Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

AlcoholgebruikCijfers & ContextGevolgen

Cijfers & Context

Bijna één op de vijf scholieren is binge drinker

Regionaal & Internationaal

Minste overmatige drinkers in Flevoland

Kosten

Kosten-baten alcohol 2,3 tot 2,9 miljard

Preventie & Zorg

Ruim 900 ziekenhuisopnamen bij jongeren

Alcoholgebruik en gezondheid

Alcoholgebruik hangt samen met zestig aandoeningen

Alcoholgebruik heeft invloed op bijna alle organen in het lichaam en hangt samen met ongeveer zestig verschillende aandoeningen (Casswell, 2017; WHO, 2004; Cargiulo, 2007). Hieronder vallen zowel chronische aandoeningen als acute aandoeningen en verwondingen. Daarbij hangt alcoholgebruik samen met problemen die consequenties hebben voor anderen, zoals huwelijksproblemen en verkeersongevallen.

Hoeveelheid en frequentie bepalen mate van schade

Het risico op gezondheidsschade door alcohol hangt af van het totale alcoholgebruik van de drinker, maar ook van het drinkpatroon dat iemand heeft. Het drinkpatroon houdt in hoeveel alcohol iemand per keer drinkt en hoe vaak. In het algemeen geldt (Rehm, 2011; Anderson & Baumberg, 2006; WHO, 2004):

  • Hoe hoger de totale consumptie van alcohol, hoe groter het risico op schade.
  • Hoe meer alcohol per keer wordt gedronken, des te ernstiger de schade (de aandoening of verwonding).

Ter illustratie: stel dat twee personen allebei 25 glazen bier per week drinken. Ze lopen toch verschillende gezondheidsrisico's wanneer de ene persoon dat bier op vrijdag- en zaterdagavond drinkt en de andere persoon het verspreid over de week drinkt. Bij de eerste persoon is bijvoorbeeld het risico op hersenschade, alcoholvergiftiging en ongevallen hoger dan bij iemand die minder drinkt. Terwijl de tweede persoon vooral een hoger risico heeft op chronische gezondheidsschade die zich op lange termijn openbaart, zoals kanker. Voor een aantal aandoeningen geldt dat vooral een langdurig hoog alcoholgebruik bijdraagt aan een hoger risico.

Risico’s anders voor mannen en vrouwen

De gevolgen van alcoholgebruik voor de gezondheid zijn niet voor iedereen hetzelfde: risico's zijn bijvoorbeeld verschillend voor mannen en vrouwen. Dit heeft te maken met een andere lichaamssamenstelling en met een ander alcoholmetabolisme bij vrouwen. Hierdoor hebben vrouwen bij hetzelfde alcoholgebruik, een hoger risico op schade dan mannen. Hier komt nog bij dat vrouwen over het algemeen kleiner van stuk zijn, waardoor ze met dezelfde consumptie gemiddeld een hoger promillage in het bloed krijgen dan mannen (Erol & Karpyak, 2015).

Risico’s hoger voor kinderen en jongeren

De gevolgen zijn ook verschillend voor mensen van verschillende leeftijden. Voor (ongeboren) kinderen en jongvolwassenen geldt dat ze gevoeliger zijn voor de risico's van alcoholgebruik doordat hun lichaam kleiner is, en omdat hun lichaam nog in ontwikkeling is. Het lichaam kan daarom niet alleen schade oplopen, maar ook in de ontwikkeling gestoord worden, onder meer door effect op de hersenontwikkeling. Dit kan zich bijvoorbeeld uiten in gedragsproblematiek of in een hogere gevoeligheid voor alcoholverslaving op latere leeftijd (Ewing et al., 2014; Carpenter-Hyland & Chandler, 2007). Voor mensen van middelbare leeftijd geldt dat ze vaker positieve gevolgen kunnen hebben van matig alcoholgebruik. Bij het ouder worden nemen de risico's juist weer toe, door lichamelijke veranderingen en door een verhoogd risico op valongelukken en risicovolle combinaties met medicijnen (Zantinge et al., 2011). 

