Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

AstmaCijfers & ContextOorzaken en gevolgen

Cijfers & Context

636.200 mensen met astma

Regionaal & Internationaal

Meeste inwoners met astma in Rotterdam-Rijnmond

Kosten

Ruim 427 miljoen euro voor zorg astma

Preventie & Zorg

In 2017 8.100 ziekenhuisopnamen voor astma

Risicofactoren astma

Risicofactoren voor het optreden van astma

Risicofactoren

Persoonsgebonden factoren

Omgevingsfactoren

  • blootstelling aan specifieke allergene prikkels zoals allergenen van huisstofmijt, katten, honden of pollen
  • blootstelling aan tabaksrook
  • luchtverontreiniging

Veel mogelijke determinanten met kleine effecten

Naast de in de tabel genoemde risicofactoren is er een groot aantal factoren dat mogelijk van invloed is op het ontstaan van astma, maar waarvan effecten (nog) niet eenduidig zijn vastgesteld. Onderzoek is vooral gericht op de mogelijke rol van nadelige factoren vroeg in het leven (waaronder vroeggeboorte, snelle pre- en postnatale gewichtstoename, geboorte door middel van keizerssnede en vroege luchtweginfecties), op medicijngebruik (zoals paracetamol en antibiotica) van de moeder tijdens de zwangerschap, op voeding (onder andere omega3 vetzuren en antioxidanten, vitamine D-status) en op het mogelijk gunstige effect van opgroeien in contact met traditionele veehouderij. Vermoedelijk zijn er veel en heel uiteenlopende factoren die in verschillende combinaties en verschillende omstandigheden het risico op astma beïnvloeden. Doordat ze waarschijnlijk ieder op zich slechts een gering effect hebben is de bijdrage van  die factoren afzonderlijk, moeilijk vast te stellen (Sears, 2014).

Erfelijke aanleg is de belangrijkste bekende determinant van astma

Dat erfelijke aanleg de belangrijkste determinant is van astma, is al heel lang bekend. Kinderen van ouders met astma of allergie hebben een sterk verhoogd risico op het krijgen van astma. Uit het Nederlandse PIAMA onderzoek blijkt dat als beide ouders astma of allergie hebben (en dat geldt voor ongeveer 10% van de kinderen), de prevalentie van astmasymptomen bij hun kinderen ruim twee keer zo hoog is als de prevalentie bij kinderen met twee niet allergische ouders. De prevalentie van astmasymptomen bij kinderen met één ouder met astma of allergie ligt daar tussenin, waarbij het weinig uitmaakt of de vader of de moeder allergisch is (Wijga et al., 2011).

Astma gaat vaak samen met allergie

Mensen met astma zijn vaak ook allergisch. Allergische prikkels, zoals de allergenen van de huisstofmijt, van katten, honden of pollen kunnen bij hen klachten veroorzaken, zoals benauwdheid, piepend ademhalen of hoesten. De vraag of vroege blootstelling aan allergenen ook astma kan veroorzaken of mogelijk juist bescherming biedt tegen de ontwikkeling van astma is nog onderwerp van onderzoek. Terwijl in het verleden werd aanbevolen om vroege blootstelling aan allergenen te vermijden, zijn er nu aanwijzingen dat vroege blootstelling juist kan helpen om ‘tolerantie’ te bevorderen en daarmee ontwikkeling van allergie en astma te voorkomen (Dharmage et al., 2019).

Astmaklachten kunnen ontstaan of verergeren door luchtverontreiniging

Het inademen van vervuilde lucht, bv afkomstig van verkeer, heeft schadelijke effecten op de gezondheid van onze longen. Uit onderzoek blijkt dat luchtverontreiniging kan leiden tot een verergering van astma- en andere luchtwegklachten. Daarnaast heeft recent onderzoek aangetoond dat kinderen die wonen op een adres met veel luchtvervuiling een verhoogde kans hebben op het ontwikkelen van astma (Gezondheidsraad, 2018Gehring et al., 2015).

