Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

AstmaCijfers & ContextHuidige situatie

Cijfers & Context

586.200 mensen met astma

Regionaal & Internationaal

Meeste inwoners met astma in Rotterdam-Rijnmond

Kosten

Ruim 427 miljoen euro voor zorg astma

Preventie & Zorg

In 2017 8.100 ziekenhuisopnamen voor astma

Prevalentie astma in huisartsenpraktijk

586.200 mensen met astma

In 2019 waren er naar schatting 586.200 personen met astma die voor deze klacht zorg hebben gehad van de huisarts of waarvan de huisarts wist dat de patiënt zorg ontving in de tweede lijn (zorgprevalentie): 248.400 mannen en 337.800 vrouwen. Dit komt overeen met 28,8 per 1.000 mannen en 38,7 per 1.000 vrouwen. Meer jongens dan meisjes komen op consult voor astma, maar op volwassen leeftijd komen vrouwen vaker dan mannen op consult bij de huisarts.

Astma als chronische aandoening

Voor astma wordt hier de zorgprevalentie gepresenteerd. Volgens de algemeen gehanteerde methode waarmee morbiditeit geschat wordt op basis van huisartsenregistraties, is astma een chronische aandoening (als je de ziekte eenmaal hebt, dan blijf je altijd patiënt). Via deze methode wordt de jaarprevalentie geschat op ongeveer 1,8 miljoen personen in 2019. Dit zijn alle personen die bij de huisarts bekend zijn met astma, ongeacht of ze daarvoor in 2019 zijn behandeld. Hierbij worden in principe alle kinderen die als kind astma hebben gehad blijvend als patiënt gezien. Dit is niet altijd terecht; het is bekend dat de diagnose astma op jonge leeftijd lastig te stellen is en een deel van deze kinderen groeit er ook overheen. Daarnaast kunnen personen die lang geleden voor astma zijn behandeld en daarvoor nu niet meer onder behandeling zijn, niet meer als zodanig in het systeem zitten.

Aantal zelfgerapporteerde astmapatiënten groter dan aantal in zorg

In Nederland zegt 6,0% van de bevolking in 2019 astma te hebben. Dit komt overeen met ruim 1 miljoen mensen. Dit blijkt uit cijfers op basis van zelfrapportage, gepresenteerd door het CBS (CBS-Gezondheidsenquête). Dit aantal is groter dan het aantal mensen dat in 2019 zorg heeft ontvangen voor astma (zorgprevalentie). Het aantal is kleiner dan het aantal mensen dat bij de huisarts bekend is met astma, ongeacht of ze daarvoor zorg hebben ontvangen.

Meer informatie

Nieuwe gevallen astma in huisartsenpraktijk

60.300 nieuwe gevallen van astma in 2019

In 2019 kregen naar schatting 60.300 nieuwe patiënten de diagnose astma bij de huisarts: 27.600 mannen en 32.700 vrouwen. Dit komt overeen met 3,2 per 1.000 mannen en 3,7 per 1.000 vrouwen. Vóór de puberteit is het aantal nieuwe gevallen van astma bij jongens hoger dan bij meisjes. Daarna draait dit om en is het aantal nieuwe gevallen hoger voor vrouwen dan voor mannen.

Aantal nieuwe gevallen van astma bij kinderen mogelijk overschat

Het aantal nieuwe gevallen van astma bij kinderen kan overschat zijn. De diagnose astma bij kinderen tot 6 jaar is namelijk moeilijk te stellen. Dit komt onder andere doordat het karakteristieke astmapatroon vaak nog afwezig is en de mogelijke test (spirometrie) nog niet uit te voeren is (Bron: NHG-Standaard Astma bij kinderen). Hierdoor kan het aantal nieuwe gevallen bij de jongste leeftijdsgroep hoger uitvallen dan daadwerkelijk het geval is.   

Meer informatie

 

Prevalentie astma kinderen en jongeren in epidemiologisch onderzoek

Prevalentie astma kinderen en jongeren

leeftijdjongenmeisje
312,597,30
410,336,84
510,585,75
610,275,91
78,205,12
88,386,10
116,405,00
147,607,30
176,407,30
206,207,70

Bron: PIAMA

  • Leeftijd 3 t/m 8 jaar: minstens twee van de volgende drie criteria gerapporteerd door ouders:
    1. ooit door een arts astma vastgesteld
    2. in de afgelopen 12 maanden minstens één aanval van piepend ademhalen gehad
    3. in de afgelopen 12 maanden astmamedicijnen voorgeschreven gekregen
  • Leeftijd 11 t/m 20 jaar: antwoord ‘ja’ van de jongere op de vraag ‘had je in de afgelopen 12 maanden astma?’

