Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

ArbeidsongeschiktheidCijfers & ContextHuidige situatie

Cijfers & Context

Eind 2013 bijna 818.000 mensen arbeidsongeschikt

Regionaal & Internationaal

Veel arbeidsongeschikten in Zuid-Limburg en oosten

Kosten

Preventie & Zorg

Incidentie arbeidsongeschiktheid naar leeftijd en geslacht

In- en uitstroom arbeidsongeschiktheidsuitkeringen, 2013

Percentages naar leeftijd en geslacht
 

Instroompercentage

Uitstroompercentage

Leeftijd

Mannen

Vrouwen

Mannen

Vrouwen

15-24

1,9

1,5

2,2

1,1

25-34

0,4

0,5

3,0

2,4

35-44

0,4

0,5

2,9

2,3

45-54

0,6

0,7

2,5

2,0

55+

1,0

1,1

14,1

11,2

Gemiddelde

0,7

0,7

7,4

5,3

Totaal aantal

30.293

26.099

33.145

22.656

Bron: UWV, 2015; gegevens bewerkt door het RIVM

Ruim 56.000 nieuwe arbeidsongeschiktheidsuitkeringen in 2013

Als iemand langer dan 104 weken ziek is en hierdoor niet of alleen gedeeltelijk kan werken, wordt hij of zij (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt verklaard en komt dan in aanmerking voor een arbeidsongeschiktheidsuitkering WIA. Jongeren en jongvolwassenen met gezondheidsproblemen en zonder arbeidsverleden kunnen vanaf 18 jaar tot het 27e levensjaar de Wajong instromen. Mensen die in het verleden een WAO/WAZ arbeidsongeschiktheidsuitkering hadden en opnieuw ziek worden kunnen mogelijk opnieuw instromen in de WAO/WAZ op basis van het eerdere recht daar op. In 2013 zijn bijna 56.400 zieke mensen ingestroomd in één van de arbeidsongeschiktheidswetten. Mannen en vrouwen hadden met 0,7% een even grote kans om in 2013 in te stromen. Voor het 25e levensjaar stroomden meer mannen dan vrouwen in. In 2013 hadden vrouwen gemiddeld minder kans om uit de arbeidsongeschiktheid te stromen dan mannen; 5,3% voor vrouwen tegen 7,4% voor mannen. Dit verschil wordt deels veroorzaakt door een andere leeftijdsverdeling bij vrouwen en deels door een lagere uitstroomkans in alle leeftijdsklassen (UWV, 2015).

Hoogste instroompercentage voor 15- tot 25-jarigen

Het instroompercentage is zowel voor mannen (1,9%) als voor vrouwen (1,5%) het hoogst in de leeftijdscategorie van 15 tot 25 jaar. Dit komt met name doordat jongeren die ziek zijn of beperkingen hebben na hun opleiding vaak direct instromen in de Wajong. In de jaren daarna is het instroompercentage redelijk laag, maar stijgt voor zowel mannen als vrouwen in de leeftijdscategorie van 55 tot 65 jaar (respectievelijk 1,0% en 1,1%). Het uitstroompercentage is het hoogst in de leeftijdscategorie van 55 tot 65 jaar. Hiervan stroomt 64% uit vanwege het bereiken van de AOW-leeftijd (UWV, 2015).

 

Meer informatie

Experts en redactie

Prevalentie arbeidsongeschiktheid naar geslacht

Prevalentie arbeidsongeschiktheid naar geslacht, eind 2013

 

Mannen

Vrouwen

Totaal

WAO

182.217

190.885

373.102

WIA

91.459

94.993

186.452

WAZ

13.005

6.576

19.581

Wajong

133.407

105.301

238.708

Waarvan gedeeltelijk arbeidsongeschikt

23%

20%

22%

Totaal aantal lopende uitkeringen eind 2013

420.088

397.755

817.843

Bron: UWV, 2015

Bijna 818.000 arbeidsongeschikten eind 2013

Eind 2013 ontvingen 817.843 mensen een arbeidsongeschiktheidsuitkering; 49% van de uitkeringen ging naar vrouwen en 51% naar mannen. Het aantal van 817.843 is gelijk aan 7,4% van alle 15- tot 65-jarigen in Nederland (UWV, 2015).

