Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

BaarmoederhalskankerRegionaal & InternationaalInternationaal

Cijfers & Context

206 sterfgevallen in 2017

Regionaal & Internationaal

Incidentie en sterfte laag in Nederland

Kosten

Kosten van zorg 117 miljoen euro in 2015

Preventie & Zorg

Screening voorkomt nieuwe gevallen

Internationale vergelijking incidentie baarmoederhalskanker

Incidentie baarmoederhalskanker internationaal 2018

LandIncidentie
Letland32,2
Estland32,0
Roemenië31,2
Bulgarije28,1
Litouwen26,6
Hongarije24,4
Slowakije24,1
Polen15,7
Ierland14,7
Denemarken14,6
Tsjechië14,3
Noorwegen14,1
Portugal12,7
EU2812,2
Kroatië11,7
Griekenland11,4
Zweden11,4
België11,1
Duitsland10,4
Verenigd Koninkrijk10,3
Slovenië10,0
Italië9,6
Frankrijk9,5
Luxemburg8,8
Oostenrijk8,2
Cyprus8,0
NEDERLAND7,9
Spanje7,5
Finland6,4
Zwitserland5,8
Malta5,0

Bron: ECIS

Incidentie van baarmoederhalskanker in Nederland laag

De incidentie van baarmoederhalskanker is in Nederland laag vergeleken met andere EU-landen. In het oosten van de Europese Unie is de incidentie het hoogst.

Incidentie daalt door screening

De afgelopen decennia is de incidentie van baarmoederhalskanker in veel Europese landen afgenomen. De daling is een gevolg van de invoering van effectieve screeningsprogramma's. Screening identificeert voorstadia van baarmoederhalskanker nog voordat zich daadwerkelijk kanker heeft ontwikkeld. Daardoor daalt de incidentie. In een aantal Oost-Europese landen is de incidentie nog altijd hoog omdat daar vaak geen effectieve screening plaatsvindt (Vaccarella et al., 2016; Bray et al., 2005).

Meer informatie

Experts en redactie

Datum publicatie

26-07-2018

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Vaccarella S, Franceschi S, Zaridze D, Poljak M, Veerus P, Plummer M, et al. Preventable fractions of cervical cancer via effective screening in six Baltic, central, and eastern European countries 2017-40: a population-based study. Lancet Oncol. 2016;17(10):1445-1452. Pubmed | DOI
  2. Bray FI, Loos AH, McCarron P, Weiderpass E, Arbyn M, Møller H, et al. Trends in cervical squamous cell carcinoma incidence in 13 European countries: changing risk and the effects of screening. Cancer Epidemiol Biomarkers Prev. 2005;14(3):677-86. Pubmed | DOI

Internationale vergelijking sterfte aan baarmoederhalskanker

Sterfte baarmoederhalskanker internationaal 2015

LandPer 100.000 vrouwen
Roemenië15,7
Litouwen11,7
Letland9,9
Bulgarije9,4
Hongarije8,7
Polen8,0
Slowakije8,0
Estland7,5
Tsjechië6,3
Kroatië4,8
Slovenië4,3
Ierland4,2
Cyprus3,9
EU3,9
Luxemburg3,8
Denemarken3,4
Zweden3,3
Portugal3,2
Duitsland3,2
Noorwegen3,2
Oostenrijk2,9
België2,7
Verenigd Koninkrijk2,7
Spanje2,6
NEDERLAND2,4
Malta2,3
Frankrijk2,2
Griekenland2,2
Finland2,1
Zwitserland1,8
Italië1,2

Bron: Eurostat, 2018

Sterfte aan baarmoederhalskanker laag in Nederland

De sterfte aan baarmoederhalskanker ligt in Nederland onder het gemiddelde van de Europese Unie. Net als de incidentie is ook de sterfte aan baarmoederhalskanker hoger in landen in het oosten van de EU.

