Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

ArbeidsomstandighedenCijfers & ContextHuidige situatie

Cijfers & Context

Meer vrouwen dan mannen ervaren hoge werkdruk

Regionaal & Internationaal

Blootstelling aan risico's laag in Nederland

Kosten

Werkgerelateerde zorgkosten 1,6 miljard euro

Preventie & Zorg

Preventieve maatregelen arbeidsrisico's

Omvang fysiek belastende factoren

Fysieke belasting, 2015

Fysieke belasting - totaalTotaal
Beeldschermwerk37,4
Repeterende beweging34,5
Kracht zetten20,4
Werkhouding10,3
Trillingen8,9

Bron: NEA

  • De percentages betreffen de categorie 'ja, regelmatig'. Behalve voor 'beeldschermwerk', daar gaat het om de categorie ' % 6 uur per dag of meer'.

Beeldschermwerk meest voorkomende fysieke belasting

Bijna 38% van de Nederlandse werknemers werkt 6 uur of meer per dag achter een beeldscherm. Het is daarmee de meest voorkomende fysieke belasting in 2015. Men loopt een verhoogde kans op RSI (ook wel KANS genoemd) wanneer men meer dan zes uur per dag beeldschermwerk verricht (Blatter, 2000). Daarnaast gaf ruim één op de drie Nederlandse werknemers (34,5%) in 2015 aan regelmatig herhalende bewegingen te moeten maken in het werk. Ruim 10% van de werknemers werkt regelmatig in een ongemakkelijke werkhouding (NEA, 2015).

Een op de vijf werknemers zet regelmatig veel kracht

In 2015 gaf één op de vijf Nederlandse werknemers (20,4%) aan werk te doen waarbij men regelmatig veel kracht moet zetten, zoals tillen, duwen, trekken, sjouwen of het gebruik van apparaten en gereedschappen waarbij veel kracht nodig is. Daarnaast zorgt het werken met gereedschap, apparaten of voertuigen die trillen of schudden voor een extra risico op bijvoorbeeld rugklachten en slijtage van de wervelkolom. In 2015 kwam blootstelling aan trillingen regelmatig voor bij bijna één op de tien werknemers (8,9%) (NEA, 2015).

Meer informatie

 

Omvang fysiek belastende factoren naar geslacht

Fysieke belasting naar geslacht, 2015

Fysieke belasting - geslachtMannenVrouwen
Beeldschermwerk37,736,9
Repeterende beweging3435,2
Kracht zetten22,118,6
Trillingen14,23
Werkhouding119,6

Bron: NEA

  • De percentages betreffen de categorie 'ja, regelmatig'. Behalve voor 'beeldschermwerk', daar gaat het om de categorie ' % 6 uur per dag of meer'.

Mannen vaker blootgesteld aan trillingen dan vrouwen

Het percentage mannen dat op het werk blootgesteld is aan trillingen (14,2%) is veel hoger dan het percentage vrouwen (3,0%). Daarnaast zetten mannen (22,1%) ook vaker dan vrouwen (18,6%) regelmatig veel kracht tijdens werkzaamheden. Het verschil tussen mannen en vrouwen wat betreft het maken van repeterende bewegingen en het werken in een ongemakkelijke werkhouding is klein (NEA, 2015).


Werknemer verricht gemiddeld bijna vier uur per dag beeldschermwerk

Gemiddeld werkten zowel de mannelijke als de vrouwelijke werknemers in 2015 naar eigen zeggen 3,9 uur per dag achter een beeldscherm. Van de mannen geeft 37,7% aan dat zij meer dan 6 uur per dag achter een beeldscherm werken. Bij de vrouwen is dit 36,9% (NEA, 2015).

Meer informatie

Omvang belastende omgevingsfactoren

Belastende omgevingsfactoren, 2015

Omgevingsfactoren - totaalTotaal
Waterige oplossingen15,8
Stoffen op huid8,6
Ademt stoffen in7,3
Veel lawaai7
Besmette personen5,2
Gevaarlijk werk4,3

Bron: NEA

  • Het percentage betreft een optelling van de categorieën 'altijd' en 'vaak'. Behalve voor 'lawaai' en 'gevaarlijk werk', daar gaat het om de categorie 'ja, regelmatig'.

