Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

BaarmoederhalskankerCijfers & ContextTrends

Cijfers & Context

206 sterfgevallen in 2017

Regionaal & Internationaal

Incidentie en sterfte laag in Nederland

Kosten

Kosten van zorg 117 miljoen euro in 2015

Preventie & Zorg

Screening voorkomt nieuwe gevallen

Trend nieuwe gevallen baarmoederhalskanker

Aantal nieuwe gevallen van baarmoederhalskanker 1990-2017

JaarVrouwen
1990100
199192
199295
199390
199487
199589
199686
199786
199887
199982
200077
200168
200273
200368
200477
200575
200676
200783
200879
200979
201082
201182
201282
201374
201483
201579
201686
201792

Bron: NKR, cijfers gedownload op 6 februari 2018

  • Gestandaardiseerd naar de Europese standaardbevolking
  • Geïndexeerd (1990 = 100)
  • De cijfers van 2017 zijn voorlopig
  • ICD-10-code C53

Toename aantal nieuwe gevallen in 2016 en 2017

Het aantal vrouwen bij wie baarmoederhalskanker is vastgesteld, is in 2016 en 2017 toegenomen. Deze toename volgt op een periode (2007-2015) waarin het aantal nieuwe gevallen van baarmoederhalskanker relatief stabiel was. De weergegeven trend is gecorrigeerd voor veranderingen in de omvang en leeftijdsopbouw van de bevolking (standaardisatie). Ook het absoluut aantal nieuwe gevallen van baarmoederhalskanker is toegenomen in de periode 2015-2017, van 706 in 2015 tot 817 in 2017.

Meer informatie

Datum publicatie

26-02-2018

Trend sterfte baarmoederhalskanker

Sterfte aan baarmoederhalskanke 1996-2017

JaarVrouwenVrouwen (absoluut)
1996100230
1997101234
1998119276
1999104253
2000106258
200198243
200276187
200386214
200480203
200592235
200683214
200778204
200892244
200978209
201075205
201169189
201277215
201379223
201470198
201572207
201678229
201769206

Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek (gedownload van CBS StatLine in juli 2018)

  • ICD-10-code C53
  • Cijfers over 2017 zijn voorlopig
  • Gestandaardiseerd naar de bevolking van Nederland in 2010
  • Geïndexeerd (1996 = 100)
  • De absolute sterfte is zichtbaar in de tabelweergave
  • De sterftecijfers vanaf 2013 zijn minder goed vergelijkbaar met eerdere jaren, omdat het CBS is overgestapt van handmatig naar automatisch coderen (zie Verantwoording)

Sterfte met meer dan 30% afgenomen in de periode 1996-2017

De sterfte als gevolg van baarmoederhalskanker is in de periode 1996-2017 met ruim 30% afgenomen. Er zijn aanwijzingen dat de invoering van het bevolkingsonderzoek sterk heeft bijgedragen aan de daling van de sterfte aan baarmoederhalskanker (Gezondheidsraad, 2011). De weergegeven trends zijn gecorrigeerd voor veranderingen in de omvang en leeftijdsopbouw van de bevolking (standaardisatie).
De absolute sterfte (niet gestandaardiseerd) is in dezelfde periode met 10% afgenomen van 230 in 1996 naar 206 in 2017.

Meer informatie

Datum publicatie

12-09-2018

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Gezondheidsraad. Screening op baarmoederhalskanker. Den Haag: Gezondheidsraad; 2011. Bron

Trend overleving baarmoederhalskanker

Supergrafiek; Baarmoederhalskanker trend met BI

[container]

Bron: NKR

Weinig ontwikkeling in overleving baarmoederhalskanker

De overleving bij baarmoederhalskanker is in een periode van twintig jaar licht verbeterd. De relatieve vijfjaarsoverleving bedroeg 63,5% voor vrouwen die in de periode 1991-1995 werden gediagnosticeerd met baarmoederhalskanker en 67,8% voor vrouwen die in de periode 2011-2015 werden gediagnosticeerd.

