Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

AlcoholgebruikRegionaal & InternationaalInternationaal

Cijfers & Context

Bijna één op de vijf scholieren is binge drinker

Regionaal & Internationaal

Minste overmatige drinkers in Flevoland

Kosten

Kosten-baten alcohol 2,3 tot 2,9 miljard

Preventie & Zorg

Ruim 900 ziekenhuisopnamen bij jongeren

Internationale vergelijking alcoholgebruik onder volwassenen

Alcoholgebruik internationaal 2014

15 jaar en ouder
LandLiter
Litouwen15,2
Tsjechië12,7
België12,6
Oostenrijk12,3
Kroatië12,1
Bulgarije12,0
Frankrijk11,5
Luxemburg11,1
Duitsland11,0
Hongarije (2013)10,9
Ierland10,8
Polen10,7
Slowakije10,6
Slovenië10,5
Letland( 2013)10,4
Verenigd Koninkrijk (2015)10,4
EU2810,2
Portugal9,9
Denemarken9,6
Roemenië9,6
Zwitserland9,6
Spanje9,3
Cyprus (2013)9,0
Finland8,8
NEDERLAND (2013)8,7
Malta8,5
Italië7,6
Griekenland7,5
Zweden7,3
Noorwegen (2015)6,1
  • Voor Estland zijn geen recente gegevens

Alcoholgebruik in Nederland ligt onder het EU-gemiddelde

Alcoholconsumptie per hoofd van de bevolking ligt in Nederland onder het gemiddelde van de EU15 en de gehele Europese Unie. Het hoge cijfer voor Luxemburg wordt vertekend door de verkoop van alcohol aan Belgen, Fransen en Duitsers van over de grens, vanwege de lagere belastingen in Luxemburg.

Meer informatie

Experts en redactie

Internationale vergelijking alcoholgebruik onder jongeren

Alcoholgebruik onder jongeren internationaal 2015

Percentage 15- en 16-jarigen dat de laatste maand tien keer of meer alcohol heeft gedronken
LandPercentage
Cyprus17
België (Vlaanderen)13
Oostenrijk12
Denemarken11
Bulgarije11
Malta10
Kroatië10
NEDERLAND10
Italië9
Frankrijk8
Griekenland8
Tsjechië7
Slovenië7
ESPAD-gemiddelde7
Roemenië6
Slowakije6
Hongarije5
Polen5
Portugal4
Ierland3
Estland2
Litouwen2
Finland1
Noorwegen1
Zweden1
  • Cijfers voor Spanje en Letland niet opgenomen omdat deze minder goed vergelijkbaar zijn. 

Nederlandse jongeren drinken vaker dan gemiddeld alcohol

Op de maat “minstens tien keer alcohol drinken in de maand voorafgaand aan de peiling” stond Nederland in 2015 op de achtste plek van EU-landen. Met 10% scoorden Nederlandse scholieren boven het (ongewogen) gemiddelde voor 34 onderling vergelijkbare Europese landen (7%) (Kraus et al., 2016). Wel halveerde dit percentage voor Nederland van 25% in 2003 naar 10% in 2015 (van Laar & van Ooyen-Houben, 2016). Ook op de maat “veertig keer of meer alcohol gedronken in het hele leven” lag Nederland met 19% boven het gemiddelde. Het (ongewogen) gemiddelde voor 34 onderling vergelijkbare Europese landen lag op 16%. Ook dit percentage halveerde in Nederland van 45% in 2003 naar 19% in 2015 (van Laar & van Ooyen-Houben, 2016). Deze cijfers zijn afkomstig van de ESPAD-studie, het European School Survey Project on Alcohol and Other Drugs. Slechts 2% van de Nederlandse scholieren gaf aan in het hele levens minstens twintig keer dronken te zijn geweest. Dit is hetzelfde als het (ongewogen) gemiddelde voor 34 onderling vergelijkbare Europese landen (Kraus et al., 2016).