Ruim 15% werknemers blootgesteld aan waterige oplossingen

In 2015 was blootstelling aan waterige oplossingen (15,8%) de meest voorkomende belastende omgevingsfactor. Ook blootstelling aan andere gevaarlijke stoffen kwamen vaak voor, zoals contact met stoffen op de huid (8,5%). Dit is bijvoorbeeld huidcontact met lijm, verf, schoonmaakmiddelen, geneesmiddelen of bestrijdingsmiddelen. Daarnaast werd 7,3% van de werknemers blootgesteld aan stoffen die ingeademd kunnen worden, zoals damp van oplosmiddelen, uitlaatgassen, lasrook, graanstof of stof van steen en beton. Blootstelling aan besmette personen, dieren of materialen kwam het minste voor (5,2%) (NEA, 2015).

Van de werknemers staat 7% bloot aan schadelijk geluid

Van de Nederlandse werknemers gaf 7% in 2015 aan dat er op de werkplek regelmatig zoveel lawaai is dat er hard gesproken moet worden om verstaanbaar te zijn. Bij regelmatige blootstelling aan lawaai kan gehoorbeschadiging optreden. Wanneer er gewerkt wordt in lawaai, gebruikt 34,9% van de werknemers regelmatig gehoorbeschermers, zoals oorkappen of oordopjes. Daarnaast gaf 4,3% van de Nederlandse werknemers aan regelmatig gevaarlijk werk te doen. Dit is werk waarbij er een kans bestaat op uitglijden, snijden of steken, beknelling, vallen van een hoogte, een ongeluk met gevaarlijke stoffen of agressie (NEA, 2015). Deze oorzaken kunnen een arbeidsongeval als gevolg hebben. 

Meer informatie

Omvang belastende omgevingsfactoren naar geslacht

Belastende omgevingsfactoren, 2015

MannenVrouwen
Waterige oplossingen1318,9
Stoffen op huid7,99,3
Besmette personen3,57,1
Ademt stoffen in10,53,7
Veel lawaai10,13,6
Gevaarlijk werk6,42

Bron: NEA

  • Het percentage betreft een optelling van de categorieën 'altijd' en 'vaak'. Behalve voor 'lawaai' en 'gevaarlijk werk', daar gaat het om de categorie 'ja, regelmatig'.

Bijna één op de vijf vrouwen in aanraking met waterige stoffen

In 2015 kwam bijna één op de vijf vrouwen (18,9%) in aanraking met waterige stoffen op het werk. Dit percentage ligt hoger dan dat voor mannen (13,0%). Ook is het percentage vrouwen dat regelmatig in aanraking komt met schadelijke stoffen op de huid of met besmette personen hoger dan voor mannen. Dit komt mogelijk door dat er meer vrouwen werken in de horeca en zorgsector, de sectoren waar deze soorten blootstelling het meeste voorkomen. Het percentage werknemers dat tijdens het werk (gevaarlijke) stoffen inademt is juist voor mannen hoger dan voor vrouwen (NEA, 2015).

Eén op de tien mannen staat bloot aan schadelijk geluid

In 2015 gaf 10,1% van de mannen en 3,6% van de vrouwen aan dat er op de werkplek regelmatig zoveel lawaai is dat er hard gesproken moet worden om verstaanbaar te zijn. Wanneer mannen werken in lawaai gebruiken zij regelmatig gehoorbeschermers (46,1%). Dit percentage ligt een stuk hoger dan dat voor vrouwen (7,9%). Mannen doen vaker gevaarlijk werk dan van vrouwen. Mannen lopen tijdens het werk vooral gevaar door uitglijden, snijden of vallen van hoogte. Voor vrouwen is de confrontatie met geweld het belangrijkste gevaar tijdens het werk  (NEA, 2015).


Meer informatie

Onregelmatig werken

Aantal personen met onregelmatige werktijden, 2016

Aantal x 1.000

Totaal

Mannen

Vrouwen

Werkzame beroepsbevolking

7.280

4.000

3.280

Onregelmatige werktijden

4.660

2.690

1.970

Nachtwerk

1.220

840

380

  • 'Soms werkzaam buiten kantoortijden' en 'regelmatig werkzaam buiten kantoortijden' zijn in deze tabel bij elkaar opgeteld
  • 'Soms werkzaam in de nacht' en 'regelmatig werkzaam in de nacht' zijn in deze tabel bij elkaar opgeteld
  • Door afronding kunnen de totaalwaarden afwijken