Meer informatie

Toekomstige trend baarmoederhalskanker door demografische ontwikkelingen

Toekomstige stijging aantal nieuwe gevallen van baarmoederhalskanker door alleen demografie

Op basis van uitsluitend demografisch ontwikkelingen zal het absoluut aantal nieuwe gevallen van baarmoederhalskanker in de periode 2015-2040 naar verwachting met 8% stijgen. De toename zal groter of kleiner kunnen zijn door veranderingen in factoren die de kans op het ontstaan van baarmoederhalskanker beïnvloeden (epidemiologische ontwikkelingen). De toekomstige trend op basis van epidemiologische ontwikkelingen is niet gekwantificeerd.

Meer informatie

Verantwoording

Definities
  • Wat is baarmoederhalskanker?

    Baarmoederhalskanker is een kwaadaardige (maligne of invasieve) groei van het oppervlakteweefsel op de grens van de baarmoederhals en de baarmoedermond. 

Bronverantwoording
  • Tabel: Bronnen bij de cijfers over baarmoederhalskanker

    Bron Indicator in VZinfo Gepresenteerde populatie in VZinfo Meer informatie
    Nederlandse Kanker Registratie (NKR) Aantal nieuwe gevallen, tienjaarsprevalentie Nederlandse bevolking (vrouwen) IKNLNKR
    Nederlandse Kanker Registratie (NKR) Overleving (percentage) Geregistreerd aantal vrouwen met baarmoederhalskanker IKNLNKR
    Landelijke Medische Registratie (LMR) Klinische opnamedagen, klinische opnamen, gemiddelde opnameduur, dagopnamen met baarmoederhalskanker als hoofdontslagdiagnose Nederlandse bevolking (vrouwen) LMR

    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Aantal sterfgevallen Nederlandse bevolking (vrouwen) CBS Doodsoorzakenstatistiek
    Kosten van Ziektenstudie Kosten van zorg voor baarmoederhalskanker Nederlandse bevolking (vrouwen)
     
    Kosten van Ziekten database
    Landelijke Evaluatie van het Bevolkingsonderzoek Baarmoederhalskanker (LEBA) Deelname bevolkingsonderzoek, percentage gevonden afwijkingen in bevolkingsonderzoek Vrouwen van 30 t/m 60 jaar LEBA, PALGA
    Regionale screeningsorganisaties Deelname bevolkingsonderzoek Vrouwen van 30 t/m 60 jaar Midden-West; Noord; Zuid-West; Zuid; Oost
    International Agency for Research on Cancer (EUCAN Aantal nieuwe gevallen Europese bevolking (vrouwen) EUCAN
    Eurostat Aantal sterfgevallen Europese bevolking (vrouwen) Eurostat
    OECD Relatieve 5-jaarsoverleving Europese bevolking (vrouwen) OECD; Allemani et al., 2018

     

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Allemani C, Matsuda T, Di Carlo V, Harewood R, Matz M, Nikšić M, et al. Global surveillance of trends in cancer survival 2000-14 (CONCORD-3): analysis of individual records for 37 513 025 patients diagnosed with one of 18 cancers from 322 population-based registries in 71 countries. Lancet. 2018;391(10125):1023-1075. Pubmed | DOI
  • Automatisch coderen bij CBS-doodsoorzakenstatistiek

    Met ingang van het statistiekjaar 2013 codeert het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) doodsoorzakenformulieren automatisch met behulp van het softwarepakket IRIS. Dit is een verschil met voorgaande jaren waarin doodsoorzakenformulieren handmatig werden verwerkt. Automatische codering brengt een betere internationale vergelijkbaarheid en reproduceerbaarheid van de gegevens met zich mee. Het veroorzaakt echter ook verschuivingen in doodsoorzaken. Daardoor zijn de sterftecijfers vanaf het jaar 2013 niet altijd goed vergelijkbaar met sterftecijfers uit eerdere jaren. Voor meer informatie over het automatisch coderen verwijzen wij naar vier artikelen van het CBS:

    • Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek (Harteloh et al., 2014)
    • Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen (Harteloh, 2014)
    • Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study (Harteloh, 2015)
    • Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013 (Harteloh, 2016)

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Harteloh PPM, van Hilten O, Kardaun JWPF. Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    2. Harteloh PPM. Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    3. Harteloh PPM. Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2015. Bron
    4. Harteloh PPM. Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2016. Bron
Methoden
  • Regionale vergelijkingen Nederlandse Kankerregistratie

