepsziekten even sterk en eenduidig. Een duidelijk causaal verband biedt meer aangrijpingspunten voor preventieve maatregelen. Grofweg kunnen beroepsziekten op basis van de mate van causaal verband in drie groepen worden ingedeeld:

    • Klassieke beroepsziekten
    • Werkgebonden aandoeningen
    • Aandoeningen die vaker voorkomen op groepsniveau

    Klassieke beroepsziekten hebben een duidelijke oorzaak

    Klassieke beroepsziekten zijn beroepsziekten met een duidelijk, vaak enkelvoudig, verband tussen oorzaak en aandoening. Voorbeelden zijn mesothelioom door asbest en astma door isocyanaten, een ingrediënt van onder andere harde lakken.

    Bij werkgebonden aandoeningen spelen meerdere oorzaken een rol

    Werkgebonden aandoeningen zijn aandoeningen waarbij de relatie met werk weliswaar aanwezig is (plausibiliteit), maar minder eenduidig is, omdat meerdere oorzaken een rol spelen. Voorbeelden zijn overspannenheid na overbelasting in het werk en rugklachten bij zwaar tillen. Hierbij kunnen ook privé-omstandigheden en een verminderde belastbaarheid een belangrijke rol spelen.

    Bij bepaalde aandoeningen is relatie met werk niet duidelijk aanwezig

    Er zijn ook aandoeningen die vaker voorkomen op groepsniveau, bijvoorbeeld bij bepaalde beroepsgroepen of in bepaalde arbeidsomstandigheden, maar waarbij de relatie met werk niet duidelijk aanwezig is. Een dergelijke relatie blijkt vaak alleen uit epidemiologisch onderzoek. In individuele gevallen is het daarom moeilijk een causaal verband aan te tonen. Een voorbeeld is een verhoogd risico op hart- en vaataandoeningen bij mensen die in ploegendienst (met nachtdiensten) werken.

    Werkzame beroepsbevolking

    In 2016 bestond de werkzame beroepsbevolking in Nederland uit 8,4 miljoen werkenden, waarvan 7 miljoen werknemers, 1 miljoen zelfstandig ondernemers zonder personeel (zzp’ers) en ruim 330 duizend zelfstandigen met personeel (CBS StatLine).

Bronverantwoording
  • Tabel: Bronnen bij de cijfers over beroepsziekten

    Bron

    Indicator in VZinfo

    Gepresenteerde populatie VZinfo

    Meer informatie

    Nederlands Centrum voor Beroepsziekten (NCvB)

    Jaarprevalentie beroepsziekten

    Nederlandse beroepsbevolking

    NCvB, 2016

    Peilstation Intensief Melden (PIM)

    Incidentie (geregistreerd door >150 bedrijfsartsen)

    Nederlandse beroepsbevolking

    PIM

    Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA)

    Prevalentie (zelfgerapporteerd)

    Werknemers tussen de 15 en 75 jaar in Nederland

    NEA, Hooftman et al., 2017

    Zelfstandigen Enquête Arbeid (ZEA)

    Prevalentie (zelfgerapporteerd)

    Zelfstandigen in Nederland

    ZEA (TNO)

    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Prevalentie (zelfgerapporteerd)

    Nederlandse bevolking

    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Labour Force Survey

    Prevalentie (zelfgerapporteerd)

    Europese bevolking van 15 tot 65 jaar

    Eurostat

    Volksgezondheid- en zorgregistraties

    Incidentie, sterfte en ziektelast Nederlandse bevolking

    Gebaseerd op: NZRNKRLISCBS-DOS

     

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. NCvB. Beroepsziekten in Cijfers 2016. Amsterdam: Nederlands Centrum voor Beroepsziekten (NCvB); 2016. Bron
    2. Hooftman WE, Mars GMJ, Janssen B, de Vroome EMM, Pleijers AJSF, Michiels JJM, et al. Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden 2016: Methodologie en globale resultaten. Leiden / Heerlen: TNO / CBS; 2017. Bron
  • Meldingen en registraties beroepsziekten (NCvB)

