Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

Afhankelijkheid van drugsRegionaal & InternationaalRegionaal

Cijfers & Context

14.000 probleemgebruikers van opiaten

Regionaal & Internationaal

Weinig probleemgebruikers vergeleken met EU

Kosten

Kosten van drugs- en alcoholverslaving 1,2 miljard

Preventie & Zorg

Ruim 30.000 mensen in de verslavingszorg

Cannabis, verslavingszorg ingeschreven cliënten per mo/vb-regio

Verslavingszorg cannabis, 2013

ingeschreven cliënten, per mo/vb-regio
Cannabis, verslavingszorg ingeschreven cliënten per mo/vb-regio, 2013
Verslavingszorg cannabis, 2013
MOVB regioPer 10.000 (15 jaar en ouder)
Groningen11,4
Arnhem9,9
Ede5,3
Doetinchem7,5
Nijmegen8,5
Utrecht6,2
Amersfoort7,4
Almere6,5
Hilversum6,1
Den Helder5,1
Alkmaar5,0
Leeuwarden9,4
Hoorn8,0
Haarlem5,3
Amsterdam8,7
Zaanstad2,9
Purmerend3,8
Leiden5,4
's-Gravenhage8,2
Delft4,1
Gouda4,8
Rotterdam12,3
Emmen8,5
Vlaardingen7,8
Spijkenisse7,0
Dordrecht7,4
Vlissingen3,5
Bergen op zoom4,3
Breda4,6
Tilburg7,9
's-Hertogenbosch6,0
Oss5,6
Eindhoven4,7
Assen8,3
Helmond6,8
Venlo7,1
Heerlen6,8
Maastricht4,2
Zwolle5,7
Almelo5,5
Enschede11,3
Deventer14,7
Apeldoorn14,3

Centrumgemeenten maatschappelijke opvang en verslavingsbeleid (mo/vb-regio's) zijn sinds 1994 verantwoordelijk voor de uitvoering van de maatschappelijke opvang en het verslavingsbeleid.

View all detail data

Minder cliënten in het zuiden en westen

Het aantal cliënten in de verslavingszorg die zich laten behandelen wegens problemen met cannabis (als hoofdreden) is hoger in enkele regio's in het noorden en oosten, zoals Deventer, Apeldoorn en Groningen. In het zuiden en westen van Nederland is het aantal cliënten relatief lager. In 2013 waren er in totaal 10.300 cliënten, oftewel 7,4 personen per 10.000 inwoners van 15 jaar en ouder. Alleen cliënten waarvan de woonplaats bekend is, zijn meegenomen in de berekeningen. Het aantal mensen dat bij de verslavingszorg vanwege een cannabisprobleem in behandeling is, is slechts een indicatie. Veel mensen blijven buiten het zicht van de hulpverlening.

Vergelijk met andere kaart

Meer informatie

 

 

Bronnen en literatuur

Bronnen

  1. Landelijk Alcohol en Drugs Informatie Systeem, LADIS. zorggegevens.nl

Amfetamine, verslavingszorg ingeschreven cliënten per mo/vb-regio

Verslavingszorg amfetamine, 2013

ingeschreven cliënten, per mo/vb-regio
Amfetamine, verslavingszorg ingeschreven cliënten per mo/vb-regio 2013
Verslavingszorg amfetamine, 2013
MOVB regioPer 10.000 (15 jaar en ouder)
Groningen1,5
Arnhem1,0
Ede1,3
Doetinchem1,5
Nijmegen1,2
Utrecht0,5
Amersfoort0,8
Almere0,5
Hilversum0,4
Den Helder1,6
Alkmaar0,8
Leeuwarden2,7
Hoorn1,0
Haarlem0,7
Amsterdam0,7
Zaanstad0,6
Purmerend0,6
Leiden0,9
's-Gravenhage0,4
Delft0,5
Gouda1,0
Rotterdam1,0
Emmen2,1
Vlaardingen1,4
Spijkenisse1,5
Dordrecht1,2
Vlissingen1,0
Bergen op zoom1,6
Breda1,3
Tilburg1,6
's-Hertogenbosch1,8
Oss1,1
Eindhoven1,1
Assen1,9
Helmond1,6
Venlo1,4
Heerlen1,9
Maastricht0,9
Zwolle1,3
Almelo1,8
Enschede1,1
Deventer2,2
Apeldoorn2,4

Centrumgemeenten maatschappelijke opvang en verslavingsbeleid (mo/vb-regio's) zijn sinds 1994 verantwoordelijk voor de uitvoering van de maatschappelijke opvang en het verslavingsbeleid.