Twee derde arbeidsongeschiktheidsuitkeringen op basis WAO of WIA

Eind 2013 werd de ruime meerderheid (69%) van de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen uitgekeerd op basis van de WAO of WIA. Ruim een kwart (29%) werd uitgekeerd aan meerderjarigen zonder arbeidsverleden (op basis van de Wajong) en de overige 2% aan beroepsbeoefenaren zonder werkgever (op basis van de WAZ). Van alle arbeidsongeschiktheidsuitkeringen werd 22% uitgekeerd aan mensen die gedeeltelijk nog wel kunnen werken (UWV, 2015).

 

Meer informatie

Experts en redactie

Prevalentie arbeidsongeschiktheid naar leeftijd en geslacht

Aantal WAO/WIA-, Wajong- en WAZ-uitkeringen, eind 2013

Naar leeftijd en geslacht
 

WAO/WIA

Wajong

WAZ

Leeftijd

Mannen

Vrouwen

Mannen

Vrouwen

Mannen

Vrouwen

15-24

440

583

40.629

29.262

2

3

25-34

8.743

15.104

39.084

32.447

16

19

35-44

32.360

48.698

21.934

17.900

497

329

45-54

77.291

88.700

18.676

15.911

2.884

1.442

55-64

153.041

131.590

13.001

9.709

9.442

4.715

65+

1.801

1.203

83

72

164

68

Bron: UWV, 2015

Aantal arbeidsongeschiktheidsuitkeringen neemt toe met leeftijd

In de oudere leeftijdscategorieën worden meer arbeidsongeschiktheidsuitkeringen uitgekeerd dan in de jongere leeftijdscategorieën en het aantal neemt toe met de leeftijd. Dit geldt specifiek voor de WAO/WIA en de WAZ. Dit komt omdat mensen in de oudere leeftijdsklassen vaak meer gezondheidsproblemen hebben. Het aantal Wajong-uitkeringen neemt juist af met de leeftijd. Jongeren en jongvolwassenen met gezondheidsproblemen kunnen tot het 27e levensjaar in de Wajong instromen. Mensen in de oudere leeftijdscategorieën met een Wajong-uitkering ontvangen deze omdat ze tussen hun 18e en 27e jaar zijn ingestroomd en de de Wajong-uitkering (soms met tussenpozen) jaren door kan lopen. Sinds het verhogen van de pensioenleeftijd kunnen ook mensen boven het 65e levensjaar nog een arbeidsongeschiktheidsuitkering krijgen (UWV, 2015).

 

Meer informatie

 

Experts en redactie

Verantwoording

Definities
  • Ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid

    Er is sprake van ziekteverzuim als een persoon een aantoonbare ziekte of gebrek heeft én daardoor ongeschikt is voor de uitvoering van het werk. Het ziekteverzuim in Nederland omvat zowel werkgebonden ziekteverzuim (bijvoorbeeld rugklachten door het tillen van zware lasten op het werk) als niet-werkgebonden ziekteverzuim (bijvoorbeeld door sportletsels). Het verzuim start op de dag dat de werknemer zich ziek meldt en duurt voort tot de dag van volledig herstel of tot 104 weken daarna. Zwangerschaps- en bevallingsverlof tellen niet mee als ziekteverzuim.

    Als iemand langer dan 104 weken ziek is en hierdoor niet of alleen gedeeltelijk kan werken, wordt hij of zij (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt verklaard. Iemand die (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt is, kan namelijk als gevolg van ziekte of gebreken met gangbare arbeid niet meer hetzelfde verdienen als gezonde personen met soortgelijke opleiding en ervaring. Er zijn verschillende wetten/voorzieningen van kracht waarop een arbeidsongeschikte werknemer een beroep kan doen (UWV, 2012).

    Ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid zijn indicatoren van tijdelijke en meer langdurige functionele beperkingen in de arbeidssituatie. In die zin worden ze beschouwd als indicatoren voor de gezondheidstoestand van een populatie. De mate waarin ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid vóórkomen in een populatie wordt ook beïnvloed door andere factoren, zoals maatregelen van de overheid en de macro-economische situatie (UWV, 2012).

  • Arbeidsongeschiktheidswetten

    Indien iemand niet of alleen gedeeltelijk kan werken wegens gezondheidsredenen gelden er verschillende wetten. De wetten zijn zo opgesteld dat iedereen beroep kan doen op één van de wetten. 