Meer informatie

Experts en redactie

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Kraus L, Guttormsson U, Leifman H, Arpa S, Molinaro S, Monshouwer K. The 2015 ESPAD Report: results from the European School Survey Project on Alcohol and Other Drugs. München: IFT; 2016. Bron
  2. van Laar MW, van Ooyen-Houben MMJ. Nationale Drug Monitor Jaarbericht 2016. Utrecht: Trimbos-instituut; 2016. Bron

Verantwoording

Definities
  • Overmatige drinkers

    Onder overmatige drinkers wordt verstaan: personen die meer dan 14 glazen per week (voor vrouwen) en 21 (voor mannen) glazen alcohol drinken.

  • Zware drinkers

    Onder zware drinkers wordt verstaan: personen die minstens 1 keer per week ten minste vier (voor vrouwen) en zes (voor mannen) glazen alcohol op één dag drinken.

  • Binge drinken

    Binge wil zeggen het drinken van 5 glazen alcohol of meer tijdens 1 enkele gelegenheid.

Bronverantwoording
  • Bronnen bij de cijfers over Alcoholgebruik

    Bron Indicator in VZinfo Gepresenteerde populatie VZinfo Meer informatie
    Leefstijlmonitor (LSM)/Gezondheidsenquête Overmatige drinkers, drinken volgens de richtlijn, zwaar drinken Nederlandse bevolking vanaf 18 jaar  LSMGezondheidsenquête
    Leefstijlmonitor (LSM)/ Peilstationsonderzoek Scholieren Ooit gedronken, afgelopen maand gedronken, binge drinken afgelopen maand Nederlandse scholieren van 12 t/m 16 jaar LSMPeilstationsonderzoek Scholieren Middelengebruik
    Leefstijlmonitor (LSM)/ HBSC-Nederland Ooit gedronken, afgelopen maand gedronken, binge drinken afgelopen maand Nederlandse scholieren van 12 t/m 16 jaar LSM, HBSC-Nederland
    Gezondheidsmonitor Volwassenen GGD-en, CBS en RIVM 2012 en 2016 Overmatig drinken, drinken volgens de richtlijn, zwaar drinken Nederlandse bevolking vanaf 19 jaar Gezondheidsmonitor Volwassenen 2012, GGD'en, CBS en RIVMGezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2016, GGD’en, CBS en RIVM
    WHO European Health for All Database Alcoholgebruik in liters pure alcohol per jaar Europese bevolking vanaf 15 jaar WHO-HFA
    European School Survey on Alcohol and other Drugs (ESPAD) Percentage dat in de afgelopen maand minstens tien keer heeft gedronken Europese scholieren van 15 en 16 jaar

    ESPADvan Laar & van Ooyen-Houben, 2016Kraus et al., 2016

    Landelijke Medische Registratie (LMR) Ziekenhuisopnamen door alcoholaandoening Nederlandse bevolking LMR

     

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. van Laar MW, van Ooyen-Houben MMJ. Nationale Drug Monitor Jaarbericht 2016. Utrecht: Trimbos-instituut; 2016. Bron
    2. Kraus L, Guttormsson U, Leifman H, Arpa S, Molinaro S, Monshouwer K. The 2015 ESPAD Report: results from the European School Survey Project on Alcohol and Other Drugs. München: IFT; 2016. Bron
  • Aanvragen data voor wetenschappelijk onderzoek

    De Gezondheidsmonitor (doelgroep Volwassenen en Ouderen) is voor het eerst uitgevoerd in 2012. De Gezondheidsmonitor Volwassenen 2012 en de Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2016 bevatten informatie over de gezondheid, sociale situatie en leefstijl van de Nederlandse bevolking van negentien jaar en ouder. De Gezondheidsmonitor Volwassenen 2012 en de Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2016 zijn uitgevoerd door de GGD’en, CBS en RIVM. In 2012 en 2016 deden respectievelijk ruim 387.000 personen en 457.000 personen mee aan het grootschalige vragenlijstonderzoek. De Gezondheidsmonitor Jeugd 2015 bevat informatie over de gezondheid, sociale situatie en leefstijl van leerlingen in klas 2 en klas 4 van het voortgezet onderwijs. De Gezondheidsmonitor Jeugd is uitgevoerd door de GGD’en en RIVM. In totaal hebben bijna 97.000 leerlingen en 377 scholen deelgenomen aan deze monitor.

