Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

BaarmoederhalskankerPreventie & ZorgPreventie

Cijfers & Context

229 sterfgevallen in 2020

Regionaal & Internationaal

Incidentie en sterfte laag in Nederland

Kosten

Zorguitgaven 134 miljoen euro in 2017

Preventie & Zorg

1.720 ziekenhuisopnamen voor baarmoederhalskanker

Preventie van baarmoederhalskanker: Vaccinatie en screening

HPV-vaccinatie: primaire preventie van baarmoederhalskanker

Baarmoederhalskanker is het gevolg van besmetting met het humaan papillomavirus (HPV-infectie). Er zijn veel verschillende HPV-virussen, maar de typen 16 en 18 zijn de meest voorkomende gevaarlijke virussen (hoogrisico-virussen; hrHPV). Zij veroorzaken 70% van alle gevallen van baarmoederhalskanker. HPV-vaccins zijn ontwikkeld om al op jonge leeftijd infecties met deze twee typen virussen te voorkomen. Als onderdeel van het Rijksvaccinatieprogramma krijgen meisjes sinds 2009 vaccinatie tegen hrHPV aangeboden in het jaar dat ze 13 worden (primaire preventie).

Bevolkingsonderzoek: secundaire preventie van baarmoederhalskanker

Om (voorstadia van) baarmoederhalskanker in een zo vroeg mogelijk stadium op te sporen, biedt de overheid sinds 1996 een landelijk bevolkingonderzoek baarmoederhalskanker aan (secundaire preventie). Baarmoederhalskanker komt het meest voor bij vrouwen tussen de 30 en 60 jaar. Daarom worden deze vrouwen uitgenodigd voor het bevolkingsonderzoek. Zij krijgen elke 5 jaar een uitnodiging voor het maken van een uitstrijkje. Vanaf 1 januari 2017 is het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker gewijzigd. Uitstrijkjes worden in het laboratorium eerst onderzocht op de aanwezigheid van hrHPV. Als dit virus aanwezig is, wordt het uitstrijkje beoordeeld op afwijkende cellen. Op basis van de uitkomsten van dit celonderzoek wordt bepaald of onderzoek bij de gynaecoloog nodig is. Een andere wijziging in het bevolkingsonderzoek is dat vrouwen de mogelijkheid wordt geboden om deel te nemen aan het bevolkingsonderzoek met behulp van een zelfafnameset.

Meer informatie

Datum publicatie

25-01-2019

Deelname bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker

Trend deelname bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker 2004-2019

Jaar30 tot 35 jaar35 tot 40 jaar40 tot 45 jaar45 tot 50 jaar50 tot 55 jaar55 tot 60 jaar60 tot 65 jaarTotaal
200453,162,870,371,772,771,067,666,9
200553,162,569,571,272,270,768,966,8
200654,462,670,171,472,371,669,867,5
200757,263,569,671,272,670,570,167,9
200856,464,267,271,773,168,769,867,5
200956,063,664,670,671,767,669,266,3
201054,261,265,369,171,468,567,465,5
201154,861,866,770,071,169,967,766,2
201253,359,264,469,470,170,168,265,2
201354,060,265,170,371,570,969,566,2
201452,558,663,967,970,570,166,664,6
201552,357,964,367,670,369,666,864,4
201645,452,660,263,165,967,665,960,3
201747,251,957,258,861,262,961,157,0
201846,251,058,060,762,162,862,357,6
201944,449,956,358,960,560,961,256,0
  • Vanwege de overgang naar het vernieuwde bevolkingsonderzoek dat op 1 januari 2017 is gestart, en vanwege gewijzigde bronnen vanaf 2017, zijn de deelnamepercentages vanaf 2016 niet goed vergelijkbaar met de percentages in de jaren vóór 2016. De percentages van 2016 en 2017 zijn onderling evenmin goed vergelijkbaar of met de jaren daarna.
     