Bijna 15% van totale beroepsbevolking werkt ‘s nachts

In 2016 is 65% van de werkzame beroepsbevolking soms of regelmatig werkzaam buiten kantoortijden. De werkzame beroepsbevolking betreft personen die betaald werk hebben ongeacht de arbeidsduur. Bij werk buiten kantoortijden gaat het om avondwerk, nachtwerk of weekendwerk (op zaterdag en/of zondag). Het percentage van de werkzame beroepsbevolking dat soms of regelmatig ’s nachts werkzaam is, is 15%. Hiervan is 67% man en 33% vrouw (Enquête Beroepsbevolking (EBB)CBS Statline, 2017). Onregelmatige ploegendienstroosters, een jetlag en andere verstoringen van het slaap-waakritme kunnen leiden tot gezondheidsklachten. De WHO heeft ploegendienst op de lijst gezet van risicofactoren voor het ontwikkelen van sommige vormen van kanker. Onbekend is of verstoorde 24 uursritmen hier direct aan ten grondslag liggen, of dat het te maken heeft met een selectie van mensen, een slaaptekort als gevolg van ploegendiensten of verlichting ‘s nachts (Gezondheidsraad, 2015).

Meer informatie

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Gezondheidsraad. Nachtwerk en gezondheidsrisico's: Mogelijkheden voor preventie. Den Haag: Gezondheidsraad; 2015. Bron

Omvang psychosociaal belastende factoren

Psychosociale arbeidsbelasting, 2015

[container]

Ongeveer een derde van de werknemers ervaart hoge werkdruk

In 2015 gaf een derde van de Nederlandse werknemers aan dat zij een 'hoge werkdruk' ervaren. 'Hoge werkdruk’ bestaat uit de factoren: heel veel werk moeten doen (45,4%), erg snel moeten werken (36,2%) en extra hard moeten werken (30,6%). Werkdruk is daarmee de grootste psychosociale belasting die wordt ervaren door werknemers. Daarnaast gaf 11,7% van de werknemers aan dat hun werk vaak of altijd emotioneel veeleisend is (NEA, 2015). Langdurige blootstelling aan hoge werkdruk of emotionele belasting kan leiden tot overspannenheid en burn-out. 

Werknemers vaker gepest door collega's dan door klanten

In 2015 gaf 8% van de werknemers aan in de afgelopen 12 maanden gepest te zijn door hun leidinggevende of collega’s. De meeste werknemers werden een enkele keer gepest (6,8%). In 0,3% van de gevallen werden werknemers ‘zeer vaak’ gepest. Vijf procent van de werknemers gaf aan gepest te zijn door klanten in de afgelopen 12 maanden. Ook het pesten door klanten gebeurde meestal een enkele keer (4,4%). Slechts in 0,1% van de gevallen gebeurde dit ‘zeer vaak’  (NEA, 2015).

Meer informatie

Omvang psychosociaal belastende factoren naar geslacht

Psychosociale arbeidsbelasting naar geslacht, 2015

[container]

Vrouwen ervaren een hogere werkdruk dan mannen

Meer vrouwen dan mannen ervaren een hoge werkdruk. Het percentage vrouwen dat erg snel werk doet, heel veel werk doet en extra hard werkt, is in alle gevallen hoger dan het percentage mannen. Ook ervaren meer vrouwen dan mannen hun werk als emotioneel belastend. Dit komt mogelijk ook omdat vrouwen vaker werkzaam zijn in sectoren die emotioneel belastend kunnen zijn (zoals de zorg- en onderwijssector) (NEA, 2015).

Mannen iets vaker gepest door collega's dan vrouwen

In 2015 gaf 8,5% van de mannelijke werknemers aan in de afgelopen 12 maanden gepest te zijn door hun leidinggevende of collega. Voor vrouwen lag dit percentage iets lager (7,5%). Vrouwen (5,4%) werden juist iets vaker gepest door klanten ten opzichte van mannen (4,8%) (NEA, 2015).

