Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

Afhankelijkheid van drugsRegionaal & InternationaalRegionaal

Cijfers & Context

14.000 probleemgebruikers van opiaten

Regionaal & Internationaal

Weinig probleemgebruikers vergeleken met EU

Kosten

Kosten van drugs- en alcoholverslaving 1,2 miljard

Preventie & Zorg

Ruim 30.000 mensen in de verslavingszorg

Cannabis, verslavingszorg ingeschreven cliënten per mo/vb-regio

Verslavingszorg cannabis, 2013

ingeschreven cliënten, per mo/vb-regio
Cannabis, verslavingszorg ingeschreven cliënten per mo/vb-regio, 2013
Verslavingszorg cannabis, 2013
MOVB regioPer 10.000 (15 jaar en ouder)
Groningen11,4
Arnhem9,9
Ede5,3
Doetinchem7,5
Nijmegen8,5
Utrecht6,2
Amersfoort7,4
Almere6,5
Hilversum6,1
Den Helder5,1
Alkmaar5,0
Leeuwarden9,4
Hoorn8,0
Haarlem5,3
Amsterdam8,7
Zaanstad2,9
Purmerend3,8
Leiden5,4
's-Gravenhage8,2
Delft4,1
Gouda4,8
Rotterdam12,3
Emmen8,5
Vlaardingen7,8
Spijkenisse7,0
Dordrecht7,4
Vlissingen3,5
Bergen op zoom4,3
Breda4,6
Tilburg7,9
's-Hertogenbosch6,0
Oss5,6
Eindhoven4,7
Assen8,3
Helmond6,8
Venlo7,1
Heerlen6,8
Maastricht4,2
Zwolle5,7
Almelo5,5
Enschede11,3
Deventer14,7
Apeldoorn14,3

Centrumgemeenten maatschappelijke opvang en verslavingsbeleid (mo/vb-regio's) zijn sinds 1994 verantwoordelijk voor de uitvoering van de maatschappelijke opvang en het verslavingsbeleid.

View all detail data

Minder cliënten in het zuiden en westen

Het aantal cliënten in de verslavingszorg die zich laten behandelen wegens problemen met cannabis (als hoofdreden) is hoger in enkele regio's in het noorden en oosten, zoals Deventer, Apeldoorn en Groningen. In het zuiden en westen van Nederland is het aantal cliënten relatief lager. In 2013 waren er in totaal 10.300 cliënten, oftewel 7,4 personen per 10.000 inwoners van 15 jaar en ouder. Alleen cliënten waarvan de woonplaats bekend is, zijn meegenomen in de berekeningen. Het aantal mensen dat bij de verslavingszorg vanwege een cannabisprobleem in behandeling is, is slechts een indicatie. Veel mensen blijven buiten het zicht van de hulpverlening.

Vergelijk met andere kaart

Meer informatie

 

 

Bronnen en literatuur

Bronnen

  1. Landelijk Alcohol en Drugs Informatie Systeem, LADIS. zorggegevens.nl

Amfetamine, verslavingszorg ingeschreven cliënten per mo/vb-regio

Verslavingszorg amfetamine, 2013

ingeschreven cliënten, per mo/vb-regio
Amfetamine, verslavingszorg ingeschreven cliënten per mo/vb-regio 2013
Verslavingszorg amfetamine, 2013
MOVB regioPer 10.000 (15 jaar en ouder)
Groningen1,5
Arnhem1,0
Ede1,3
Doetinchem1,5
Nijmegen1,2
Utrecht0,5
Amersfoort0,8
Almere0,5
Hilversum0,4
Den Helder1,6
Alkmaar0,8
Leeuwarden2,7
Hoorn1,0
Haarlem0,7
Amsterdam0,7
Zaanstad0,6
Purmerend0,6
Leiden0,9
's-Gravenhage0,4
Delft0,5
Gouda1,0
Rotterdam1,0
Emmen2,1
Vlaardingen1,4
Spijkenisse1,5
Dordrecht1,2
Vlissingen1,0
Bergen op zoom1,6
Breda1,3
Tilburg1,6
's-Hertogenbosch1,8
Oss1,1
Eindhoven1,1
Assen1,9
Helmond1,6
Venlo1,4
Heerlen1,9
Maastricht0,9
Zwolle1,3
Almelo1,8
Enschede1,1
Deventer2,2
Apeldoorn2,4