    Meer informatie over de Gezondheidsmonitors vind u hier. Bij het digitale loket Gezondheidsmonitors kunt u data of cijfers aanvragen uit de Gezondheidsmonitors voor onderzoek en beleid op zowel lokaal als landelijk niveau. Momenteel zijn de data en cijfers beschikbaar uit de Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2012, Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2016 en uit de Gezondheidsmonitor Jeugd 2015. Heeft u vragen of wilt u graag meer informatie over de aanvraag van cijfers of data uit de Gezondheidsmonitors? Stuur dan een e-mail.

Methoden
  • Regionale verschillen: verschil in wijkcijfers

    Verschillende GGD’en hebben voor de Gezondheidsmonitor 2016 de steekproef opgehoogd om voldoende respondenten te hebben om cijfers op wijkniveau te kunnen presenteren. Omdat deze cijfers op een andere manier zijn berekend, kunnen ze afwijken van de cijfers die hier worden gepresenteerd. Niet alleen het onderliggende model is anders, ook het aantal achtergrondkenmerken dat wordt gebruikt verschilt; bij de RIVM schattingen wordt meer informatie over de bevolking gebruikt. Over het algemeen leiden de RIVM schattingen tot kleinere verschillen tussen gebieden dan de cijfers die verkregen zijn door middel van weegmethoden.

    Hieronder vindt u een lijstje van GGD'en met eigen wijkcijfers:

  • Regionale verschillen: Schattingen per wijk

    Aanleiding
    Vanwege de decentralisaties in het sociaal domein is steeds meer informatie nodig over gezondheid gerelateerde indicatoren op kleinere geografische niveaus. Daarom heeft het RIVM een model ontwikkeld om cijfers te kunnen berekenen op wijk- en buurtniveau op basis van de Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen van GGD’en, CBS en RIVM. Ondanks dat de Gezondheidsmonitor een enorm databestand is, bevat het onvoldoende respondenten om met behulp van weegmethoden cijfers te berekenen voor alle wijken en buurten in Nederland. In 2012 zijn de eerste wijk- en buurtcijfers gepresenteerd. Op basis van de Gezondheidsmonitor 2016 zijn nieuwe cijfers berekend.

    Methode
    In het kader van de Gezondheidsmonitor zijn via vragenlijsten gegevens over gezondheid en leefstijl verzameld over volwassenen van 19 jaar en ouder. De ruim 457.000 deelnemers aan de Gezondheidsmonitor zijn anoniem in een beveiligde omgeving gekoppeld aan registratiebestanden van het CBS. Deze bestanden bevatten informatie over een reeks achtergrondkenmerken, zoals leeftijd, geslacht, herkomst, huishoudsamenstelling, opleidingsniveau, inkomen en woningtype. Er is een statistisch model gebruikt om de gezondheid en leefstijl te relateren aan deze achtergrondkenmerken. Ook wordt informatie uit de naastgelegen gebieden meegenomen. Door middel van deze relatie is het daarna mogelijk om voor alle volwassenen hun verwachte gezondheid en leefstijl te berekenen. De uitkomsten worden vervolgens gemiddeld over de betreffende wijk of buurt.

    Schattingen
    De cijfers op wijk- en buurtniveau moeten met voorzichtigheid worden gebruikt. Met het model wordt de werkelijkheid zo goed mogelijk benaderd, maar de cijfers blijven schattingen van de werkelijkheid. Daarom worden de uitkomsten ook als hele cijfers (dus zonder decimalen) gepresenteerd. 
    De cijfers uit de Gezondheidsmonitor die zijn verkregen met behulp van weegmethoden zijn echter ook een benadering van de werkelijkheid. De weging is nodig vanwege o.a. selectieve non-respons. Net zoals bij de berekeningen van de wijk- en buurtcijfers zijn de weegfactoren van het CBS ook gebaseerd op achtergrondkenmerken van de respondenten. 

    Verschil tussen cijfers
    Verschillende GGD’en hebben voor de Gezondheidsmonitor 2016 de steekproef opgehoogd om voldoende respondenten te hebben om cijfers op wijkniveau te kunnen presenteren. Omdat deze cijfers op een andere manier zijn berekend, kunnen ze afwijken van de cijfers die hier worden gepresenteerd. Niet alleen het onderliggende model is anders, ook het aantal achtergrondkenmerken dat wordt gebruikt verschilt; bij de RIVM schattingen wordt meer informatie over de bevolking gebruikt. Over het algemeen leiden de RIVM schattingen tot kleinere verschillen tussen gebieden dan de cijfers die verkregen zijn door middel van weegmethoden. 

