Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

AlcoholgebruikCijfers & ContextHuidige situatie

Cijfers & Context

Bijna één op de vijf scholieren is binge drinker

Regionaal & Internationaal

Minste overmatige drinkers in Flevoland

Kosten

Kosten-baten alcohol 2,3 tot 2,9 miljard

Preventie & Zorg

Ruim 900 ziekenhuisopnamen bij jongeren

Alcoholgebruik volwassenen

Van de volwassenen drinkt 9% overmatig alcohol

In 2017 dronk 9,2% van de 18-plussers overmatig alcohol: 11,5% van de mannen en 7,0% van de vrouwen. Overmatig drinken betekent meer dan 21 glazen alcohol per week drinken (mannen), of meer dan 14 glazen per week (vrouwen). Overmatig drinken komt het meest voor bij jong-volwassenen onder de dertig en het minst bij dertigers.

40% van de volwassenen drinkt maximaal één glas per dag

Van de totale bevolking boven de 18 jaar drinkt 40,1% geen alcohol of maximaal één glas per dag: 29,3% van de mannen en 50,6% van de vrouwen (Leefstijlmonitor, 2017). De Gezondheidsraad adviseert mensen om geen alcohol te drinken of in ieder geval niet meer dan één glas per dag. Dit advies is bedoeld om chronische ziekten te voorkomen (Gezondheidsraad, 2015).

Verkoop van alcohol bestaat vooral uit de verkoop van bier

Per hoofd van de bevolking (let op: vanaf 0 jaar) wordt per jaar 7,0 liter pure alcohol geconsumeerd. Gemiddeld gaat het om 3,4 liter pure alcohol uit bier, 2,5 liter uit wijn en 1,1 liter uit gedistilleerde drank. Deze cijfers zijn gebaseerd op de verkoopcijfers van alcohol in 2016 (van Laar et al., 2017).

Meer informatie

Datum publicatie

06-04-2018

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Gezondheidsraad. Richtlijnen goede voeding 2015. Den Haag: Gezondheidsraad; 2015. Bron
  2. van Laar MW, van Gestel B, Cruts AAN, van der Pol PM, Ketelaars APM, Beenakkers EMT, et al. Nationale Drug Monitor Jaarbericht 2017. Utrecht: Trimbos-instituut; 2017. Bron

Alcoholgebruik volwassenen naar leeftijd en geslacht

Meer mannen dan vrouwen drinken overmatig

Bij alle volwassen leeftijdsgroepen is het aandeel mannen dat overmatig drinkt groter dan dan het aandeel vrouwen. Overmatig drinken betekent meer dan 21 glazen alcohol per week drinken (mannen), of meer dan 14 glazen per week (vrouwen). De verschillen tussen mannen en vrouwen zijn het grootst bij de jongste leeftijdsgroep tot en met 29 jaar.  Bij mannen tot en met 29 jaar komt overmatig drinken het meest voor; bij vrouwen tussen de 30 en 49 jaar het minst.  

Meer informatie

Experts en redactie

Datum publicatie

06-04-2018

Alcoholgebruik naar opleiding

Minste overmatige en zware drinkers onder hoogst opgeleiden

Overmatig drinken komt het minst voor onder de hoogst opgeleiden en het meest onder de laagst opgeleiden. Overmatig drinken betekent meer dan 21 glazen alcohol per week drinken (mannen), of meer dan 14 glazen per week (vrouwen). Ook zwaar drinken komt het minst voor onder de hoogst opgeleiden. Zware drinkers consumeren minstens één keer per week vier (vrouwen) of zes (mannen) glazen alcohol. Bij deze resultaten is geen rekening gehouden met verschillen in leeftijd en geslacht tussen de opleidingsgroepen.

Meer informatie

Experts en redactie

Datum publicatie

06-04-2018

Alcoholgebruik scholieren naar geslacht

Meer jongens dan meisjes hebben ooit alcohol gedronken

Van alle leerlingen van 12 tot en met 16 jaar in het voortgezet onderwijs heeft 45% ooit alcohol gedronken: jongens (48%) en meisjes (41%) verschillen hierin significant. Een kwart van de leerlingen van 12 tot en met 16 jaar (25%) heeft in de maand voorafgaand aan het onderzoek alcohol gedronken. Van de leerlingen van het voortgezet onderwijs van 12 tot en met 16 jaar heeft 20% in de maand voorafgaand aan het onderzoek weleens vijf glazen of meer bij één gelegenheid gedronken (het zogenaamde binge drinken).

