Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

ArbeidsomstandighedenCijfers & ContextTrends

Cijfers & Context

Meer vrouwen dan mannen ervaren hoge werkdruk

Regionaal & Internationaal

Blootstelling aan risico's laag in Nederland

Kosten

Werkgerelateerde zorgkosten 1,8 miljard euro

Preventie & Zorg

Preventieve maatregelen arbeidsrisico's

Trend in fysiek belastende factoren

Trend in fysiek belastende factoren 2005-2020

Fysieke belastingKracht zetten (m)Kracht zetten (v)Beeldschermwerk (m)Beeldschermwerk (v)
2005100100100100
200692,8101,4104,3103,1
200771,977,4104,6104,7
200880,685,8107,1108,6
200971,676,4108,6106,9
201084,591,0107,1106,4
201176,682,5110,3107,8
201280,286,3106,3106,9
201376,379,7106,6105,8
201479,587,7110,3107,8
201579,587,7111,7108,3
201680,984,9112,3109,4
201783,587,3113,7112,5
201879,984,4113,4112,2
201979,584,0115,7113,1
202071,671,7126,0123,1

Bron: NEA (bewerkt door RIVM, 2021)

  • Geïndexeerd (2005 is 100).
  • Gebaseerd op percentages voor werknemers die 'ja, regelmatig' hebben geantwoord (kracht zetten) en op aantal uren beeldschermwerk.
  • Sinds 2014 is de steekproefopzet veranderd, door deze wijziging in methodologie is er mogelijk sprake van een trendbreuk.

Percentage werknemers dat regelmatig kracht zet gedaald

In de periode 2005-2020 is het percentage werknemers dat regelmatig veel kracht moet zetten, gedaald. Deze daling liep voor mannen en vrouwen ongeveer gelijk. Het percentage mannen en vrouwen dat regelmatig kracht moet zetten is met bijna 30% gedaald. Het aantal uren dat werknemers achter een beeldscherm werken is in dezelfde periode met ruim 25% gestegen, van 3,5 naar 4,4 uur per dag. Deze stijging verliep voor mannen en vrouwen gelijk (NEA 2005-2020).

COVID-19 uitbraak beïnvloedt arbeidsomstandigheden

De gepresenteerde gegevens gaan onder andere over 2020, het jaar waarin de COVID-19 pandemie uitbrak. De pandemie en de bijbehorende maatregelen hebben mogelijk de arbeidsomstandigheden van de respondenten beïnvloed. Zo zijn meer mensen thuis gaan werken, waardoor het aantal uren achter een beeldscherm is gestegen. Het is belangrijk hier rekening mee te houden bij het interpreteren van de cijfers van 2020. Voor meer informatie zie Corona-VTV en NEA-COVID-19.

Meer informatie

Datum publicatie

19-05-2021

Trend in belastende omgevingsfactoren

Trend in belastende omgevingsfactoren 2005-2020

Lawaai (m)Lawaai (v)Waterige oplossingen (m)Waterige oplossingen (v)
2005100100
200691,3102,3
200772,767,4
200872,769,8100100
200962,069,8101,696,4
201065,372,1103,9104,6
201168,769,8104,7105,1
201268,074,4103,1105,6
201372,081,4104,7108,2
201465,376,7103,1101,0
201567,383,7101,696,9
201668,788,4100,897,4
201770,793,0103,195,9
201872,093,0100,894,4
201972,7102,3101,692,3
202064,081,488,380,0

Bron: NEA (bewerkt door RIVM, 2021)

  • Geïndexeerd (2005 is 100 voor lawaai en 2008 is 100 voor waterige oplossingen).
  • Gebaseerd op percentages voor werknemers die 'ja, regelmatig' (lawaai) en 'altijd' en 'vaak' (waterige oplossingen) hebben geantwoord.
  • Sinds 2014 is de steekproefopzet veranderd, door deze wijziging in methodologie is er mogelijk sprake van een trendbreuk.

Aantal mannen blootgesteld aan omgevingsgeluid met 36% afgenomen

Sinds 2005 is het aantal mannelijke werknemers dat op het werk regelmatig hard moet praten in verband met het omgevingsgeluid met 36% afgenomen. Voor vrouwen is de afname over dezelfde periode 19%. Sinds 2014 is het verschil tussen mannen en vrouwen groter geworden. Deze toename kan mogelijk het gevolg zijn van een trendbreuk die heeft plaatsgevonden in 2014. Het percentage mannen en vrouwen dat in de periode 2008-2020 blootgesteld is aan waterige oplossingen is licht gedaald. Met name in 2020 is een sterke daling te zien (NEA 2005-2020).