    Voor de bepaling van de incidentie en prevalentie van beroepsziekten worden twee gegevensbronnen gebruikt van het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten (NCvB): Nationale Registratie Beroepsziekten en Peilstation Intensief Melden. Het NCvB registreert en signaleert beroepsziekten via het nationale melding- en registratiesysteem. Hierin worden meldingen van beroepsziekten door bedrijfsartsen geregistreerd. Volgens de Arbeidsomstandighedenwet is de bedrijfsarts of arbodienst verplicht om (vermoede) beroepsziekten te melden aan het NCvB. In aanvulling op deze Nationale Registratie Beroepsziekten worden in verschillende peilstations eveneens beroepsziekten geregistreerd met als doel betere cijfers te krijgen over het vóórkomen van beroepsziekten, zoals het Peilstation Intensief Melden (PIM).

    Nationale Registratie Beroepsziekten
    Het aantal meldingen schommelt al enige tijd rond de 6.500 per jaar en naar schatting is dit een onderrapportage van het werkelijke aantal (NCvB, 2012). De meest voorkomende beroepsziekten zijn de psychische aandoeningen, aandoeningen van het houdings- en bewegingsapparaat en gehooraandoeningen. De meeste meldingen van beroepsziekten zijn afkomstig van ongeveer dertig procent van de circa 1.750 bedrijfsartsen, dus van 500 à 600 bedrijfsartsen, 46% van de bedrijfsartsen meldt nooit een beroepsziekte (de ‘chronische nulmelders’) (De Zwart et al., 2014). Bedrijfsartsen in de bouwsector blijken beroepsziekten veel vaker te melden dan bedrijfsartsen in andere sectoren. De bouw is dan ook al jaren verantwoordelijk voor de meerderheid van het aantal beroepsziektemeldingen. In 2013 was 57 procent van de meldingen afkomstig van de bouw. Dat het aantal meldingen in de bouw relatief zo hoog ligt, is een gevolg van het in de bouw ontwikkelde systeem voor het signaleren en voorkomen van beroepsziekten, waarin het PAGO/PMO een cruciale rol speelt. In 2013 stelde I-SZW een onderzoek in onder bedrijfsartsen naar hun meldgedrag. Tussen oktober 2013 en mei 2014 is het aantal meldingen in de niet-bouw sectoren verdubbeld. Ook het aantal bedrijfsartsen dat meldde, is gestegen. Daarnaast heeft het NCvB een 6-stappenplan ontwikkeld om het aantal meldingen te verhogen (Lenderink, 2012).

    Bedrijfsartsen noemen als belemmerende factoren om te melden (SER, 2014):

    • Gebrek aan tijd om te melden en het feit dat de aan melden bestede tijd veelal niet declarabel is. In het contract met de bedrijfsarts zijn hierover vaak geen afspraken opgenomen. Dit komt vaker voor bij externe dan bij interne arbodiensten.
    • Onzekerheid over de juridische en/of economische consequenties van melden. Beroepsziektemeldingen zouden tot een claim van de werknemer bij de werkgever kunnen leiden, met eventuele consequenties voor de relatie en het contract tussen de bedrijfsarts en de werkgever.
    • Moeite met het herkennen en vaststellen van beroepsziekten. Dit geldt voor een deel van de bedrijfsartsen. Zij hebben onvoldoende kennis over de criteria die voor melding gelden en over de meldingsprocedure.
    • De arbeidsomstandigheden bij de bedrijven en instellingen waarvoor zij werken, zijn volgens een deel van de bedrijfsartsen goed, waardoor zij niet hoeven te melden. Er is daar voldoende aandacht voor preventie. Dit komt vaker voor bij interne dan bij externe arbodiensten.
    • Het belang van melden niet inzien en daar tegen een aversie hebben. Dit is de reden dat een klein deel van de bedrijfsartsen niet meldt. In het licht van de wettelijke verplichting tot melden is dit een opmerkelijke reden voor niet melden.