    Let op: de gepresenteerde gemeentecijfers zijn berekend via de weegmethode van het CBS. De gepresenteerde wijk- en buurtcijfers zijn daardoor niet direct vergelijkbaar met deze gemeentecijfers.

    Grote aantallen nodig

    Voor het doen van dit soort schattingen zijn grote aantallen respondenten nodig. Het is dus niet zo dat het ontwikkelde model de Gezondheidsmonitors kan vervangen. Hoe meer respondenten er zijn, hoe minder er geschat hoeft te worden en hoe beter de cijfers zijn.

    Samenwerking
    De cijfers zijn berekend in het kader van het Strategisch Programma RIVM (SPR), een programma voor onderzoek, innovatie en kennisontwikkeling. Een werkgroep van epidemiologen van GGD’en en GGD GHOR NL is er bij betrokken. 

    Meer weten?
    Een uitgebreide toelichting op de gebruikte methode is beschreven in een artikel (van de Kassteele et al., 2017). Voor de cijfers van 2016 zijn enkele aanpassingen gedaan aan het model.

    Voor vragen kunt u contact opnemen met carolien.van.den.brink@rivm.nl.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. van de Kassteele J, Zwakhals L, Breugelmans O, Ameling C, van den Brink C. Estimating the prevalence of 26 health-related indicators at neighbourhood level in the Netherlands using structured additive regression. International Journal of Health Geographics. 2017;(1). Bron | DOI
  • Vragenlijsten

    Alcoholgebruik wordt doorgaans met vragenlijsten onderzocht

    Om het alcoholgebruik bij verschillende groepen mensen te onderzoeken, worden meestal vragenlijsten afgenomen. Om een beeld te krijgen van het alcoholgebruik in de hele bevolking, wordt naast de informatie uit vragenlijsten ook wel verkoopinformatie gebruikt. Bij vragenlijstonderzoek is het risico op onderschatting van het alcoholgebruik groter dan het risico op het te hoog inschatten van het eigen alcoholgebruik, in het bijzonder bij de zwaardere drinkers (Garretsen, 1983). 

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Garretsen HFL. Probleemdrinken: Prevalentiebepaling, beïnvloedende factoren en preventiemogelijkheden: Theoretische overwegingen en onderzoek in Rotterdam. Tilburg: Tilburg University; 1983. Bron
  • Methoden en technieken

    Standaardisatie

    De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking verschillen per regio en land. Daarnaast treden in de loop van de tijd veranderingen op in de omvang en leeftijdsverdeling. Om ziekte- en sterftecijfers van verschillende regio’s en landen, of van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt hier rekening mee gehouden. Daarbij worden de cijfers gecorrigeerd voor deze verschillen of veranderingen in de bevolking. Hierbij wordt uitgegaan van de omvang en de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

    Indexatie

    Vooral bij de weergave van trends in de tijd zijn de trendcijfers vaak geïndexeerd. Een geïndexeerde trend laat ontwikkelingen in de tijd zien ten opzichte van een gekozen basisjaar. Dit gebeurt door de cijfers van alle jaren weer te geven als percentage van het cijfer in een gekozen basisjaar. Het cijfer in het basisjaar is gelijk gesteld aan 100(%). Indexatie maakt zichtbaar hoe groot de percentuele toe- of afname is ten opzichte van dat basisjaar. Door als basisjaar het eerste jaar in de grafiek te kiezen, kun je snel zien wat de verandering over de hele weergegeven periode is en ook of er grote verschillen zijn voor de onderscheiden groepen (mannen en vrouwen bijvoorbeeld).

    Indexatie kan ook gebruikt worden voor het weergeven van regionale verschillen. Hierbij wordt het landelijke cijfer bijvoorbeeld gelijk gesteld aan 100(%). Een regionaal cijfer boven of onder de 100 duidt erop dat het respectievelijk hoger of lager is dan het landelijke cijfer. Voorafgaand aan indexatie worden de cijfers vaak gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de populaties.