COVID-19 uitbraak beïnvloedt arbeidsomstandigheden

De gepresenteerde gegevens gaan onder andere over 2020, het jaar waarin de COVID-19 pandemie uitbrak. De pandemie en de bijbehorende maatregelen hebben mogelijk de arbeidsomstandigheden van de respondenten beïnvloed. Doordat veel bedrijven waar met waterige oplossingen gewerkt wordt (zoals de horeca) niet open waren, is de blootstelling aan waterige oplossingen gedaald. Het is belangrijk hier rekening mee te houden bij het interpreteren van de cijfers van 2020. Voor meer informatie zie Corona-VTV en NEA-COVID-19.

Meer informatie

Datum publicatie

19-05-2021

Trend in onregelmatig werken

Trend in onregelmatig werken 2003-2020

Onregelmatig werk (m)Onregelmatig werk (v)Nachtwerk (m)Nachtwerk (v)
2003100100100100
200410110398104
2005101103103102
2006102107104105
2007105110102105
2008105114101106
2009109116106115
201010511398104
20111021128995
20121011158897
20131051179198
20141051158696
20151051198595
201610612288103
201710912693106
201811012694113
201910812686109
202010412183105
  • Geïndexeerd (2003 is 100).
  • Gebaseerd op aantal werknemers dat regelmatig buiten kantoortijden (tussen 19.00u en 6.00u of in het weekend) werkt en het aantal werknemers dat werkzaam is in de nacht.

Stijging onregelmatig werk voornamelijk bij vrouwen

In de periode 2003-2020 is het aantal mannen en vrouwen dat onregelmatig werkt gestegen van 3,2 miljoen naar 3,6 miljoen. Voor vrouwen is deze stijging groter (21%) dan voor mannen (4%). Onregelmatig werk betreft werkzaamheden buiten kantoortijden. In dezelfde periode is het aantal vrouwen dat werkzaam is gedurende de nacht met 5% gestegen. Het aantal mannen is in deze periode gedaald met 17%. Onregelmatige ploegendienstroosters, een jetlag en andere verstoringen van het slaap-waakritme kunnen leiden tot gezondheidsklachten. De WHO heeft ploegendienst op de lijst gezet van risicofactoren voor het ontwikkelen van sommige vormen van kanker. Onbekend is of verstoorde 24 uursritmen hier direct aan ten grondslag liggen, of dat het te maken heeft met een selectie van mensen, een slaaptekort als gevolg van ploegendiensten of verlichting ‘s nachts (Gezondheidsraad, 2015). 

COVID-19 uitbraak beïnvloedt arbeidsomstandigheden

De gepresenteerde gegevens gaan onder andere over 2020, het jaar waarin de COVID-19 pandemie uitbrak. De pandemie en de bijbehorende maatregelen hebben mogelijk de arbeidsomstandigheden beïnvloed. Het is belangrijk hier rekening mee te houden bij het interpreteren van de cijfers van 2020. Voor meer informatie zie Corona-VTV.

Meer informatie

Datum publicatie

19-05-2021

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Gezondheidsraad. Nachtwerk en gezondheidsrisico's: Mogelijkheden voor preventie. Den Haag: Gezondheidsraad; 2015. Bron

Trend in psychosociaal belastende factoren

Trend in psychosociaal belastende factoren 2005-2020

Psychosociale belastingVeel werk doen (m)Veel werk doen (v)Pesten (m)Pesten (v)
2005100100
2006104,7103,5
200785,489,8100100
200881,987,7100,093,2
200981,785,697,995,9
201082,987,986,579,7
201181,786,394,890,5
201277,882,986,589,2
201381,387,383,382,4
201485,897,988,595,9
201586,298,388,5102,7
201684,898,591,7104,1
201785,8102,392,7101,4
201887,4101,084,4106,8
201984,4101,3108,3132,4
202078,993,874,083,8

Bron: NEA ( bewerkt door RIVM, 2021)

  • Geïndexeerd (2005 is 100 voor 'veel werk doen' en 2007 is 100 voor 'pesten door collega's').
  • Gebaseerd op percentages voor werknemers die 'altijd' en 'vaak' (veel werk doen) en 'zeer vaak', 'vaak' en 'een enkele keer' (pesten door collega's) hebben geantwoord.
  • Sinds 2014 is de steekproefopzet veranderd, door deze wijziging in methodologie is er mogelijk sprake van een trendbreuk.
  • In 2019 zijn de vragen over conflicten op het werk weggelaten. Dit leek effect te hebben op de prevalentie van ongewenst gedrag dat in dat jaar meer voor kwam dan in eerdere jaren. In 2020 zijn de vragen over conflicten op het werk weer opgenomen in de vragenlijst.