Centrumgemeenten maatschappelijke opvang en verslavingsbeleid (mo/vb-regio's) zijn sinds 1994 verantwoordelijk voor de uitvoering van de maatschappelijke opvang en het verslavingsbeleid.

View all detail data

Minder cliënten in het westen van Nederland

In Leeuwarden, Apeldoorn en Deventer zijn relatief meer cliënten in de verslavingszorg die zich laten behandelen wegens problemen met amfetamine (als hoofdreden). In het westen van Nederland ligt het aantal over het algemeen lager. In 2013 waren er in totaal iets meer dan 1.600 cliënten, oftewel 1,2 personen per 10.000 inwoners van 15 jaar en ouder. Alleen cliënten waarvan de woonplaats bekend is, zijn meegenomen in de berekeningen. Het aantal mensen dat bij de verslavingszorg vanwege een amfetamineprobleem in behandeling is, is slechts een indicatie. Veel mensen blijven buiten het zicht van de hulpverlening.

Vergelijk met andere kaart

Meer informatie

Bronnen en literatuur

Bronnen

  1. Landelijk Alcohol en Drugs Informatie Systeem, LADIS. zorggegevens.nl

Opiaten, verslavingszorg ingeschreven cliënten per mo/vb-regio

Verslavingszorg opiaten, 2013

ingeschreven cliënten, per mo/vb-regio
Verslavingszorg opiaten per mo/vb-regio, 2013
Verslavingszorg opiaten, 2013
MOVB regioPer 10.000 (15 jaar en ouder)
Groningen13,9
Arnhem8,5
Ede5,0
Doetinchem5,3
Nijmegen5,8
Utrecht5,1
Amersfoort4,8
Almere0,4
Hilversum2,8
Den Helder4,9
Alkmaar4,2
Leeuwarden8,3
Hoorn2,5
Haarlem6,9
Amsterdam9,6
Zaanstad5,6
Purmerend3,1
Leiden5,2
's-Gravenhage11,0
Delft2,7
Gouda3,2
Rotterdam15,7
Emmen5,5
Vlaardingen6,8
Spijkenisse2,2
Dordrecht8,1
Vlissingen6,9
Bergen op zoom4,6
Breda4,8
Tilburg5,2
's-Hertogenbosch4,1
Oss3,9
Eindhoven6,0
Assen6,9
Helmond4,8
Venlo7,5
Heerlen12,0
Maastricht9,8
Zwolle3,9
Almelo5,4
Enschede6,2
Deventer8,6
Apeldoorn7,8

Centrumgemeenten maatschappelijke opvang en verslavingsbeleid (mo/vb-regio's) zijn sinds 1994 verantwoordelijk voor de uitvoering van de maatschappelijke opvang en het verslavingsbeleid.

View all detail data

Meeste cliënten in de regio Rotterdam

Vooral in stedelijke gebieden is het aantal cliënten in de verslavingszorg die zich laten behandelen wegens problemen met opiaten (als hoofdreden) hoger, net als in enkele regio's in het noorden en zuiden, zoals Groningen, Heerlen en Maastricht. Opvallend is dat enkele buurregio's van de grotere steden in de Randstad relatief lage aantallen kennen. In 2013 waren er in totaal bijna 9.700 cliënten, oftewel 7 personen per 10.000 inwoners van 15 jaar en ouder. Alleen cliënten waarvan de woonplaats bekend is, zijn meegenomen in de berekeningen. Het aantal mensen dat bij de verslavingszorg vanwege een opiaatprobleem in behandeling is, is slechts een indicatie. Veel mensen blijven buiten het zicht van de hulpverlening.

