Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

AstmaPreventie & ZorgPreventie

Cijfers & Context

636.200 mensen met astma

Regionaal & Internationaal

Meeste inwoners met astma in Rotterdam-Rijnmond

Kosten

Ruim 427 miljoen euro voor zorg astma

Preventie & Zorg

In 2017 8.100 ziekenhuisopnamen voor astma

Aanbod preventie astma

Preventie gericht op minder astma en minder klachten

Preventie van astma is gericht op het verminderen van het aantal personen met astma en op het verminderen van de klachten van personen met astma. Astma heeft een erfelijke en een omgevingscomponent. Preventie richt zich op het gunstig beïnvloeden van de omgevings- en leefstijlfactoren.

Preventie van astma(klachten) vooral via rookontmoedigingsbeleid

Met het rookontmoedigingsbeleid beoogt VWS het aantal mensen met astma(klachten) te verminderen ("VWS", 2006). Roken is de belangrijkste oorzaak van binnenluchtverontreiniging, een belangrijke risicofactor voor astma(klachten). Astmapatiënten moeten rook zoveel mogelijk vermijden en zeker niet zelf roken.

Meer informatie

Initiatieven voor verbetering luchtkwaliteit

Een goede luchtkwaliteit is van groot belang voor de gezondheid. De kwaliteit van lucht moet aan allerlei (Europese) normen voldoen. Deze kwaliteitsnormen zijn in de Wet milieubeheer vastgelegd. Om de luchtkwaliteit te verbeteren is in 2009 het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) opgesteld. Hierin werken vele partijen samen aan landelijke en lokale beheersmaatregelen. Het betreft zowel fysieke maatregelen als bestuurlijke afspraken. Daarnaast is het Innovatieprogramma Luchtkwaliteit in het leven geroepen. Dit programma richt zich op innovatieve oplossingen voor de verbetering van de luchtkwaliteit langs het rijkswegennet.

Meer informatie

Nationaal Actieprogramma voor betere preventie en zorg longpatiënten

Sinds januari 2014 loopt het Nationaal Actieprogramma Chronische Longziekten (NACL). Dit Actieprogramma moet zorgen voor betere preventie en zorg voor longpatiënten, meer doelmatigheid en meer arbeidsparticipatie van longpatiënten zodat de longzorg betaalbaar blijft. Het NACL heeft een looptijd van vijf jaar. Doelstellingen van het NACL zijn:

  1. 25% minder ziekenhuisopnamedagen astma en COPD;
  2. 15% vermindering verloren werkdagen door astma en COPD;
  3. 20% meer rendement van inhalatiemedicatie;
  4. 25% minder kinderen die beginnen met roken;
  5. 10% minder doden door astma en COPD.

Coördinatie van het NACL is in handen van de Longalliantie Nederland (LAN).

Meer informatie

Experts en redactie

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. "VWS". VWS dossier Roken. Den Haag: Ministerie van VWS; 2006. Bron

Preventie beroepsastma

Preventie beroepsastma door vermindering blootstelling allergenen op het werk

Door blootstelling aan allergenen op het werk kan beroepsastma ontstaan en kan bestaande astma verergeren (zie ook: beroepsziekten). Bij preventie van beroepsastma gaat het erom de blootstelling aan allergenen op het werk te verminderen. Dit kan door:

  • het treffen van bronmaatregelen (door bijvoorbeeld afzuigen, filteren, ventileren en schoonmaken),
  • organisatorische maatregelen (werk- of functieaanpassing),
  • technische maatregelen en door middel van persoonlijke bescherming, zoals het dragen van beschermende kleding en een mondkapje.

Bij al gesensibiliseerde werknemers bestaat preventie van klachten vaak uit verandering van werk en werkplek. Om tijdig en juiste maatregelen te kunnen treffen is vroege opsporing van beroepsastma van groot belang. Instrumenten hiervoor zijn het Preventief Medisch Onderzoek en het arbeidsgezondheidskundig spreekuur.

Experts en redactie

Bereik en effectiviteit preventie astma

Niet roken verkleint de kans op astma

Ter preventie van het ontstaan van astma is alleen voldoende onderbouwing voor een krachtig rookontmoedigingsbeleid (Gezondheidsraad, 2007). Ouders die willen voorkomen dat hun kind astma of een allergie krijgt, doen er verstandig aan om tijdens en na de zwangerschap niet te roken.

Advies stoppen met roken vaak genegeerd

Lang niet altijd volgen (ouders van) astmapatiënten het advies van hun huisarts of specialist op om te stoppen met roken. Uit het PREVASK-onderzoek (PREVentie van Astma bij Kinderen) bleek dat het advies aan ouders om te stoppen met roken veel minder vaak werd opgevolgd dan het inrichten van een allergeenarm huis (Maas et al., 2011). Uit ander onderzoek blijkt dat Nederlandse jongeren met astma net zo vaak roken als leeftijdsgenoten zonder astma en dat ouders van kinderen met astma geen strengere regels voor het rookgedrag van hun kinderen hanteren dan ouders van gezonde kinderen (Otten, 2007).