Sterfte aan baarmoederhalskanker afgenomen in veel EU-landen

In de periode 1970-2004 nam de sterfte aan baarmoederhalskanker sterk af in de EU15-landen. In een aantal 'nieuwe' EU-landen (Tsjechië, Polen) nam de sterfte ook af, maar minder snel. De sterfte bleef in de periode 1970-2015 stabiel op een hoog niveau in Estland en Slowakije, en steeg zelfs in Bulgarije, Letland, Litouwen en Roemenië (WHO-HFA, 2018). De afname in sterfte komt grotendeels door screening. Screening leidt tot vroegere diagnose van een tumor, waardoor de genezingskans toeneemt. Verschillen in dekking en kwaliteit van screening verklaren waarschijnlijk het grote verschil tussen de oude EU15-landen en de nieuwere lidstaten van de EU (Arbyn et al., 2009). 

Meer informatie

Datum publicatie

28-06-2018

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Arbyn M, Raifu AO, Weiderpass E, Bray FI, Anttila A. Trends of cervical cancer mortality in the member states of the European Union. Eur J Cancer. 2009;45(15):2640-8. Pubmed | DOI

Internationale vergelijking overleving baarmoederhalskanker

Baarmoederhalskanker internationaal

[container]

CONCORD-3 (Allemani et al., 2018)

  • De cijfers zijn gecorrigeerd voor verschillen in bevolkingsopbouw tussen landen door standaardisatie naar de 'International Cancer Survival Standard' (ICSS-2)
  • Naast het percentage overleving zijn ook de onder- en bovengrens van het 95%-betrouwbaarheidsinterval weergegeven.

Overleving van baarmoederhalskanker in Nederland gunstig

De relatieve vijfjaarsoverleving van baarmoederhalskanker in Nederland behoort tot de beste van Europa. In de meeste Europese landen ligt de relatieve vijfjaarsoverleving tussen de 60% en 70%. Over het algemeen is de overleving in Europese landen toegenomen tussen begin jaren '80 en eind jaren '90 van de vorige eeuw (Verdecchia et al., 2009; Bielska-Lasota et al., 2007). Sinds halverwege de jaren negentig van de vorige eeuw is de relatieve vijfjaarsoverleving met 4 tot 7% toegenomen in Denemarken, Ierland, Litouwen, Noorwegen, het Verenigd Koninkrijk en Polen. In dezelfde periode nam de relatieve vijfjaarsoverleving met 8 tot 10% toe in Bulgarije, Estland en Zwitserland (Allemani et al., 2018).

Meer informatie

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Verdecchia A, Guzzinati S, Francisci S, de Angelis R, Bray FI, Allemani C, et al. Survival trends in European cancer patients diagnosed from 1988 to 1999. Eur J Cancer. 2009;45(6):1042-66. Pubmed | DOI
  2. Bielska-Lasota M, Inghelmann R, van de Poll-Franse L, Capocaccia R. Trends in cervical cancer survival in Europe, 1983-1994: a population-based study. Gynecol Oncol. 2007;105(3):609-19. Pubmed | DOI
  3. Allemani C, Matsuda T, Di Carlo V, Harewood R, Matz M, Nikšić M, et al. Global surveillance of trends in cancer survival 2000-14 (CONCORD-3): analysis of individual records for 37 513 025 patients diagnosed with one of 18 cancers from 322 population-based registries in 71 countries. Lancet. 2018;391(10125):1023-1075. Pubmed | DOI

Verantwoording

Definities
  • Wat is baarmoederhalskanker?

    Baarmoederhalskanker is een kwaadaardige (maligne of invasieve) groei van het oppervlakteweefsel op de grens van de baarmoederhals en de baarmoedermond. 