Alcoholgebruik heeft meer negatieve dan positieve gevolgen

Voor een kleine groep van aandoeningen geldt dat een gemiddeld drinkniveau van één tot enkele glazen per dag een lager risico geeft, terwijl meer drinken weer aan hogere risico's bijdraagt (onder meer coronaire hartziekten, diabetes mellitus type II en dementie). Alles bij elkaar genomen heeft alcoholgebruik echter meer negatieve dan positieve gevolgen. De risicoverlagende effecten van alcoholgebruik gelden namelijk niet alleen voor een klein aantal aandoeningen, maar ook voor een kleine groep mensen. De risicoverlagende effecten overheersen de risicoverhogende effecten van alcoholgebruik alleen bij mensen vanaf middelbare leeftijd, die dagelijks en zeer matig drinken (enkele glazen per dag of minder) (Fernández-Solà, 2015; Klatsky & Udaltsova, 2007; Friesema, 2006; Anderson & Baumberg, 2006). Bovendien neemt het gunstige effect van matig alcohol drinken waarschijnlijk weer af op zeer hoge leeftijd (Anderson & Baumberg, 2006; NIGZ, 2005).

Meer informatie 

Experts en redactie

Datum publicatie

28-03-2018

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Casswell S. Global Alcohol Harm Network: Struggling or Emerging? A Response to Shiffman. International Journal of Health Policy and Management. 2017;6(8):487-488. Bron | DOI
  2. WHO. WHO Global Status Report on Alcohol. Geneve: World Health Organization; 2004. Bron
  3. Cargiulo T. Understanding the health impact of alcohol dependence. Am J Health Syst Pharm. 2007;64(5 Suppl 3):S5-11. Pubmed | DOI
  4. Rehm J. The Risks Associated With Alcohol Use and Alcoholism. Alcohol Res Health. 2011;34(2). Bron
  5. Anderson P, Baumberg B. Alcohol in Europe: a public health perspective. London: Institute of Alcohol Studies; 2006. Bron
  6. Erol A, Karpyak VM. Sex and gender-related differences in alcohol use and its consequences: Contemporary knowledge and future research considerations. Drug and Alcohol Dependence. 2015;156:1-13. Bron | DOI
  7. Ewing SWFeld, Sakhardande A, Blakemore S-J. The effect of alcohol consumption on the adolescent brain: A systematic review of MRI and fMRI studies of alcohol-using youth. NeuroImage: Clinical. 2014;5:420-437. Bron | DOI
  8. Carpenter-Hyland EP, L Chandler J. Adaptive plasticity of NMDA receptors and dendritic spines: implications for enhanced vulnerability of the adolescent brain to alcohol addiction. Pharmacol Biochem Behav. 2007;86(2):200-8. Pubmed | DOI
  9. Zantinge EM, van der Wilk EA, van Wieren S, Schoemaker CG. Gezond ouder worden in Nederland. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2011. Bron
  10. Fernández-Solà J. Cardiovascular risks and benefits of moderate and heavy alcohol consumption. Nature Reviews Cardiology. 2015;12(10):576-587. Bron | DOI
  11. Klatsky AL, Udaltsova N. Alcohol drinking and total mortality risk. Annals of Epidemiology. 2007;17(5):S63-S67. GoogleScholar
  12. Friesema IHM. Alcohol and cardiovascular disease: a longitudal study on impact of intake measurement and health status. Maastricht: Universiteit Maastricht; 2006. GoogleScholar

Verantwoording

Definities
  • Overmatige drinkers

    Onder overmatige drinkers wordt verstaan: personen die meer dan 14 glazen per week (voor vrouwen) en 21 (voor mannen) glazen alcohol drinken.

  • Zware drinkers

    Onder zware drinkers wordt verstaan: personen die minstens 1 keer per week ten minste vier (voor vrouwen) en zes (voor mannen) glazen alcohol op één dag drinken.