Meer informatie

Datum publicatie

16-10-2018

Alcoholgebruik scholieren naar leeftijd

Alcoholgebruik onder scholieren naar leeftijd 2017

Gebruik12 jaar13 jaar14 jaar15 jaar16 jaar
Ooit gedronken20,227,147,562,171,0
Laatste maand gedronken3,78,823,740,352,7
Binge drinken laatste maand3,87,518,932,541,3
  • Binge drinken: In de afgelopen maand 5 of meer glazen alcohol in het weekend gedronken hebben. Het betreft het percentage binge drinkers onder degenen die in de afgelopen maand gedronken hebben.

 

Dit cijfer is ook onderdeel van

Bijna de helft van de scholieren heeft ervaring met alcohol

Van alle leerlingen van 12 tot en met 16 jaar in het voortgezet onderwijs heeft 45% ooit alcohol gedronken. Zoals verwacht neemt met de leeftijd ook het alcoholgebruik toe. Een kwart van de leerlingen van 12 tot en met 16 jaar (25%) heeft in de maand voorafgaand aan het onderzoek alcohol gedronken. Op 16-jarige leeftijd heeft 53% de afgelopen maand alcohol gedronken.

Bijna een op de vijf van de scholieren is een bingedrinker

Van de leerlingen van het voortgezet onderwijs van 12 tot en met 16 jaar heeft 20% in de maand voorafgaand aan het onderzoek weleens vijf glazen of meer bij één gelegenheid gedronken (het zogenaamde binge drinken).

Meer informatie

Experts en redactie

Datum publicatie

16-10-2018

Alcoholgebruik scholieren naar opleiding

Alcoholgebruik scholieren naar opleidingsniveau 2017

Scholieren 12-16 jaar
GebruikPercentage
Ooit gedronkenvmbo-b49,7
Ooit gedronkenvmbo-t40,7
Ooit gedronkenhavo50,7
Ooit gedronkenvwo40,6
Afgelopen maand gedronkenvmbo-b29,4
Afgelopen maand gedronkenvmbo-t21,4
Afgelopen maand gedronkenhavo29,4
Afgelopen maand gedronkenvwo21,7
Binge drinken onder alcoholdrinkersvmbo-b84,0
Binge drinken onder alcoholdrinkersvmbo-t73,9
Binge drinken onder alcoholdrinkershavo68,6
Binge drinken onder alcoholdrinkersvwo59,0

Opleidingsverschillen bij binge drinken

Binge drinken (het drinken van vijf of meer glazen bij één gelegenheid) komt op het VMBO-b en VMBO-t vaker voor dan op het VWO. Ruim acht van de tien (84%) alcoholgebruikers op het VMBO-b zegt de afgelopen maand weleens vijf of meer glazen bij één gelegenheid te hebben gedronken, tegenover bijna zes van de tien (59%) op het VWO. Op het VMBO-t is dit 74%. Het verschil in percentage scholieren dat ooit alcohol heeft gedronken is minder groot (VMBO-b: 50%; VWO: 41%).

Meer informatie

Datum publicatie

17-10-2018

Alcoholgebruik studenten naar leeftijd en geslacht

Alcoholgebruik studenten 2015

Bij mbo- en hbo-studenten
Gebruik16 jaar17 jaar18 jaartotaal
Ooit gedronken72,479,685,581,7
Laatste maand gedronken58,565,473,168,5
Weekend drinken jongens52,971,672,370,1
Weekend drinken meisjes57,76153,656,5
  • Weekend drinken: vijf of meer glazen alcohol in het weekend drinken. Het betreft het percentage onder degenen die in de afgelopen maand gedronken hebben.  

Ruim tweederde van de 16 t/m 18-jarigen dronk in de afgelopen maand

Meer dan vier op de vijf mbo-of hbo-studenten van 16 t/m 18 jaar (82%) hebben ooit alcohol gedronken en ruim tweederde (69%) deed dat in de afgelopen maand. Er zijn hierbij geen verschillen tussen jongens en meisjes (niet in figuur). Het percentage studenten dat ooit en in de afgelopen maand alcohol heeft gedronken neemt toe met het ouder worden. Bij het drinken in het weekend zijn er wel duidelijke verschillen tussen jongens en meisjes. Van de jongens die in de afgelopen maand gedronken hebben, dronk 70% vijf of meer glazen alcohol in het weekend; bij de meisjes is dat 57%. Bij de jongens neemt dit drinken in het weekend toe met de leeftijd; bij de meisjes niet (Verdurmen et al., 2016).
 

