Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

ArbeidsongeschiktheidCijfers & ContextHuidige situatie

Cijfers & Context

Eind 2017 ruim 807.000 mensen arbeidsongeschikt

Regionaal & Internationaal

Weinig arbeidsongeschikten in randstad

Kosten

Kosten per uitkering bijna €15.000 in 2017

Preventie & Zorg

Incidentie arbeidsongeschiktheid naar leeftijd en geslacht

In- en uitstroom arbeidsongeschiktheidsuitkeringen 2017

Percentages naar leeftijd en geslacht

 

Instroompercentage

Uitstroompercentage

Leeftijd

Mannen

Vrouwen

Mannen

Vrouwen

15-24

0,3

0,2

3,7

1,6

25-34

0,3

0,4

2,9

2,4

35-44

0,4

0,6

2,9

2,5

45-54

0,5

0,7

2,4

1,9

55+

1,0

1,2

10,8

8,8

Gemiddelde

0,5

0,6

6,2

4,8

Totaal aantal

23.596

23.544

26.639

20.342

Bron: UWV; gegevens bewerkt door het RIVM

Ruim 47.000 nieuwe arbeidsongeschiktheidsuitkeringen in 2017

In 2017 zijn ruim 47.100 zieke mensen ingestroomd in één van de arbeidsongeschiktheidswetten. Vrouwen hadden met 0,6% een iets grotere kans dan mannen (0,5%) om in te stromen. Voor het 25e levensjaar stroomden meer mannen dan vrouwen in. In 2017 hadden vrouwen gemiddeld minder kans om uit de arbeidsongeschiktheid te stromen dan mannen; 4,8% voor vrouwen tegen 6,2% voor mannen. Dit verschil wordt deels veroorzaakt door een andere leeftijdsverdeling bij vrouwen en deels door een lagere uitstroomkans in alle leeftijdsklassen.
Iemand wordt (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt verklaard en komt in aanmerking voor een arbeidsongeschiktheidsuitkering WIA als hij/zij langer dan 104 weken ziek is en hierdoor niet of alleen gedeeltelijk kan werken. Jongeren en jongvolwassenen met gezondheidsproblemen en zonder arbeidsverleden kunnen vanaf 18 jaar tot het 27e levensjaar de Wajong instromen. Mensen die in het verleden een WAO/WAZ arbeidsongeschiktheidsuitkering hadden en opnieuw ziek worden kunnen mogelijk opnieuw instromen in de WAO/WAZ op basis van het eerdere recht daar op (UWV, 2018).

Laagste instroompercentage voor 15- tot 25-jarigen

Het instroompercentage is zowel voor mannen (0,3%) als voor vrouwen (0,2%) het laagst in de leeftijdscategorie van 15 tot 25 jaar. Als jongeren ziek zijn of beperkingen hebben stromen zij na hun opleiding vaak direct in de Wajong. In de jaren daarna neemt het instroompercentage geleidelijk toe per leeftijdscategorie en is voor zowel mannen als vrouwen het hoogst in de leeftijdscategorie 55+ (respectievelijk 1,0% en 1,2%). Dit komt doordat de kans op ziekten (zoals hart- en vaatziekten, kanker, reuma, etc.) ook toeneemt met de leeftijd. Het uitstroompercentage is ook het hoogst in de leeftijdscategorie 55+. Hiervan stroomt een groot deel uit vanwege het bereiken van de AOW-leeftijd. Daarnaast kan er uitstroom plaatsvinden door overlijden of door herstel/herbeoordeling (UWV, 2018).

