Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

AlcoholgebruikCijfers & ContextHuidige situatie

Cijfers & Context

Bijna één op de vijf scholieren is binge drinker

Regionaal & Internationaal

Minste overmatige drinkers in Flevoland

Kosten

Kosten-baten alcohol 2,3 tot 2,9 miljard

Preventie & Zorg

Meer ziekenhuisopnamen bij mannen dan vrouwen

Alcoholgebruik volwassenen

Overmatige drinkers 2020

18 jaar en ouder
Percentage
Totaal6,9
Mannen8,2
Vrouwen5,7
18-29 8,6
30-39 6,1
40-49 4,6
50-64 7,6
65-74 9,1
75+3,8
  • De dataverzameling van de Gezondheidsenquête was in 2020 verstoord door de Covid-19-pandemie. Ook hebben de pandemie en de bijbehorende maatregelen mogelijk de leefstijl van de respondenten beïnvloed. Zie de verantwoording voor meer informatie.

Deze cijfers zijn ook onderdeel van

Van de volwassenen drinkt 7% overmatig alcohol

In 2020 dronk 6,9% van de 18-plussers overmatig alcohol: 8,2% van de mannen en 5,7% van de vrouwen. Overmatig drinken betekent meer dan 21 glazen alcohol per week drinken (mannen), of meer dan 14 glazen per week (vrouwen). Overmatig drinken komt het meest voor bij jongvolwassenen onder de dertig en het minst bij veertigers.

Ruim 44% van de volwassenen drinkt maximaal één glas per dag

Van de totale bevolking boven de 18 jaar drinkt 44,4% geen alcohol of maximaal één glas per dag: 33,6% van de mannen en 54,8% van de vrouwen (Leefstijlmonitor, 2021). De Gezondheidsraad adviseert mensen om geen alcohol te drinken of in ieder geval niet meer dan één glas per dag. Dit advies is bedoeld om chronische ziekten te voorkomen (Gezondheidsraad, 2015).

Verkoop van alcohol bestaat vooral uit de verkoop van bier

Per hoofd van de bevolking (let op: vanaf 0 jaar) wordt per jaar 7,0 liter pure alcohol geconsumeerd. Gemiddeld gaat het om 3,4 liter pure alcohol uit bier, 2,5 liter uit wijn en 1,2 liter uit gedistilleerde drank. Deze cijfers zijn gebaseerd op de verkoopcijfers van alcohol in 2017 (van Laar & van Gestel, 2019).

Meer informatie

Datum publicatie

11-03-2021

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Gezondheidsraad. Richtlijnen goede voeding 2015. Den Haag: Gezondheidsraad; 2015. Bron
  2. van Laar MW, van Gestel B. Nationale Drug Monitor. Jaarbericht 2018. Utrecht - Den Haag: Trimbos-instituut & WODC; 2019. Bron

Alcoholgebruik volwassenen naar leeftijd en geslacht

Overmatig drinken naar leeftijd en geslacht 2020

18 jaar en ouder
LeeftijdMannenVrouwen
18-299,47,8
30-496,44,2
50-649,16,2
65+8,65,4
  • De dataverzameling van de Gezondheidsenquête was in 2020 verstoord door de Covid-19-pandemie. Ook hebben de pandemie en de bijbehorende maatregelen mogelijk de leefstijl van de respondenten beïnvloed. Zie de verantwoording voor meer informatie.

Meer mannen dan vrouwen drinken overmatig

Bij alle volwassen leeftijdsgroepen is het aandeel mannen dat overmatig drinkt groter dan het aandeel vrouwen. Overmatig drinken betekent meer dan 21 glazen alcohol per week drinken (mannen), of meer dan 14 glazen per week (vrouwen). De verschillen tussen mannen en vrouwen zijn het kleinst bij de jongste leeftijdsgroep tot en met 29 jaar.  Bij mannen tot en met 29 jaar komt overmatig drinken het meest voor; bij vrouwen tussen de 30 en 49 jaar het minst.  