Belangrijkste vorm van luchtverontreiniging binnenshuis is tabaksrook

De belangrijkste vorm van luchtverontreiniging binnenshuis is tabaksrook. De Gezondheidsraad concludeerde al in 2003 (Gezondheidsraad, 2003) dat het roken door de ouders - en vooral door de moeder tijdens en na de zwangerschap - een verhoogd risico geeft op astma bij hun kinderen. In diverse onderzoeken wordt ook een relatie aangetoond tussen vocht en schimmel in huis en het risico op astma (Jaakkola et al., 2013). 

Borstvoeding beschermt jonge kinderen mogelijk tegen astma

Kinderen die ten minste de eerste drie tot vier maanden uitsluitend borstvoeding krijgen, hebben in de eerste levensjaren minder astma-achtige klachten. Een beschermend effect van borstvoeding op astma later in het leven is niet overtuigend aangetoond (Victora et al., 2016). 

Overgewicht verhoogt het risico op astma

Overgewicht verhoogt bij kinderen het risico op astma en vooral op niet-allergische astma. Er zijn aanwijzingen dat ook overgewicht van de moeder en overmatige gewichtstoename van de moeder tijdens de zwangerschap het risico op astma bij het kind verhogen. Ook bij volwassenen gaat ernstig overgewicht samen met een verhoogd risico op astma(klachten). Bovendien is het bij obese mensen met astma veelal moeilijker om met medicijnen de astmaklachten goed onder controle te krijgen (Martinez & Guerra, 2018).

Gezonde leefstijl beschermt ook tegen astma

Niet roken, vermijden van meeroken, een gezond gewicht en een voedingspatroon met voldoende groente, fruit en vis kunnen bescherming bieden tegen chronische ziekten, waaronder astma (Surgeon General, 2014; Garcia-Larsen et al., 2016Papamichael et al., 2018Beasley et al., 2015).

Experts en redactie

Datum publicatie

14-07-2020

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Sears MR. Trends in the prevalence of asthma. Chest. 2014;145(2):219-25. Pubmed | DOI
  2. Wijga AH, van Buul LW, Blokstra A, Wolse A PH. Astma bij kinderen tot 12 jaar : Resultaten van het PIAMA-onderzoek. Bilthoven: RIVM; 2011. Bron
  3. Dharmage SC, Perret JL, Custovic A. Epidemiology of Asthma in Children and Adults. Frontiers in Pediatrics. 2019. Bron | DOI
  4. Gezondheidsraad. Gezondheidseffecten luchtverontreiniging. Achtergronddocument bij: Gezondheidswinst door schonere lucht. Den Haag: Gezondheidsraad; 2018. Bron
  5. Gehring U, Wijga AH, Hoek G, Bellander T, Berdel D, üske I, et al. Exposure to air pollution and development of asthma and rhinoconjunctivitis throughout childhood and adolescence: a population-based birth cohort study. The Lancet Respiratory Medicine. 2015;3(12):933-942. Bron | DOI
  6. Gezondheidsraad. Volksgezondheidsschade door passief roken. Den Haag: Gezondheidsraad; 2003. Bron
  7. Jaakkola MS, Quansah R, Hugg TT, Heikkinen SAM, Jaakkola JJK. Association of indoor dampness and molds with rhinitis risk: A systematic review and meta-analysis. Journal of Allergy and Clinical Immunology. 2013;132(5):1099-1110.e18. Bron | DOI
  8. Victora CG, Bahl, iv R, Barros AJD, França GVA, Horton S, Krasevec J, et al. Breastfeeding in the 21st century: epidemiology, mechanisms, and lifelong effect. Lancet. 2016;387(10017):475-90. Pubmed | DOI
  9. Martinez FD, Guerra S. Early Origins of Asthma. Role of Microbial Dysbiosis and Metabolic Dysfunction. American Journal of Respiratory and Critical Care Medicine. 2018;197376(5):573-579. Bron | DOI
  10. Surgeon General. The health consequences of smoking - 50 years of progress: a report of the Surgeon General.; 2014. Bron
  11. Garcia-Larsen V., Del Giacco S.R, Moreira A., Bonini M., Charles D., Reeves T., et al. Asthma and dietary intake: an overview of systematic reviews. Allergy. 2016;(4):433-442. Bron | DOI
  12. Papamichael M.M, Shrestha S.K, Itsiopoulos C., Erbas B. The role of fish intake on asthma in children: A meta-analysis of observational studies. Pediatric Allergy and Immunology. 2018;(4):350-360. Bron | DOI
  13. Beasley R, Semprini A, Mitchell EA. Risk factors for asthma: is prevention possible? The Lancet. 2015;386(9998):1075-1085. Bron | DOI