    Wet Uitbreiding Loondoorbetalingsplicht Bij Ziekte (WULBZ) + Wet Verlening Loondoorbetalingsverplichting bij Ziekte (VLZ)

    Als een werknemer ziek is, dan is de werkgever verplicht (krachtens de WULBZ en VLZ) om gedurende ten hoogste 104 weken minimaal 70% van het loon door te betalen, waarbij de eerste 52 weken ten minste het voor de werknemer geldende wettelijke minimumloon moet worden betaald. Werknemer en werkgever moeten zich daarbij redelijkerwijs inspannen om de werknemer weer aan het werk te krijgen (re-integratie). Werknemers die geen vaste werkgever hebben (zoals thuiswerkers, uitzendkrachten, flexwerkers en zieke werklozen) en werknemers die hun werk verliezen tijdens ziekte (door reorganisatie of tijdelijk contract), krijgen bij ziekte een uitkering vanuit de Ziektewet (ZW) door het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV). Voor loondoorbetaling tijdens zwangerschaps- en bevallingsverlof is de Wet Arbeid en Zorg (WAZO) van kracht, zodat zwangerschaps- en bevallingsverlof niet meetelt als ziekteverzuim (UWV, 2012).

    Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA)

    Na twee jaar ziekteverzuim kan de werknemer een beroep doen op de WIA (Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen), voor een arbeidsongeschiktheidsuitkering. Er wordt dan door het UWV onderzoek gedaan naar de resterende verdiencapaciteit, oftewel wat iemand nog zou kunnen verdienen, en daarmee wordt ook de mate van arbeidsongeschiktheid bepaald. De WIA is voor iedereen die arbeidsongeschikt geworden is vanaf 1 januari 2004. Iedereen die voor die tijd arbeidsongeschikt geworden is, valt onder de Wet arbeidsongeschiktheid (WAO). De bepaling voor de mate van arbeidsongeschiktheid is vergelijkbaar met de WIA, maar er wordt niet naar de duurzaamheid gekeken. Ook is er bij de WAO al een uitkering mogelijk vanaf 15% arbeidsongeschiktheid (UWV, 2012).

    Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten (IVA)

    Indien een werknemer volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is, komt hij of zij in aanmerking voor een uitkering op basis van de wet 'Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten' (IVA). Deze uitkering valt binnen de WIA. De kans op herstel is bij volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid minimaal en de werknemer kan hooguit 20% van het oude loon verdienen (UWV, 2012).

    Werkhervattingsregeling Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA)

    Indien de werknemer ten minste 35% arbeidsongeschikt is of volledig arbeidsongeschikt is met kans op herstel komt de werknemer in aanmerking voor een uitkering ‘Werkhervattingsregeling Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten’ (WGA), deze uitkering valt ook binnen de WIA (UWV, 2012).

    Werkloosheidswet (WW)

    Wanneer de werknemer een arbeidsbeperking heeft, maar minder dan 35% arbeidsongeschikt is en dus 65% verdiencapaciteit heeft, wordt de werkgever geacht de werknemer in dienst te houden en aangepaste arbeid aan te bieden. Als dat niet mogelijk is, dan kan de werknemer een beroep doen op de Werkloosheidswet (WW). Er is dan geen recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering (UWV, 2012).

    Wet Arbeidsongeschiktheidsverzekering Zelfstandigen (WAZ)

    Beroepsbeoefenaren zonder werkgever, zoals zelfstandigen en hun meewerkende echtgenoten, moeten zelf maatregelen nemen om de financiële gevolgen af te dekken van arbeidsongeschiktheid. Bij arbeidsongeschiktheid die is ontstaan vóór 1 augustus 2004 kunnen beroepsbeoefenaren zonder werkgever nog een beroep doen op de Wet Arbeidsongeschiktheidsverzekering Zelfstandigen (WAZ). De minimale arbeidsongeschiktheid dient dan 25% te zijn (UWV, 2012).

    Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wajong)

    Daarnaast bestaat een arbeidsongeschiktheidsvoorziening voor meerderjarigen zonder arbeidsverleden (Wajong). Dit zijn personen bij wie de arbeidsongeschiktheid is ontstaan voordat de persoon zich op de arbeidsmarkt kon begeven, voor het 17e jaar of tijdens de studie tot en met het 27e jaar. De minimale arbeidsongeschiktheid dient 25% te zijn.