Deze cijfers zijn ook onderdeel van

Ruim de helft van doelgroep neemt deel aan het bevolkingsonderzoek

In 2019 heeft 56,0% van de ruim 800.000 uitgenodigde vrouwen deelgenomen aan het bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker. Van de ruim 450.000 deelnemende vrouwen nam 4,8% deel met behulp van de zelfafnameset. Het percentage vrouwen dat deelneemt aan het bevolkingsonderzoek lijkt af te nemen. Vanwege de overgang naar het vernieuwde bevolkingsonderzoek dat op 1 januari 2017 is gestart en vanwege gewijzigde bronnen vanaf 2017, zijn de deelnamepercentages vanaf 2016 echter niet goed vergelijkbaar met de percentages in de jaren vóór 2016. De percentages van de jaren 2016 en 2017 zijn onderling evenmin goed vergelijkbaar of met de jaren daarna.

Beschermingsgraad 73,1% in 2019

De beschermingsgraad in 2019 bedroeg 73,1%. De beschermingsgraad of het vijfjaarsbereik is het percentage vrouwen at risk (dat wil zeggen vrouwen bij wie de baarmoeder niet is verwijderd) in de leeftijd van 30 tot 65 jaar dat in de vijf jaar voorafgaand aan het meetmoment binnen of buiten het bevolkingsonderzoek minimaal één uitstrijkje heeft laten maken of minimaal één hrHPV-test heeft ondergaan. Het vijfjaarsbereik is in de periode 2013-2019 met ongeveer 4% afgenomen. Dit is het gevolg van een afname in de deelname aan het bevolkingsonderzoek (Bron: Landelijke monitoring en evaluatie bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker).

Meer informatie

Experts en redactie

Datum publicatie

22-01-2021

Resultaten bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker

Resultaten bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker 2019

 

Aantal

Percentage

Totaal uitgenodigd

807.629

 

Deelgenomen

452.624

56,0% van uitgenodigd

  • uitstrijkje

413.632

51,2% van uitgenodigd

  • zelfafname

38.992

4,8% van uitgenodigd

hrHPV positief

44.482

9,8% van deelnemers

Verwezen voor diagnostiek

13.582

3,0% van deelnemers

Diagnose CIN 2+

4.982

1,1% van deelnemers

  • CIN 2+: (pre-)maligniteit / (voorstadium) baarmoederhalskanker

Bij ruim 1% (voorstadium) baarmoederhalskanker vastgesteld

In 2019 hebben in totaal 452.624 vrouwen deelgenomen aan het bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker, waarvan 413.632 door middel van een uitstrijkje en 38.992 door middel van een zelfafnameset. Bij 9,8% van de deelnemers werd hoog risico Humaan Papilloma Virus (hrHPV) gevonden en 3,0% van de deelnemers werd direct doorverwezen naar de gynaecoloog voor diagnostisch onderzoek. Bij 4.982 vrouwen werd de diagnose gesteld van (een voorstadium van) baarmoederhalskanker (CIN 2+). Dit komt overeen met 1,1% van de deelnemers aan het bevolkingsonderzoek. 

Meer informatie

Experts en redactie

Datum publicatie

04-02-2021

Effecten bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker

Extra gezondheidswinst door vernieuwd bevolkingsonderzoek

In 2017 is het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker vernieuwd (zie Vaccinatie en screening). Dit vernieuwde bevolkingsonderzoek levert volgens modelberekeningen meer gezondheidswinst op dan het oude bevolkingsonderzoek (Naber et al., 2016). De modelberekeningen laten zien dat zonder screening in Nederland jaarlijks naar schatting 1.300 vrouwen met baarmoederhalskanker zouden worden gediagnosticeerd en dat jaarlijks ongeveer 500 vrouwen zouden overlijden aan baarmoederhalskanker. Het oude bevolkingsonderzoek voorkwam naar schatting 600 van die diagnoses en 290 van die sterfgevallen. Met het vernieuwde bevolkingsonderzoek zullen jaarlijks naar schatting 700 diagnoses van baarmoederhalskanker en ongeveer 325 sterfgevallen als gevolg van baarmoederhalskanker worden voorkomen. Het vernieuwde bevolkingsonderzoek zal er weliswaar voor zorgen dat er meer vrouwen (onnodig) worden verwezen naar de gynaecoloog, maar hier staat een aanzienlijke  winst in (gezonde) levensjaren tegenover.