Daling in percentage werknemers dat heel veel werk moet doen

In de periode 2005-2020 is het percentage mannen dat heel veel werk doet met 21% afgenomen. Het percentage voor vrouwen is in dezelfde periode 6% afgenomen. Het percentage mannelijke en vrouwelijke werknemers dat aangeeft gepest te zijn door de leidinggevende of collega’s is in de periode 2007-2013 licht gedaald. Sinds 2014 is er een lichte toename zichtbaar voor zowel mannen als vrouwen. Daarna blijft het percentage mannen dat gepest wordt door collega’s gelijk en neemt zelfs af, terwijl het percentage voor vrouwen blijft stijgen. In 2019 is een flinke stijging te zien voor zowel mannen als vrouwen om vervolgens in 2020 weer flink te dalen. Deze toename kan mogelijk het gevolg zijn van een trendbreuk die heeft plaatsgevonden in 2014 en 2019 (zie toelichting onder grafiek). Daarnaast is het ook mogelijk dat de stijging te maken heeft met het relatief lage percentage werknemers dat gepest wordt. Een kleine toename in aantallen zal dan sneller te zien zijn in de percentages (NEA 2005-2020).

COVID-19 uitbraak beïnvloedt arbeidsomstandigheden

De gepresenteerde gegevens gaan onder andere over 2020, het jaar waarin de COVID-19 pandemie uitbrak. De pandemie en de bijbehorende maatregelen hebben mogelijk de arbeidsomstandigheden van de respondenten beïnvloed. Het is belangrijk hier rekening mee te houden bij het interpreteren van de cijfers van 2020. Voor meer informatie zie Corona-VTV en NEA-COVID-19.

Meer informatie

Datum publicatie

19-05-2021

Verantwoording

Definities
  • Arbeidsomstandigheden

    Met arbeidsomstandigheden worden alle omstandigheden tijdens werktijd bedoeld. Dat wil zeggen alle arbeidsomstandigheden op en tijdens het werk, dus ook als men beroepsmatig onderweg is of als thuis wordt gewerkt. Gunstige arbeidsomstandigheden kunnen (deels) voorkómen dat mensen door hun werk ziek worden of arbeidsongeschikt raken. Zo hebben een schone en prettig ingerichte, ergonomisch verantwoorde werkplek, daglicht en uitzicht uit een raam naar buiten, een juiste opstelling van machines, goed gereedschap, goede verhoudingen met leidinggevenden en collega’s, duidelijke werkafspraken, goed georganiseerde werkprocessen en een duidelijke communicatie van de leiding naar de werkvloer en omgekeerd een gunstige invloed op de gezondheid en het welzijn van de werkende mens. Tegenwoordig is er ook steeds meer aandacht voor aspecten als comfort (Vink, 2009), veiligheid en je veilig voelen op de werkplek (Gort & Starren, 2006), vitaliteit (Strijk et al., 2012) en bevlogenheid (Bakker & Leiter, 2010). Arbeidsomstandigheden kunnen de gezondheid ook negatief beïnvloeden. Een flink deel van de werknemers loopt risico’s op ongevallen of ziekten die worden veroorzaakt door blootstelling aan gevaren in de arbeidssituatie zoals chemicaliën, fysieke (over)belasting en lawaai, door blootstelling aan stress door een te hoge werkdruk, agressie van klanten of collega's, en door het niet goed (kunnen) afstemmen van het werk op de thuissituatie. Deze arbeidsomstandigheden leiden relatief vaak tot gezondheidsklachten, beroepsziekten, ziekteverzuim, arbeidsongeschiktheid en veelvuldig gebruik van medische voorzieningen. Gezondheidsbedreigende factoren van arbeidsomstandigheden zijn onder te verdelen in fysieke belasting, omgevingsfactoren (onder andere stoffen) en psychosociaal belastende factoren.

    Fysieke arbeidsbelasting
    Iedere werknemer heeft te maken met lichamelijke inspanning. Bijvoorbeeld bij het verplaatsen van producten (tillen, dragen, duwen, trekken). Dan worden de spieren en gewrichten in rug, schouders en armen zo regelmatig gebruikt dat fysieke overbelasting kan ontstaan. Of er is juist sprake van onderbelasting door te weinig bewegen of te lang zitten. Zowel over- als onderbelasting kan leiden tot gezondheidsklachten (arboportaal).