    Peilstation Intensief Melden (PIM)
    In 2009 is het Peilstation Intensief Melden van start gegaan. Dit is een project waar meer dan 150 gemotiveerde bedrijfsartsen aan deelnemen. Deze PIM-bedrijfsartsen worden door middel van workshops begeleid bij de diagnose en melding van beroepsziekten en zijn onderdeel van het PIM bedrijfsartsen netwerk. Dankzij deze begeleiding melden PIM-bedrijfsartsen ongeveer twee keer zoveel beroepsziekten als andere bedrijfsartsen. Daarnaast geven ze regelmatig door over hoeveel mensen zij de zorg hebben en uit welke sectoren die afkomstig zijn. Tegen deze ‘risicopopulatie’ kunnen de meldingen dan worden afgezet en kan het NCvB de incidentie berekenen (het aantal nieuwe gevallen per 100.000 werknemers per jaar). Op die manier wordt ook kennis verkregen over beroepsziekten bij specifieke groepen werknemers.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. NCvB. Beroepsziekten in Cijfers 2012. Amsterdam: Nederlands Centrum voor Beroepsziekten (NCvB); 2012. Bron
    2. De Zwart BCH, Molenaar-Cox PGM, Oostveen A, Haanstra V. Versterken melding beroepsziekten: Resultaten vragenlijstonderzoek. Leiden: AStri Beleidsonderzoek en -advies; 2014. Bron
    3. Lenderink A. Het melden van beroepsziekten: Weten, willen, kunnen en mogen. Amsterdam: Nederlands Centrum voor Beroepsziekten (NCvB); 2012. Bron
    4. SER. Betere zorg voor werkenden. Een visie op de toekomst van de arbeidsgerelateerde zorg. Den Haag: Sociaal Economische Raad (SER); 2014. Bron
  • Enquêtes arbeid en arbeidsomstandigheden (TNO)

    Voor de bepaling van de incidentie van beroepsziekten worden ook gegevens gebruikt uit de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA) en de Zelfstandigen Enquête Arbeid (ZEA). De NEA is het grootste periodieke onderzoek naar de werksituatie van Nederlandse werknemers. De ZEA richt zich op de zelfstandig ondernemer. De hoofdthema’s in deze enquêtes zijn arbeidsomstandigheden, arbeidsmarkt, arbeidsvoorwaarden, arbo en gezondheid en duurzame inzetbaarheid. TNO voert de enquêtes uit in opdracht van het ministerie van SZW en in samenwerking met TNS NIPO en het CBS

    Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA)
    In de NEA wordt aan werknemers gevraagd of zij één of meer beroepsziekten hebben, om wat voor soort aandoening het gaat, in welke periode de beroepsziekten zijn ontstaan, en of de beroepsziekten zijn vastgesteld door een arts. De beroepsziekte is hier dus gedefinieerd als een ziekte die, volgens de werknemer, is ontstaan door het werk en bovendien (volgens de werknemer) is vastgesteld door een arts. De respondent werd gevraagd wanneer de ziekte is ontstaan: in het jaar voorafgaand aan bevraging, of al eerder. Dat betekent dat op basis van de NEA niet alleen een cijfer over de jaarincidentie van beroepsziekten kan worden gegeven, maar ook over de prevalentie ervan. Tot 2013 deden gemiddeld ruim 23.000 werknemers mee. Vanaf 2014 is de steekproef fors verhoogd. In 2015 vulden ruim 42.000 werknemers de NEA in. De verzamelde gegevens worden door weging representatief gemaakt, waardoor het mogelijk is om betrouwbare uitspraken te doen over alle werknemers van Nederland. Naast landelijke cijfers biedt de NEA gegevens voor verschillende sectoren en beroepsgroepen.