Vergelijk met andere kaart

Meer informatie

Bronnen en literatuur

Bronnen

  1. Landelijk Alcohol en Drugs Informatie Systeem, LADIS. zorggegevens.nl

Cocaïne, verslavingszorg ingeschreven cliënten per mo/vb-regio

Verslavingszorg cocaïne, 2013

ingeschreven cliënten, per mo/vb-regio
Cocaïne, verslavingszorg ingeschreven cliënten per mo/vb-regio, 2013
Verslavingszorg cocaïne, 2013
MOVB regioPer 10.000 (15 jaar en ouder)
Groningen6,8
Arnhem5,6
Ede2,3
Doetinchem2,0
Nijmegen5,4
Utrecht5,9
Amersfoort4,6
Almere2,1
Hilversum3,4
Den Helder4,5
Alkmaar4,0
Leeuwarden2,8
Hoorn3,8
Haarlem4,1
Amsterdam12,9
Zaanstad4,4
Purmerend4,1
Leiden3,6
's-Gravenhage5,8
Delft3,4
Gouda2,8
Rotterdam11,7
Emmen2,9
Vlaardingen6,7
Spijkenisse4,3
Dordrecht5,4
Vlissingen2,9
Bergen op zoom5,2
Breda4,7
Tilburg6,0
's-Hertogenbosch5,7
Oss4,0
Eindhoven4,7
Assen3,3
Helmond5,4
Venlo4,0
Heerlen3,3
Maastricht2,8
Zwolle2,4
Almelo3,9
Enschede8,0
Deventer9,3
Apeldoorn8,1

Centrumgemeenten maatschappelijke opvang en verslavingsbeleid (mo/vb-regio's) zijn sinds 1994 verantwoordelijk voor de uitvoering van de maatschappelijke opvang en het verslavingsbeleid.

View all detail data

Meeste cliënten in Amsterdam en Rotterdam

Naast de regio's Amsterdam en Rotterdam is het aantal cliënten die zich laten behandelen wegens problemen met cocaïne (als hoofdreden) hoger in enkele regio's in het oosten, zoals Deventer, Apeldoorn en Enschede. Met uitzondering van Groningen zijn er in het noorden van het land relatief minder cliënten. In 2013 waren er in totaal 7.500 cliënten, oftewel 5,4 personen per 10.000 inwoners van 15 jaar en ouder. Alleen cliënten waarvan de woonplaats bekend is, zijn meegenomen in de berekeningen. Het aantal mensen dat bij de verslavingszorg vanwege een cocaïneprobleem in behandeling is, is slechts een indicatie. Veel mensen blijven buiten het zicht van de hulpverlening.

Vergelijk met andere kaart

Meer informatie

Bronnen en literatuur

Bronnen

  1. Landelijk Alcohol en Drugs Informatie Systeem, LADIS. zorggegevens.nl

Verantwoording

Definities
  • Definities van drugs

    Onder drugs vallen:

    • Cannabis
    • Cocaïne
    • Clubdrugs (zoals ecstasy, amfetamine en GHB)
    • Hallucinerende middelen (zoals LSD, mescaline, PCP, paddo’s)
    • Opiaten (zoals heroïne, opium en buprenorfine)
    • Oplos- en snuifmiddelen (lijm, benzine)
    • Slaap- en kalmeringsmiddelen (zoals librium, valium, diazepam, oxazepam, seresta)
    • Stimulerende middelen (zoals amfetamine, efedrine, ritalin)
    • Pijnbestrijders (zoals codeïne, methadon, morfine)