    Arbeidsbelasting door omgevingsfactoren
    De ruimte en omgeving waarin wordt gewerkt en de apparatuur die wordt gebruikt, zijn omgevingsfactoren die een effect kunnen hebben op het lichaam. Een koude vochtige werkplek is niet prettig om in te werken en kan gezondheidsklachten veroorzaken. Net als een te warme werkplek of een ruimte waar weinig daglicht binnenkomt. Ook andere omgevingsfactoren kunnen schadelijk zijn voor het lichaam. Bijvoorbeeld machines die te veel lawaai produceren of een bepaald soort straling (arboportaal).

    Psychosociale arbeidsbelasting
    De meeste mensen brengen een groot deel van hun tijd op hun werk door. De omgang met collega’s en cliënten kan veel invloed hebben op hoe iemand zich voelt, zeker als er sprake is van pesterijen, geweld, discriminatie of seksuele intimidatie. Dit kan ingrijpende gevolgen hebben in de vorm van ernstige lichamelijke- en psychische klachten. Daarnaast kan een hoge werkdruk ook een bron van stress vormen. Als een werknemer echter de ruimte heeft om werkzaamheden naar eigen inzicht in te richten (hoge mate van autonomie), dan hoeft een hoge werkdruk niet te leiden tot lichamelijke en psychische klachten (arboportaal).

    Preventie gericht op bevorderen van arbeidsomstandigheden
    Preventie gericht op het bevorderen van arbeidsomstandigheden heeft als doel arbeidsgerelateerde gezondheidsschade bij werknemers te voorkómen. Met veilige en gezonde arbeidsomstandigheden wordt de kans op arbeidsrisico’s en daaruit voortvloeiende ongevallen en gezondheidsklachten beperkt. Ook worden negatieve effecten tegengegaan, zoals ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid. Het voorkomen van arbeidsgerelateerde gezondheidsschade van werkenden gebeurt via een combinatie van interventiemethoden:

    • Regelgeving, handhaving en beleid;
    • Voorlichting en educatie;
    • Signalering, advies en ondersteuning;
    • Beïnvloeden van de sociale en fysieke omgeving.
       

     

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Vink P. Aangetoonde effecten van het kantoorinterieur: naar comfortabele, innovatieve, productieve en duurzame kantoren. Alphen aan den Rijn: Kluwer; 2009. GoogleScholar
    2. Gort J, Starren A. Vanzelfsprekend veilig: veilig ondernemen als corebusiness. Hoofddorp: TNO; 2006. Bron
    3. Strijk JE, Proper KI, van Mechelen W, van der Beek AJ. A worksite vitality intervention for older hospital workers to improve vitality, work engagement, productivity and sick leave: results of a randomized controlled trial. Scand J Work Environ Health. 2012;66(11). DOI
    4. Bakker AB, Leiter MP. Work engagement: A handbook of essential theory and research. New York: Psychology Press; 2010. GoogleScholar
  • Ervaren blootstelling

    Een absolute uitspraak over het percentage werknemers dat in gunstige of ongunstige arbeidsomstandigheden werkt, is niet mogelijk. Dit komt door de grote diversiteit aan arbeidsomstandigheden, die gedeeltelijk relatief gedefinieerd zijn (namelijk in verhouding tot de belastbaarheid) en die bovendien sterk verschillen per bedrijf en beroep. Daarnaast is er geen landelijke registratie met betrekking tot arbeidsomstandigheden. Wel is het mogelijk om per arbeidsomstandigheid aan te geven hoeveel mensen zeggen dat ze aan deze arbeidsomstandigheid zijn blootgesteld (zelfrapportage / enquêtegegevens). Dit geeft een goed beeld van het werkelijke aantal blootgestelde mensen per arbeidsomstandigheid.