Meer informatie

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Verdurmen JEE, van Dorsselaer S, Monshouwer K. Middelengebruik onder studenten van 16-18 jaar op het MBO en HBO 2015. Utrecht: Trimbos-instituut; 2016. Bron

Verantwoording

Definities
  • Overmatige drinkers

    Onder overmatige drinkers wordt verstaan: personen die meer dan 14 glazen per week (voor vrouwen) en 21 (voor mannen) glazen alcohol drinken.

  • Zware drinkers

    Onder zware drinkers wordt verstaan: personen die minstens 1 keer per week ten minste vier (voor vrouwen) en zes (voor mannen) glazen alcohol op één dag drinken.

  • Binge drinken

    Binge wil zeggen het drinken van 5 glazen alcohol of meer tijdens 1 enkele gelegenheid.

Bronverantwoording
  • Bronnen bij de cijfers over Alcoholgebruik

    Bron Indicator in VZinfo Gepresenteerde populatie VZinfo Meer informatie
    Leefstijlmonitor (LSM)/Gezondheidsenquête Overmatige drinkers, drinken volgens de richtlijn, zwaar drinken Nederlandse bevolking vanaf 18 jaar  LSMGezondheidsenquête
    Leefstijlmonitor (LSM)/ Peilstationsonderzoek Scholieren Ooit gedronken, afgelopen maand gedronken, binge drinken afgelopen maand Nederlandse scholieren van 12 t/m 16 jaar LSMPeilstationsonderzoek Scholieren Middelengebruik
    Leefstijlmonitor (LSM)/ HBSC-Nederland Ooit gedronken, afgelopen maand gedronken, binge drinken afgelopen maand Nederlandse scholieren van 12 t/m 16 jaar LSM, HBSC-Nederland
    Gezondheidsmonitor Volwassenen GGD-en, CBS en RIVM 2012 en 2016 Overmatig drinken, drinken volgens de richtlijn, zwaar drinken Nederlandse bevolking vanaf 19 jaar Gezondheidsmonitor Volwassenen 2012, GGD'en, CBS en RIVMGezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2016, GGD’en, CBS en RIVM
    WHO European Health for All Database Alcoholgebruik in liters pure alcohol per jaar Europese bevolking vanaf 15 jaar WHO-HFA
    European School Survey on Alcohol and other Drugs (ESPAD) Percentage dat in de afgelopen maand minstens tien keer heeft gedronken Europese scholieren van 15 en 16 jaar

    ESPADvan Laar & van Ooyen-Houben, 2016Kraus et al., 2016

    Landelijke Medische Registratie (LMR) Ziekenhuisopnamen door alcoholaandoening Nederlandse bevolking LMR

     

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. van Laar MW, van Ooyen-Houben MMJ. Nationale Drug Monitor Jaarbericht 2016. Utrecht: Trimbos-instituut; 2016. Bron
    2. Kraus L, Guttormsson U, Leifman H, Arpa S, Molinaro S, Monshouwer K. The 2015 ESPAD Report: results from the European School Survey Project on Alcohol and Other Drugs. München: IFT; 2016. Bron
  • Aanvragen data voor wetenschappelijk onderzoek

    De Gezondheidsmonitor (doelgroep Volwassenen en Ouderen) is voor het eerst uitgevoerd in 2012. De Gezondheidsmonitor Volwassenen 2012 en de Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2016 bevatten informatie over de gezondheid, sociale situatie en leefstijl van de Nederlandse bevolking van negentien jaar en ouder. De Gezondheidsmonitor Volwassenen 2012 en de Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2016 zijn uitgevoerd door de GGD’en, CBS en RIVM. In 2012 en 2016 deden respectievelijk ruim 387.000 personen en 457.000 personen mee aan het grootschalige vragenlijstonderzoek. De Gezondheidsmonitor Jeugd 2015 bevat informatie over de gezondheid, sociale situatie en leefstijl van leerlingen in klas 2 en klas 4 van het voortgezet onderwijs. De Gezondheidsmonitor Jeugd is uitgevoerd door de GGD’en en RIVM. In totaal hebben bijna 97.000 leerlingen en 377 scholen deelgenomen aan deze monitor.