View all detail data

Minder cliënten in het westen van Nederland

In Leeuwarden, Apeldoorn en Deventer zijn relatief meer cliënten in de verslavingszorg die zich laten behandelen wegens problemen met amfetamine (als hoofdreden). In het westen van Nederland ligt het aantal over het algemeen lager. In 2013 waren er in totaal iets meer dan 1.600 cliënten, oftewel 1,2 personen per 10.000 inwoners van 15 jaar en ouder. Alleen cliënten waarvan de woonplaats bekend is, zijn meegenomen in de berekeningen. Het aantal mensen dat bij de verslavingszorg vanwege een amfetamineprobleem in behandeling is, is slechts een indicatie. Veel mensen blijven buiten het zicht van de hulpverlening.

Vergelijk met andere kaart

Meer informatie

Bronnen en literatuur

Bronnen

  1. Landelijk Alcohol en Drugs Informatie Systeem, LADIS. zorggegevens.nl

Opiaten, verslavingszorg ingeschreven cliënten per mo/vb-regio

Verslavingszorg opiaten, 2013

ingeschreven cliënten, per mo/vb-regio
Verslavingszorg opiaten per mo/vb-regio, 2013
Verslavingszorg opiaten, 2013
MOVB regioPer 10.000 (15 jaar en ouder)
Groningen13,9
Arnhem8,5
Ede5,0
Doetinchem5,3
Nijmegen5,8
Utrecht5,1
Amersfoort4,8
Almere0,4
Hilversum2,8
Den Helder4,9
Alkmaar4,2
Leeuwarden8,3
Hoorn2,5
Haarlem6,9
Amsterdam9,6
Zaanstad5,6
Purmerend3,1
Leiden5,2
's-Gravenhage11,0
Delft2,7
Gouda3,2
Rotterdam15,7
Emmen5,5
Vlaardingen6,8
Spijkenisse2,2
Dordrecht8,1
Vlissingen6,9
Bergen op zoom4,6
Breda4,8
Tilburg5,2
's-Hertogenbosch4,1
Oss3,9
Eindhoven6,0
Assen6,9
Helmond4,8
Venlo7,5
Heerlen12,0
Maastricht9,8
Zwolle3,9
Almelo5,4
Enschede6,2
Deventer8,6
Apeldoorn7,8

Centrumgemeenten maatschappelijke opvang en verslavingsbeleid (mo/vb-regio's) zijn sinds 1994 verantwoordelijk voor de uitvoering van de maatschappelijke opvang en het verslavingsbeleid.

View all detail data

Meeste cliënten in de regio Rotterdam

Vooral in stedelijke gebieden is het aantal cliënten in de verslavingszorg die zich laten behandelen wegens problemen met opiaten (als hoofdreden) hoger, net als in enkele regio's in het noorden en zuiden, zoals Groningen, Heerlen en Maastricht. Opvallend is dat enkele buurregio's van de grotere steden in de Randstad relatief lage aantallen kennen. In 2013 waren er in totaal bijna 9.700 cliënten, oftewel 7 personen per 10.000 inwoners van 15 jaar en ouder. Alleen cliënten waarvan de woonplaats bekend is, zijn meegenomen in de berekeningen. Het aantal mensen dat bij de verslavingszorg vanwege een opiaatprobleem in behandeling is, is slechts een indicatie. Veel mensen blijven buiten het zicht van de hulpverlening.