Bronverantwoording
  • Tabel: Bronnen bij de cijfers over arbeidsomstandigheden

    Bron

    Indicator in VZinfo

    Gepresenteerde populatie VZinfo

    Meer informatie

    Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA)

    Prevalentie (zelfgerapporteerd)

    Werknemers tussen de 15 en 75 jaar in Nederland

    Van Dam et al., 2021

    European Working Conditions Survey (EWCS)

    Prevalentie (zelfgerapporteerd)

    Werknemers en zelfstandigen vanaf 15 jaar in Europa

    Eurofound

    Werkgevers Enquête Arbeid (WEA)

     

    Prevalentie (zelfgerapporteerd)

    Werkgevers in Nederland

    Kraan et al., 2020

    Enquête Beroepsbevolking (EBB)

    Prevalentie (zelfgerapporteerd)

    Nederlandse bevolking vanaf 15 jaar

    EBB

    Kosten van Ziektenstudie

    Kosten van zorg voor de werkzame beroepsbevolking

    Nederlandse bevolking

    Kosten van Ziekten 

     

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Van Dam L., Mars G., Knops J., Hooftman W., De Vroome E., Ramaekers M., et al. Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden 2020: Eerste resultaten en analysemogelijkheden. Leiden / Heerlen: TNO / CBS; 2021. Bron
    2. Kraan K., De Vroome E., Van der Zee F., Teeuwen P. Werkgevers Enquête Arbeid 2019: Methodologie, resultaten en verantwoording. Leiden: TNO; 2020. Bron
  • Gepresenteerde data Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA)

    In de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA) zijn meerdere antwoordcategorieën gebruikt. De weergegeven percentages komen voort uit verschillende antwoordcategorieën. Als de antwoordcategorie uit 3 opties bestaat (Ja, regelmatig | ja, soms | nee) is het percentage voor het antwoord ja, regelmatig gepresenteerd in de grafiek. Als de antwoordcategorie uit 4 opties bestaat (nooit | soms | vaak | altijd), dan wordt er één percentage gepresenteerd in de grafiek voor de categorieën vaak en altijd. In het geval van pesten is er een andere indeling gebruikt (nooit | enkele keer | vaak | zeer vaak). In dat geval is het percentage voor de laatste drie antwoordcategorieën opgeteld en gepresenteerd in de grafieken. In het NEA rapport zijn de percentages voor alle vier de antwoordcategorieën afzonderlijk gepresenteerd (Van Dam et al., 2021). 

    In 2018 is de vraagstelling met betrekking tot gevaarlijk werk aangepast. De vraag over gevaarlijk werk betreft nu: "Hoe vaak moet u de volgende soorten van gevaarlijk werk doen?" (gevolgd door een opsomming zoals struikelen, snijden, verbranden, etc). Het gepresenteerde percentage betreft het aantal werknemers dat bij bovenstaande vraag bij tenmiste één gevaar 'vaak' of 'altijd' heeft aangegeven. Door deze verandering in methodologie is er sprake van een trendbreuk (Hooftman et al., 2019). 

    In 2019 zijn de vragen over conflicten op het werk weggelaten. Dit leek effect te hebben op de prevalentie van ongewenst gedrag dat in dat jaar meer voor kwam dan in eerdere jaren. In 2020 zijn de vragen over conflicten op het werk weer opgenomen in de vragenlijst (Van Dam et al., 2021).

    De NEA 2020 is uitgevoerd in het vierde kwartaal – toen de tweede golf van de COVID-19 pandemie net begon. De COVID-19 pandemie en de bijbehorende maatregelen die van kracht waren hebben waarschijnlijk invloed gehad op de werkomstandigheden. Ruim 58.000 werknemers vulden de NEA 2020 vragenlijst in.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Van Dam L., Mars G., Knops J., Hooftman W., De Vroome E., Ramaekers M., et al. Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden 2020: Eerste resultaten en analysemogelijkheden. Leiden / Heerlen: TNO / CBS; 2021. Bron
    2. Hooftman W.E., Mars G.M.J., Janssen B., de Vroome E.M.M., Janssen B.J.M., Pleijers A.J.S., et al. Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden 2018: Methodologie en globale resultaten. Leiden / Heerlen: TNO / CBS; 2019. Bron
Methoden
  • Schattingen ziektelast