Meer informatie

Datum publicatie

11-03-2021

Alcoholgebruik naar opleiding

Overmatig alcoholgebruik naar geslacht, leeftijd en opleiding 2018

25 jaar en ouder
LaagMiddelbaarHoogTotaal
Mannen25-4412,95,58,57,9
Mannen45-6412,911,48,210,6
Mannen65+9,79,210,79,6
Vrouwen25-444,33,34,33,9
Vrouwen45-646,46,810,57,7
Vrouwen65+4,59,913,17,2
  • Laag onderwijsniveau = basisonderwijs, vmbo, eerste 3 leerjaren van havo/ vwo of de assistentenopleiding (mbo-1).
  • Middelbaar onderwijsniveau = bovenbouw van havo/ vwo, basisberoepsopleiding (mbo-2), vakopleiding (mbo-3) en middenkader- en specialistenopleidingen (mbo-4)
  • Hoog onderwijsniveau =  hbo of wo

Nauwelijks opleidingsverschillen in overmatig alcoholgebruik

De grafiek presenteert cijfers over 2018 naar opleiding, de verschillen zijn statistisch getoetst. Resultaten van deze toetsing zijn:

  • De verschillen in het percentage overmatig alcoholgebruik naar opleiding zijn bijna allemaal niet statistisch significant.
  • Alleen bij vrouwen van 65 jaar of ouder komt overmatig drinken relatief meer voor onder hoogopgeleiden (13,1%) dan middelbaaropgeleiden (9,9%) en meer bij middelbaaropgeleiden dan laagopgeleiden (4,5%).

Meer informatie

Datum publicatie

15-06-2020

Alcoholgebruik scholieren naar geslacht

Meer jongens dan meisjes hebben ooit alcohol gedronken

Van alle leerlingen van 12 tot en met 16 jaar in het voortgezet onderwijs heeft bijna de helft (47%) ooit alcohol gedronken: 48% van de jongens en 45% van de meisjes. Iets meer dan een kwart van de leerlingen van 12 tot en met 16 jaar (26%) heeft in de maand voorafgaand aan het onderzoek alcohol gedronken. Bijna één op de vijf (19%) van de leerlingen van het voortgezet onderwijs van 12 tot en met 16 jaar heeft in de maand voorafgaand aan het onderzoek weleens vijf glazen of meer bij één gelegenheid gedronken (het zogenaamde binge drinken).

Meer informatie

Datum publicatie

23-07-2020

Alcoholgebruik scholieren naar leeftijd

Alcoholgebruik onder scholieren naar leeftijd 2019

Gebruik12 jaar13 jaar14 jaar15 jaar16 jaar
Ooit gedronken21,231,551,162,471,6
Laatste maand gedronken5,39,626,642,353,3
Binge drinken laatste maand2,14,618,231,242,1

Binge drinken: In de afgelopen maand 5 of meer glazen alcohol in het weekend gedronken hebben. 

Dit cijfer is ook onderdeel van

Bijna de helft van de scholieren heeft ervaring met alcohol

Van alle leerlingen van 12 tot en met 16 jaar in het voortgezet onderwijs heeft bijna de helft (47%) ooit alcohol gedronken. Iets meer dan een kwart van de leerlingen van 12 tot en met 16 jaar (26%) heeft in de maand voorafgaand aan het onderzoek alcohol gedronken. Op 12-jarige leeftijd heeft één op de twintig leerlingen (5%) de afgelopen maand alcohol gedronken, op 16-jarige leeftijd is dat ruim de helft (53%). Zoals te verwachten is, neemt met de leeftijd het alcoholgebruik toe.

Bijna een op de vijf van de scholieren is een bingedrinker

Van de leerlingen van het voortgezet onderwijs van 12 tot en met 16 jaar heeft 19% in de maand voorafgaand aan het onderzoek weleens vijf glazen of meer bij één gelegenheid gedronken (het zogenaamde binge drinken).