Vergelijk met andere kaart

Meer informatie

Bronnen en literatuur

Bronnen

  1. Landelijk Alcohol en Drugs Informatie Systeem, LADIS. zorggegevens.nl

Cocaïne, verslavingszorg ingeschreven cliënten per mo/vb-regio

Verslavingszorg cocaïne, 2013

ingeschreven cliënten, per mo/vb-regio
Cocaïne, verslavingszorg ingeschreven cliënten per mo/vb-regio, 2013
Verslavingszorg cocaïne, 2013
MOVB regioPer 10.000 (15 jaar en ouder)
Groningen6,8
Arnhem5,6
Ede2,3
Doetinchem2,0
Nijmegen5,4
Utrecht5,9
Amersfoort4,6
Almere2,1
Hilversum3,4
Den Helder4,5
Alkmaar4,0
Leeuwarden2,8
Hoorn3,8
Haarlem4,1
Amsterdam12,9
Zaanstad4,4
Purmerend4,1
Leiden3,6
's-Gravenhage5,8
Delft3,4
Gouda2,8
Rotterdam11,7
Emmen2,9
Vlaardingen6,7
Spijkenisse4,3
Dordrecht5,4
Vlissingen2,9
Bergen op zoom5,2
Breda4,7
Tilburg6,0
's-Hertogenbosch5,7
Oss4,0
Eindhoven4,7
Assen3,3
Helmond5,4
Venlo4,0
Heerlen3,3
Maastricht2,8
Zwolle2,4
Almelo3,9
Enschede8,0
Deventer9,3
Apeldoorn8,1

Centrumgemeenten maatschappelijke opvang en verslavingsbeleid (mo/vb-regio's) zijn sinds 1994 verantwoordelijk voor de uitvoering van de maatschappelijke opvang en het verslavingsbeleid.

View all detail data

Meeste cliënten in Amsterdam en Rotterdam

Naast de regio's Amsterdam en Rotterdam is het aantal cliënten die zich laten behandelen wegens problemen met cocaïne (als hoofdreden) hoger in enkele regio's in het oosten, zoals Deventer, Apeldoorn en Enschede. Met uitzondering van Groningen zijn er in het noorden van het land relatief minder cliënten. In 2013 waren er in totaal 7.500 cliënten, oftewel 5,4 personen per 10.000 inwoners van 15 jaar en ouder. Alleen cliënten waarvan de woonplaats bekend is, zijn meegenomen in de berekeningen. Het aantal mensen dat bij de verslavingszorg vanwege een cocaïneprobleem in behandeling is, is slechts een indicatie. Veel mensen blijven buiten het zicht van de hulpverlening.

Vergelijk met andere kaart

Meer informatie

Bronnen en literatuur

Bronnen

  1. Landelijk Alcohol en Drugs Informatie Systeem, LADIS. zorggegevens.nl

Verantwoording

Definities
  • Definities van drugs

    Onder drugs vallen:

    • Cannabis
    • Cocaïne
    • Clubdrugs (zoals ecstasy, amfetamine en GHB)
    • Hallucinerende middelen (zoals LSD, mescaline, PCP, paddo’s)
    • Opiaten (zoals heroïne, opium en buprenorfine)
    • Oplos- en snuifmiddelen (lijm, benzine)
    • Slaap- en kalmeringsmiddelen (zoals librium, valium, diazepam, oxazepam, seresta)
    • Stimulerende middelen (zoals amfetamine, efedrine, ritalin)
    • Pijnbestrijders (zoals codeïne, methadon, morfine)

    Verschil tussen softdrugs en harddrugs

    Cannabis (hasj en wiet/marihuana) en hallucinogene paddenstoelen staan bekend als ‘softdrugs’. Deze middelen staan op lijst II van de Opiumwet. Middelen zoals heroïne, cocaïne, amfetamine, LSD, XTC en GHB worden ‘harddrugs’ genoemd en staan op lijst I van de Opiumwet. Omdat deze middelen in de Opiumwet staan zijn ze illegaal. Middelen op lijst I zijn volgens de wet gevaarlijker dan middelen op lijst II. In de werkelijkheid is de grens tussen harddrugs en softdrugs niet zo gemakkelijk te trekken. Er zijn gebruikers van softdrugs die zoveel gebruiken dat het ‘hard’ gebruik genoemd zou kunnen worden. Het omgekeerde komt ook voor, hoewel ‘soft’ gebruiken van harddrugs voor de meeste mensen moeilijk vol te houden is.

  • Definities van drugsgebruik

    In dit onderwerp gebruiken we verschillende indicatoren. In navolging van de Nationale Drug Monitor geven we cijfers over problematisch gebruik van opiaten en cijfers over misbruik/schadelijk gebruik en verslaving volgens de internationale classificatiesystemen DSM en ICD.