    De ziektelast, uitgedrukt in DALY’s, geeft de hoeveelheid gezondheidsverlies door ziekte weer, waarbij vroegtijdige sterfte, de mate van vóórkomen van gezondheidsproblemen en de ernst van de gezondheidsproblemen worden meegenomen. De DALY is opgebouwd uit twee componenten: de jaren geleefd met ziekte (uitgedrukt in ziektejaarequivalenten) en de jaren verloren door vroegtijdige sterfte (uitgedrukt in verloren levensjaren). Met behulp van de DALY zijn de gevolgen van verschillende ziekten rechtstreeks met elkaar te vergelijken. Met de DALY-aanpak wordt niet alleen de ziektelast van de werkzame bevolking in kaart gebracht, maar ook die van de gepensioneerde beroepsbevolking. Dat is belangrijk omdat die laatste groep in enquêtes en beroepsziektemeldingen buiten beeld blijft, terwijl zij wel de gevolgen kunnen ondervinden van een beroepsziekte opgedaan tijdens het werkzame leven. Voor de arbeidsgerelateerde ziektelastschattingen sluiten we aan bij de VTV-2018 (VTV-2018). Voor de VTV2018 is de prevalentie en daarmee de ziektejaarequivalenten en ziektelast voor multimorbiditeit gecorrigeerd. Dit hebben we gedaan omdat een persoon meerdere aandoeningen kan hebben. Een optelling van de wegingsfactoren van de afzonderlijke ziekten zou zonder multimorbiditeitscorrectie een overschatting van het aantal ziektejaarequivalenten opleveren. In werkelijkheid zal de ernst meestal lager zijn dan de som van de afzonderlijke wegingsfactoren waardoor een multimorbiditeitscorrectie nodig is (Hilderink et al., 2016). Ook hebben we voor de VTV2018 een betere schatting kunnen maken van het totaal aantal DALY’s in Nederland.

    De World Health Organization (WHO) berekent ook de ziektelast van beroepsziekten in de Global Burden of Disease maar daarin zijn psychische aandoeningen en gezondheidsschade bij de gepensioneerde bevolking niet meegenomen en in de schattingen van het RIVM wel (Eysink et al., 2007).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Hilderink HBM, Plasmans MHD, Snijders BEP, Boshuizen HC, Poos M.JJC, van Gool CH. Accounting for multimorbidity can affect the estimation of the Burden of Disease: a comparison of approaches. Archives of Public Health. 2016;74(37). Bron | DOI
    2. Eysink PED, Blatter B, van Gool CH, Gommer AM, van den Bossche SNJ, Hoeymans N. Ziektelast van ongunstige arbeidsomstandigheden in Nederland. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2007. Bron
  • Populatie Attributieve Fracties (PAF)

    Het door arbeid veroorzaakte deel van de ziekte of sterfte is berekend in de werkzame en gepensioneerde beroepsbevolking met behulp van Populatie Attributieve Fracties (PAF) voor de betreffende ziekten (VTV-2018 Integratiematen achtergrondrapport; Eysink et al., 2012; Eysink et al., 2007). De PAF geeft aan hoeveel procent van het gezondheidsverlies door de betreffende aandoening is toe te schrijven aan ongunstige arbeidsomstandigheden. Voor een aantal ziekten is een (internationale) PAF aanwezig die ook gebruikt kan worden voor Nederland. Dit betreft de kankers en astma en COPD. Voor andere ziekten moet de PAF worden geschat met behulp van de prevalentie van de risicofactor in de populatie en een maat voor de sterkte van het verband tussen de risicofactor en de ziekte, meestal het relatieve risico (RR) of de Odds Ratio (OR). Voor informatie over blootstelling aan de diverse arbeidsomstandigheden is vooral gebruik gemaakt van de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA). RR’s en OR’s zijn afkomstig uit de literatuur. Voor psychische aandoeningen, hart- en vaatziekten, aandoeningen van het bewegingsapparaat, contacteczeem en rinitis zijn de PAFs op deze manier berekend. De verschillende arbeidsomstandigheden bij een ziekte mogen we niet altijd bij elkaar optellen vanwege de zeer waarschijnlijke overlap van arbeidsomstandigheden waaraan werknemers zijn blootgesteld. Voor aandoeningen waarvoor geen totale PAF (een PAF die alle arbeidsrisico’s dekt, zoals alle stoffen) en dus geen totale ziektelast als gevolg van arbeidsrisico’s aanwezig is, gaan we uit van het arbeidsrisico dat de meeste ziektelast veroorzaakt. De totale ziektelast van die aandoening kan namelijk nooit lager zijn dan de ziektelast van één van de arbeidsrisico’s.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Eysink PED, Dekkers SAJ, Janssen P, Poos MJJC, Meijer SA. Ziektelast van ongunstige arbeidsomstandigheden in Nederland, 2012. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2012. Bron
    2. Eysink PED, Blatter B, van Gool CH, Gommer AM, van den Bossche SNJ, Hoeymans N. Ziektelast van ongunstige arbeidsomstandigheden in Nederland. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2007. Bron

Andere websites over Arbeidsomstandigheden