Ongeveer 7% van de kinderen en jongeren heeft astma

Astma komt voor bij ongeveer 7% van de jeugd in de leeftijd van 7 tot 20 jaar. Bij jongere kinderen is de gerapporteerde prevalentie hoger. Bij jonge kinderen is astma echter moeilijk te onderscheiden van andere luchtwegklachten, zodat prevalentieschattingen voor die leeftijdsgroep onzeker zijn. Deelnemers aan het PIAMA-onderzoek zijn geboren in 1996-1997. De eerste 8 jaar van het onderzoek vulden de ouders vragenlijsten in over hun kind. Vanaf de leeftijd van 11 jaar vulden de jongeren ook zelf vragenlijsten in.

Halverwege de tienerjaren prevalentie-switch van jongens naar meisjes

Zelf gerapporteerde gegevens laten, net als de huisartsenregistratie, zien dat op de kinderleeftijd meer jongens dan meisjes astma hebben en dat vanaf halverwege de tienerjaren astma juist meer voorkomt bij meisjes dan bij jongens. Ook op volwassen en oudere leeftijd is de prevalentie van astma hoger bij vrouwen dan bij mannen.

Prevalentieschattingen in enquêtes hoger dan in huisartsenregistraties

In enquêtes onder de algemene bevolking worden over het algemeen hogere schattingen van de prevalentie van astma gevonden dan op basis van huisartsenregistraties. Een verklaring daarvoor is dat niet alle mensen met astma in een bepaald jaar voor hun astma zorg hebben gehad van de huisarts of bij de huisarts bekend waren als ontvanger van tweedelijnszorg (de zorgprevalentie). Van de jongeren in het PIAMA-onderzoek, die rapporteerden dat ze in de afgelopen 12 maanden astma hadden, gaf ongeveer 40% aan dat ze daarvoor in die twaalf maanden niet naar de dokter waren geweest.

Astma gaat vaak samen met eczeem en hooikoorts

Kinderen met astma hebben, behalve astmaklachten, vaak ook eczeem en/of hooikoorts. Uit Europees onderzoek blijkt dat een derde (op leeftijd vier jaar) tot de helft (op leeftijd 8 jaar) van de kinderen met astma ook eczeem en/of hooikoorts heeft (Pinart et al., 2014).

Kinderen hebben al op jonge leeftijd klachten

Astma ontstaat vaak al in de eerste levensjaren. Veel kinderen die op latere leeftijd astma ontwikkelen, hadden al vroeg astma-achtige luchtwegklachten. Maar lang niet alle kinderen die als peuter of kleuter astma-achtige klachten hebben, hebben echt astma als ze wat ouder zijn. Bij de meeste jonge kinderen met astmaklachten zijn deze klachten van voorbijgaande aard (Martinez et al., 1995; Wijga et al., 2011; Eysink et al., 2005). Als jonge kinderen met astmaklachten ook eczeem hebben, als ze astmatische ouders hebben en als hun episoden van piepend ademhalen frequent zijn, dan is het onwaarschijnlijker dat de astmaklachten over zullen gaan (Caudri et al., 2009).

Meer informatie

 

Experts en redactie

Datum publicatie

14-07-2020

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Pinart M, Benet M, Annesi-Maesano I, von Berg A, Berdel D, Carlsen KCL, et al. Comorbidity of eczema, rhinitis, and asthma in IgE-sensitised and non-IgE-sensitised children in MeDALL: a population-based cohort study. Lancet Respir Med. 2014;2(2):131-40. Bron | Pubmed | DOI
  2. Martinez FD, Wright AL, Taussig LM, Holberg CJ, Halonen M, Morgan WJ. Asthma and wheezing in the first six years of life. The Group Health Medical Associates. N Engl J Med. 1995;332(3):133-8. Pubmed | DOI
  3. Wijga AH, van Buul LW, Blokstra A, Wolse A PH. Astma bij kinderen tot 12 jaar : Resultaten van het PIAMA-onderzoek. Bilthoven: RIVM; 2011. Bron
  4. Eysink PED, ter Riet G, Aalberse RC, van Aalderen WMC, Roos CM, van der Zee JS, et al. Accuracy of specific IgE in the prediction of asthma: development of a scoring formula for general practice. Br J Gen Pract. 2005;55(511):125-31. Pubmed
  5. Caudri D, Wijga AH, C Schipper MA, Hoekstra M, Postma D, Koppelman GH, et al. Predicting the long-term prognosis of children with symptoms suggestive of asthma at preschool age. J Allergy Clin Immunol. 2009;124(5):903-10.e1-7. Pubmed | DOI

Verantwoording

Definities
  • Astma is een chronische ontsteking van de luchtwegen

    Astma is een chronische ontsteking van de luchtwegen, die samen gaat met een vernauwing en een verhoogde prikkelbaarheid van de luchtwegen. Dit resulteert bij patiënten in kortademigheid, benauwdheid, piepend ademhalen en hoesten (met name 's nachts en 's ochtends). Bij kinderen zijn de klachten voornamelijk piepen en hoesten, bij kinderen jonger dan één jaar ’volzitten’ en ’zagen’. De klachten treden op in aanvallen, die van korte of langere duur kunnen zijn. De aanvallen en perioden met klachten worden afgewisseld met klachtenvrije perioden.