Meer informatie

Verantwoording

Definities
  • Arbeidsomstandigheden

    Met arbeidsomstandigheden worden alle omstandigheden tijdens werktijd bedoeld. Dat wil zeggen alle arbeidsomstandigheden op en tijdens het werk, dus ook als men beroepsmatig onderweg is of als thuis wordt gewerkt. Gunstige arbeidsomstandigheden kunnen (deels) voorkómen dat mensen door hun werk ziek worden of arbeidsongeschikt raken. Zo hebben een schone en prettig ingerichte, ergonomisch verantwoorde werkplek, daglicht en uitzicht uit een raam naar buiten, een juiste opstelling van machines, goed gereedschap, goede verhoudingen met leidinggevenden en collega’s, duidelijke werkafspraken, goed georganiseerde werkprocessen en een duidelijke communicatie van de leiding naar de werkvloer en omgekeerd een gunstige invloed op de gezondheid en het welzijn van de werkende mens. Tegenwoordig is er ook steeds meer aandacht voor aspecten als comfort (Vink, 2009), veiligheid en je veilig voelen op de werkplek (Gort & Starren, 2006), vitaliteit (Strijk et al., 2012) en bevlogenheid (Bakker & Leiter, 2010). Arbeidsomstandigheden kunnen de gezondheid ook negatief beïnvloeden. Een flink deel van de werknemers loopt risico’s op ongevallen of ziekten die worden veroorzaakt door blootstelling aan gevaren in de arbeidssituatie zoals chemicaliën, fysieke (over)belasting en lawaai, door blootstelling aan stress door een te hoge werkdruk, agressie van klanten of collega's, en door het niet goed (kunnen) afstemmen van het werk op de thuissituatie. Deze arbeidsomstandigheden leiden relatief vaak tot gezondheidsklachten, beroepsziekten, ziekteverzuim, arbeidsongeschiktheid en veelvuldig gebruik van medische voorzieningen. Gezondheidsbedreigende factoren van arbeidsomstandigheden zijn onder te verdelen in fysieke belasting, omgevingsfactoren (onder andere stoffen) en psychosociaal belastende factoren.

    Fysieke arbeidsbelasting
    Iedere werknemer heeft te maken met lichamelijke inspanning. Bijvoorbeeld bij het verplaatsen van producten (tillen, dragen, duwen, trekken). Dan worden de spieren en gewrichten in rug, schouders en armen zo regelmatig gebruikt dat fysieke overbelasting kan ontstaan. Of er is juist sprake van onderbelasting door te weinig bewegen of te lang zitten. Zowel over- als onderbelasting kan leiden tot gezondheidsklachten (arboportaal).

    Arbeidsbelasting door omgevingsfactoren
    De ruimte en omgeving waarin wordt gewerkt en de apparatuur die wordt gebruikt, zijn omgevingsfactoren die een effect kunnen hebben op het lichaam. Een koude vochtige werkplek is niet prettig om in te werken en kan gezondheidsklachten veroorzaken. Net als een te warme werkplek of een ruimte waar weinig daglicht binnenkomt. Ook andere omgevingsfactoren kunnen schadelijk zijn voor het lichaam. Bijvoorbeeld machines die te veel lawaai produceren of een bepaald soort straling (arboportaal).

    Psychosociale arbeidsbelasting
    De meeste mensen brengen een groot deel van hun tijd op hun werk door. De omgang met collega’s en cliënten kan veel invloed hebben op hoe iemand zich voelt, zeker als er sprake is van pesterijen, geweld, discriminatie of seksuele intimidatie. Dit kan ingrijpende gevolgen hebben in de vorm van ernstige lichamelijke- en psychische klachten. Daarnaast kan een hoge werkdruk ook een bron van stress vormen. Als een werknemer echter de ruimte heeft om werkzaamheden naar eigen inzicht in te richten (hoge mate van autonomie), dan hoeft een hoge werkdruk niet te leiden tot lichamelijke en psychische klachten (arboportaal).

    Preventie gericht op bevorderen van arbeidsomstandigheden
    Preventie gericht op het bevorderen van arbeidsomstandigheden heeft als doel arbeidsgerelateerde gezondheidsschade bij werknemers te voorkómen. Met veilige en gezonde arbeidsomstandigheden wordt de kans op arbeidsrisico’s en daaruit voortvloeiende ongevallen en gezondheidsklachten beperkt. Ook worden negatieve effecten tegengegaan, zoals ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid. Het voorkomen van arbeidsgerelateerde gezondheidsschade van werkenden gebeurt via een combinatie van interventiemethoden:

    • Regelgeving, handhaving en beleid;
    • Voorlichting en educatie;
    • Signalering, advies en ondersteuning;
    • Beïnvloeden van de sociale en fysieke omgeving.
       