  • Binge drinken

    Binge wil zeggen het drinken van 5 glazen alcohol of meer tijdens 1 enkele gelegenheid.

Bronverantwoording
  • Bronnen bij de cijfers over Alcoholgebruik

    Bron Indicator in VZinfo Gepresenteerde populatie VZinfo Meer informatie
    Leefstijlmonitor (LSM)/Gezondheidsenquête Overmatige drinkers, drinken volgens de richtlijn, zwaar drinken Nederlandse bevolking vanaf 18 jaar  LSMGezondheidsenquête
    Leefstijlmonitor (LSM)/ Peilstationsonderzoek Scholieren Ooit gedronken, afgelopen maand gedronken, binge drinken afgelopen maand Nederlandse scholieren van 12 t/m 16 jaar LSMPeilstationsonderzoek Scholieren Middelengebruik
    Leefstijlmonitor (LSM)/ HBSC-Nederland Ooit gedronken, afgelopen maand gedronken, binge drinken afgelopen maand Nederlandse scholieren van 12 t/m 16 jaar LSM, HBSC-Nederland
    Gezondheidsmonitor Volwassenen GGD-en, CBS en RIVM 2012 en 2016 Overmatig drinken, drinken volgens de richtlijn, zwaar drinken Nederlandse bevolking vanaf 19 jaar Gezondheidsmonitor Volwassenen 2012, GGD'en, CBS en RIVMGezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2016, GGD’en, CBS en RIVM
    WHO European Health for All Database Alcoholgebruik in liters pure alcohol per jaar Europese bevolking vanaf 15 jaar WHO-HFA
    European School Survey on Alcohol and other Drugs (ESPAD) Percentage dat in de afgelopen maand minstens tien keer heeft gedronken Europese scholieren van 15 en 16 jaar

    ESPADvan Laar & van Ooyen-Houben, 2016Kraus et al., 2016

    Landelijke Medische Registratie (LMR) Ziekenhuisopnamen door alcoholaandoening Nederlandse bevolking LMR

     

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. van Laar MW, van Ooyen-Houben MMJ. Nationale Drug Monitor Jaarbericht 2016. Utrecht: Trimbos-instituut; 2016. Bron
    2. Kraus L, Guttormsson U, Leifman H, Arpa S, Molinaro S, Monshouwer K. The 2015 ESPAD Report: results from the European School Survey Project on Alcohol and Other Drugs. München: IFT; 2016. Bron
  • Aanvragen data voor wetenschappelijk onderzoek

    De Gezondheidsmonitor (doelgroep Volwassenen en Ouderen) is voor het eerst uitgevoerd in 2012. De Gezondheidsmonitor Volwassenen 2012 en de Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2016 bevatten informatie over de gezondheid, sociale situatie en leefstijl van de Nederlandse bevolking van negentien jaar en ouder. De Gezondheidsmonitor Volwassenen 2012 en de Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2016 zijn uitgevoerd door de GGD’en, CBS en RIVM. In 2012 en 2016 deden respectievelijk ruim 387.000 personen en 457.000 personen mee aan het grootschalige vragenlijstonderzoek. De Gezondheidsmonitor Jeugd 2015 bevat informatie over de gezondheid, sociale situatie en leefstijl van leerlingen in klas 2 en klas 4 van het voortgezet onderwijs. De Gezondheidsmonitor Jeugd is uitgevoerd door de GGD’en en RIVM. In totaal hebben bijna 97.000 leerlingen en 377 scholen deelgenomen aan deze monitor.

    Meer informatie over de Gezondheidsmonitors vind u hier. Bij het digitale loket Gezondheidsmonitors kunt u data of cijfers aanvragen uit de Gezondheidsmonitors voor onderzoek en beleid op zowel lokaal als landelijk niveau. Momenteel zijn de data en cijfers beschikbaar uit de Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2012, Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2016 en uit de Gezondheidsmonitor Jeugd 2015. Heeft u vragen of wilt u graag meer informatie over de aanvraag van cijfers of data uit de Gezondheidsmonitors? Stuur dan een e-mail.

