Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

AstmaCijfers & ContextTrends

Cijfers & Context

586.200 mensen met astma

Regionaal & Internationaal

Meeste inwoners met astma in Rotterdam-Rijnmond

Kosten

Ruim 427 miljoen euro voor zorg astma

Preventie & Zorg

In 2017 8.100 ziekenhuisopnamen voor astma

Trend voorkomen astma in huisartsenpraktijk

Zorgprevalentie en aantal nieuwe gevallen astma 2011-2019

JaarNieuwe gevallen, mannenNieuwe gevallen, vrouwenPrevalentie, mannenPrevalentie, vrouwenNieuwe gevallen, mannen (absoluut)Nieuwe gevallen, vrouwen (absoluut)Prevalentie, mannen (absoluut)Prevalentie, vrouwen (absoluut)
201110010010010062.30072.600239.200292.500
2012969511311560.10068.800269.900338.000
2013929410410857.60068.600250.900319.600
2014858111011252.90058.900264.800331.200
2015788011011748.80058.300266.000347.600
20169085929957.10063.100224.100297.100
2017656511111940.90048.200272.100361.500
2018615811011938.40043.500272.000364.200
201944449910927.60032.700248.400337.800

Aantal nieuwe diagnoses astma gedaald

Het aantal door de huisarts nieuw gediagnosticeerde gevallen van astma is in de periode 2011-2019 met ruim 40% gedaald, voor zowel mannen als vrouwen. Deze trend is gecorrigeerd voor veranderingen in de omvang en leeftijdsopbouw van de bevolking (standaardisatie).
Ook het per jaar geschatte en ongecorrigeerde aantal nieuw gediagnosticeerde gevallen van astma is afgenomen. Voor mannen nam dit aantal af van 62.300 in 2011 naar 27.600 in 2019. Voor vrouwen is dit aantal afgenomen van 72.600 in 2011 naar 32.700 in 2019 (absolute aantallen zichtbaar in de tabelweergave).

Prevalentie laatste jaren redelijk stabiel

De trend in de zorgprevalentie van astma laat een schommelend patroon zien over de periode 2011-2019. Over de gehele periode is de zorgprevalentie voor mannen gelijk gebleven en voor vrouwen gestegen met 10%. Het betreft hier het aantal mensen dat voor deze klacht zorg heeft gehad van de huisarts of waarvan de huisarts wist dat de patiënt zorg ontving in de tweede lijn. Deze trend is gecorrigeerd voor veranderingen in de omvang en leeftijdsopbouw van de bevolking (standaardisatie).
Het per jaar geschatte en ongecorrigeerde aantal mensen dat zorg heeft ontvangen voor astma is voor mannen licht toegenomen van 239.200 in 2011 naar 248.400 in 2019. Voor vrouwen is dit aantal toegenomen van 292.500 in 2011 naar 337.800 in 2019 (absolute aantallen zichtbaar in de tabelweergave).

Sterke toename prevalentie en aantal nieuwe gevallen astma tussen 1991 en 2014

De gestandaardiseerde jaarprevalentie van astma is in de periode 1991-2014 sterk gestegen. De stijging was groter voor vrouwen dan voor mannen. De jaarprevalentie betreft alle mensen die ergens in het jaar bekend waren bij de huisarts met astma. Deze mensen hoeven niet allemaal in het betreffende jaar contact te hebben gehad met de huisarts voor astma.
Ook het gestandaardiseerd aantal nieuwe gevallen van astma is in deze periode sterk toegenomen. Deze trends zijn gebaseerd op de huisartsenregistratie RNH-Limburg. Voor een weergave en mogelijke verklaringen van de trends, zie: Trend jaarprevalentie en nieuwe gevallen astma 1991-2014 (PDF; 122 KB).