    Zelfstandigen Enquête Arbeid (ZEA)
    De ZEA is een enquête over de arbeidsomstandigheden en de inzetbaarheid van zelfstandig ondernemers (met en zonder personeel). In de ZEA 2015 zijn dezelfde vragen over beroepsziekten gesteld als in de NEA 2014. De definitie van beroepsziekte is dus vergelijkbaar met die van de NEA: een ziekte die volgens de zelfstandig ondernemer zelf is ontstaan door het werk en bovendien (opnieuw volgens de zelfstandig ondernemer) door een arts is vastgesteld. Ook in de ZEA wordt gevraagd wanneer de ziekte is ontstaan: in het jaar voorafgaand aan bevraging, of al eerder. Dat betekent dat ook op basis van de ZEA niet alleen een cijfer over de jaarincidentie kan worden gegeven, maar ook over de prevalentie. Ongeveer 5.000 zelfstandig ondernemers vulden de vragenlijst in.

  • Volksgezondheid en Zorg (VZ-)registraties (RIVM)

    Het RIVM verzamelt voor een selectie van ongeveer zestig veel voorkomende ziekten gegevens over het vóórkomen en de sterfte, onder meer ten behoeve van de Volksgezondheid Toekomst Verkenning (VTV). Van deze VTV-ziekten is een selectie gemaakt van arbeidsgerelateerde aandoeningen. Van deze aandoeningen is de incidentie, sterfte en ziektelast en ‘het arbeidsgerelateerde deel’ geschat in de werkzame beroepsbevolking voor het jaar 2013 (zie methoden).

    De schattingen van de incidentiecijfers van de arbeidsgerelateerde VTV-ziekten komen uit ziektespecifieke bronnen en registraties. Zoals uit de huisartsenregistratie NZR (NIVEL Zorgregistraties eerste lijn) van het NIVEL. De cijfers over kanker komen uit de Nederlandse Kankerregistratie (NKR) van het Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL). De cijfers over letsel door arbeidsongevallen uit het Letsel Informatie Systeem (LIS) van VeiligheidNL en de doodsoorzaakspecifieke sterfte is afkomstig uit de CBS Doodsoorzakenstatistiek.

    Met de cijfers uit bovengenoemde bronnen zijn de sterfgevallen, incidentie en ziektelast geschat van verschillende beroepsziekten in zowel de werkzame beroepsbevolking als in de gepensioneerde beroepsbevolking. Beroepsziekten openbaren zich immers vaak nadat de pensioengerechtigde leeftijd is bereikt. Alleen de RIVM-gegevens bieden informatie over beroepsziekten die na de pensionering zijn ontstaan.

    Bronnen en literatuur

    Bronnen

    1. NIVEL Zorgregistraties eerste lijn, NIVEL Zorgregistraties. zorggegevens.nl
    2. Nederlandse Kankerregistratie, NKR. zorggegevens.nl
    3. Letsel Informatie Systeem, LIS. zorggegevens.nl
    4. CBS Doodsoorzakenstatistiek, Doodsoorzakenstatistiek. zorggegevens.nl
Methoden
  • Beroepsziekten: schattingen incidentie, prevalentie en sterfte

    Voor de bepaling van de incidentie, prevalentie en sterfte van beroepsziekten worden gegevens gebruikt uit PIM (NCvB), Nationale melding- en registratiesysteem (NCvB), NEA (TNO) en Volksgezondheid- en Zorgregistraties bewerkt door het RIVM. De cijfers van PIM, de Beroepsziektenregistratie en NEA worden gebruikt zoals aangeleverd door NCvB en TNO. Voor de incidentie, prevalentie en sterfte van de VTV-ziekten door arbeid is het arbeidsgerelateerde deel geschat.