    Verschil tussen softdrugs en harddrugs

    Cannabis (hasj en wiet/marihuana) en hallucinogene paddenstoelen staan bekend als ‘softdrugs’. Deze middelen staan op lijst II van de Opiumwet. Middelen zoals heroïne, cocaïne, amfetamine, LSD, XTC en GHB worden ‘harddrugs’ genoemd en staan op lijst I van de Opiumwet. Omdat deze middelen in de Opiumwet staan zijn ze illegaal. Middelen op lijst I zijn volgens de wet gevaarlijker dan middelen op lijst II. In de werkelijkheid is de grens tussen harddrugs en softdrugs niet zo gemakkelijk te trekken. Er zijn gebruikers van softdrugs die zoveel gebruiken dat het ‘hard’ gebruik genoemd zou kunnen worden. Het omgekeerde komt ook voor, hoewel ‘soft’ gebruiken van harddrugs voor de meeste mensen moeilijk vol te houden is.

  • Definities van drugsgebruik

    In dit onderwerp gebruiken we verschillende indicatoren. In navolging van de Nationale Drug Monitor geven we cijfers over problematisch gebruik van opiaten en cijfers over misbruik/schadelijk gebruik en afhankelijkheid/verslaving volgens de internationale classificatiesystemen DSM en ICD.

    Schadelijk gebruik (harmful use): Schadelijk gebruik duidt erop dat er al lichamelijke of geestelijke schade is opgetreden (bijvoorbeeld een psychose, een spuitabces).

    Probleemgebruik van opiaten: Een problematisch opiatengebruiker is iemand die in de afgelopen maand op minimaal drie dagen in de week opiaten heeft gebruikt. Bij opiaten kan het gaan om heroïne, maar ook om methadon of buprenorfine (Cruts et al., 2013).  

    Afhankelijkheid of verslaving: De betrokkene heeft de controle over het gebruik van het middel verloren of er is sprake van tolerantie of onthoudingsverschijnselen. Het middel veroorzaakt significante beperkingen of lijden. Controleverlies betekent dat de verslaafde (veel) meer gebruikt dan deze zich had voorgenomen, dat het niet lukt om te stoppen of te minderen en dat het hele denken en doen in grote mate bepaald wordt door het middel. Tolerantie betekent dat de verslaafde een steeds grotere dosis van het middel nodig heeft om hetzelfde effect te bereiken of dat dezelfde dosis steeds minder effect heeft. Onthoudingsverschijnselen ontstaan als men stopt met het gebruik van het middel: misselijkheid, transpireren, prikkelbaarheid, angst, slapeloosheid, trillen.

    • ICD-9 code: 304.0, 304.2-9    
    • ICD-10 code: F11-F12, F14-F16, F19:.2       
    • DSM-IV: 304

    Misbruik (abuse): Er is een patroon van onaangepast gebruik van een middel waardoor er herhaaldelijk problemen op het werk, op school of thuis ontstaan, er herhaaldelijk problemen met politie of justitie ontstaan, er voortdurend problemen op sociaal of relationeel gebied ontstaan of waarbij het middel in situaties waarin dat gevaarlijk is of kan zijn, gebruikt wordt (autorijden). Er is geen sprake van afhankelijkheid.

    • ICD-9 code: 305.2-3, 305.5-7, 305.9 
    • ICD-10 code: F11-F12, F14-F16, F19:.1       
    • DSM-IV: 305.20-305.90

    Opiaten: Bij opiaten kan het gaan om heroïne, maar ook om methadon of buprenorfine.

    Overdosis: vergiftiging door een dodelijke hoeveelheid drugs. ICD-10 codes: F11-F12, F14-F16, F19, X42**, X41**, X62**, X61**, Y12**, Y11**  
    (** betekent in combinatie met de T-codes T40.0-9, T43.6).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Cruts G, van Laar MW, Buster M. Aantal en kenmerken van problematische opiatengebruikers in Nederland. Utrecht / Amsterdam: Trimbos-instituut / GGD; 2013. Bron
Bronverantwoording
  • Gegevens uit epidemiologisch bevolkingsonderzoek en zorgregistraties

