Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

ArbeidsongeschiktheidCijfers & ContextTrends

Cijfers & Context

Eind 2019 ruim 818.000 mensen arbeidsongeschikt

Regionaal & Internationaal

Weinig arbeidsongeschikten in randstad

Kosten

Kosten per uitkering bijna €15.700 in 2019

Preventie & Zorg

Trend in arbeidsongeschiktheid

Trend in lopende arbeidsongeschiktheidsuitkeringen vanaf eind 1980 t/m eind 2019

WAOWIAWAZWajongTotaal
19805580004200057000657000
19815820004400059000685000
19826000004600062000708000
19836170004700064000728000
19846330004800067000748000
19856460004800070000764000
19866560004900072000777000
19876670005100075000793000
19886830005300078000814000
19897060005600083000845000
19907310005900091000881000
19917510005900093000903000
19927570006000095000912000
19937630006100097000921000
199473600058000100000894000
199570200056000102000860000
199669700054000105000856000
199770100053000111000865000
199872900058000118000905000
199974900057500122500929000
200076900057000127000953000
200179200057000131000980000
200280300057000134000994000
200378600056000138000980000
200476600056000143000965000
2005703000053000147000903000
20066390001900047000156000861000
20075960003800043000167000844000
20085580005900039000179000835000
20095220008300034000192000831000
201048600011000030000205000831000
201144400013800026000216000824000
201240600016200023000226000817000
201337300018600020000239000818000
201434300021000017000251000821000
201531500023000015000249000809000
201629300025300014000247000807000
201727300027700012000246000808000
201825300030300011000245000812000
201923600032800010000244000818000

Bron: UWV

  • Cijfers over 2019 zijn voorlopige cijfers
  • In de periode 1980-1997 betreft de WAZ de uitkeringen AAW/WAO aan de groep zelfstandigen, de Wajong de uitkeringen AAW/WAO aan vroeggehandicapten en de WAO de uitkeringen AAW/WAO (exclusief zelfstandigen en vroeggehandicapten)

Aantal arbeidsongeschiktheidsuitkeringen neemt de laatste jaren licht toe

Het totale aantal lopende arbeidsongeschiktheidsuitkeringen vertoonde tussen 1980 en 1993 een stijgende lijn. Daarna volgde een kleine daling. Vanaf 1997 steeg het aantal lopende arbeidsongeschiktheidsuitkeringen weer en naderde het aantal in 2002 de één miljoen. Na 2002 nam het aantal lopende arbeidsongeschiktheidsuitkeringen weer af tot 2016. Sinds 2016 is er weer een lichte toename te zien (UWV).

Daling vanaf 1993 en vanaf 2003 toegeschreven aan invoering wetten

De daling van het aantal arbeidsongeschiktheidsuitkeringen tussen 1993 en 1997 wordt toegeschreven aan de invoering van de wet Terugdringing Beroep op Arbeidsongeschiktheidsregelingen in 1994 (TBA; met een strenger criterium voor arbeidsongeschiktheid) en de wet Terugdringing Ziekteverzuim (TZ; met een begin van de privatisering van de Ziektewet). De daling in 2003 is toe te schrijven aan de invoering van de Wet Verbetering Poortwachter (WVP) in 2002. In 2005 zet de daling verder door met de sluiting van de toegang tot de WAZ en de invoering van de WIA als vervanging van de WAO. Met ingang van 2010 is de wet Wajong op een aantal punten aangepast (UWV).

Veranderingen in samenleving spelen ook een rol

Naast veranderingen in wetgeving spelen ook veranderingen in de samenleving een rol bij de daling van de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen. Zo is de arbeidsparticipatie van vrouwen gestegen en is daarmee ook de beroepsbevolking gegroeid. Ook is de bevolkingsopbouw veranderd, waardoor er meer ouderen en minder jongeren zijn gekomen (UWV).

Meer informatie

Trend in oorzaken van arbeidsongeschiktheid

Lopende uitkeringen WAO/WIA, WAZ en Wajong, eind 2001 en eind 2019

PsychischBewegingsapparaatOverige
WAO/WIA2001353035
WAO/WIA2019412337
WAZ2001193843
WAZ2019253342
Wajong200160238
Wajong201978220
Totaal2001372637
Totaal2019511732