Kwaliteit van leven volwassenen met astma

Mensen met slechte symptoomcontrole minder tevreden (met het leven)

Hoe tevreden met het leven mensen met astma zijn, is sterk afhankelijk van de mate waarin hun astmasymptomen onder controle zijn. Onder mensen met astma met een (zeer) slechte symptoomcontrole is 75% tevreden met het leven, tegenover 90% van de mensen met een matige of goede symptoomcontrole (Waverijn et al., 2017). Als de astmasymptomen goed onder controle zijn, zijn mensen met astma even tevreden met hun leven als andere mensen. In de algemene bevolking (18 jaar en ouder), is 80-90% (2016) van de volwassenen in Nederland tevreden met het leven.

Meer informatie

Experts en redactie

Datum publicatie

14-07-2020

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Waverijn G., Spreeuwenberg P, Heijmans M. Leven met een longziekte in Nederland: cijfers en trends over de zorg- en leefsituatie van mensen met een longziekte, 2016. Utrecht: Nivel; 2017. GoogleScholar

Ervaren gezondheid jongeren met astma

Ervaren gezondheid jongeren met astma

UistekendGoed
11 jaarzonder41,352,5
11 jaarmet19,170,8
14 jaarzonder38,655,5
14 jaarmet1568,8
17 jaarzonder30,858,8
17 jaarmet13,866
20 jaarzonder24,467,1
20 jaarmet9,774,3

Bron: PIAMA

Jongeren met astma ervaren een minder goede gezondheid 

De meeste jongeren ervaren hun gezondheid als goed of uitstekend, maar jongeren met astma vinden hun gezondheid minder vaak uitstekend dan jongeren zonder astma (van der Laan et al.). 

Psychisch voelen jongeren met astma zich even gezond

Psychisch voelen jongeren met astma zich even gezond als jongeren zonder astma. Hun scores op de MHI-5 laten geen verschil zien in hoe vaak jongeren met en zonder astma zich neerslachtig, in de put, zenuwachtig of juist kalm en gelukkig voelen. In de loop van de adolescentie worden de scores op psychische gezondheid lager: van 80 (op een schaal van 0-100) op leeftijd 11, tot 72 op leeftijd 20. Dat geldt in gelijke mate voor de jongeren met en zonder astma (van der Laan et al.).  

Meer informatie

Experts en redactie

Datum publicatie

14-07-2020

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. van der Laan SEI, de Hoog MLA, Nijhof SL, Gehring U, Vonk JM, van der Ent CK, et al. Mental Wellbeing and General Health in Asthmatic Adolescents: the PIAMA birth cohort study. GoogleScholar

Verantwoording

Definities
  • Astma is een chronische ontsteking van de luchtwegen

    Astma is een chronische ontsteking van de luchtwegen, die samen gaat met een vernauwing en een verhoogde prikkelbaarheid van de luchtwegen. Dit resulteert bij patiënten in kortademigheid, benauwdheid, piepend ademhalen en hoesten (met name 's nachts en 's ochtends). Bij kinderen zijn de klachten voornamelijk piepen en hoesten, bij kinderen jonger dan één jaar ’volzitten’ en ’zagen’. De klachten treden op in aanvallen, die van korte of langere duur kunnen zijn. De aanvallen en perioden met klachten worden afgewisseld met klachtenvrije perioden.

  • Aanvallen door allergische reacties of aspecifieke hyperreactiviteit

    De aanvallen van kortademigheid en hoesten bij astma zijn het gevolg van een allergische reactie en/of een aspecifieke hyperreactiviteit. Bij een allergie reageert het lichaam op prikkels (allergenen) waarvan niet-allergische personen geen last hebben. Zulke prikkels of allergenen zijn bijvoorbeeld graspollen, huisstof(mijt), kattenharen, schimmelsporen. Bij een aspecifieke hyperreactiviteit bestaat een gevoeligheid van de luchtwegen voor allerlei (niet-allergene) prikkelende stoffen en/of fysische prikkels die de luchtwegen binnendringen zoals koude lucht, mist, rook, baklucht en parfum. Niet iedereen heeft last van alle mogelijke prikkels en ook niet iedereen heeft evenveel last. Het verschilt per persoon hoe en wanneer iemand reageert op een bepaalde prikkel. De ene dag wordt iemand sneller benauwd dan de andere dag en ook per seizoen verschillen de klachten vaak.