    Bevolkingsonderzoeken naar het vóórkomen (prevalentie) van verslavingsproblematiek zijn schaars. Als ze al verricht worden, gebeurt dit bovendien niet met vaste regelmaat. Daardoor is het nauwelijks mogelijk iets te zeggen over trends op bevolkingsniveau. Een probleem met bevolkingsonderzoek is bovendien dat bepaalde groepen verslaafden (met name harddrugsverslaafden) moeilijk bereikt worden. Ze reageren niet op enquêtes, zijn niet thuis, zwerven op straat enzovoort. Ze zijn dus sterk ondervertegenwoordigd in dit type onderzoek. Om een completer beeld te schetsen van de trends in verslavingsproblematiek, worden daarom ook gegevens van zorgregistraties gebruikt, zoals het Landelijk Alcohol en Drugs Informatie Systeem (LADIS) voor het aantal mensen dat zich laat behandelen in de verslavingszorg en de Landelijke Medische Registratie (LMR) voor het aantal ziekenhuisopnamen. Bovendien kunnen cijfers uit LADIS over het aantal problematische harddruggebruikers dat staat ingeschreven bij een instelling voor verslavingszorg worden gebruikt om een schatting te maken van het totaal aantal problematische harddruggebruikers.

  • Bevolkingsonderzoek NEMESIS levert gegevens over misbruik en afhankelijkheid

    Op bevolkingsniveau zijn gegevens over afhankelijkheid en misbruik van drugs en medicijnen beschikbaar uit het NEMESIS-1 en NEMESIS-2 onderzoek onder 18 tot 65-jarigen (Bijl et al., 1997; Bijl et al., 1997; de Graaf et al., 2012). NEMESIS-1 was gebaseerd op een landelijke steekproef onder 7.076 personen van 18 tot 65 jaar bij wie in 1996 een psychiatrisch interview is afgenomen met behulp van de CIDI (Composite International Diagnostic Interview). Met dit interview kunnen diagnosen volgens de DSM-III-R worden vastgesteld. Dezelfde respondenten zijn daarna nog tweemaal benaderd voor een follow-up meting tussen 1997 en 1999 (Bijl et al., 1997; Bijl et al., 1997). NEMESIS-2 is gebaseerd op een landelijke steekproef onder 6.646 personen van 18 tot 65 jaar. Bij hen is tussen 2007 en 2009 een psychiatrisch interview afgenomen met behulp van een nieuwe versie van de CIDI (CIDI 3.0), waarmee diagnosen volgens de DSM-IV zijn gesteld. Dezelfde respondenten zijn tussen 2010 en 2012 nogmaals benaderd voor follow-updeelname (de Graaf et al., 2010). Omdat voor enkele stoornissen de diagnostische criteria in de DSM-IV afwijken van die in de DSM-III-R, kunnen de resultaten van NEMESIS-1 en NEMESIS-2 niet voor alle stoornissen vergeleken worden (de Graaf et al., 2012). Dit geldt bijvoorbeeld voor drugmisbruik en -afhankelijkheid. De cijfers over het voorkomen van drugsmisbruik en -afhankelijkheid zijn afkomstig uit de eerste meting van NEMESIS-2 tussen 2007 en 2009 (de Graaf et al., 2012). Vanwege de moeilijke bereikbaarheid van de heterogene groep probleemgebruikers is er in de gegevens vermoedelijk sprake van ondervertegenwoordiging van probleemgebruikers.