    Meer informatie over de Gezondheidsmonitors vind u hier. Bij het digitale loket Gezondheidsmonitors kunt u data of cijfers aanvragen uit de Gezondheidsmonitors voor onderzoek en beleid op zowel lokaal als landelijk niveau. Momenteel zijn de data en cijfers beschikbaar uit de Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2012, Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2016 en uit de Gezondheidsmonitor Jeugd 2015. Heeft u vragen of wilt u graag meer informatie over de aanvraag van cijfers of data uit de Gezondheidsmonitors? Stuur dan een e-mail.

Methoden
  • Regionale verschillen: verschil in wijkcijfers

    Verschillende GGD’en hebben voor de Gezondheidsmonitor 2016 de steekproef opgehoogd om voldoende respondenten te hebben om cijfers op wijkniveau te kunnen presenteren. Omdat deze cijfers op een andere manier zijn berekend, kunnen ze afwijken van de cijfers die hier worden gepresenteerd. Niet alleen het onderliggende model is anders, ook het aantal achtergrondkenmerken dat wordt gebruikt verschilt; bij de RIVM schattingen wordt meer informatie over de bevolking gebruikt. Over het algemeen leiden de RIVM schattingen tot kleinere verschillen tussen gebieden dan de cijfers die verkregen zijn door middel van weegmethoden.

    Hieronder vindt u een lijstje van GGD'en met eigen wijkcijfers:

  • Regionale verschillen: Schattingen per wijk

    Aanleiding
    Vanwege de decentralisaties in het sociaal domein is steeds meer informatie nodig over gezondheid gerelateerde indicatoren op kleinere geografische niveaus. Daarom heeft het RIVM een model ontwikkeld om cijfers te kunnen berekenen op wijk- en buurtniveau op basis van de Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen van GGD’en, CBS en RIVM. Ondanks dat de Gezondheidsmonitor een enorm databestand is, bevat het onvoldoende respondenten om met behulp van weegmethoden cijfers te berekenen voor alle wijken en buurten in Nederland. In 2012 zijn de eerste wijk- en buurtcijfers gepresenteerd. Op basis van de Gezondheidsmonitor 2016 zijn nieuwe cijfers berekend.

    Methode
    In het kader van de Gezondheidsmonitor zijn via vragenlijsten gegevens over gezondheid en leefstijl verzameld over volwassenen van 19 jaar en ouder. De ruim 457.000 deelnemers aan de Gezondheidsmonitor zijn anoniem in een beveiligde omgeving gekoppeld aan registratiebestanden van het CBS. Deze bestanden bevatten informatie over een reeks achtergrondkenmerken, zoals leeftijd, geslacht, herkomst, huishoudsamenstelling, opleidingsniveau, inkomen en woningtype. Er is een statistisch model gebruikt om de gezondheid en leefstijl te relateren aan deze achtergrondkenmerken. Ook wordt informatie uit de naastgelegen gebieden meegenomen. Door middel van deze relatie is het daarna mogelijk om voor alle volwassenen hun verwachte gezondheid en leefstijl te berekenen. De uitkomsten worden vervolgens gemiddeld over de betreffende wijk of buurt.

    Schattingen
    De cijfers op wijk- en buurtniveau moeten met voorzichtigheid worden gebruikt. Met het model wordt de werkelijkheid zo goed mogelijk benaderd, maar de cijfers blijven schattingen van de werkelijkheid. Daarom worden de uitkomsten ook als hele cijfers (dus zonder decimalen) gepresenteerd. 
    De cijfers uit de Gezondheidsmonitor die zijn verkregen met behulp van weegmethoden zijn echter ook een benadering van de werkelijkheid. De weging is nodig vanwege o.a. selectieve non-respons. Net zoals bij de berekeningen van de wijk- en buurtcijfers zijn de weegfactoren van het CBS ook gebaseerd op achtergrondkenmerken van de respondenten. 