Meer informatie

Datum publicatie

23-07-2020

Alcoholgebruik scholieren naar opleiding

Alcoholgebruik scholieren naar opleiding 2019

Scholieren 12-16 jaar
GebruikPercentage
Ooit gedronkenvmbo-b50,2
Ooit gedronkenvmbo-t42,4
Ooit gedronkenhavo50,6
Ooit gedronkenvwo44,6
Afgelopen maand gedronkenvmbo-b28,8
Afgelopen maand gedronkenvmbo-t25,1
Afgelopen maand gedronkenhavo29,4
Afgelopen maand gedronkenvwo22,5
Binge drinken onder alcoholdrinkersvmbo-b78,4
Binge drinken onder alcoholdrinkersvmbo-t76,7
Binge drinken onder alcoholdrinkershavo65,2
Binge drinken onder alcoholdrinkersvwo63,1

Percentage binge drinkers verschilt naar opleiding

Binge drinken (het drinken van vijf of meer glazen bij één gelegenheid) komt op het VMBO-b en VMBO-t vaker voor dan op de HAVO en het VWO. Het verschil tussen VMBO-t en HAVO is net niet significant. Bijna acht van de tien (78%) alcoholgebruikers op het VMBO-b zegt de afgelopen maand weleens vijf of meer glazen bij één gelegenheid te hebben gedronken, tegenover zes van de tien (63%) op het VWO. Op het VMBO-t is dit 77%. Het verschil in percentage scholieren dat ooit alcohol heeft gedronken is minder groot (VMBO-b: 50%; VWO: 45%).

Meer informatie

Datum publicatie

23-07-2020

Alcoholgebruik studenten naar geslacht

Ruim tweederde van de studenten dronk in de afgelopen maand

Ongeveer vier op de vijf mbo-of hbo-studenten van 16 t/m 18 jaar (80%) hebben ooit alcohol gedronken en ruim tweederde (68%) deed dat in de afgelopen maand. Er zijn hierbij geen verschillen tussen jongens en meisjes. Bij het overmatig drinken in het weekend zijn er wel duidelijke verschillen tussen jongens en meisjes. Van de jongens die in de afgelopen maand gedronken hebben, dronk 27% tien of meer glazen alcohol in het weekend; bij de meisjes is dat 10%. 

Meer informatie

Datum publicatie

18-02-2021

Clustering van risicofactoren

Clustering van risicofactoren 2016

19 jaar en ouder
Percentage
Geen risicofactor38,3
Alleen roken9,6
Alleen alcohol1,9
Alleen overgewicht36,7
Roken en alcohol1,7
Roken en overgewicht8,1
Alcohol en overgewicht2,5
Roken, alcohol en overgewicht1,2

De prevalenties van 'alleen roken, overmatig drinken en overgewicht' zijn lager dan de reguliere prevalenties van roken, overmatig drinken en overgewicht in VZinfo. 

  • Roken: wel eens roken
  • Overmatig drinken: meer dan 21 glazen alcohol per week drinken (mannen) of meer dan 14 (vrouwen)
  • Overgewicht: BMI ≥ 25

Bijna 40% van de volwassenen rookt en drinkt niet en heeft geen overgewicht

Van alle volwassenen boven de 19 jaar, is 38% geen roker, geen overmatige drinker en heeft geen overgewicht. Het percentage dat zowel rookt, als overmatig drinkt en overgewicht heeft, is 1,2%. Vergeleken met de twee andere risicofactoren, is bij volwassenen het percentage met alleen overgewicht het grootst. De combinatie van roken en  overgewicht  is de meest voorkomende clustering. Deze percentages zijn gebaseerd op zelfrapportage.

Meer informatie

Datum publicatie

20-09-2019

Verantwoording

Definities
  • Overmatige drinkers

    Onder overmatige drinkers wordt verstaan: personen die meer dan 14 glazen per week (voor vrouwen) en 21 (voor mannen) glazen alcohol drinken.

  • Zware drinkers

    Onder zware drinkers wordt verstaan: personen die minstens  één keer per week ten minste vier (voor vrouwen) en zes (voor mannen) glazen alcohol op één dag drinken.

  • Binge drinken

    Binge drinken wil zeggen het drinken van vijf glazen alcohol of meer tijdens één enkele gelegenheid.