Meer informatie

Prevalentie arbeidsongeschiktheid naar geslacht

Prevalentie arbeidsongeschiktheid naar geslacht, eind 2017

MannenVrouwenTotaal
WAO125.663146.913272.576
WIA133.319143.650276.969
WAZ7.9134.18012.093
Wajong137.114108.703245.817

Bron: UWV

Ruim 807.000 arbeidsongeschikten eind 2017

Eind 2017 ontvingen 807.455 mensen een arbeidsongeschiktheidsuitkering. Het aandeel mannen (404.009) en vrouwen (403.446) dat een arbeidsongeschiktheidsuitkering kreeg was ongeveer gelijk. Het aantal van 807.455 is gelijk aan 7,3% van alle 15- tot 65-jarigen in Nederland (UWV, 2018).

Twee derde arbeidsongeschiktheidsuitkeringen op basis WAO of WIA

Eind 2017 werd de ruime meerderheid (68%) van de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen uitgekeerd op basis van de WAO of WIA. Daarnaast werd 30% uitgekeerd aan meerderjarigen zonder arbeidsverleden (op basis van de Wajong) en de overige 2% aan beroepsbeoefenaren zonder werkgever (op basis van de WAZ). Van alle arbeidsongeschiktheidsuitkeringen gaat het voor 23% om gedeeltelijk arbeidsongeschikten (UWV, 2018).

Meer informatie

Prevalentie arbeidsongeschiktheid naar leeftijd en geslacht

Aantal WAO/WIA-, Wajong- en WAZ-uitkeringen, eind 2017

Naar leeftijd en geslacht

 

WAO/WIA

Wajong

WAZ

Leeftijd

Mannen

Vrouwen

Mannen

Vrouwen

Mannen

Vrouwen

15-24

342

472

24.509

16.682

<10

<10

25-34

7.763

14.215

52.882

42.971

13

39

35-44

27.966

43.440

24.448

20.093

144

111

45-54

71.319

88.368

20.330

16.998

1.539

832

55-64

137.857

132.721

14.168

11.375

5.448

2.819

65+

13.735

11.347

777

584

768

378

Bron: UWV, 2018

  • Cijfers over 2017 zijn voorlopige cijfers

Aantal arbeidsongeschiktheidsuitkeringen neemt toe met leeftijd

In de oudere leeftijdscategorieën worden meer arbeidsongeschiktheidsuitkeringen uitgekeerd dan in de jongere leeftijdscategorieën en het aantal neemt toe met de leeftijd. Dit geldt specifiek voor de WAO/WIA en de WAZ. Dit komt omdat mensen in de oudere leeftijdsklassen vaak meer gezondheidsproblemen hebben. Het aantal Wajong-uitkeringen neemt juist af met de leeftijd. Jongeren en jongvolwassenen met gezondheidsproblemen kunnen tot het 27e levensjaar in de Wajong instromen. Mensen in de oudere leeftijdscategorieën met een Wajong-uitkering ontvangen deze omdat ze tussen hun 18e en 27e jaar zijn ingestroomd en de Wajong-uitkering (soms met tussenpozen) jaren door kan lopen. Sinds het verhogen van de pensioenleeftijd kunnen ook mensen boven het 65e levensjaar nog een arbeidsongeschiktheidsuitkering krijgen (UWV, 2018).

Meer informatie

Verantwoording

Definities
  • Ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid

    Er is sprake van ziekteverzuim als een persoon een aantoonbare ziekte of gebrek heeft én daardoor ongeschikt is voor de uitvoering van het werk. Het ziekteverzuim in Nederland omvat zowel werkgebonden ziekteverzuim (bijvoorbeeld rugklachten door het tillen van zware lasten op het werk) als niet-werkgebonden ziekteverzuim (bijvoorbeeld door sportletsels). Het verzuim start op de dag dat de werknemer zich ziek meldt en duurt voort tot de dag van volledig herstel of tot 104 weken na de ziekmelding. Zwangerschaps- en bevallingsverlof tellen niet mee als ziekteverzuim.

    Als iemand langer dan 104 weken ziek is en hierdoor niet of alleen gedeeltelijk kan werken, wordt hij of zij (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt verklaard. Iemand die (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt is, kan namelijk als gevolg van ziekte of gebreken met gangbare arbeid niet meer hetzelfde verdienen als gezonde personen met soortgelijke opleiding en ervaring. Er zijn verschillende wetten/voorzieningen van kracht waarop een arbeidsongeschikte werknemer een beroep kan doen (UWV, 2012).

    Ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid zijn indicatoren van tijdelijke en meer langdurige functionele beperkingen in de arbeidssituatie. In die zin worden ze beschouwd als indicatoren voor de gezondheidstoestand van een populatie. De mate waarin ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid vóórkomen in een populatie wordt ook beïnvloed door andere factoren, zoals maatregelen van de overheid en de macro-economische situatie (UWV, 2012).

  • Arbeidsongeschiktheidswetten

    Indien iemand niet of alleen gedeeltelijk kan werken wegens gezondheidsredenen gelden er verschillende wetten. De wetten zijn zo opgesteld dat iedereen beroep kan doen op één van de wetten. 

    Wet Uitbreiding Loondoorbetalingsplicht Bij Ziekte (WULBZ) + Wet Verlening Loondoorbetalingsverplichting bij Ziekte (VLZ)

    Als een werknemer ziek is, dan is de werkgever verplicht (krachtens de WULBZ en VLZ) om gedurende ten hoogste 104 weken minimaal 70% van het loon door te betalen, waarbij de eerste 52 weken ten minste het voor de werknemer geldende wettelijke minimumloon moet worden betaald. Werknemer en werkgever moeten zich daarbij redelijkerwijs inspannen om de werknemer weer aan het werk te krijgen (re-integratie). Werknemers die geen vaste werkgever hebben (zoals thuiswerkers, uitzendkrachten, flexwerkers en zieke werklozen) en werknemers die hun werk verliezen tijdens ziekte (door reorganisatie of tijdelijk contract), krijgen bij ziekte een uitkering vanuit de Ziektewet (ZW) door het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV). Voor loondoorbetaling tijdens zwangerschaps- en bevallingsverlof is de Wet Arbeid en Zorg (WAZO) van kracht, zodat zwangerschaps- en bevallingsverlof niet meetelt als ziekteverzuim (UWV, 2012).

    Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA)

    Na twee jaar ziekteverzuim kan de werknemer een beroep doen op de Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA), voor een arbeidsongeschiktheidsuitkering. Er wordt dan door het UWV onderzoek gedaan naar de resterende verdiencapaciteit, oftewel wat iemand nog zou kunnen verdienen, en daarmee wordt ook de mate van arbeidsongeschiktheid bepaald. De WIA is voor iedereen die arbeidsongeschikt geworden is vanaf 1 januari 2004. Iedereen die voor die tijd arbeidsongeschikt geworden is, valt onder de Wet arbeidsongeschiktheid (WAO). De bepaling voor de mate van arbeidsongeschiktheid is vergelijkbaar met de WIA, maar er wordt niet naar de duurzaamheid gekeken. Ook is er bij de WAO al een uitkering mogelijk vanaf 15% arbeidsongeschiktheid (UWV, 2012).

    Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten (IVA)

    Indien een werknemer volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is, komt hij of zij in aanmerking voor een uitkering op basis van de regeling 'Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten' (IVA). Deze uitkering valt binnen de WIA. De kans op herstel is bij volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid minimaal en de werknemer kan hooguit 20% van het oude loon verdienen (UWV, 2012).

    Werkhervattingsregeling Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA)

    Indien de werknemer ten minste 35% arbeidsongeschikt is of volledig arbeidsongeschikt is met kans op herstel komt de werknemer in aanmerking voor een uitkering ‘Werkhervattingsregeling Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten’ (WGA), deze uitkering valt ook binnen de WIA (UWV, 2012).

    Werkloosheidswet (WW)

    Wanneer de werknemer een arbeidsbeperking heeft, maar minder dan 35% arbeidsongeschikt is en dus 65% verdiencapaciteit heeft, wordt de werkgever geacht de werknemer in dienst te houden en aangepaste arbeid aan te bieden. Als dat niet mogelijk is, dan kan de werknemer een beroep doen op de Werkloosheidswet (WW). Er is dan geen recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering (UWV, 2012).