Bronverantwoording
  • Tabel: Bronnen bij de cijfers over astma

    Bron Indicator in VZinfo Gepresenteerde populatie VZinfo Meer informatie
    Nivel Zorgregistraties eerste lijn

    Zorgprevalentie; Aantal nieuwe gevallen

    Nederlandse bevolking NZR
    Gezondheidsenquête, voorheen POLS, gezondheid en welzijn

    Prevalentie (zelfgerapporteerd)

    Nederlandse bevolking Gezondheidsenquête
    Piama Prevalentie Nederlandse kinderen en jongeren Piama; website Piama-onderzoek
    Monitor Zorg- en Leefsituatie van mensen met astma en COPD Kwaliteit van leven Nederlandse bevolking van 15 jaar en ouder Nivel
    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Aantal sterfgevallen

    Nederlandse bevolking CBS Doodsoorzakenstatistiek
    Landelijke Basisregistratie Ziekenhuiszorg Registratie (LBZ)

    Klinische opnamedagen; Klinische opnamen; Gemiddelde opnameduur
    met Diabetes als hoofdontslagdiagnose

    Nederlandse bevolking LBZ
    Kosten van Ziektenstudie Kosten van zorg voor diabetes Nederlandse bevolking Kosten van Ziekten database
    GIP-databank Gebruikers astma- en COPD-middelen Nederlandse verzekerden volgens de Zorgverzekringswet GIP-databank
Methoden
  • Regionaal versus landelijk gemiddelde

    Bij een onderwerp is het mogelijk dat het gemiddelde bij het hoofdstuk 'Cijfers & Context' verschilt van gemiddelde bij het hoofdstuk 'Regionaal & Internationaal'. Dit kan te maken hebben met: 

    • het niveau waarop de informatie geaggregeerd is (van wijkniveau tot landelijk niveau);

    • het presenteren van cijfers uit verschillende jaren;

    • het al dan niet combineren van cijfers van verschillende jaren (bijvoorbeeld een gemiddelde van drie jaren);
    • het kiezen van een verschillende standaard bij het presenteren van gestandaardiseerde gegevens.
  • Methoden en technieken

    Standaardisatie

    De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking verschillen per regio en land. Daarnaast treden in de loop van de tijd veranderingen op in de omvang en leeftijdsverdeling. Om ziekte- en sterftecijfers van verschillende regio’s en landen, of van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt hier rekening mee gehouden. Daarbij worden de cijfers gecorrigeerd voor deze verschillen of veranderingen in de bevolking. Hierbij wordt uitgegaan van de omvang en de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

    Indexatie

    Vooral bij de weergave van trends in de tijd zijn de trendcijfers vaak geïndexeerd. Een geïndexeerde trend laat ontwikkelingen in de tijd zien ten opzichte van een gekozen basisjaar. Dit gebeurt door de cijfers van alle jaren weer te geven als percentage van het cijfer in een gekozen basisjaar. Het cijfer in het basisjaar is gelijk gesteld aan 100(%). Indexatie maakt zichtbaar hoe groot de percentuele toe- of afname is ten opzichte van dat basisjaar. Door als basisjaar het eerste jaar in de grafiek te kiezen, kun je snel zien wat de verandering over de hele weergegeven periode is en ook of er grote verschillen zijn voor de onderscheiden groepen (mannen en vrouwen bijvoorbeeld).

    Indexatie kan ook gebruikt worden voor het weergeven van regionale verschillen. Hierbij wordt het landelijke cijfer bijvoorbeeld gelijk gesteld aan 100(%). Een regionaal cijfer boven of onder de 100 duidt erop dat het respectievelijk hoger of lager is dan het landelijke cijfer. Voorafgaand aan indexatie worden de cijfers vaak gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de populaties.

Andere websites over Astma