    De regionale cijfers van verschillende types kanker zijn gebaseerd op data uit de Nederlandse Kankerregistratie. Voor deze analyse is uit de NKR het aantal registraties per tumorsoort geselecteerd in de periode 2012-2015, uitgesplitst naar leeftijd, geslacht en GGD-regio van de patiënt. De NKR houdt internationaal geaccordeerde indelingen aan, waarbij een combinatie van lokalisatie en morfologisch type kanker wordt toegepast. Ten behoeve van de standaardisatie van de regio's naar leeftijd en geslacht, hebben we als standaard populatie de middenjaarsschatting 2012-2015 van de bevolking gebruikt. Deze bevolkingscijfers zijn afkomstig van CBS. In zowel de NKR als de CBS-data is de leeftijd onderverdeeld in 18 leeftijdsklassen (0-4, 5-9, 10-14 .... 75-79, 80-84, 85+).

    Berekenen gestandaardiseerde registratie-aantallen

    Door verschillen tussen bevolkingsopbouw in regio's zijn de ruwe gegevens moeilijk te vergelijken. Daarom is een (directe) standaardisatie uitgevoerd door alle in de regio’s geregistreerde aantallen per leeftijd en geslacht te wegen met het aandeel van deze leeftijd en geslachtscategorie in de totale Nederlandse bevolking. Bij geslachtsspecifieke aandoeningen (borst- en prostaatkanker) is gerekend met de totale bevolking van het betreffende geslacht.

    Kaarten

    De NKR-gegevens zijn gestandaardiseerd naar leeftijd en geslacht en worden per GGD-regio in kaart gebracht:

    Aantal registraties per 10.000 inwoners
    De kaart toont het jaarlijks gestandaardiseerd aantal registraties per 10.000 inwoners, gemiddeld over de periode 2012-2015. Zowel onder als boven het Nederlands gemiddelde gebruiken we een indeling in twee gelijke klassen.

    Berekening van significantie van de afwijking van het Nederlands gemiddelde
    Voor iedere regio is een standaardafwijking berekend. Hiermee wordt vervolgens een betrouwbaarheidsinterval berekend dat vergeleken wordt met het Nederlands gemiddelde. Als het Nederlands gemiddelde buiten dit interval valt is er sprake van een significante afwijking van het gemiddelde. Er is gerekend met 95% respectievelijk 99% betrouwbaarheidsintervallen.

    Kanttekeningen

    Het patroon in de kaart is een indicatie van de verdeling van een ziekte over Nederland. Behalve verschillen in het optreden van een ziekte, kunnen verschillen in andere factoren van invloed zijn op dit patroon. Zo kunnen verschillen in zorgniveau en de mate van gebruik van diagnostische tests tussen regio's een rol spelen. Verschillen in de wijze van coderen hebben waarschijnlijk geen rol gespeeld omdat landelijk dezelfde codeerafspraken gelden.

  • Methoden en technieken

    Standaardisatie

    De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking verschillen per regio en land. Daarnaast treden in de loop van de tijd veranderingen op in de omvang en leeftijdsverdeling. Om ziekte- en sterftecijfers van verschillende regio’s en landen, of van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt hier rekening mee gehouden. Daarbij worden de cijfers gecorrigeerd voor deze verschillen of veranderingen in de bevolking. Hierbij wordt uitgegaan van de omvang en de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

    Indexatie

    Vooral bij de weergave van trends in de tijd zijn de trendcijfers vaak geïndexeerd. Een geïndexeerde trend laat ontwikkelingen in de tijd zien ten opzichte van een gekozen basisjaar. Dit gebeurt door de cijfers van alle jaren weer te geven als percentage van het cijfer in een gekozen basisjaar. Het cijfer in het basisjaar is gelijk gesteld aan 100(%). Indexatie maakt zichtbaar hoe groot de percentuele toe- of afname is ten opzichte van dat basisjaar. Door als basisjaar het eerste jaar in de grafiek te kiezen, kun je snel zien wat de verandering over de hele weergegeven periode is en ook of er grote verschillen zijn voor de onderscheiden groepen (mannen en vrouwen bijvoorbeeld).

    Indexatie kan ook gebruikt worden voor het weergeven van regionale verschillen. Hierbij wordt het landelijke cijfer bijvoorbeeld gelijk gesteld aan 100(%). Een regionaal cijfer boven of onder de 100 duidt erop dat het respectievelijk hoger of lager is dan het landelijke cijfer. Voorafgaand aan indexatie worden de cijfers vaak gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de populaties.