  • Problematisch alcoholgebruik

    Onder problematisch alcoholgebruik wordt  verstaan:

    • Al het alcoholgebruik door jongeren onder de 18 jaar;
    • Al het alcoholgebruik door zwangere vrouwen;
    • Overmatig drinken;
    • Zwaar drinken;
    • Regelmatig binge drinken (d.w.z. minstens vijf glazen bij één gelegenheid minstens één keer per maand);
    • Een drinkpatroon dat leidt tot lichamelijke klachten en/of psychische of sociale problemen en dat een adequate aanpak van bestaande problemen verhindert.
  • Dronkenschap (ESPAD)

    De grafiek "Dronkenschap onder jongeren" gaat over het percentage jongeren dat zegt de afgelopen 30 dagen minimaal één keer dronken te zijn geweest.

    De onderliggende vraag in de vragenlijst is: "On how many occasions (if any) have you been intoxicated from drinking alcoholic beverages, for example staggered when walking, not being able to speak properly, throwing up or not remembering what happened?”

    Vrij vertaald: "Bij hoeveel gelegenheden (als die er waren) was je zodanig dronken door het drinken van alcohol, dat je bijvoorbeeld zwalkend liep, niet in staat was om normaal te praten, dat je moest overgeven of dat je je niet kon herinneren wat er was gebeurd?"

  • Alcoholgerelateerde ICD-10 codes

    ICD-10 Beschrijving
    F10 Psychische stoornissen en gedragsstoornissen door het gebruik van alcohol
    G31.2 Degeneratie van zenuwstelsel door alcoholgebruik
    G62.1 Alcoholische polyneuropathie
    I42.6 Alcoholische cardiomyopathie
    K29.2 Alcoholische gastritis
    K70.0 Alcoholische vetlever
    K70.1 Alcoholische hepatitis
    K70.2 Alcoholische leverfibrose en leversclerose
    K70.3 Alcoholische levercirrose
    K70.4 Alcoholische leverinsufficiëntie
    K70.9 Alcoholische leverziekten, ongespecificeerd
    K86.0 Alcoholische pancreasontsteking
    Q86.0 Foetaal-alcoholsyndroom (dysmorfisch)
    T51.0 Toxisch gevolg van ethanol
    T51.1 Toxisch gevolg van methanol
    X45 Onopzettelijke vergiftiging door en blootstelling aan alcohol
    X65 Opzettelijke auto-intoxicatie door en opzettelijke blootstelling aan alcohol
    Y15 Vergiftiging door en blootstelling aan alcohol - opzet niet bepaald

     

Bronverantwoording
  • Bronnen bij de cijfers over Alcoholgebruik

    Bron Indicator in VZinfo Gepresenteerde populatie VZinfo Meer informatie
    Leefstijlmonitor (LSM)/Gezondheidsenquête Overmatige drinkers, drinken volgens de richtlijn, zwaar drinken Nederlandse bevolking vanaf 18 jaar  LSMGezondheidsenquête
    Leefstijlmonitor (LSM)/ Peilstationsonderzoek Scholieren Ooit gedronken, afgelopen maand gedronken, binge drinken afgelopen maand Nederlandse scholieren van 12 t/m 16 jaar LSMPeilstationsonderzoek Scholieren Middelengebruik
    Leefstijlmonitor (LSM)/ HBSC-Nederland Ooit gedronken, afgelopen maand gedronken, binge drinken afgelopen maand Nederlandse scholieren van 12 t/m 16 jaar LSM, HBSC-Nederland
    Onderzoek middelengebruik studenten Ooit, afgelopen maand of overmatig gedronken in het weekend Nederlandse mbo en hbo studenten 16 t/m 18 jaar Factsheet Trimbos-instituut
    Gezondheidsmonitor Volwassenen GGD-en, CBS en RIVM 2016 Overmatig drinken, drinken volgens de richtlijn, zwaar drinken Nederlandse bevolking vanaf 19 jaar Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2016, GGD’en, CBS en RIVM
    Gezondheidsmonitor Jeugd 2019 GGD'en en RIVM Ooit een slokje gedronken, binge drinken afgelopen maand Nederlandse scholieren in klas 2 en 4 Gezondheidsmonitor Jeugd op Zorggegevens, Website Gezondheidsmonitors
    WHO European Health for All Database Alcoholgebruik in liters pure alcohol per jaar Europese bevolking vanaf 15 jaar WHO-HFA
    European School Survey on Alcohol and other Drugs (ESPAD) Percentage dat zegt in de afgelopen maand minimaal één keer dronken te zijn geweest Europese scholieren van 15 en 16 jaar