Datum publicatie

25-01-2019

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Naber SK, Matthijsse SM, Jansen EEL, de Kok IMCM, de Koning HJ, van Ballegooijen M. Effecten en kosten van het vernieuwde bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker in Nederland naar aanleiding van recente ontwikkelingen. Rotterdam: Erasmus MC, Universitair Medisch Centrum; 2016. Bron

Vaccinatiegraad HPV

Vaccinatiegraad HPV in 2021 verder toegenomen

Nederland is in 2009 begonnen met het vaccineren van twaalfjarige meisjes tegen humaan papillomavirus (HPV), met name de hoog-risico HPV-typen 16 en 18. In 2021 bedroeg de vaccinatiegraad voor de HPV-vaccinatie 63,1%. Dit betreft het percentage meisjes uit geboortecohort 2006 dat alle doses heeft ontvangen, en is gemeten op 14-jarige leeftijd. Er was sprake van een geleidelijke stijging van de vaccinatiegraad tot 2016 (61,0%), maar vanaf 2017 is deze gedaald tot 45,5%. In 2019 is deze weer gestegen (53,0%) en in 2021 verder toegenomen tot 63,1% (van Lier et al., 2021).

Naast vaccinatie blijft screening van belang

Naast vaccinatie blijft screening onverminderd nodig. Hiervoor zijn verschillende redenen:

  • De vaccinatie is pas in 2009 begonnen, waardoor veel vrouwen nog niet beschermd zijn.
  • De twee hoog-risico-typen van het virus (hrHPV 16 en 18) waartegen gevaccineerd wordt, veroorzaken samen ongeveer 70% van alle gevallen van baarmoederhalskanker. Vaccinatie met de huidige vaccins kan dus niet alle gevallen voorkomen. 
  • Niet alle meisje uit de doelgroep laten zich vaccineren.

Meer informatie

Datum publicatie

01-07-2021

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. van Lier EA, Oomen PJ, Giesbers H, van Vliet JA, Hament J-M, Drijfhout IH, et al. Vaccinatiegraad en jaarverslag Rijksvaccinatieprogramma Nederland 2020. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Centrum Infectieziektebestrijding; 2021. Bron

Verantwoording

Definities
  • Wat is baarmoederhalskanker?

    Baarmoederhalskanker is een kwaadaardige (maligne of invasieve) groei van het oppervlakteweefsel op de grens van de baarmoederhals en de baarmoedermond. 

  • Wat is de betekenis van CIN?

    CIN staat voor cervicale intra-epitheliale neoplasie. Een CIN-uitslag geeft aan dat er een voorstadium van baarmoederhalskanker is gevonden. De cellen wijken af, maar er is geen sprake van kanker. De term 'dysplasie' verwijst naar abnormale veranderingen in cellen die eerst normaal waren. Er zijn drie typen dysplasie van de baarmoederhals:

    • CIN I: lichte dysplasie; ongeveer een derde van de cellen in de baarmoederhals is afwijkend. Meestal verdwijnen de afwijkingen zonder behandeling.
    • CIN II: matige dysplasie; ongeveer twee derde van de cellen in de baarmoederhals zijn afwijkend.
    • CIN III: ernstige dysplasie: bijna alle cellen zijn afwijkend of in sommige situaties zelfs pre-kankercellen.
Bronverantwoording
  • Tabel: Bronnen bij de cijfers over baarmoederhalskanker

    Bron Indicator in VZinfo Gepresenteerde populatie in VZinfo Meer informatie
    Nederlandse Kanker Registratie (NKR) Aantal nieuwe gevallen, tienjaarsprevalentie Nederlandse bevolking (vrouwen) IKNLNKR
    Nederlandse Kanker Registratie (NKR) Overleving (percentage) Geregistreerd aantal vrouwen met baarmoederhalskanker IKNLNKR
    Landelijke Medische Registratie (LMR) Klinische opnamedagen, klinische opnamen, gemiddelde opnameduur, dagopnamen met baarmoederhalskanker als hoofdontslagdiagnose Nederlandse bevolking (vrouwen) LMR