Meer informatie

Datum publicatie

12-11-2020

Trend prevalentie astma in huisartsenpraktijk naar opleiding

Jaarprevalentie astma naar opleiding 2011-2018

25 tot en met 54 jaar
JaarLaagMiddelbaarHoog
201191,984,274,0
201295,686,375,6
201394,688,276,6
201498,091,979,1
2015103,496,982,7
2016103,297,783,0
2017112,5106,691,3
2018115,1109,595,1
  • ICPC-code R96
  • Laag opleidingsniveau = basisonderwijs, vmbo, eerste 3 leerjaren van havo/ vwo of de assistentenopleiding (mbo-1).
  • Middelbaar opleidingsniveau = bovenbouw van havo/ vwo, basisberoepsopleiding (mbo-2), vakopleiding (mbo-3) en middenkader- en specialistenopleidingen (mbo-4)
  • Hoog opleidingsniveau =  hbo of wo

Verschillen prevalentie astma tussen opleidingsniveaus vrijwel constant

De grafiek toont de trend in de jaarprevalentie van astma onder 25- tot en met 54-jarigen in de registratie van huisartsen. Hierbij is de groep ingeschreven patiënten opgedeeld in drie opleidingsniveaus. Astma komt relatief meer voor bij laagopgeleiden dan bij hoogopgeleiden. In de periode 2011-2018 waren de verschillen in de jaarprevalentie tussen de verschillende opleidingsniveaus vrijwel constant. De jaarprevalentie onder 25- tot en met 54-jarigen is voor alle opleidingsniveaus licht gestegen.

Meer informatie

Datum publicatie

02-12-2020

Toekomstige trend astma door demografische ontwikkelingen

Verwachte stijging aantal mensen met astma door alleen demografie

Op basis van uitsluitend demografische ontwikkelingen zal het absoluut aantal mensen met astma (zorgprevalentie) in de periode 2018-2040 naar verwachting met 11% stijgen. De verwachte stijging bedraagt 11% voor mannen en 10% voor vrouwen. De toename zal groter of kleiner kunnen zijn door andere (niet-demografische) ontwikkelingen die de kans op het vóórkomen van astma beïnvloeden.

Meer informatie

Datum publicatie

25-03-2021

Verantwoording

Definities
  • Astma is een chronische ontsteking van de luchtwegen

    Astma is een chronische ontsteking van de luchtwegen, die samen gaat met een vernauwing en een verhoogde prikkelbaarheid van de luchtwegen. Dit resulteert bij patiënten in kortademigheid, benauwdheid, piepend ademhalen en hoesten (met name 's nachts en 's ochtends). Bij kinderen zijn de klachten voornamelijk piepen en hoesten, bij kinderen jonger dan één jaar ’volzitten’ en ’zagen’. De klachten treden op in aanvallen, die van korte of langere duur kunnen zijn. De aanvallen en perioden met klachten worden afgewisseld met klachtenvrije perioden.

  • Aanvallen door allergische reacties of aspecifieke hyperreactiviteit

    De aanvallen van kortademigheid en hoesten bij astma zijn het gevolg van een allergische reactie en/of een aspecifieke hyperreactiviteit. Bij een allergie reageert het lichaam op prikkels (allergenen) waarvan niet-allergische personen geen last hebben. Zulke prikkels of allergenen zijn bijvoorbeeld graspollen, huisstof(mijt), kattenharen, schimmelsporen. Bij een aspecifieke hyperreactiviteit bestaat een gevoeligheid van de luchtwegen voor allerlei (niet-allergene) prikkelende stoffen en/of fysische prikkels die de luchtwegen binnendringen zoals koude lucht, mist, rook, baklucht en parfum. Niet iedereen heeft last van alle mogelijke prikkels en ook niet iedereen heeft evenveel last. Het verschilt per persoon hoe en wanneer iemand reageert op een bepaalde prikkel. De ene dag wordt iemand sneller benauwd dan de andere dag en ook per seizoen verschillen de klachten vaak.