    ESPAD; ESPAD-Group, 2020

    WHO Global Health Observatory (GHO) Data Repository: Global Information System on Alcohol and Health (GISAH) Bingedrinken Europese bevolking vanaf 15 jaar  WHO GHO, GISAH
    Landelijke Basisregistratie Ziekenhuiszorg (LBZ), CBS Ziekenhuisopnamen door alcoholaandoening Nederlandse bevolking LBZ

     

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. ESPAD-Group. ESPAD Report 2019 — Results from the European School Survey Project on Alcohol and Other Drugs. Luxembourg: EMCDDA/ESPAD; 2020. Bron | DOI
  • Aanvragen data voor wetenschappelijk onderzoek

    De Gezondheidsmonitor (doelgroep Volwassenen en Ouderen) is voor het eerst uitgevoerd in 2012. De Gezondheidsmonitor Volwassenen 2012 en de Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2016 bevatten informatie over de gezondheid, sociale situatie en leefstijl van de Nederlandse bevolking van negentien jaar en ouder. De Gezondheidsmonitor Volwassenen 2012 en de Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2016 zijn uitgevoerd door de GGD’en, CBS en RIVM. In 2012 en 2016 deden respectievelijk ruim 387.000 personen en 457.000 personen mee aan het grootschalige vragenlijstonderzoek. De Gezondheidsmonitor Jeugd 2015 en Gezondheidsmonitor Jeugd 2019 bevat informatie over de gezondheid, sociale situatie en leefstijl van leerlingen in klas 2 en klas 4 van het voortgezet onderwijs. De Gezondheidsmonitor Jeugd 2015 en 2019 zijn uitgevoerd door de GGD’en en RIVM. In 2015 hebben bijna 97.000 leerlingen en 377 scholen deelgenomen aan deze monitor. In 2019 waren dit 171.192 leerlingen en 707 scholen.

    Meer informatie over de Gezondheidsmonitors vind u hier en hier en voor Gezondheidsmonitors Jeugd vindt u hier. Bij het digitale loket Gezondheidsmonitors kunt u data of cijfers aanvragen uit de Gezondheidsmonitors voor onderzoek en beleid op zowel lokaal als landelijk niveau. Momenteel zijn de data en cijfers beschikbaar uit de Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2012, Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2016 en uit de Gezondheidsmonitor Jeugd 2015, Gezondheidsmonitor Jeugd 2019. Heeft u vragen of wilt u graag meer informatie over de aanvraag van cijfers of data uit de Gezondheidsmonitors? Stuur dan een e-mail.

Methoden
  • Vragenlijsten

    Alcoholgebruik wordt doorgaans met vragenlijsten onderzocht

    Om het alcoholgebruik bij verschillende groepen mensen te onderzoeken, worden meestal vragenlijsten afgenomen. Om een beeld te krijgen van het alcoholgebruik in de hele bevolking, wordt naast de informatie uit vragenlijsten ook wel verkoopinformatie gebruikt. Bij vragenlijstonderzoek is het risico op onderschatting van het alcoholgebruik groter dan het risico op het te hoog inschatten van het eigen alcoholgebruik, in het bijzonder bij de zwaardere drinkers (Garretsen, 1983). 

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Garretsen HFL. Probleemdrinken: Prevalentiebepaling, beïnvloedende factoren en preventiemogelijkheden: Theoretische overwegingen en onderzoek in Rotterdam. Tilburg: Tilburg University; 1983. Bron
  • Dataverzameling Gezondheidsenquête 2020

    In 2020 is de dataverzameling voor de Gezondheidsenquête verstoord door de COVID-19-pandemie. Ongeveer een half jaar was het niet mogelijk om aan huis interviews af te nemen. Daardoor kwam er tijdens die periode alleen via internet respons binnen. Om te corrigeren voor het wegvallen van de interviews aan huis is gebruik gemaakt van een aangepast weegmodel met tijdreeksmodellen. Hierdoor zijn de cijfers te vergelijken met de eerdere jaren. Meer informatie over het aangepaste weegmodel kunt u vinden in deze nota.
    De COVID-19-pandemie en de bijbehorende maatregelen hebben mogelijk invloed gehad op het gedrag en de gezondheid van de geïnterviewden. Het is belangrijk hier rekening mee te houden bij het interpreteren van de cijfers van 2020.