    Wet Arbeidsongeschiktheidsverzekering Zelfstandigen (WAZ)

    Beroepsbeoefenaren zonder werkgever, zoals zelfstandigen en hun meewerkende echtgenoten, moeten zelf maatregelen nemen om de financiële gevolgen af te dekken van arbeidsongeschiktheid. Bij arbeidsongeschiktheid die is ontstaan vóór 1 augustus 2004 kunnen beroepsbeoefenaren zonder werkgever nog een beroep doen op de Wet Arbeidsongeschiktheidsverzekering Zelfstandigen (WAZ). De minimale arbeidsongeschiktheid dient dan 25% te zijn (UWV, 2012).

    Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wajong)

    Daarnaast bestaat een arbeidsongeschiktheidsvoorziening voor meerderjarigen zonder arbeidsverleden (Wajong). Dit zijn personen bij wie de arbeidsongeschiktheid is ontstaan voordat de persoon zich op de arbeidsmarkt kon begeven, voor het 17e jaar of tijdens de studie tot en met het 27e jaar. De minimale arbeidsongeschiktheid dient 25% te zijn.

    Sinds 2010 is de Wajong vernieuwd. Iedereen die vanaf dat moment een aanvraag Wajong doet en recht heeft op Wajong, kan in drie verschillende regelingen terecht komen. De uitkeringsregeling voor iedereen die blijvend geen arbeidsmogelijkheden heeft, de studieregeling voor degenen die ook recht hebben op een vorm van studiefinanciering en de werkregeling voor iedereen die nog enige arbeidsmogelijkheid heeft of van wie het in de toekomst nog te verwachten is (UWV, 2012).

  • Arbeidsongeschiktheidsklassen

    Overzicht van arbeidsongeschiktheidsklassen, overeenkomstige resterende verdiencapaciteit, de arbeidsongeschiktheidsvoorzieningen waar men een beroep op kan doen (+) of waarvoor men juist niet in aanmerking komt (-) en de minimale omvang van de bijbehorende uitkering.

    Arbeidsongeschiktheids-klassen

    Resterende verdiencapaciteit

    WIA-IVAa

    WIA-WGAa

    WAOb

    WAZc

     

    Wajong

    Omvang van de uitkering

    minder dan 15% arbeidsongeschikt

    meer dan 84%

    -

    -

    -

    -

    -

    Geen recht op uitkering

    van 15% tot 25% arbeidsongeschikt

    van 75% tot 85%

    -

    -

    +

    -

    -

    14% van de grondslag d

    van 25% tot 35% arbeidsongeschikt

    van 65% tot 75%

    -

    -

    +

    +

    +

    21% van de grondslag

    van 35% tot 45% arbeidsongeschikt

    van 55% tot 65%

    -

    +

    +

    +

    +

    28% van de grondslag

    van 45% tot 55% arbeidsongeschikt

    van 45% tot 55%

    -

    +

    +

    +

    +

    35% van de grondslag

    van 55% tot 65% arbeidsongeschikt

    van 35% tot 45%

    -

    +

    +

    +

    +

    42% van de grondslag

    van 65% tot 80% arbeidsongeschikt

    van 20% tot 35%

    -

    +

    +

    +

    +

    50% van de grondslag

    meer dan 80% arbeidsongeschikt

    minder dan 21%

    +

    +

    +

    +

    +

    75% van de grondslag (70% bij WGA)

     

    a. Geldt voor arbeidsongeschiktheid die is ontstaan vanaf 1 januari 2004 (de eerst mogelijke ingangsdatum na wachttijd van 104 weken is 29-12-2005.
    b. Geldt voor arbeidsongeschiktheid die is ontstaan vóór 1 januari 2004.
    c. Geldt voor arbeidsongeschiktheid die is ontstaan vóór 1 augustus 2004.
    d. De grondslag is gebaseerd op het genoten inkomen vóór de arbeidsongeschiktheid of op het minimumloon, bijvoorbeeld in het geval van jongeren zonder arbeidsverleden.