    Schadelijk gebruik (harmful use): Schadelijk gebruik duidt erop dat er al lichamelijke of geestelijke schade is opgetreden (bijvoorbeeld een psychose, een spuitabces).

    Probleemgebruik van opiaten: Een problematisch opiatengebruiker is iemand die in de afgelopen maand op minimaal drie dagen in de week opiaten heeft gebruikt. Bij opiaten kan het gaan om heroïne, maar ook om methadon of buprenorfine (Cruts et al., 2013).  

    Misbruik (abuse): Er is een patroon van onaangepast gebruik van een middel waardoor er herhaaldelijk problemen op het werk, op school of thuis ontstaan, er herhaaldelijk problemen met politie of justitie ontstaan, er voortdurend problemen op sociaal of relationeel gebied ontstaan of waarbij het middel in situaties waarin dat gevaarlijk is of kan zijn, gebruikt wordt (autorijden). Er is geen sprake van verslaving.

    • ICD-9 code: 305.2-3, 305.5-7, 305.9 
    • ICD-10 code: F11-F12, F14-F16, F19:.1       
    • DSM-IV: 305.20-305.90

    Opiaten: Bij opiaten kan het gaan om heroïne, maar ook om methadon of buprenorfine.

    Overdosis: vergiftiging door een dodelijke hoeveelheid drugs. ICD-10 codes: F11-F12, F14-F16, F19, X42**, X41**, X62**, X61**, Y12**, Y11**  
    (** betekent in combinatie met de T-codes T40.0-9, T43.6).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Cruts G, van Laar MW, Buster M. Aantal en kenmerken van problematische opiatengebruikers in Nederland. Utrecht / Amsterdam: Trimbos-instituut / GGD; 2013. Bron
  • Definitie van drugsverslaving

    In Nederland vindt de classificatie van psychische stoornissen plaats met behulp van de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders-5 (American Psychiatric Association. DSM-5 Task Force., 2014). Wat betreft drugsverslaving zijn er in de DSM-5 criteria opgenomen voor stoornissen in het gebruik van verschillende soorten drugs. Zo zijn criteria opgenomen voor stoornissen in het gebruik van cannabis, hallucinogenen, inhalantia, opioïden, bewustzijnsverlagende en angstverminderende middelen en stimulerende middelen. De gemeenschappelijke criteria van de stoornissen in het gebruik van deze middelen staan hieronder. Daarnaast is een bijkomend symptoom wat bij verslaving aan sommige, maar niet alle middelen voorkomt het optreden van onthoudingsverschijnselen. 

    Criteria ter classificatie drugsverslaving 

    A Een problematisch patroon van het middel dat leidt tot hevige beperkingen of lijden, zoals blijkt uit twee of meer van de volgende symptomen, die binnen een periode van een jaar optreden:
    1 Het middel wordt gebruikt in grotere hoeveelheden of langduriger dan de bedoeling was
    2 Een sterke wens of vergeefse pogingen om het drugsgebruik te verminderen en in de hand te houden
    3 Er wordt veel tijd besteed aan activiteiten die nodig zijn om het middel te komen, het middel te gebruiken, of te herstellen van de effecten ervan
    4 Hunkering, of een sterke wens of drang tot drugsgebruik
    5 Terugkerend drugsgebruik, met als gevolg dat belangrijke verplichtingen niet worden nagekomen
    6 Aanhoudend drugsgebruik ondanks problemen die veroorzaakt of verergerd worden door de effecten van het middel
    7 Belangrijke activiteiten zijn opgegeven of verminderd vanwege het drugsgebruik
    8 Terugkerend drugsgebruik in situaties waarin dit fysiek gevaar oplevert
    9 Het drugsgebruik wordt voortgezet ondanks weet te hebben dat een lichamelijk of psychisch probleem wordt veroorzaakt of verergerd door het middel
    10 Grotere hoeveelheden nodig hebben om hetzelfde effect te bereiken (tolerantie)

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. American Psychiatric Association. DSM-5 Task Force. Diagnostic and statistical manual of mental disorders: DSM-5. Washington, D.C.: American Psychiatric Publishing; 2014. Bron | DOI
  • Verandering in classificatiesysteem voor psychische stoornissen