  • Methoden en technieken

    Standaardisatie

    De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking verschillen per regio en land. Daarnaast treden in de loop van de tijd veranderingen op in de omvang en leeftijdsverdeling. Om ziekte- en sterftecijfers van verschillende regio’s en landen, of van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt hier rekening mee gehouden. Daarbij worden de cijfers gecorrigeerd voor deze verschillen of veranderingen in de bevolking. Hierbij wordt uitgegaan van de omvang en de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

    Indexatie

    Vooral bij de weergave van trends in de tijd zijn de trendcijfers vaak geïndexeerd. Een geïndexeerde trend laat ontwikkelingen in de tijd zien ten opzichte van een gekozen basisjaar. Dit gebeurt door de cijfers van alle jaren weer te geven als percentage van het cijfer in een gekozen basisjaar. Het cijfer in het basisjaar is gelijk gesteld aan 100(%). Indexatie maakt zichtbaar hoe groot de percentuele toe- of afname is ten opzichte van dat basisjaar. Door als basisjaar het eerste jaar in de grafiek te kiezen, kun je snel zien wat de verandering over de hele weergegeven periode is en ook of er grote verschillen zijn voor de onderscheiden groepen (mannen en vrouwen bijvoorbeeld).

    Indexatie kan ook gebruikt worden voor het weergeven van regionale verschillen. Hierbij wordt het landelijke cijfer bijvoorbeeld gelijk gesteld aan 100(%). Een regionaal cijfer boven of onder de 100 duidt erop dat het respectievelijk hoger of lager is dan het landelijke cijfer. Voorafgaand aan indexatie worden de cijfers vaak gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de populaties.

    Toetsing trends

    Toetsing van de trend heeft plaatsgevonden op ongestandaardiseerde data door middel van een logistische regressie, waarbij is gecorrigeerd is voor leeftijd en geslacht. Daarbij wordt getoetst of er een statistisch significante toe- of afname is met een significantieniveau (p-waarde) van 0,05. Vaak is onderscheid gemaakt naar trends in verschillende subpopulaties: mannen, vrouwen en leeftijdsgroepen. Daarnaast is getoetst of de trend voor mannen en vrouwen statistisch significant verschilt.
    De kans op het vinden van een toevallige significante uitkomst neemt toe met het aantal uitgevoerde toetsen. Om hiervoor te corrigeren is een Benjamini‐Hochberg‐correctie op de p‐waardes uitgevoerd.

  • Regionale verschillen: verschil in wijkcijfers

    Verschillende GGD’en hebben voor de Gezondheidsmonitor 2016 de steekproef opgehoogd om voldoende respondenten te hebben om cijfers op wijkniveau te kunnen presenteren. Omdat deze cijfers op een andere manier zijn berekend, kunnen ze afwijken van de cijfers die hier worden gepresenteerd. Niet alleen het onderliggende model is anders, ook het aantal achtergrondkenmerken dat wordt gebruikt verschilt; bij de RIVM schattingen wordt meer informatie over de bevolking gebruikt. Over het algemeen leiden de RIVM schattingen tot kleinere verschillen tussen gebieden dan de cijfers die verkregen zijn door middel van weegmethoden.

    Hieronder vindt u een lijstje van GGD'en met eigen wijkcijfers:

  • Regionale verschillen: Schattingen per wijk

    Aanleiding
    Vanwege de decentralisaties in het sociaal domein is steeds meer informatie nodig over gezondheid gerelateerde indicatoren op kleinere geografische niveaus. Daarom heeft het RIVM een model ontwikkeld om cijfers te kunnen berekenen op wijk- en buurtniveau op basis van de Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen van GGD’en, CBS en RIVM. Ondanks dat de Gezondheidsmonitor een enorm databestand is, bevat het onvoldoende respondenten om met behulp van weegmethoden cijfers te berekenen voor alle wijken en buurten in Nederland. In 2012 zijn de eerste wijk- en buurtcijfers gepresenteerd. Op basis van de Gezondheidsmonitor 2016 zijn nieuwe cijfers berekend.