    Voor schattingen over het vóórkomen van de ziekte en de sterfte eraan maken we zoveel mogelijk gebruik van de gegevens uit Volksgezondheid- en Zorgregistraties die worden verzameld voor de VTV, De Staat en VZInfo. Met de cijfers uit deze registraties en bronnen is de sterfte, incidentie en ziektelastvan de verschillende ziekten in zowel de werkzame beroepsbevolking als in de gepensioneerde beroepsbevolking geschat. Beroepsziekten openbaren zich immers ook vaak na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. De RIVM-data vormen de enige bron waarmee hierop licht kan worden geworpen. De schatting van de incidentie van beroepsziekten en de sterfte als gevolg van werkgerelateerde aandoeningen in de beroepsbevolking en de ziektelastzijn, waar mogelijk, gebaseerd op gekoppelde gegevens. Hiervoor zijn de gegevens uit de NIVEL Zorgregistraties eerste lijn en de CBS Doodsoorzakenstatistiek gekoppeld aan CBS-gegevens voor de werkzame beroepsbevolking: ‘CBS Baankenmerken’. Daar waar koppeling van de gegevens niet mogelijk of wenselijk was, is de schatting van de incidentie, sterfte en ziektelast in de werkzame beroepsbevolking gebaseerd op de fractie werkenden per vijfjaarsleeftijdsgroep en geslacht.

    Bronnen en literatuur

    Bronnen

    1. NIVEL Zorgregistraties eerste lijn, NIVEL Zorgregistraties. zorggegevens.nl
    2. CBS Doodsoorzakenstatistiek, Doodsoorzakenstatistiek. zorggegevens.nl
  • Schattingen ziektelast

    De ziektelast, uitgedrukt in DALY’s, geeft de hoeveelheid gezondheidsverlies door ziekte weer, waarbij vroegtijdige sterfte, de mate van vóórkomen van gezondheidsproblemen en de ernst van de gezondheidsproblemen worden meegenomen. De DALY is opgebouwd uit twee componenten: de jaren geleefd met ziekte (uitgedrukt in ziektejaarequivalenten) en de jaren verloren door vroegtijdige sterfte (uitgedrukt in verloren levensjaren). Met behulp van de DALY zijn de gevolgen van verschillende ziekten rechtstreeks met elkaar te vergelijken. Met de DALY-aanpak wordt niet alleen de ziektelast van de werkzame bevolking in kaart gebracht, maar ook die van de gepensioneerde beroepsbevolking. Dat is belangrijk omdat die laatste groep in enquêtes en beroepsziektemeldingen buiten beeld blijft, terwijl zij wel de gevolgen kunnen ondervinden van een beroepsziekte opgedaan tijdens het werkzame leven. Voor de arbeidsgerelateerde ziektelastschattingen sluiten we aan bij de VTV-2018 (VTV-2018). Voor de VTV2018 is de prevalentie en daarmee de ziektejaarequivalenten en ziektelast voor multimorbiditeit gecorrigeerd. Dit hebben we gedaan omdat een persoon meerdere aandoeningen kan hebben. Een optelling van de wegingsfactoren van de afzonderlijke ziekten zou zonder multimorbiditeitscorrectie een overschatting van het aantal ziektejaarequivalenten opleveren. In werkelijkheid zal de ernst meestal lager zijn dan de som van de afzonderlijke wegingsfactoren waardoor een multimorbiditeitscorrectie nodig is (Hilderink et al., 2016). Ook hebben we voor de VTV2018 een betere schatting kunnen maken van het totaal aantal DALY’s in Nederland.

    De World Health Organization (WHO) berekent ook de ziektelast van beroepsziekten in de Global Burden of Disease maar daarin zijn psychische aandoeningen en gezondheidsschade bij de gepensioneerde bevolking niet meegenomen en in de schattingen van het RIVM wel (Eysink et al., 2007).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Hilderink HBM, Plasmans MHD, Snijders BEP, Boshuizen HC, Poos M.JJC, van Gool CH. Accounting for multimorbidity can affect the estimation of the Burden of Disease: a comparison of approaches. Archives of Public Health. 2016;74(37). Bron | DOI
    2. Eysink PED, Blatter BM, van Gool CH, Gommer AM, van den Bossche SNJ, Hoeymans N. Ziektelast van ongunstige arbeidsomstandigheden in Nederland. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2007. Bron
  • Populatie Attributieve Fracties (PAF)