    In 2013 is het vernieuwde handboek voor de classificatie van psychische stoornissen (DSM-5) uitgegeven en is een overgang in gang gezet naar het werken met dit classificatiesysteem. Vanaf januari 2017 is de DSM-5 in gebruik genomen en is deze versie het nieuwe uitgangspunt bij de beoordeling of er sprake is van een psychische stoornis. Vóór de uitgave van de DSM-5 werd gebruik gemaakt van de oudere versie, de DSM-IV. Om deze reden is veel onderzoek naar psychische stoornissen nog gebaseerd op DSM-IV. In VZinfo zijn de diagnoses van drugsverslaving in de meeste gevallen nog gesteld op basis van de criteria van de DSM-IV. Er zijn een aantal verschillen tussen de criteria van drugsverslaving in de DSM-5 en die in de DSM-IV. In de DSM-5 wordt geen onderscheid meer gemaakt wordt tussen drugsmisbruik en drugsafhankelijkheid. Dit waren in de DSM-IV afzonderlijke diagnoses, maar deze zijn in de DSM-5 samengenomen als ‘stoornis in het drugsgebruik’. In VZinfo duiden we dit aan met 'drugsverslaving'. Andere veranderingen zijn het toevoegen van het nieuwe criterium ‘hunkering’ en het vaststellen van het minimum aantal benodigde criteria op twee. In Amerikaans onderzoek waarin het stellen van diagnoses met de DSM-IV en DSM-5 met elkaar is vergeleken, worden kleine verschillen gevonden in prevalentie. Met de DSM-5 wordt een iets hogere prevalentie van drugsverslaving gevonden dan met de DSM-IV (Goldstein et al., 2015). Het stellen van diagnoses volgens de DSM-5 heeft mogelijk gevolgen voor nieuwe cijfers over het vóórkomen van drugsverslaving in Nederland.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Goldstein RB, S Chou P, Smith SM, Jung J, Zhang H, Saha TD, et al. Nosologic Comparisons of DSM-IV and DSM-5 Alcohol and Drug Use Disorders: Results From the National Epidemiologic Survey on Alcohol and Related Conditions-III. J Stud Alcohol Drugs. 2015;76(3):378-88. Bron | Pubmed
Bronverantwoording
  • Tabel: Bronnen bij de cijfers over drugsverslaving

    Bron Indicator in VZinfo Doelgroep in VZinfo Meer informatie
    Netherlands Mental Health Survey and Incidence Study-2 (NEMESIS-2) Jaarprevalentie drugsafhankelijkheid en -misbruik op basis van DSM-IV Nederlandse bevolking van 18-65 jaar NEMESIS-2,  de Graaf et al., 2010
    CBS Doodsoorzakenstatistiek Aantal overledenen door overdosis drugs Nederlandse bevolking CBS Doodsoorzakenstatistiek, Nationale Drug Monitor (van Laar & van Ooyen-Houben, 2014van Laar & van Ooyen-Houben, 2015)
    Landelijk Alcohol en Drugs Informatie Systeem (LADIS) Aantal cliënten dat in de verslavingszorg staat geregistreerd met alcohol als primair probleem Nederlandse bevolking LADIS, Nationale Drug Monitor (van Laar & van Ooyen-Houben, 2016)
    Kosten van Ziektenstudie Kosten van zorg voor afhankelijkheid van drugs en alcohol Nederlandse bevolking Kosten van Ziekten
    Landelijke Basisregistratie Ziekenhuiszorg (LBZ, voormalig LMR) Ziekenhuisopname voor drugsafhankelijkheid en -misbruik Nederlandse bevolking LBZ, Nationale Drug Monitor (van Laar & van Ooyen-Houben, 2014van Laar & van Ooyen-Houben, 2016)
    European Monitoring Centre for Drugs an Drug Addiction (EMCDDA) Relatieve sterfte door overdosis drugs Europese bevolking van 15-64 jaar  EMCDDA, 2011EMCDDA, 2014

     

     

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. EMCDDA. Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving. Jaarverslag 2011. Stand van de drugs problematiek in Europa. Lissabon: Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving; 2011. Bron
    2. EMCDDA. Europees Drugs Rapport. Trends en ontwikkelingen 2014. Lissabon: Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving; 2014. Bron