    Methode
    In het kader van de Gezondheidsmonitor zijn via vragenlijsten gegevens over gezondheid en leefstijl verzameld over volwassenen van 19 jaar en ouder. De ruim 457.000 deelnemers aan de Gezondheidsmonitor zijn anoniem in een beveiligde omgeving gekoppeld aan registratiebestanden van het CBS. Deze bestanden bevatten informatie over een reeks achtergrondkenmerken, zoals leeftijd, geslacht, herkomst, huishoudsamenstelling, opleidingsniveau, inkomen en woningtype. Er is een statistisch model gebruikt om de gezondheid en leefstijl te relateren aan deze achtergrondkenmerken. Ook wordt informatie uit de naastgelegen gebieden meegenomen. Door middel van deze relatie is het daarna mogelijk om voor alle volwassenen hun verwachte gezondheid en leefstijl te berekenen. De uitkomsten worden vervolgens gemiddeld over de betreffende wijk of buurt.

    Schattingen
    De cijfers op wijk- en buurtniveau moeten met voorzichtigheid worden gebruikt. Met het model wordt de werkelijkheid zo goed mogelijk benaderd, maar de cijfers blijven schattingen van de werkelijkheid. Daarom worden de uitkomsten ook als hele cijfers (dus zonder decimalen) gepresenteerd. 
    De cijfers uit de Gezondheidsmonitor die zijn verkregen met behulp van weegmethoden zijn echter ook een benadering van de werkelijkheid. De weging is nodig vanwege o.a. selectieve non-respons. Net zoals bij de berekeningen van de wijk- en buurtcijfers zijn de weegfactoren van het CBS ook gebaseerd op achtergrondkenmerken van de respondenten. 

    Verschil tussen cijfers
    Verschillende GGD’en hebben voor de Gezondheidsmonitor 2016 de steekproef opgehoogd om voldoende respondenten te hebben om cijfers op wijkniveau te kunnen presenteren. Omdat deze cijfers op een andere manier zijn berekend, kunnen ze afwijken van de cijfers die hier worden gepresenteerd. Niet alleen het onderliggende model is anders, ook het aantal achtergrondkenmerken dat wordt gebruikt verschilt; bij de RIVM schattingen wordt meer informatie over de bevolking gebruikt. Over het algemeen leiden de RIVM schattingen tot kleinere verschillen tussen gebieden dan de cijfers die verkregen zijn door middel van weegmethoden. 

    Let op: de gepresenteerde gemeentecijfers zijn berekend via de weegmethode van het CBS. De gepresenteerde wijk- en buurtcijfers zijn daardoor niet direct vergelijkbaar met deze gemeentecijfers.

    Grote aantallen nodig

    Voor het doen van dit soort schattingen zijn grote aantallen respondenten nodig. Het is dus niet zo dat het ontwikkelde model de Gezondheidsmonitors kan vervangen. Hoe meer respondenten er zijn, hoe minder er geschat hoeft te worden en hoe beter de cijfers zijn.

    Samenwerking
    De cijfers zijn berekend in het kader van het Strategisch Programma RIVM (SPR), een programma voor onderzoek, innovatie en kennisontwikkeling. Een werkgroep van epidemiologen van GGD’en en GGD GHOR NL is er bij betrokken. 

    Meer weten?
    Een uitgebreide toelichting op de gebruikte methode is beschreven in een artikel (van de Kassteele et al., 2017). Voor de cijfers van 2016 zijn enkele aanpassingen gedaan aan het model.

    Voor vragen kunt u contact opnemen met carolien.van.den.brink@rivm.nl.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. van de Kassteele J, Zwakhals L, Breugelmans O, Ameling C, van den Brink C. Estimating the prevalence of 26 health-related indicators at neighbourhood level in the Netherlands using structured additive regression. International Journal of Health Geographics. 2017;(1). Bron | DOI