  • Aanvallen door allergische reacties of aspecifieke hyperreactiviteit

    De aanvallen van kortademigheid en hoesten bij astma zijn het gevolg van een allergische reactie en/of een aspecifieke hyperreactiviteit. Bij een allergie reageert het lichaam op prikkels (allergenen) waarvan niet-allergische personen geen last hebben. Zulke prikkels of allergenen zijn bijvoorbeeld graspollen, huisstof(mijt), kattenharen, schimmelsporen. Bij een aspecifieke hyperreactiviteit bestaat een gevoeligheid van de luchtwegen voor allerlei (niet-allergene) prikkelende stoffen en/of fysische prikkels die de luchtwegen binnendringen zoals koude lucht, mist, rook, baklucht en parfum. Niet iedereen heeft last van alle mogelijke prikkels en ook niet iedereen heeft evenveel last. Het verschilt per persoon hoe en wanneer iemand reageert op een bepaalde prikkel. De ene dag wordt iemand sneller benauwd dan de andere dag en ook per seizoen verschillen de klachten vaak.

Bronverantwoording
  • Tabel: Bronnen bij de cijfers over astma

    Bron Indicator in VZinfo Gepresenteerde populatie VZinfo Meer informatie
    Nivel Zorgregistraties eerste lijn

    Zorgprevalentie; Aantal nieuwe gevallen

    Nederlandse bevolking NZR
    Gezondheidsenquête, voorheen POLS, gezondheid en welzijn

    Prevalentie (zelfgerapporteerd)

    Nederlandse bevolking Gezondheidsenquête
    Piama Prevalentie Nederlandse kinderen en jongeren Piama; website Piama-onderzoek
    Monitor Zorg- en Leefsituatie van mensen met astma en COPD Kwaliteit van leven Nederlandse bevolking van 15 jaar en ouder Nivel
    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Aantal sterfgevallen

    Nederlandse bevolking CBS Doodsoorzakenstatistiek
    Landelijke Basisregistratie Ziekenhuiszorg Registratie (LBZ)

    Klinische opnamedagen; Klinische opnamen; Gemiddelde opnameduur
    met Diabetes als hoofdontslagdiagnose

    Nederlandse bevolking LBZ
    Kosten van Ziektenstudie Kosten van zorg voor diabetes Nederlandse bevolking Kosten van Ziekten database
    GIP-databank Gebruikers astma- en COPD-middelen Nederlandse verzekerden volgens de Zorgverzekringswet GIP-databank
Methoden
  • Regionaal versus landelijk gemiddelde

    Bij een onderwerp is het mogelijk dat het gemiddelde bij het hoofdstuk 'Cijfers & Context' verschilt van gemiddelde bij het hoofdstuk 'Regionaal & Internationaal'. Dit kan te maken hebben met: 

    • het niveau waarop de informatie geaggregeerd is (van wijkniveau tot landelijk niveau);

    • het presenteren van cijfers uit verschillende jaren;

    • het al dan niet combineren van cijfers van verschillende jaren (bijvoorbeeld een gemiddelde van drie jaren);
    • het kiezen van een verschillende standaard bij het presenteren van gestandaardiseerde gegevens.
  • Methoden en technieken

    Standaardisatie

    De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking verschillen per regio en land. Daarnaast treden in de loop van de tijd veranderingen op in de omvang en leeftijdsverdeling. Om ziekte- en sterftecijfers van verschillende regio’s en landen, of van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt hier rekening mee gehouden. Daarbij worden de cijfers gecorrigeerd voor deze verschillen of veranderingen in de bevolking. Hierbij wordt uitgegaan van de omvang en de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

    Indexatie

    Vooral bij de weergave van trends in de tijd zijn de trendcijfers vaak geïndexeerd. Een geïndexeerde trend laat ontwikkelingen in de tijd zien ten opzichte van een gekozen basisjaar. Dit gebeurt door de cijfers van alle jaren weer te geven als percentage van het cijfer in een gekozen basisjaar. Het cijfer in het basisjaar is gelijk gesteld aan 100(%). Indexatie maakt zichtbaar hoe groot de percentuele toe- of afname is ten opzichte van dat basisjaar. Door als basisjaar het eerste jaar in de grafiek te kiezen, kun je snel zien wat de verandering over de hele weergegeven periode is en ook of er grote verschillen zijn voor de onderscheiden groepen (mannen en vrouwen bijvoorbeeld).

    Indexatie kan ook gebruikt worden voor het weergeven van regionale verschillen. Hierbij wordt het landelijke cijfer bijvoorbeeld gelijk gesteld aan 100(%). Een regionaal cijfer boven of onder de 100 duidt erop dat het respectievelijk hoger of lager is dan het landelijke cijfer. Voorafgaand aan indexatie worden de cijfers vaak gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de populaties.

Andere websites over Astma