    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Aantal sterfgevallen Nederlandse bevolking (vrouwen) CBS Doodsoorzakenstatistiek
    Kosten van Ziektenstudie Kosten van zorg voor baarmoederhalskanker Nederlandse bevolking (vrouwen)
     
    Kosten van Ziekten database
    Landelijke monitoring en evaluatie bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker Deelname bevolkingsonderzoek, percentage gevonden afwijkingen in bevolingsonderzoek Vrouwen van 30 t/m 60 jaar

    Monitoring en evaluatie bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker

    Regionale screeningsorganisaties Deelname bevolkingsonderzoek Vrouwen van 30 t/m 60 jaar Midden-West; Noord; Zuid-West; Zuid; Oost
    European Cancer Information System (ECIS) Aantal nieuwe gevallen Europese bevolking (vrouwen) ECIS
    Eurostat Aantal sterfgevallen Europese bevolking (vrouwen) Eurostat
    OECD Relatieve 5-jaarsoverleving Europese bevolking (vrouwen) OECD; Allemani et al., 2018

     

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Allemani C, Matsuda T, Di Carlo V, Harewood R, Matz M, Nikšić M, et al. Global surveillance of trends in cancer survival 2000-14 (CONCORD-3): analysis of individual records for 37 513 025 patients diagnosed with one of 18 cancers from 322 population-based registries in 71 countries. Lancet. 2018;391(10125):1023-1075. Pubmed | DOI
  • Automatisch coderen bij CBS-doodsoorzakenstatistiek

    Met ingang van het statistiekjaar 2013 codeert het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) doodsoorzakenformulieren automatisch met behulp van het softwarepakket IRIS. Dit is een verschil met voorgaande jaren waarin doodsoorzakenformulieren handmatig werden verwerkt. Automatische codering brengt een betere internationale vergelijkbaarheid en reproduceerbaarheid van de gegevens met zich mee. Het veroorzaakt echter ook verschuivingen in doodsoorzaken. Daardoor zijn de sterftecijfers vanaf het jaar 2013 niet altijd goed vergelijkbaar met sterftecijfers uit eerdere jaren. Voor meer informatie over het automatisch coderen verwijzen wij naar vier artikelen van het CBS:

    • Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek (Harteloh et al., 2014)
    • Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen (Harteloh, 2014)
    • Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study (Harteloh, 2015)
    • Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013 (Harteloh, 2016)

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Harteloh PPM, van Hilten O, Kardaun JWPF. Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    2. Harteloh PPM. Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    3. Harteloh PPM. Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2015. Bron
    4. Harteloh PPM. Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2016. Bron
Methoden
  • Regionale vergelijkingen Nederlandse Kankerregistratie

    De regionale cijfers van verschillende types kanker zijn gebaseerd op data uit de Nederlandse Kankerregistratie. Voor deze analyse is uit de NKR het aantal registraties per tumorsoort geselecteerd in de periode 2016-2019, uitgesplitst naar leeftijd, geslacht en GGD-regio van de patiënt. De NKR houdt internationaal geaccordeerde indelingen aan, waarbij een combinatie van lokalisatie en morfologisch type kanker wordt toegepast. Ten behoeve van de standaardisatie van de regio's naar leeftijd en geslacht, hebben we als standaard populatie de middenjaarsschatting 2016-2019 van de bevolking gebruikt. Deze bevolkingscijfers zijn afkomstig van CBS. In zowel de NKR als de CBS-data is de leeftijd onderverdeeld in 18 leeftijdsklassen (0-4, 5-9, 10-14 .... 75-79, 80-84, 85+).

    Berekenen gestandaardiseerde registratie-aantallen

    Door verschillen tussen bevolkingsopbouw in regio's zijn de ruwe gegevens moeilijk te vergelijken. Daarom is een (directe) standaardisatie uitgevoerd door alle in de regio’s geregistreerde aantallen per leeftijd en geslacht te wegen met het aandeel van deze leeftijd en geslachtscategorie in de totale Nederlandse bevolking. Bij geslachtsspecifieke aandoeningen (borst- en prostaatkanker) is gerekend met de totale bevolking van het betreffende geslacht.