  • Maten om arbeidsongeschiktheid te meten

    Instroom

    Het aantal nieuwe arbeidsongeschiktheidsuitkeringen in een bepaalde periode.

    Uitstroom

    Het aantal beëindigingen van arbeidsongeschiktheidsuitkeringen in een bepaalde periode.

    Lopende uitkeringen

    Het aantal arbeidsongeschiktheidsuitkeringen op een bepaald moment.

    Instroompercentage

    Het aantal nieuwe uitkeringen in een jaar als percentage van de omvang van de beroepsbevolking een jaar eerder. Dit kan opgevat worden als de kans om een arbeidsongeschiktheidsuitkering te krijgen.

    Uitstroompercentage

    Het aantal beëindigde uitkeringen in een jaar als percentage van het aantal uitkeringen dat in dat jaar werd verstrekt. Dit kan opgevat worden als de kans op beëindiging van de uitkering in dat jaar.

    Arbeidsongeschiktheidspercentage

    Het aantal arbeidsongeschikten als percentage van de beroepsbevolking vermeerderd met het aantal arbeidsongeschikten, waarbij een arbeidsongeschikt persoon meetelt naar rato van arbeidsongeschiktheid. Dit percentage geeft dus niet het percentage personen met een uitkering.

  • Maten om ziekteverzuim te meten

    Ziekteverzuimpercentage

    De belangrijkste maat om ziekteverzuim te meten is het verzuimpercentage. Om dit te berekenen wordt het aantal verzuimdagen per jaar gemeten en vervolgens gedeeld ofwel door het aantal werkdagen per jaar ofwel door het aantal kalenderdagen per jaar. Een minder gebruikte manier om het verzuimpercentage te meten is het aantal kalenderdagen vanaf de dag van de ziekmelding tot aan de dag van herstel per 100 kalenderdagen op jaarbasis te berekenen.

    Percentage werknemers dat verzuimt

    Een andere manier om ziekteverzuim te kwantificeren is het meten van het percentage van de beroepsbevolking dat minstens één keer per jaar verzuimt. Deze maat wordt o.a. gebruikt voor internationale vergelijkingen.

    Meldings- of verzuimfrequentie

    De meldings- of verzuimfrequentie geeft aan hoe vaak werknemers zich gemiddeld in een jaar ziek melden. De verzuimfrequentie wordt berekend door het aantal ziekmeldingen in een jaar te delen door het totaal aantal werknemers in een bepaalde populatie (bijvoorbeeld binnen Nederland of binnen een bedrijf).

    Verzuimduur

    Het aantal werkdagen dat werknemers in de afgelopen 12 maanden hebben verzuimd wegens ziekte. Hierbij tellen ook werknemers mee die niet verzuimd hebben.

Bronverantwoording
  • Tabel: Bronnen bij de cijfers over arbeidsongeschiktheid

    Bron

    Indicator in VZinfo

    Gepresenteerde populatie VZinfo

    Meer informatie

    UWV

    Aantal uitkeringen WAO, WIA, WAZ en Wajong

    Nederlandse bevolking

    PIAVAtlas-SV, UWV

Methoden
  • In- en uitstroompercentage

    Het instroompercentage wordt berekend door het aantal nieuwe arbeidsongeschiktheidsuitkeringen in 2017 te delen door de omvang van de beroepsbevolking in 2015 (i.v.m. de twee jaar die tussen het ziekteverzuim en de arbeidsongeschiktheid zit).

    Het uitstroompercentage wordt berekend door het aantal beëindigde arbeidsongeschiktheidsuitkeringen in 2017 te delen door het totaal aantal verstrekte arbeidsongeschiktheidsuitkeringen in 2017.