    Sinds 2010 is de Wajong vernieuwd. Iedereen die vanaf dat moment een aanvraag Wajong doet en recht heeft op Wajong, kan in drie verschillende regelingen terecht komen. De uitkeringsregeling voor iedereen die blijvend geen arbeidsmogelijkheden heeft, de studieregeling voor degenen die ook recht hebben op een vorm van studiefinanciering en de werkregeling voor iedereen die nog enige arbeidsmogelijkheid heeft of van wie het in de toekomst nog te verwachten is (UWV, 2012).

  • Arbeidsongeschiktheidsklassen

    Overzicht van arbeidsongeschiktheidsklassen, overeenkomstige resterende verdiencapaciteit, de arbeidsongeschiktheidsvoorzieningen waar men een beroep op kan doen (+) of waarvoor men juist niet in aanmerking komt (-) en de minimale omvang van de bijbehorende uitkering.

    Arbeidsongeschiktheids-klassen

    Resterende verdiencapaciteit

    WIA-IVAa

    WIA-WGAa

    WAOb

    WAZc

     

    Wajong

    Omvang van de uitkering

    minder dan 15% arbeidsongeschikt

    meer dan 84%

    -

    -

    -

    -

    -

    Geen recht op uitkering

    van 15% tot 25% arbeidsongeschikt

    van 75% tot 85%

    -

    -

    +

    -

    -

    14% van de grondslag d

    van 25% tot 35% arbeidsongeschikt

    van 65% tot 75%

    -

    -

    +

    +

    +

    21% van de grondslag

    van 35% tot 45% arbeidsongeschikt

    van 55% tot 65%

    -

    +

    +

    +

    +

    28% van de grondslag

    van 45% tot 55% arbeidsongeschikt

    van 45% tot 55%

    -

    +

    +

    +

    +

    35% van de grondslag

    van 55% tot 65% arbeidsongeschikt

    van 35% tot 45%

    -

    +

    +

    +

    +

    42% van de grondslag

    van 65% tot 80% arbeidsongeschikt

    van 20% tot 35%

    -

    +

    +

    +

    +

    50% van de grondslag

    meer dan 79% arbeidsongeschikt

    minder dan 21%

    +

    +

    +

    +

    +

    75% van de grondslag (70% bij WGA)

     

    a. Geldt voor arbeidsongeschiktheid die is ontstaan vanaf 1 januari 2004 (de eerst mogelijke ingangsdatum na wachttijd van 104 weken is 29-12-2005.
    b. Geldt voor arbeidsongeschiktheid die is ontstaan vóór 1 januari 2004.
    c. Geldt voor arbeidsongeschiktheid die is ontstaan vóór 1 augustus 2004.
    d. De grondslag is gebaseerd op het genoten inkomen vóór de arbeidsongeschiktheid of op het minimumloon, bijvoorbeeld in het geval van jongeren zonder arbeidsverleden.

  • Maten om arbeidsongeschiktheid te meten

    Instroom

    Het aantal nieuwe arbeidsongeschiktheidsuitkeringen in een bepaalde periode.

    Uitstroom

    Het aantal beëindigingen van arbeidsongeschiktheidsuitkeringen in een bepaalde periode.

    Lopende uitkeringen

    Het aantal arbeidsongeschiktheidsuitkeringen op een bepaald moment.

    Instroompercentage

    Het aantal nieuwe uitkeringen in een jaar als percentage van de omvang van de beroepsbevolking een jaar eerder. Dit kan opgevat worden als de kans om een arbeidsongeschiktheidsuitkering te krijgen.

    Uitstroompercentage

    Het aantal beëindigde uitkeringen in een jaar als percentage van het aantal uitkeringen dat in dat jaar werd verstrekt. Dit kan opgevat worden als de kans op beëindiging van de uitkering in dat jaar.

    Arbeidsongeschiktheidspercentage

    Het aantal arbeidsongeschikten als percentage van de beroepsbevolking vermeerderd met het aantal arbeidsongeschikten, waarbij een arbeidsongeschikt persoon meetelt naar rato van arbeidsongeschiktheid. Dit percentage geeft dus niet het percentage personen met een uitkering.