Methoden
  • Regionale verschillen: verschil in wijkcijfers

    Verschillende GGD’en hebben voor de Gezondheidsmonitor 2016 de steekproef opgehoogd om voldoende respondenten te hebben om cijfers op wijkniveau te kunnen presenteren. Omdat deze cijfers op een andere manier zijn berekend, kunnen ze afwijken van de cijfers die hier worden gepresenteerd. Niet alleen het onderliggende model is anders, ook het aantal achtergrondkenmerken dat wordt gebruikt verschilt; bij de RIVM schattingen wordt meer informatie over de bevolking gebruikt. Over het algemeen leiden de RIVM schattingen tot kleinere verschillen tussen gebieden dan de cijfers die verkregen zijn door middel van weegmethoden.

    Hieronder vindt u een lijstje van GGD'en met eigen wijkcijfers:

  • Regionale verschillen: Schattingen per wijk

    Aanleiding
    Vanwege de decentralisaties in het sociaal domein is steeds meer informatie nodig over gezondheid gerelateerde indicatoren op kleinere geografische niveaus. Daarom heeft het RIVM een model ontwikkeld om cijfers te kunnen berekenen op wijk- en buurtniveau op basis van de Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen van GGD’en, CBS en RIVM. Ondanks dat de Gezondheidsmonitor een enorm databestand is, bevat het onvoldoende respondenten om met behulp van weegmethoden cijfers te berekenen voor alle wijken en buurten in Nederland. In 2012 zijn de eerste wijk- en buurtcijfers gepresenteerd. Op basis van de Gezondheidsmonitor 2016 zijn nieuwe cijfers berekend.

    Methode
    In het kader van de Gezondheidsmonitor zijn via vragenlijsten gegevens over gezondheid en leefstijl verzameld over volwassenen van 19 jaar en ouder. De ruim 457.000 deelnemers aan de Gezondheidsmonitor zijn anoniem in een beveiligde omgeving gekoppeld aan registratiebestanden van het CBS. Deze bestanden bevatten informatie over een reeks achtergrondkenmerken, zoals leeftijd, geslacht, herkomst, huishoudsamenstelling, opleidingsniveau, inkomen en woningtype. Er is een statistisch model gebruikt om de gezondheid en leefstijl te relateren aan deze achtergrondkenmerken. Ook wordt informatie uit de naastgelegen gebieden meegenomen. Door middel van deze relatie is het daarna mogelijk om voor alle volwassenen hun verwachte gezondheid en leefstijl te berekenen. De uitkomsten worden vervolgens gemiddeld over de betreffende wijk of buurt.

    Schattingen
    De cijfers op wijk- en buurtniveau moeten met voorzichtigheid worden gebruikt. Met het model wordt de werkelijkheid zo goed mogelijk benaderd, maar de cijfers blijven schattingen van de werkelijkheid. Daarom worden de uitkomsten ook als hele cijfers (dus zonder decimalen) gepresenteerd. 
    De cijfers uit de Gezondheidsmonitor die zijn verkregen met behulp van weegmethoden zijn echter ook een benadering van de werkelijkheid. De weging is nodig vanwege o.a. selectieve non-respons. Net zoals bij de berekeningen van de wijk- en buurtcijfers zijn de weegfactoren van het CBS ook gebaseerd op achtergrondkenmerken van de respondenten. 

    Verschil tussen cijfers
    Verschillende GGD’en hebben voor de Gezondheidsmonitor 2016 de steekproef opgehoogd om voldoende respondenten te hebben om cijfers op wijkniveau te kunnen presenteren. Omdat deze cijfers op een andere manier zijn berekend, kunnen ze afwijken van de cijfers die hier worden gepresenteerd. Niet alleen het onderliggende model is anders, ook het aantal achtergrondkenmerken dat wordt gebruikt verschilt; bij de RIVM schattingen wordt meer informatie over de bevolking gebruikt. Over het algemeen leiden de RIVM schattingen tot kleinere verschillen tussen gebieden dan de cijfers die verkregen zijn door middel van weegmethoden. 