     

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Vink P. Aangetoonde effecten van het kantoorinterieur: naar comfortabele, innovatieve, productieve en duurzame kantoren. Alphen aan den Rijn: Kluwer; 2009. GoogleScholar
    2. Gort J, Starren A. Vanzelfsprekend veilig: veilig ondernemen als corebusiness. Hoofddorp: TNO; 2006. Bron
    3. Strijk JE, Proper KI, van Mechelen W, van der Beek AJ. A worksite vitality intervention for older hospital workers to improve vitality, work engagement, productivity and sick leave: results of a randomized controlled trial. Scand J Work Environ Health. 2012;66(11). DOI
    4. Bakker AB, Leiter MP. Work engagement: A handbook of essential theory and research. New York: Psychology Press; 2010. GoogleScholar
  • Ervaren blootstelling

    Een absolute uitspraak over het percentage werknemers dat in gunstige of ongunstige arbeidsomstandigheden werkt, is niet mogelijk. Dit komt door de grote diversiteit aan arbeidsomstandigheden, die gedeeltelijk relatief gedefinieerd zijn (namelijk in verhouding tot de belastbaarheid) en die bovendien sterk verschillen per bedrijf en beroep. Daarnaast is er geen landelijke registratie met betrekking tot arbeidsomstandigheden. Wel is het mogelijk om per arbeidsomstandigheid aan te geven hoeveel mensen zeggen dat ze aan deze arbeidsomstandigheid zijn blootgesteld (zelfrapportage / enquêtegegevens). Dit geeft een goed beeld van het werkelijke aantal blootgestelde mensen per arbeidsomstandigheid.

Bronverantwoording
  • Tabel: Bronnen bij de cijfers over arbeidsomstandigheden

    Bron

    Indicator in VZinfo

    Gepresenteerde populatie VZinfo

    Meer informatie

    Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA)

    Prevalentie (zelfgerapporteerd)

    Werknemers tussen de 15 en 75 jaar in Nederland

    Hooftman et al., 2017

    European Working Conditions Survey (EWCS)

    Prevalentie (zelfgerapporteerd)

    Werknemers en zelfstandigen vanaf 15 jaar in Europa

    Eurofound

    Werkgevers Enquête Arbeid (WEA)

     

    Prevalentie (zelfgerapporteerd)

    Werkgevers in Nederland

    van Emmerik et al., 2017

    Enquête Beroepsbevolking (EBB)

    Prevalentie (zelfgerapporteerd)

    Nederlandse bevolking vanaf 15 jaar

    EBB

    Kosten van Ziektenstudie

    Kosten van zorg voor de werkzame beroepsbevolking

    Nederlandse bevolking

    Kosten van Ziekten 

     

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Hooftman WE, Mars GMJ, Janssen B, de Vroome EMM, Pleijers AJSF, Michiels JJM, et al. Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden 2016: Methodologie en globale resultaten. Leiden / Heerlen: TNO / CBS; 2017. Bron
    2. van Emmerik ML, de Vroome EMM, Kraan KO, van den Bossche SNJ. Werkgevers Enquête Arbeid 2016: Methodologie en beschrijvende resultaten. Leiden: TNO; 2017. Bron
  • Gepresenteerde data Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA)

    In de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA) 2015 zijn meerdere antwoordcategorieën gebruikt. De weergegeven percentages komen voort uit verschillende antwoordcategorieën. Als de antwoordcategorie uit 3 opties bestaat (Ja, regelmatig | ja, soms | nee) is het percentage voor het antwoord ja, regelmatig gepresenteerd in de grafiek. Als de antwoordcategorie uit 4 opties bestaat (nooit | soms | vaak | altijd), dan wordt er één percentage gepresenteerd in de grafiek voor de categorieën vaak en altijd. In het geval van pesten is er een andere indeling gebruikt (nooit | enkele keer | vaak | zeer vaak). In dat geval is het percentage voor de laatste drie antwoordcategorieën opgeteld en gepresenteerd in de grafieken. In het NEA rapport zijn de percentages voor alle vier de antwoordcategorieën afzonderlijk gepresenteerd (Hooftman et al., 2017).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Hooftman WE, Mars GMJ, Janssen B, de Vroome EMM, Pleijers AJSF, Michiels JJM, et al. Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden 2016: Methodologie en globale resultaten. Leiden / Heerlen: TNO / CBS; 2017. Bron
Methoden
  • Schattingen ziektelast