  • Maten om ziekteverzuim te meten

    Ziekteverzuimpercentage

    De belangrijkste maat om ziekteverzuim te meten is het verzuimpercentage. Om dit te berekenen wordt het aantal verzuimdagen per jaar gemeten en vervolgens gedeeld ofwel door het aantal werkdagen per jaar ofwel door het aantal kalenderdagen per jaar. Een minder gebruikte manier om het verzuimpercentage te meten is het aantal kalenderdagen vanaf de dag van de ziekmelding tot aan de dag van herstel per 100 kalenderdagen op jaarbasis te berekenen.

    Percentage werknemers dat verzuimt

    Een andere manier om ziekteverzuim te kwantificeren is het meten van het percentage van de beroepsbevolking dat minstens één keer per jaar verzuimt. Deze maat wordt o.a. gebruikt voor internationale vergelijkingen.

    Meldings- of verzuimfrequentie

    De meldings- of verzuimfrequentie geeft aan hoe vaak werknemers zich gemiddeld in een jaar ziek melden. De verzuimfrequentie wordt berekend door het aantal ziekmeldingen in een jaar te delen door het totaal aantal werknemers in een bepaalde populatie (bijvoorbeeld binnen Nederland of binnen een bedrijf).

    Verzuimduur

    Het aantal werkdagen dat werknemers in de afgelopen 12 maanden hebben verzuimd wegens ziekte. Hierbij tellen ook werknemers mee die niet verzuimd hebben.

Bronverantwoording
  • Arbeidsongeschiktheidsuitkeringen (UWV)

    Voor de bepaling van de incidentie en prevalentie van arbeidsongeschiktheid in Nederland zijn gegevens van het UWV beschikbaar. Het UWV is het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen en zorgt voor de landelijke uitvoering van de werknemersverzekeringen (zoals WW, WIA (IVA en WGA), Wajong, WAO, WAZ, WAZO en Ziektewet), en voor arbeidsmarkt- en gegevensdienstverlening. Het UWV publiceert deze gegevens op de website en in standaardrapportages in de vorm van volume-ontwikkelingen in sociale verzekeringen, waaronder de kwantitatieve bijlage bij het viermaandenverslag en jaarverslag, de jaarlijkse 'Statistische Tijdreeksen UWV' (UWV, 2011) en 'Atlas SV' (UWV, 2012). Het UWV functioneert als zelfstandig bestuursorgaan (ZBO) in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. UWV. Statistische tijdreeksen 2010. Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV); 2011. Bron
    2. UWV. Atlas SV 2011. Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV); 2012. Bron
  • Geen grootschalige registratie op werknemersniveau van ziekteverzuim aanwezig

    Sinds het begin van de jaren negentig bestaat er geen grootschalige registratie van het ziekteverzuim op werknemersniveau meer. Door de invoering van de Wet Terugdringing Ziekteverzuim is de verzuimregistratie die de uitvoeringsorganen voerden voor het bedrijfsleven grotendeels vervallen. De Nationale Verzuimstatistiek (NVS) is stopgezet en vervangen door de kwartaalstatistiek Verzuim. In de kwartaalstatistiek is niet duidelijk als gevolg van welke ziekte of aandoening een werknemer verzuimt.

  • Kwartaalstatistiek verzuim (CBS)

    Voor de bepaling van de incidentie en prevalentie van ziekteverzuim naar bedrijfssector gebruiken we gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Het CBS publiceert elk kwartaal cijfers over ziekteverzuim voor overheid, bedrijfsleven en maatschappelijke instellingen. Het CBS berekent het verzuimpercentage als het aantal verzuimde dagen gedeeld door het aantal te werken dagen (voor voltijders 215 dagen) in een jaar.

  • ArboNed

    Voor de bepaling van de incidentie en prevalentie van ziekteverzuim naar diagnosecategorie worden in VZinfo gegevens van ArboNed gebruikt. ArboNed is een grote Arbodienst die 70.000 werkgevers en ruim één miljoen werknemers vertegenwoordigt uit onder andere het MKB, multinationals, instellingen en overheden. Op 1 juli 2013 zaten er 1,14 miljoen werknemers in de datawarehouse. 