Reductie blootstelling allergenen biedt enige bescherming

Op basis van interventiestudies blijkt dat reductie van blootstelling aan huisstofmijt- en huisdierenallergenen voor en na de geboorte enig beschermend effect heeft op het ontstaan van astma bij kinderen met een aanleg voor een allergie (Gezondheidsraad, 2007). Dit effect is het sterkst bij een verminderde blootstelling in het eerste levensjaar. Er is echter geen sprake van eenduidige onderzoeksresultaten.

Terugdringen luchtvervuiling vermindert luchtwegaandoeningen

Er zijn veel aanwijzingen dat luchtverontreiniging buitenshuis en binnenshuis een nadelige invloed heeft op het beloop van luchtwegaandoeningen. Volgens de Gezondheidsraad zijn zinvolle preventiemaatregelen door de overheid bijvoorbeeld het terugdringen van de verkeersuitstoot en het op voldoende afstand van drukke wegen bouwen van gevoelige bestemmingen zoals woningen en scholen (Gezondheidsraad, 2007).

Allergeendichte matrashoes niet effectief in verminderen klachten

Het gebruik van allergeendichte matras- en beddengoedhoezen of speciale luchtfilters verlaagt de blootstelling in de dagelijkse praktijk onvoldoende om astmaklachten meetbaar te verminderen (Gezondheidsraad, 2007). Uit het Nederlandse PIAMA-onderzoek blijkt dat allergeendichte matrashoezen de eerste paar jaar een beperkt gunstig effect hebben op de hoeveelheid stof en allergenen in de matrassen. Evaluatie van het effect van de matrashoezen over de periode vanaf de geboorte tot acht jaar laat zien dat er slechts tijdelijk een geringe vermindering was van astmasymptomen en geen vermindering van allergie (allergie-gerelateerde klachten en gemeten specifiek IgE, zie Allergie) ten opzichte van de controlegroep (Gehring et al., 2012).

Interventies gericht op één omgevingsfactor beperkt effectief in verminderen astmaklachten

De Gezondheidsraad concludeert dat interventies bij astmapatiënten gericht op één specifieke omgevingsfactor slechts beperkt klinisch effectief zijn (Gezondheidsraad, 2007). De Gezondheidsraad is echter overtuigd van de in principe positieve invloed van verdergaande omgevingsinterventies. Een multifactorieel bepaalde aandoening als astma (verschillende factoren spelen een rol bij het ontstaan en verloop ervan) is waarschijnlijk alleen via een gecombineerde aanpak te beperken.

Gecombineerde aanpak vermindert allergeenblootstelling, maar niet de ontwikkeling van astma

Het PREVASK-onderzoek (PREVentie van AStma bij Kinderen) evalueerde een pakket maatregelen gericht op het verminderen van astmaklachten. Deze maatregelen bestonden uit het terugdringen van blootstelling aan huisstofmijt door gladde vloerbedekking en allergeendichte matrashoezen, het terugdringen van blootstelling aan huisdierallergenen, het stimuleren van borstvoeding gedurende zes maanden en niet-roken tijdens de zwangerschap. De interventie resulteerde in een vermindering van de blootstelling aan allergenen van huisstofmijt, kat en hond, maar kinderen in de interventiegroep hadden op de leeftijd van zes jaar niet minder astma dan kinderen in de controlegroep (Maas et al., 2011).

Experts en redactie

Bronnen en literatuur

Bronnen

  1. PIAMA, Preventie en Incidentie van Astma en Mijt Allergie geboortecohort. zorggegevens.nl

Literatuur

  1. Gezondheidsraad. Astma, allergie en omgevingsfactoren. Den Haag: Gezondheidsraad; 2007. Bron
  2. Maas T, Dompeling E, Muris JWM, Wesseling G, Knottnerus E, van Schayck CP. Prevention of asthma in genetically susceptible children: A multifaceted intervention trial focussed on feasibility in general practice. Pediatric Allergy and Immunology. 2011;22(8):794-802. Bron
  3. Otten R. Waiting to inhale, Psychosocial Factors of Smoking in Adolescents with and without Asthma. Nijmegen: Radboud Universiteit; 2007. Bron
  4. Gehring U, de Jongste JC, Kerkhof M, Oldenwening M, Postma D, van Strien RT, et al. The 8-year follow-up of the PIAMA intervention study assessing the effect of mite-impermeable mattress covers. Allergy. 2012;67(2):248-256. Bron

Verantwoording

Definities
  • Astma is een chronische ontsteking van de luchtwegen

    Astma is een chronische ontsteking van de luchtwegen, die samen gaat met een vernauwing en een verhoogde prikkelbaarheid van de luchtwegen. Dit resulteert bij patiënten in kortademigheid, benauwdheid, piepend ademhalen en hoesten (met name 's nachts en 's ochtends). Bij kinderen zijn de klachten voornamelijk piepen en hoesten, bij kinderen jonger dan één jaar ’volzitten’ en ’zagen’. De klachten treden op in aanvallen, die van korte of langere duur kunnen zijn. De aanvallen en perioden met klachten worden afgewisseld met klachtenvrije perioden.