Bron: UWV

  • Cijfers over 2019 zijn voorlopige cijfers

Stijging van aandeel psychische klachten

In de periode van 2001 tot 2019 is het aandeel van psychische klachten bij mensen met een arbeidsongeschiktheidsuitkering gestegen van 37% tot 51%. Sinds 2017 vallen de ontwikkelingsstoornissen ook onder de psychische aandoeningen. Daarom is met name bij de Wajonguitkeringen het aandeel van psychische klachten flink gestegen, van 60% in 2001 naar 78% in 2019. Het aandeel van aandoeningen aan het bewegingsapparaat is tussen 2001 en 2019 gedaald van 26% naar 17%. Het totaal aantal lopende uitkeringen (WAO, WIA, WAZ en Wajong) is tussen 2001 en 2019 gedaald van 980.500 naar 806.000. Dit totaalcijfer voor 2019 wijkt af van het totaal bij huidige situatie. In deze figuur zijn de Wajongers die vanaf 2015, toen de wet werd aangepast in het kader van de Participatiewet, zijn ingestroomd (en ook in 2019 nog een uitkering ontvangen) niet meegenomen omdat voor hen de diagnosecode 'naar oorzaak' niet is geregistreerd. Met de invoering van de Participatiewet in 2015 bestaat vanaf dan de instroom in de Wajong (exclusief herleving van oud recht) alleen uit mensen die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn (UWV).

Veranderingen tussen 2001 en 2019 hebben diverse oorzaken

De veranderingen in aantal lopende uitkeringen tussen 2001 en 2019 hebben diverse redenen, zoals sluiting toegang WAO en WAZ, en verlenging van de wachttijd WIA ten opzichte van de WAO. Hierdoor is de verhouding tussen de wetten veranderd en de diagnosen binnen de wetten zijn aangepast (UWV).

Meer informatie

Verantwoording

Definities
  • Ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid

    Er is sprake van ziekteverzuim als een persoon een aantoonbare ziekte of gebrek heeft én daardoor ongeschikt is voor de uitvoering van het werk. Het ziekteverzuim in Nederland omvat zowel werkgebonden ziekteverzuim (bijvoorbeeld rugklachten door het tillen van zware lasten op het werk) als niet-werkgebonden ziekteverzuim (bijvoorbeeld door sportletsels). Het verzuim start op de dag dat de werknemer zich ziek meldt en duurt voort tot de dag van volledig herstel of tot 104 weken na de ziekmelding. Zwangerschaps- en bevallingsverlof tellen niet mee als ziekteverzuim.

    Als iemand langer dan 104 weken ziek is en hierdoor niet of alleen gedeeltelijk kan werken, wordt hij of zij (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt verklaard. Iemand die (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt is, kan namelijk als gevolg van ziekte of gebreken met gangbare arbeid niet meer hetzelfde verdienen als gezonde personen met soortgelijke opleiding en ervaring. Er zijn verschillende wetten/voorzieningen van kracht waarop een arbeidsongeschikte werknemer een beroep kan doen (UWV).

    Ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid zijn indicatoren van tijdelijke en meer langdurige functionele beperkingen in de arbeidssituatie. In die zin worden ze beschouwd als indicatoren voor de gezondheidstoestand van een populatie. De mate waarin ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid vóórkomen in een populatie wordt ook beïnvloed door andere factoren, zoals maatregelen van de overheid en de macro-economische situatie (UWV).

  • Arbeidsongeschiktheidswetten

    Indien iemand niet of alleen gedeeltelijk kan werken wegens gezondheidsredenen gelden er verschillende wetten. De wetten zijn zo opgesteld dat iedereen beroep kan doen op één van de wetten. 

    Wet Uitbreiding Loondoorbetalingsplicht Bij Ziekte (WULBZ) + Wet Verlening Loondoorbetalingsverplichting bij Ziekte (VLZ)

    Als een werknemer ziek is, dan is de werkgever verplicht (krachtens de WULBZ en VLZ) om gedurende ten hoogste 104 weken minimaal 70% van het loon door te betalen, waarbij de eerste 52 weken ten minste het voor de werknemer geldende wettelijke minimumloon moet worden betaald. Werknemer en werkgever moeten zich daarbij redelijkerwijs inspannen om de werknemer weer aan het werk te krijgen (re-integratie). Werknemers die geen vaste werkgever hebben (zoals thuiswerkers, uitzendkrachten, flexwerkers en zieke werklozen) en werknemers die hun werk verliezen tijdens ziekte (door reorganisatie of tijdelijk contract), krijgen bij ziekte een uitkering vanuit de Ziektewet (ZW) door het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV). Voor loondoorbetaling tijdens zwangerschaps- en bevallingsverlof is de Wet Arbeid en Zorg (WAZO) van kracht, zodat zwangerschaps- en bevallingsverlof niet meetelt als ziekteverzuim (UWV).

    Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA)

    Na twee jaar ziekteverzuim kan de werknemer een beroep doen op de Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA), voor een arbeidsongeschiktheidsuitkering. Er wordt dan door het UWV onderzoek gedaan naar de resterende verdiencapaciteit, oftewel wat iemand nog zou kunnen verdienen, en daarmee wordt ook de mate van arbeidsongeschiktheid bepaald. De WIA is voor iedereen die arbeidsongeschikt geworden is vanaf 1 januari 2004. Iedereen die voor die tijd arbeidsongeschikt geworden is, valt onder de Wet arbeidsongeschiktheid (WAO). De bepaling voor de mate van arbeidsongeschiktheid is vergelijkbaar met de WIA, maar er wordt niet naar de duurzaamheid gekeken. Ook is er bij de WAO al een uitkering mogelijk vanaf 15% arbeidsongeschiktheid (UWV).

    Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten (IVA)

    Indien een werknemer volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is, komt hij of zij in aanmerking voor een uitkering op basis van de regeling 'Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten' (IVA). Deze uitkering valt binnen de WIA. De kans op herstel is bij volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid minimaal en de werknemer kan hooguit 20% van het oude loon verdienen (UWV).

    Werkhervattingsregeling Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA)

    Indien de werknemer ten minste 35% arbeidsongeschikt is of volledig arbeidsongeschikt is met kans op herstel komt de werknemer in aanmerking voor een uitkering ‘Werkhervattingsregeling Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten’ (WGA), deze uitkering valt ook binnen de WIA (UWV).

    Werkloosheidswet (WW)

    Wanneer de werknemer een arbeidsbeperking heeft, maar minder dan 35% arbeidsongeschikt is en dus 65% verdiencapaciteit heeft, wordt de werkgever geacht de werknemer in dienst te houden en aangepaste arbeid aan te bieden. Als dat niet mogelijk is, dan kan de werknemer een beroep doen op de Werkloosheidswet (WW). Er is dan geen recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering (UWV, 2012).

    Wet Arbeidsongeschiktheidsverzekering Zelfstandigen (WAZ)

    Beroepsbeoefenaren zonder werkgever, zoals zelfstandigen en hun meewerkende echtgenoten, moeten zelf maatregelen nemen om de financiële gevolgen af te dekken van arbeidsongeschiktheid. Bij arbeidsongeschiktheid die is ontstaan vóór 1 augustus 2004 kunnen beroepsbeoefenaren zonder werkgever nog een beroep doen op de Wet Arbeidsongeschiktheidsverzekering Zelfstandigen (WAZ). De minimale arbeidsongeschiktheid dient dan 25% te zijn (UWV).

    Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wajong)

    Daarnaast bestaat een arbeidsongeschiktheidsvoorziening voor meerderjarigen zonder arbeidsverleden (Wajong). Dit zijn personen bij wie de arbeidsongeschiktheid is ontstaan voordat de persoon zich op de arbeidsmarkt kon begeven, voor het 17e jaar of tijdens de studie tot en met het 27e jaar. De minimale arbeidsongeschiktheid dient 25% te zijn.

    Sinds 2010 is de Wajong vernieuwd. Iedereen die vanaf dat moment een aanvraag Wajong doet en recht heeft op Wajong, kan in drie verschillende regelingen terecht komen. De uitkeringsregeling voor iedereen die blijvend geen arbeidsmogelijkheden heeft, de studieregeling voor degenen die ook recht hebben op een vorm van studiefinanciering en de werkregeling voor iedereen die nog enige arbeidsmogelijkheid heeft of van wie het in de toekomst nog te verwachten is. Met de invoering van de Participatiewet in 2015 is de Wajong opnieuw aangepast. De Wajong is vanaf 1 januari 2015 alleen nog toegankelijk voor jongeren die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn. (UWV).

  • Arbeidsongeschiktheidsklassen

    Overzicht van arbeidsongeschiktheidsklassen, overeenkomstige resterende verdiencapaciteit, de arbeidsongeschiktheidsvoorzieningen waar men een beroep op kan doen (+) of waarvoor men juist niet in aanmerking komt (-) en de minimale omvang van de bijbehorende uitkering.

    Arbeidsongeschiktheids-klassen

    Resterende verdiencapaciteit

    WIA-IVAa

    WIA-WGAa

    WAOb

    WAZc

     

    Wajong

    Omvang van de uitkering

    minder dan 15% arbeidsongeschikt

    meer dan 84%

    -

    -

    -

    -

    -

    Geen recht op uitkering

    van 15% tot 25% arbeidsongeschikt

    van 75% tot 85%

    -

    -

    +

    -

    -

    14% van de grondslag d

    van 25% tot 35% arbeidsongeschikt

    van 65% tot 75%

    -

    -

    +

    +

    +

    21% van de grondslag

    van 35% tot 45% arbeidsongeschikt

    van 55% tot 65%

    -

    +

    +

    +

    +

    28% van de grondslag

    van 45% tot 55% arbeidsongeschikt

    van 45% tot 55%

    -

    +

    +

    +

    +

    35% van de grondslag

    van 55% tot 65% arbeidsongeschikt

    van 35% tot 45%

    -

    +

    +

    +

    +

    42% van de grondslag

    van 65% tot 80% arbeidsongeschikt

    van 20% tot 35%

    -

    +

    +

    +

    +

    50% van de grondslag

    meer dan 80% arbeidsongeschikt

    minder dan 21%

    +

    +

    +

    +

    +

    75% van de grondslag (70% bij WGA)