    ArboNed verzamelt gegevens over ziekteverzuim in een zogenaamde datawarehouse. De werkgever voert elektronisch een ziekmelding in op de eerste verzuimdag met naam-adres-woonplaatsgegevens, BSN, leeftijd, geslacht en functie; die elektronische melding komt vervolgens in de datawarehouse. Bij volledig herstel voert de werkgever een herstelmelding in op de dag van werkhervatting; die melding komt vervolgens ook in de datawarehouse terecht. De datawarehouse bevat dus alleen de gegevens van mensen die verzuimen of recent verzuimd hebben. Het verzuimpercentage wordt vervolgens berekend door het aantal verzuimde kalenderdagen te delen door het totaal aantal mensen in het datawarehouse x 365. 

    De oorzaken voor middellang of langdurig verzuim worden ook opgeslagen in de datawarehouse. In de tweede of derde week van verzuim (afhankelijk van de werkgever) worden werknemers opgeroepen voor het spreekuur van de bedrijfsarts. Gemiddeld komen de werknemers dan een week later bij de bedrijfsarts en deze voert de reden van het verzuim in de datawarehouse in. Diagnosecodes worden dus gemiddeld in de 3e of 4e verzuimweek ingevoerd. De oorzaken van het verzuim worden vervolgens berekend door het aantal (gegroepeerde) diagnosecodes te delen door het totaal aantal verzuimepisoden in de datawarehouse (ArboNed).

  • Ziekteverzuim: Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (TNO)

    Voor de bepaling van de incidentie en prevalentie van ziekteverzuim gebruiken worden gegevens uit de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA) gebruikt. De NEA is een periodiek onderzoek naar arbeidsomstandigheden in Nederland onder werknemers (m.u.v. zelfstandigen). TNO voert de NEA uit in opdracht van het ministerie van SZW en in samenwerking met TNS NIPO en het CBS. De NEA wordt sinds 2005 jaarlijks uitgevoerd. Elk jaar doen meer dan 23.000 werknemers mee.

    Specifiek voor het onderwerp ziekteverzuim vraagt de NEA de deelnemers of zij in de afgelopen 12 maanden hebben verzuimd, de frequentie en duur van het verzuim, en met welke klachten zij de laatste keer hebben verzuimd.

  • European Working Conditions Survey (Eurofound)

    Voor het maken van internationale vergelijkingen voor ziekteverzuim worden gegevens van Eurofound gebruikt. Gegevens over ziekteverzuim in de EU-landen in 2010 zijn verzameld in het 'Fifth European Working Conditions Survey' (Eurofound). Deze studie is uitgevoerd in 1990, 1995, 2000, 2005 en 2010. Onderzoekslanden waren de EU-landen, Noorwegen en kandidaat lidstaten. In de meeste landen is de studie niet vaak genoeg uitgevoerd om al trends te kunnen zien. In Nederland is TNO inhoudelijk betrokken bij de data verzameling voor de studie. Er worden ongeveer 1.000-1.500 werknemers per land voor ondervraagd.

Methoden
  • Arbeidsongeschiktheidsuitkeringen regionaal

    De opgenomen gegevens komen uit de registratiesystemen van uitvoeringsinstellingen van het UWV. Het percentage uitkeringen per gemeente is gerelateerd aan de bevolking van 15 tot en met 64 jaar. De informatie over de bevolking is afkomstig van het CBS. Het totaal aantal uitkeringen in de kaarten is exclusief de uitkeringen die naar het buitenland gaan en waarvan de woonplaats van de uitkeringsgerechtigde niet precies bekend is.

    Voor de kaart is het aantal inwoners van 15-65 jaar (potentiële beroepsbevolking) per gemeente gebruikt. Een betere maat is de beroepsbevolking. Op gemeenteniveau zijn helaas geen cijfers beschikbaar over de beroepsbevolking. Het patroon zal nagenoeg gelijk zijn, met alleen een hoger gemiddelde. Het is mogelijk dat het verschil tussen de potentiële beroepsbevolking en beroepsbevolking niet overal gelijk is in Nederland.

  • In- en uitstroompercentage

    Het instroompercentage wordt berekend door het aantal nieuwe arbeidsongeschiktheidsuitkeringen in 2013 te delen door de omvang van de beroepsbevolking in 2011 (i.v.m. de twee jaar die tussen het ziekteverzuim en de arbeidsongeschiktheid zit).

    Het uitstroompercentage wordt berekend door het aantal beëindigde arbeidsongeschiktheidsuitkeringen in 2013 te delen door het totaal aantal verstrekte arbeidsongeschiktheidsuitkeringen in 2013.