    Let op: de gepresenteerde gemeentecijfers zijn berekend via de weegmethode van het CBS. De gepresenteerde wijk- en buurtcijfers zijn daardoor niet direct vergelijkbaar met deze gemeentecijfers.

    Grote aantallen nodig

    Voor het doen van dit soort schattingen zijn grote aantallen respondenten nodig. Het is dus niet zo dat het ontwikkelde model de Gezondheidsmonitors kan vervangen. Hoe meer respondenten er zijn, hoe minder er geschat hoeft te worden en hoe beter de cijfers zijn.

    Samenwerking
    De cijfers zijn berekend in het kader van het Strategisch Programma RIVM (SPR), een programma voor onderzoek, innovatie en kennisontwikkeling. Een werkgroep van epidemiologen van GGD’en en GGD GHOR NL is er bij betrokken. 

    Meer weten?
    Een uitgebreide toelichting op de gebruikte methode is beschreven in een artikel (van de Kassteele et al., 2017). Voor de cijfers van 2016 zijn enkele aanpassingen gedaan aan het model.

    Voor vragen kunt u contact opnemen met carolien.van.den.brink@rivm.nl.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. van de Kassteele J, Zwakhals L, Breugelmans O, Ameling C, van den Brink C. Estimating the prevalence of 26 health-related indicators at neighbourhood level in the Netherlands using structured additive regression. International Journal of Health Geographics. 2017;(1). Bron | DOI
  • Vragenlijsten

    Alcoholgebruik wordt doorgaans met vragenlijsten onderzocht

    Om het alcoholgebruik bij verschillende groepen mensen te onderzoeken, worden meestal vragenlijsten afgenomen. Om een beeld te krijgen van het alcoholgebruik in de hele bevolking, wordt naast de informatie uit vragenlijsten ook wel verkoopinformatie gebruikt. Bij vragenlijstonderzoek is het risico op onderschatting van het alcoholgebruik groter dan het risico op het te hoog inschatten van het eigen alcoholgebruik, in het bijzonder bij de zwaardere drinkers (Garretsen, 1983). 

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Garretsen HFL. Probleemdrinken: Prevalentiebepaling, beïnvloedende factoren en preventiemogelijkheden: Theoretische overwegingen en onderzoek in Rotterdam. Tilburg: Tilburg University; 1983. Bron
  • Methoden en technieken

    Standaardisatie

    De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking verschillen per regio en land. Daarnaast treden in de loop van de tijd veranderingen op in de omvang en leeftijdsverdeling. Om ziekte- en sterftecijfers van verschillende regio’s en landen, of van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt hier rekening mee gehouden. Daarbij worden de cijfers gecorrigeerd voor deze verschillen of veranderingen in de bevolking. Hierbij wordt uitgegaan van de omvang en de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

    Indexatie

    Vooral bij de weergave van trends in de tijd zijn de trendcijfers vaak geïndexeerd. Een geïndexeerde trend laat ontwikkelingen in de tijd zien ten opzichte van een gekozen basisjaar. Dit gebeurt door de cijfers van alle jaren weer te geven als percentage van het cijfer in een gekozen basisjaar. Het cijfer in het basisjaar is gelijk gesteld aan 100(%). Indexatie maakt zichtbaar hoe groot de percentuele toe- of afname is ten opzichte van dat basisjaar. Door als basisjaar het eerste jaar in de grafiek te kiezen, kun je snel zien wat de verandering over de hele weergegeven periode is en ook of er grote verschillen zijn voor de onderscheiden groepen (mannen en vrouwen bijvoorbeeld).

    Indexatie kan ook gebruikt worden voor het weergeven van regionale verschillen. Hierbij wordt het landelijke cijfer bijvoorbeeld gelijk gesteld aan 100(%). Een regionaal cijfer boven of onder de 100 duidt erop dat het respectievelijk hoger of lager is dan het landelijke cijfer. Voorafgaand aan indexatie worden de cijfers vaak gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de populaties.