    Kaarten

    De NKR-gegevens zijn gestandaardiseerd naar leeftijd en geslacht en worden per GGD-regio in kaart gebracht:

    Aantal registraties per 10.000 inwoners
    De kaart toont het jaarlijks gestandaardiseerd aantal registraties per 10.000 inwoners, gemiddeld over de periode 2016-2019. Zowel onder als boven het Nederlands gemiddelde gebruiken we een indeling in twee gelijke klassen.

    Berekening van significantie van de afwijking van het Nederlands gemiddelde
    Voor iedere regio is een standaardafwijking berekend. Hiermee wordt vervolgens een betrouwbaarheidsinterval berekend dat vergeleken wordt met het Nederlands gemiddelde. Als het Nederlands gemiddelde buiten dit interval valt is er sprake van een significante afwijking van het gemiddelde. Er is gerekend met 95% respectievelijk 99% betrouwbaarheidsintervallen.

    Kanttekeningen

    Het patroon in de kaart is een indicatie van de verdeling van een ziekte over Nederland. Behalve verschillen in het optreden van een ziekte, kunnen verschillen in andere factoren van invloed zijn op dit patroon. Zo kunnen verschillen in zorgniveau en de mate van gebruik van diagnostische tests tussen regio's een rol spelen. Verschillen in de wijze van coderen hebben waarschijnlijk geen rol gespeeld omdat landelijk dezelfde codeerafspraken gelden.

  • Methoden en technieken

    Standaardisatie

    De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking verschillen per regio en land. Daarnaast treden in de loop van de tijd veranderingen op in de omvang en leeftijdsverdeling. Om ziekte- en sterftecijfers van verschillende regio’s en landen, of van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt hier rekening mee gehouden. Daarbij worden de cijfers gecorrigeerd voor deze verschillen of veranderingen in de bevolking. Hierbij wordt uitgegaan van de omvang en de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

    Indexatie

    Vooral bij de weergave van trends in de tijd zijn de trendcijfers vaak geïndexeerd. Een geïndexeerde trend laat ontwikkelingen in de tijd zien ten opzichte van een gekozen basisjaar. Dit gebeurt door de cijfers van alle jaren weer te geven als percentage van het cijfer in een gekozen basisjaar. Het cijfer in het basisjaar is gelijk gesteld aan 100(%). Indexatie maakt zichtbaar hoe groot de percentuele toe- of afname is ten opzichte van dat basisjaar. Door als basisjaar het eerste jaar in de grafiek te kiezen, kun je snel zien wat de verandering over de hele weergegeven periode is en ook of er grote verschillen zijn voor de onderscheiden groepen (mannen en vrouwen bijvoorbeeld).

    Indexatie kan ook gebruikt worden voor het weergeven van regionale verschillen. Hierbij wordt het landelijke cijfer bijvoorbeeld gelijk gesteld aan 100(%). Een regionaal cijfer boven of onder de 100 duidt erop dat het respectievelijk hoger of lager is dan het landelijke cijfer. Voorafgaand aan indexatie worden de cijfers vaak gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de populaties.

    Toetsing trends

    Toetsing van de trend heeft plaatsgevonden op ongestandaardiseerde data door middel van een logistische regressie, waarbij is gecorrigeerd is voor leeftijd en geslacht. Daarbij wordt getoetst of er een statistisch significante toe- of afname is met een significantieniveau (p-waarde) van 0,05. Vaak is onderscheid gemaakt naar trends in verschillende subpopulaties: mannen, vrouwen en leeftijdsgroepen. Daarnaast is getoetst of de trend voor mannen en vrouwen statistisch significant verschilt.
    De kans op het vinden van een toevallige significante uitkomst neemt toe met het aantal uitgevoerde toetsen. Om hiervoor te corrigeren is een Benjamini‐Hochberg‐correctie op de p‐waardes uitgevoerd.