Bronverantwoording
  • Tabel: Bronnen bij de cijfers over baarmoederhalskanker

    Bron Indicator in VZinfo Gepresenteerde populatie in VZinfo Meer informatie
    Nederlandse Kanker Registratie (NKR) Aantal nieuwe gevallen, tienjaarsprevalentie Nederlandse bevolking (vrouwen) IKNLNKR
    Nederlandse Kanker Registratie (NKR) Overleving (percentage) Geregistreerd aantal vrouwen met baarmoederhalskanker IKNLNKR
    Landelijke Medische Registratie (LMR) Klinische opnamedagen, klinische opnamen, gemiddelde opnameduur, dagopnamen met baarmoederhalskanker als hoofdontslagdiagnose Nederlandse bevolking (vrouwen) LMR

    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Aantal sterfgevallen Nederlandse bevolking (vrouwen) CBS Doodsoorzakenstatistiek
    Kosten van Ziektenstudie Kosten van zorg voor baarmoederhalskanker Nederlandse bevolking (vrouwen)
     
    Kosten van Ziekten database
    Landelijke Evaluatie van het Bevolkingsonderzoek Baarmoederhalskanker (LEBA) Deelname bevolkingsonderzoek, percentage gevonden afwijkingen in bevolkingsonderzoek Vrouwen van 30 t/m 60 jaar LEBA, PALGA
    Regionale screeningsorganisaties Deelname bevolkingsonderzoek Vrouwen van 30 t/m 60 jaar Midden-West; Noord; Zuid-West; Zuid; Oost
    International Agency for Research on Cancer (EUCAN Aantal nieuwe gevallen Europese bevolking (vrouwen) EUCAN
    Eurostat Aantal sterfgevallen Europese bevolking (vrouwen) Eurostat
    OECD Relatieve 5-jaarsoverleving Europese bevolking (vrouwen) OECD; Allemani et al., 2018

     

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Allemani C, Matsuda T, Di Carlo V, Harewood R, Matz M, Nikšić M, et al. Global surveillance of trends in cancer survival 2000-14 (CONCORD-3): analysis of individual records for 37 513 025 patients diagnosed with one of 18 cancers from 322 population-based registries in 71 countries. Lancet. 2018;391(10125):1023-1075. Pubmed | DOI
  • Automatisch coderen bij CBS-doodsoorzakenstatistiek

    Met ingang van het statistiekjaar 2013 codeert het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) doodsoorzakenformulieren automatisch met behulp van het softwarepakket IRIS. Dit is een verschil met voorgaande jaren waarin doodsoorzakenformulieren handmatig werden verwerkt. Automatische codering brengt een betere internationale vergelijkbaarheid en reproduceerbaarheid van de gegevens met zich mee. Het veroorzaakt echter ook verschuivingen in doodsoorzaken. Daardoor zijn de sterftecijfers vanaf het jaar 2013 niet altijd goed vergelijkbaar met sterftecijfers uit eerdere jaren. Voor meer informatie over het automatisch coderen verwijzen wij naar vier artikelen van het CBS:

    • Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek (Harteloh et al., 2014)
    • Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen (Harteloh, 2014)
    • Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study (Harteloh, 2015)
    • Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013 (Harteloh, 2016)

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Harteloh PPM, van Hilten O, Kardaun JWPF. Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    2. Harteloh PPM. Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    3. Harteloh PPM. Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2015. Bron
    4. Harteloh PPM. Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2016. Bron
Methoden
  • Regionale vergelijkingen Nederlandse Kankerregistratie

    De regionale cijfers van verschillende types kanker zijn gebaseerd op data uit de Nederlandse Kankerregistratie. Voor deze analyse is uit de NKR het aantal registraties per tumorsoort geselecteerd in de periode 2012-2015, uitgesplitst naar leeftijd, geslacht en GGD-regio van de patiënt. De NKR houdt internationaal geaccordeerde indelingen aan, waarbij een combinatie van lokalisatie en morfologisch type kanker wordt toegepast. Ten behoeve van de standaardisatie van de regio's naar leeftijd en geslacht, hebben we als standaard populatie de middenjaarsschatting 2012-2015 van de bevolking gebruikt. Deze bevolkingscijfers zijn afkomstig van CBS. In zowel de NKR als de CBS-data is de leeftijd onderverdeeld in 18 leeftijdsklassen (0-4, 5-9, 10-14 .... 75-79, 80-84, 85+).