  • Aanvallen door allergische reacties of aspecifieke hyperreactiviteit

    De aanvallen van kortademigheid en hoesten bij astma zijn het gevolg van een allergische reactie en/of een aspecifieke hyperreactiviteit. Bij een allergie reageert het lichaam op prikkels (allergenen) waarvan niet-allergische personen geen last hebben. Zulke prikkels of allergenen zijn bijvoorbeeld graspollen, huisstof(mijt), kattenharen, schimmelsporen. Bij een aspecifieke hyperreactiviteit bestaat een gevoeligheid van de luchtwegen voor allerlei (niet-allergene) prikkelende stoffen en/of fysische prikkels die de luchtwegen binnendringen zoals koude lucht, mist, rook, baklucht en parfum. Niet iedereen heeft last van alle mogelijke prikkels en ook niet iedereen heeft evenveel last. Het verschilt per persoon hoe en wanneer iemand reageert op een bepaalde prikkel. De ene dag wordt iemand sneller benauwd dan de andere dag en ook per seizoen verschillen de klachten vaak.

Bronverantwoording
  • Tabel: Bronnen bij de cijfers over astma

    Bron Indicator in VZinfo Gepresenteerde populatie VZinfo Meer informatie
    Nivel Zorgregistraties eerste lijn

    Zorgprevalentie; Aantal nieuwe gevallen

    Nederlandse bevolking NZR
    Gezondheidsenquête, voorheen POLS, gezondheid en welzijn

    Prevalentie (zelfgerapporteerd)

    Nederlandse bevolking Gezondheidsenquête
    Piama Prevalentie Nederlandse kinderen en jongeren Piama; website Piama-onderzoek
    Monitor Zorg- en Leefsituatie van mensen met astma en COPD Kwaliteit van leven Nederlandse bevolking van 15 jaar en ouder Nivel
    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Aantal sterfgevallen

    Nederlandse bevolking CBS Doodsoorzakenstatistiek
    Landelijke Basisregistratie Ziekenhuiszorg Registratie (LBZ)

    Klinische opnamedagen; Klinische opnamen; Gemiddelde opnameduur
    met Diabetes als hoofdontslagdiagnose

    Nederlandse bevolking LBZ
    Kosten van Ziektenstudie Kosten van zorg voor diabetes Nederlandse bevolking Kosten van Ziekten database
    GIP-databank Gebruikers astma- en COPD-middelen Nederlandse verzekerden volgens de Zorgverzekringswet GIP-databank
Methoden
  • Regionaal versus landelijk gemiddelde

    Bij een onderwerp is het mogelijk dat het gemiddelde bij het hoofdstuk 'Cijfers & Context' verschilt van gemiddelde bij het hoofdstuk 'Regionaal & Internationaal'. Dit kan te maken hebben met: 

    • het niveau waarop de informatie geaggregeerd is (van wijkniveau tot landelijk niveau);

    • het presenteren van cijfers uit verschillende jaren;

    • het al dan niet combineren van cijfers van verschillende jaren (bijvoorbeeld een gemiddelde van drie jaren);
    • het kiezen van een verschillende standaard bij het presenteren van gestandaardiseerde gegevens.
  • Methoden en technieken

    Standaardisatie

    De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking verschillen per regio en land. Daarnaast treden in de loop van de tijd veranderingen op in de omvang en leeftijdsverdeling. Om ziekte- en sterftecijfers van verschillende regio’s en landen, of van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt hier rekening mee gehouden. Daarbij worden de cijfers gecorrigeerd voor deze verschillen of veranderingen in de bevolking. Hierbij wordt uitgegaan van de omvang en de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

    Indexatie

    Vooral bij de weergave van trends in de tijd zijn de trendcijfers vaak geïndexeerd. Een geïndexeerde trend laat ontwikkelingen in de tijd zien ten opzichte van een gekozen basisjaar. Dit gebeurt door de cijfers van alle jaren weer te geven als percentage van het cijfer in een gekozen basisjaar. Het cijfer in het basisjaar is gelijk gesteld aan 100(%). Indexatie maakt zichtbaar hoe groot de percentuele toe- of afname is ten opzichte van dat basisjaar. Door als basisjaar het eerste jaar in de grafiek te kiezen, kun je snel zien wat de verandering over de hele weergegeven periode is en ook of er grote verschillen zijn voor de onderscheiden groepen (mannen en vrouwen bijvoorbeeld).

    Indexatie kan ook gebruikt worden voor het weergeven van regionale verschillen. Hierbij wordt het landelijke cijfer bijvoorbeeld gelijk gesteld aan 100(%). Een regionaal cijfer boven of onder de 100 duidt erop dat het respectievelijk hoger of lager is dan het landelijke cijfer. Voorafgaand aan indexatie worden de cijfers vaak gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de populaties.

Andere websites over Astma