    Verschil tussen cijfers
    Verschillende GGD’en hebben voor de Gezondheidsmonitor 2016 de steekproef opgehoogd om voldoende respondenten te hebben om cijfers op wijkniveau te kunnen presenteren. Omdat deze cijfers op een andere manier zijn berekend, kunnen ze afwijken van de cijfers die hier worden gepresenteerd. Niet alleen het onderliggende model is anders, ook het aantal achtergrondkenmerken dat wordt gebruikt verschilt; bij de RIVM schattingen wordt meer informatie over de bevolking gebruikt. Over het algemeen leiden de RIVM schattingen tot kleinere verschillen tussen gebieden dan de cijfers die verkregen zijn door middel van weegmethoden. 

    Let op: de gepresenteerde gemeentecijfers zijn berekend via de weegmethode van het CBS. De gepresenteerde wijk- en buurtcijfers zijn daardoor niet direct vergelijkbaar met deze gemeentecijfers.

    Grote aantallen nodig

    Voor het doen van dit soort schattingen zijn grote aantallen respondenten nodig. Het is dus niet zo dat het ontwikkelde model de Gezondheidsmonitors kan vervangen. Hoe meer respondenten er zijn, hoe minder er geschat hoeft te worden en hoe beter de cijfers zijn.

    Samenwerking
    De cijfers zijn berekend in het kader van het Strategisch Programma RIVM (SPR), een programma voor onderzoek, innovatie en kennisontwikkeling. Een werkgroep van epidemiologen van GGD’en en GGD GHOR NL is er bij betrokken. 

    Meer weten?
    Een uitgebreide toelichting op de gebruikte methode is beschreven in een artikel (van de Kassteele et al., 2017). Voor de cijfers van 2016 zijn enkele aanpassingen gedaan aan het model.

    Voor vragen kunt u contact opnemen met carolien.van.den.brink@rivm.nl.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. van de Kassteele J, Zwakhals L, Breugelmans O, Ameling C, van den Brink C. Estimating the prevalence of 26 health-related indicators at neighbourhood level in the Netherlands using structured additive regression. International Journal of Health Geographics. 2017;(1). Bron | DOI
  • Vragenlijsten

    Alcoholgebruik wordt doorgaans met vragenlijsten onderzocht

    Om het alcoholgebruik bij verschillende groepen mensen te onderzoeken, worden meestal vragenlijsten afgenomen. Om een beeld te krijgen van het alcoholgebruik in de hele bevolking, wordt naast de informatie uit vragenlijsten ook wel verkoopinformatie gebruikt. Bij vragenlijstonderzoek is het risico op onderschatting van het alcoholgebruik groter dan het risico op het te hoog inschatten van het eigen alcoholgebruik, in het bijzonder bij de zwaardere drinkers (Garretsen, 1983). 

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Garretsen HFL. Probleemdrinken: Prevalentiebepaling, beïnvloedende factoren en preventiemogelijkheden: Theoretische overwegingen en onderzoek in Rotterdam. Tilburg: Tilburg University; 1983. Bron
  • Methoden en technieken

    Standaardisatie

    De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking verschillen per regio en land. Daarnaast treden in de loop van de tijd veranderingen op in de omvang en leeftijdsverdeling. Om ziekte- en sterftecijfers van verschillende regio’s en landen, of van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt hier rekening mee gehouden. Daarbij worden de cijfers gecorrigeerd voor deze verschillen of veranderingen in de bevolking. Hierbij wordt uitgegaan van de omvang en de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

    Indexatie

    Vooral bij de weergave van trends in de tijd zijn de trendcijfers vaak geïndexeerd. Een geïndexeerde trend laat ontwikkelingen in de tijd zien ten opzichte van een gekozen basisjaar. Dit gebeurt door de cijfers van alle jaren weer te geven als percentage van het cijfer in een gekozen basisjaar. Het cijfer in het basisjaar is gelijk gesteld aan 100(%). Indexatie maakt zichtbaar hoe groot de percentuele toe- of afname is ten opzichte van dat basisjaar. Door als basisjaar het eerste jaar in de grafiek te kiezen, kun je snel zien wat de verandering over de hele weergegeven periode is en ook of er grote verschillen zijn voor de onderscheiden groepen (mannen en vrouwen bijvoorbeeld).

    Indexatie kan ook gebruikt worden voor het weergeven van regionale verschillen. Hierbij wordt het landelijke cijfer bijvoorbeeld gelijk gesteld aan 100(%). Een regionaal cijfer boven of onder de 100 duidt erop dat het respectievelijk hoger of lager is dan het landelijke cijfer. Voorafgaand aan indexatie worden de cijfers vaak gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de populaties.