     

    a. Geldt voor arbeidsongeschiktheid die is ontstaan vanaf 1 januari 2004 (de eerst mogelijke ingangsdatum na wachttijd van 104 weken is 29-12-2005.
    b. Geldt voor arbeidsongeschiktheid die is ontstaan vóór 1 januari 2004.
    c. Geldt voor arbeidsongeschiktheid die is ontstaan vóór 1 augustus 2004.
    d. De grondslag is gebaseerd op het genoten inkomen vóór de arbeidsongeschiktheid of op het minimumloon, bijvoorbeeld in het geval van jongeren zonder arbeidsverleden.

  • Maten om arbeidsongeschiktheid te meten

    Instroom

    Het aantal nieuwe arbeidsongeschiktheidsuitkeringen in een bepaalde periode.

    Uitstroom

    Het aantal beëindigingen van arbeidsongeschiktheidsuitkeringen in een bepaalde periode.

    Lopende uitkeringen

    Het aantal arbeidsongeschiktheidsuitkeringen op een bepaald moment.

    Instroompercentage

    Het aantal nieuwe uitkeringen in een jaar als percentage van de omvang van de beroepsbevolking een jaar eerder. Dit kan opgevat worden als de kans om een arbeidsongeschiktheidsuitkering te krijgen.

    Uitstroompercentage

    Het aantal beëindigde uitkeringen in een jaar als percentage van het aantal uitkeringen dat in dat jaar werd verstrekt. Dit kan opgevat worden als de kans op beëindiging van de uitkering in dat jaar.

    Arbeidsongeschiktheidspercentage

    Het aantal arbeidsongeschikten als percentage van de beroepsbevolking vermeerderd met het aantal arbeidsongeschikten, waarbij een arbeidsongeschikt persoon meetelt naar rato van arbeidsongeschiktheid. Dit percentage geeft dus niet het percentage personen met een uitkering.

  • Maten om ziekteverzuim te meten

    Ziekteverzuimpercentage

    De belangrijkste maat om ziekteverzuim te meten is het verzuimpercentage. Om dit te berekenen wordt het aantal verzuimdagen per jaar gemeten en vervolgens gedeeld ofwel door het aantal werkdagen per jaar ofwel door het aantal kalenderdagen per jaar. Een minder gebruikte manier om het verzuimpercentage te meten is het aantal kalenderdagen vanaf de dag van de ziekmelding tot aan de dag van herstel per 100 kalenderdagen op jaarbasis te berekenen.

    Percentage werknemers dat verzuimt

    Een andere manier om ziekteverzuim te kwantificeren is het meten van het percentage van de beroepsbevolking dat minstens één keer per jaar verzuimt. Deze maat wordt o.a. gebruikt voor internationale vergelijkingen.

    Meldings- of verzuimfrequentie

    De meldings- of verzuimfrequentie geeft aan hoe vaak werknemers zich gemiddeld in een jaar ziek melden. De verzuimfrequentie wordt berekend door het aantal ziekmeldingen in een jaar te delen door het totaal aantal werknemers in een bepaalde populatie (bijvoorbeeld binnen Nederland of binnen een bedrijf).

    Verzuimduur

    Het aantal werkdagen dat werknemers in de afgelopen 12 maanden hebben verzuimd wegens ziekte. Hierbij tellen ook werknemers mee die niet verzuimd hebben.

Bronverantwoording
  • Tabel: Bronnen bij de cijfers over arbeidsongeschiktheid

    Bron

    Indicator in VZinfo

    Gepresenteerde populatie VZinfo

    Meer informatie

    UWV

    Aantal uitkeringen WAO, WIA, WAZ en Wajong

    Nederlandse bevolking

    PIAVAtlas-SV, UWV

Methoden
  • In- en uitstroompercentage

    Het instroompercentage wordt berekend door het aantal nieuwe arbeidsongeschiktheidsuitkeringen in 2019 te delen door de omvang van de beroepsbevolking in 2017 (i.v.m. de twee jaar die tussen het ziekteverzuim en de arbeidsongeschiktheid zit).

    Het uitstroompercentage wordt berekend door het aantal beëindigde arbeidsongeschiktheidsuitkeringen in 2019 te delen door het totaal aantal verstrekte arbeidsongeschiktheidsuitkeringen in 2019.