    De ziektelast, uitgedrukt in DALY’s, geeft de hoeveelheid gezondheidsverlies door ziekte weer, waarbij vroegtijdige sterfte, de mate van vóórkomen van gezondheidsproblemen en de ernst van de gezondheidsproblemen worden meegenomen. De DALY is opgebouwd uit twee componenten: de jaren geleefd met ziekte (uitgedrukt in ziektejaarequivalenten) en de jaren verloren door vroegtijdige sterfte (uitgedrukt in verloren levensjaren). Met behulp van de DALY zijn de gevolgen van verschillende ziekten rechtstreeks met elkaar te vergelijken. Met de DALY-aanpak wordt niet alleen de ziektelast van de werkzame bevolking in kaart gebracht, maar ook die van de gepensioneerde beroepsbevolking. Dat is belangrijk omdat die laatste groep in enquêtes en beroepsziektemeldingen buiten beeld blijft, terwijl zij wel de gevolgen kunnen ondervinden van een beroepsziekte opgedaan tijdens het werkzame leven. Voor de arbeidsgerelateerde ziektelastschattingen sluiten we aan bij de VTV-2018 (VTV-2018). Voor de VTV2018 is de prevalentie en daarmee de ziektejaarequivalenten en ziektelast voor multimorbiditeit gecorrigeerd. Dit hebben we gedaan omdat een persoon meerdere aandoeningen kan hebben. Een optelling van de wegingsfactoren van de afzonderlijke ziekten zou zonder multimorbiditeitscorrectie een overschatting van het aantal ziektejaarequivalenten opleveren. In werkelijkheid zal de ernst meestal lager zijn dan de som van de afzonderlijke wegingsfactoren waardoor een multimorbiditeitscorrectie nodig is (Hilderink et al., 2016). Ook hebben we voor de VTV2018 een betere schatting kunnen maken van het totaal aantal DALY’s in Nederland.

    De World Health Organization (WHO) berekent ook de ziektelast van beroepsziekten in de Global Burden of Disease maar daarin zijn psychische aandoeningen en gezondheidsschade bij de gepensioneerde bevolking niet meegenomen en in de schattingen van het RIVM wel (Eysink et al., 2007).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Hilderink HBM, Plasmans MHD, Snijders BEP, Boshuizen HC, Poos M.JJC, van Gool CH. Accounting for multimorbidity can affect the estimation of the Burden of Disease: a comparison of approaches. Archives of Public Health. 2016;74(37). Bron | DOI
    2. Eysink PED, Blatter BM, van Gool CH, Gommer AM, van den Bossche SNJ, Hoeymans N. Ziektelast van ongunstige arbeidsomstandigheden in Nederland. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2007. Bron
  • Populatie Attributieve Fracties (PAF)

    Het door arbeid veroorzaakte deel van de ziekte of sterfte is berekend in de werkzame en gepensioneerde beroepsbevolking met behulp van Populatie Attributieve Fracties (PAF) voor de betreffende ziekten (VTV-2018 Integratiematen achtergrondrapport; Eysink et al., 2012; Eysink et al., 2007). De PAF geeft aan hoeveel procent van het gezondheidsverlies door de betreffende aandoening is toe te schrijven aan ongunstige arbeidsomstandigheden. Voor een aantal ziekten is een (internationale) PAF aanwezig die ook gebruikt kan worden voor Nederland. Dit betreft de kankers en astma en COPD. Voor andere ziekten moet de PAF worden geschat met behulp van de prevalentie van de risicofactor in de populatie en een maat voor de sterkte van het verband tussen de risicofactor en de ziekte, meestal het relatieve risico (RR) of de Odds Ratio (OR). Voor informatie over blootstelling aan de diverse arbeidsomstandigheden is vooral gebruik gemaakt van de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA). RR’s en OR’s zijn afkomstig uit de literatuur. Voor psychische aandoeningen, hart- en vaatziekten, aandoeningen van het bewegingsapparaat, contacteczeem en rinitis zijn de PAFs op deze manier berekend. De verschillende arbeidsomstandigheden bij een ziekte mogen we niet altijd bij elkaar optellen vanwege de zeer waarschijnlijke overlap van arbeidsomstandigheden waaraan werknemers zijn blootgesteld. Voor aandoeningen waarvoor geen totale PAF (een PAF die alle arbeidsrisico’s dekt, zoals alle stoffen) en dus geen totale ziektelast als gevolg van arbeidsrisico’s aanwezig is, gaan we uit van het arbeidsrisico dat de meeste ziektelast veroorzaakt. De totale ziektelast van die aandoening kan namelijk nooit lager zijn dan de ziektelast van één van de arbeidsrisico’s.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Eysink PED, Dekkers SAJ, Janssen P, Poos MJJC, Meijer SA. Ziektelast van ongunstige arbeidsomstandigheden in Nederland, 2012. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2012. Bron
    2. Eysink PED, Blatter BM, van Gool CH, Gommer AM, van den Bossche SNJ, Hoeymans N. Ziektelast van ongunstige arbeidsomstandigheden in Nederland. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2007. Bron