    Het door arbeid veroorzaakte deel van de ziekte of sterfte is berekend in de werkzame en gepensioneerde beroepsbevolking met behulp van Populatie Attributieve Fracties (PAF) voor de betreffende ziekten (VTV-2018 Integratiematen achtergrondrapport; Eysink et al., 2012; Eysink et al., 2007). De PAF geeft aan hoeveel procent van het gezondheidsverlies door de betreffende aandoening is toe te schrijven aan ongunstige arbeidsomstandigheden. Voor een aantal ziekten is een (internationale) PAF aanwezig die ook gebruikt kan worden voor Nederland. Dit betreft de kankers en astma en COPD. Voor andere ziekten moet de PAF worden geschat met behulp van de prevalentie van de risicofactor in de populatie en een maat voor de sterkte van het verband tussen de risicofactor en de ziekte, meestal het relatieve risico (RR) of de Odds Ratio (OR). Voor informatie over blootstelling aan de diverse arbeidsomstandigheden is vooral gebruik gemaakt van de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA). RR’s en OR’s zijn afkomstig uit de literatuur. Voor psychische aandoeningen, hart- en vaatziekten, aandoeningen van het bewegingsapparaat, contacteczeem en rinitis zijn de PAFs op deze manier berekend. De verschillende arbeidsomstandigheden bij een ziekte mogen we niet altijd bij elkaar optellen vanwege de zeer waarschijnlijke overlap van arbeidsomstandigheden waaraan werknemers zijn blootgesteld. Voor aandoeningen waarvoor geen totale PAF (een PAF die alle arbeidsrisico’s dekt, zoals alle stoffen) en dus geen totale ziektelast als gevolg van arbeidsrisico’s aanwezig is, gaan we uit van het arbeidsrisico dat de meeste ziektelast veroorzaakt. De totale ziektelast van die aandoening kan namelijk nooit lager zijn dan de ziektelast van één van de arbeidsrisico’s.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Eysink PED, Dekkers SAJ, Janssen P, Poos MJJC, Meijer SA. Ziektelast van ongunstige arbeidsomstandigheden in Nederland, 2012. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2012. Bron
    2. Eysink PED, Blatter BM, van Gool CH, Gommer AM, van den Bossche SNJ, Hoeymans N. Ziektelast van ongunstige arbeidsomstandigheden in Nederland. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2007. Bron
  • Methoden en technieken

    Standaardisatie

    De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking verschillen per regio en land. Daarnaast treden in de loop van de tijd veranderingen op in de omvang en leeftijdsverdeling. Om ziekte- en sterftecijfers van verschillende regio’s en landen, of van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt hier rekening mee gehouden. Daarbij worden de cijfers gecorrigeerd voor deze verschillen of veranderingen in de bevolking. Hierbij wordt uitgegaan van de omvang en de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

    Indexatie

    Vooral bij de weergave van trends in de tijd zijn de trendcijfers vaak geïndexeerd. Een geïndexeerde trend laat ontwikkelingen in de tijd zien ten opzichte van een gekozen basisjaar. Dit gebeurt door de cijfers van alle jaren weer te geven als percentage van het cijfer in een gekozen basisjaar. Het cijfer in het basisjaar is gelijk gesteld aan 100(%). Indexatie maakt zichtbaar hoe groot de percentuele toe- of afname is ten opzichte van dat basisjaar. Door als basisjaar het eerste jaar in de grafiek te kiezen, kun je snel zien wat de verandering over de hele weergegeven periode is en ook of er grote verschillen zijn voor de onderscheiden groepen (mannen en vrouwen bijvoorbeeld).

    Indexatie kan ook gebruikt worden voor het weergeven van regionale verschillen. Hierbij wordt het landelijke cijfer bijvoorbeeld gelijk gesteld aan 100(%). Een regionaal cijfer boven of onder de 100 duidt erop dat het respectievelijk hoger of lager is dan het landelijke cijfer. Voorafgaand aan indexatie worden de cijfers vaak gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de populaties.