    Berekenen gestandaardiseerde registratie-aantallen

    Door verschillen tussen bevolkingsopbouw in regio's zijn de ruwe gegevens moeilijk te vergelijken. Daarom is een (directe) standaardisatie uitgevoerd door alle in de regio’s geregistreerde aantallen per leeftijd en geslacht te wegen met het aandeel van deze leeftijd en geslachtscategorie in de totale Nederlandse bevolking. Bij geslachtsspecifieke aandoeningen (borst- en prostaatkanker) is gerekend met de totale bevolking van het betreffende geslacht.

    Kaarten

    De NKR-gegevens zijn gestandaardiseerd naar leeftijd en geslacht en worden per GGD-regio in kaart gebracht:

    Aantal registraties per 10.000 inwoners
    De kaart toont het jaarlijks gestandaardiseerd aantal registraties per 10.000 inwoners, gemiddeld over de periode 2012-2015. Zowel onder als boven het Nederlands gemiddelde gebruiken we een indeling in twee gelijke klassen.

    Berekening van significantie van de afwijking van het Nederlands gemiddelde
    Voor iedere regio is een standaardafwijking berekend. Hiermee wordt vervolgens een betrouwbaarheidsinterval berekend dat vergeleken wordt met het Nederlands gemiddelde. Als het Nederlands gemiddelde buiten dit interval valt is er sprake van een significante afwijking van het gemiddelde. Er is gerekend met 95% respectievelijk 99% betrouwbaarheidsintervallen.

    Kanttekeningen

    Het patroon in de kaart is een indicatie van de verdeling van een ziekte over Nederland. Behalve verschillen in het optreden van een ziekte, kunnen verschillen in andere factoren van invloed zijn op dit patroon. Zo kunnen verschillen in zorgniveau en de mate van gebruik van diagnostische tests tussen regio's een rol spelen. Verschillen in de wijze van coderen hebben waarschijnlijk geen rol gespeeld omdat landelijk dezelfde codeerafspraken gelden.

  • Methoden en technieken

    Standaardisatie

    De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking verschillen per regio en land. Daarnaast treden in de loop van de tijd veranderingen op in de omvang en leeftijdsverdeling. Om ziekte- en sterftecijfers van verschillende regio’s en landen, of van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt hier rekening mee gehouden. Daarbij worden de cijfers gecorrigeerd voor deze verschillen of veranderingen in de bevolking. Hierbij wordt uitgegaan van de omvang en de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

    Indexatie

    Vooral bij de weergave van trends in de tijd zijn de trendcijfers vaak geïndexeerd. Een geïndexeerde trend laat ontwikkelingen in de tijd zien ten opzichte van een gekozen basisjaar. Dit gebeurt door de cijfers van alle jaren weer te geven als percentage van het cijfer in een gekozen basisjaar. Het cijfer in het basisjaar is gelijk gesteld aan 100(%). Indexatie maakt zichtbaar hoe groot de percentuele toe- of afname is ten opzichte van dat basisjaar. Door als basisjaar het eerste jaar in de grafiek te kiezen, kun je snel zien wat de verandering over de hele weergegeven periode is en ook of er grote verschillen zijn voor de onderscheiden groepen (mannen en vrouwen bijvoorbeeld).

    Indexatie kan ook gebruikt worden voor het weergeven van regionale verschillen. Hierbij wordt het landelijke cijfer bijvoorbeeld gelijk gesteld aan 100(%). Een regionaal cijfer boven of onder de 100 duidt erop dat het respectievelijk hoger of lager is dan het landelijke cijfer. Voorafgaand aan indexatie worden de cijfers vaak gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de populaties.