Bronverantwoording
  • Tabel: Bronnen bij de cijfers over astma

    Bron Indicator in VZinfo Gepresenteerde populatie VZinfo Meer informatie
    Nivel Zorgregistraties eerste lijn

    Zorgprevalentie; Aantal nieuwe gevallen

    Nederlandse bevolking NZR
    Gezondheidsenquête, voorheen POLS, gezondheid en welzijn

    Prevalentie (zelfgerapporteerd)

    Nederlandse bevolking Gezondheidsenquête
    Piama Prevalentie Nederlandse kinderen en jongeren Piama; website Piama-onderzoek
    Monitor Zorg- en Leefsituatie van mensen met astma en COPD Kwaliteit van leven Nederlandse bevolking van 15 jaar en ouder Nivel
    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Aantal sterfgevallen

    Nederlandse bevolking CBS Doodsoorzakenstatistiek
    Landelijke Basisregistratie Ziekenhuiszorg Registratie (LBZ)

    Klinische opnamedagen; Klinische opnamen; Gemiddelde opnameduur
    met astma als hoofdontslagdiagnose

    Nederlandse bevolking LBZ
    Kosten van Ziektenstudie Kosten van zorg voor astma Nederlandse bevolking Kosten van Ziekten database
    GIP-databank Gebruikers astma- en COPD-middelen Nederlandse verzekerden volgens de Zorgverzekringswet GIP-databank
Methoden
  • Regionaal versus landelijk gemiddelde

    Bij een onderwerp is het mogelijk dat het gemiddelde bij het hoofdstuk 'Cijfers & Context' verschilt van gemiddelde bij het hoofdstuk 'Regionaal & Internationaal'. Dit kan te maken hebben met: 

    • het niveau waarop de informatie geaggregeerd is (van wijkniveau tot landelijk niveau);

    • het presenteren van cijfers uit verschillende jaren;

    • het al dan niet combineren van cijfers van verschillende jaren (bijvoorbeeld een gemiddelde van drie jaren);
    • het kiezen van een verschillende standaard bij het presenteren van gestandaardiseerde gegevens.
  • Methoden en technieken

    Standaardisatie

    De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking verschillen per regio en land. Daarnaast treden in de loop van de tijd veranderingen op in de omvang en leeftijdsverdeling. Om ziekte- en sterftecijfers van verschillende regio’s en landen, of van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt hier rekening mee gehouden. Daarbij worden de cijfers gecorrigeerd voor deze verschillen of veranderingen in de bevolking. Hierbij wordt uitgegaan van de omvang en de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

    Indexatie

    Vooral bij de weergave van trends in de tijd zijn de trendcijfers vaak geïndexeerd. Een geïndexeerde trend laat ontwikkelingen in de tijd zien ten opzichte van een gekozen basisjaar. Dit gebeurt door de cijfers van alle jaren weer te geven als percentage van het cijfer in een gekozen basisjaar. Het cijfer in het basisjaar is gelijk gesteld aan 100(%). Indexatie maakt zichtbaar hoe groot de percentuele toe- of afname is ten opzichte van dat basisjaar. Door als basisjaar het eerste jaar in de grafiek te kiezen, kun je snel zien wat de verandering over de hele weergegeven periode is en ook of er grote verschillen zijn voor de onderscheiden groepen (mannen en vrouwen bijvoorbeeld).

    Indexatie kan ook gebruikt worden voor het weergeven van regionale verschillen. Hierbij wordt het landelijke cijfer bijvoorbeeld gelijk gesteld aan 100(%). Een regionaal cijfer boven of onder de 100 duidt erop dat het respectievelijk hoger of lager is dan het landelijke cijfer. Voorafgaand aan indexatie worden de cijfers vaak gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de populaties.

    Toetsing trends

    Toetsing van de trend heeft plaatsgevonden op ongestandaardiseerde data door middel van een logistische regressie, waarbij is gecorrigeerd is voor leeftijd en geslacht. Daarbij wordt getoetst of er een statistisch significante toe- of afname is met een significantieniveau (p-waarde) van 0,05. Vaak is onderscheid gemaakt naar trends in verschillende subpopulaties: mannen, vrouwen en leeftijdsgroepen. Daarnaast is getoetst of de trend voor mannen en vrouwen statistisch significant verschilt.
    De kans op het vinden van een toevallige significante uitkomst neemt toe met het aantal uitgevoerde toetsen. Om hiervoor te corrigeren is een Benjamini‐Hochberg‐correctie op de p‐waardes uitgevoerd.

Andere websites over Astma