    Bronnen en literatuur

    Bronnen

    1. NEMESIS-2, Netherlands Mental Health Survey and Incidence Study-2. zorggegevens.nl

    Literatuur

    1. Bijl RV, van Zessen G, Ravelli ACJ, de Rijk C, Langendoen Y. Psychiatrische morbiditeit onder volwassenen in Nederland: het NEMESIS-onderzoek. I. Doelstellingen, opzet en methoden. Ned Tijdschr Geneeskd. 1997;141:2448-52. Bron
    2. Bijl RV, van Zessen G, Ravelli ACJ. Psychiatrische morbiditeit onder volwassenen in Nederland: het NEMESIS-onderzoek. II. Prevalentie van psychiatrische stoornissen. Ned Tijdschr Geneeskd. 1997;141:2453-60. Bron
    3. de Graaf R, ten Have MM, van Gool CH, van Dorsselaer S. Prevalence of mental disorders and trends from 1996 to 2009. Results from the Netherlands Mental Health Survey and Incidence Study-2. Soc Psychiatry Psychiatr Epidemiol. 2012;47(2):203-13. Pubmed | DOI
    4. de Graaf R, ten Have MM, van Dorsselaer S. De psychische gezondheid van de Nederlandse bevolking. NEMESIS-2: Opzet en eerste resultaten. Utrecht: Trimbos-instituut; 2010. Bron
  • Schatting aantal probleemgebruikers op basis van gegevens verslavingszorg in LADIS

    De schatting van het aantal problematische harddrugsgebruikers in Nederland is gebaseerd op de methode van “de multiplier op de in-treatment rate”. Hiervoor is in 2008-2009 een steekproef samengesteld van 572 problematische harddrugsgebruikers verspreid over acht steden: Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht, Groningen, Enschede, Eindhoven en Heerlen. Begin 2013 werd een steekproef genomen van 401 meer problematische opiatengebruikers in Amsterdam, Rotterdam, Utrecht, Eindhoven en Haarlem. Voor de problematische harddrugsgebruikers in deze steekproef werd bepaald hoeveel procent stond ingeschreven bij een instelling voor verslavingszorg die gegevens aanlevert aan het Landelijk Alcohol en Drugs Informatie Systeem. De gegevens werden gegeneraliseerd naar heel Nederland. Op grond van de registratiegegevens van de verslavingszorg kon vervolgens het totaal aantal problematische harddrugsgebruikers worden geschat (Cruts & van Laar, 2010; Cruts et al., 2013). Tegenwoordig leveren alle reguliere instellingen voor verslavingszorg in Nederland gegevens aan het Landelijk Alcohol en Drugs Informatie Systeem (LADIS) In de eerste jaren waarin het LADIS werd gebruikt, namen nog niet alle ambulante instellingen voor verslavingszorg deel aan de registratie en zat de klinische verslavingszorg nog niet in LADIS. De informatie uit het LADIS is een belangrijke bron voor verschillende nationale (van Laar & van Ooyen-Houben, 2014) en internationale systemen (EMCCDA) op het gebied van de verslavingsproblematiek.

    Bronnen en literatuur

    Bronnen

    1. Landelijk Alcohol en Drugs Informatie Systeem, LADIS. zorggegevens.nl

    Literatuur

    1. Cruts AAN, van Laar MW. Aantal problematische harddrugsgebruikers in Nederland. Utrecht: Trimbos-instituut; 2010. Bron
    2. Cruts G, van Laar MW, Buster M. Aantal en kenmerken van problematische opiatengebruikers in Nederland. Utrecht / Amsterdam: Trimbos-instituut / GGD; 2013. Bron
    3. van Laar MW, van Ooyen-Houben MMJ. Nationale Drug Monitor, Jaarbericht 2013/2014. Utrecht / Den Haag: Trimbos-instituut / WODC; 2014. Bron
  • Landelijke Medische Registratie (LMR)

    Landelijke Medische Registratie (LMR). Bevat medische en administratieve gegevens van patiënten die klinisch of in dagverpleging opgenomen zijn geweest in een ziekenhuis in Nederland. Met ingang van 1 januari 2014 is de LMR registratie vervangen door de LBZ registratie.

    Bronnen en literatuur

    Bronnen

    1. LMR, Landelijke Medische Registratie. zorggegevens.nl
    2. LBZ, Landelijke Basisregistratie Ziekenhuiszorg . zorggegevens.nl
  • Landelijke Basisregistratie Ziekenhuiszorg (LBZ)

    Landelijke Basisregistratie Ziekenhuiszorg (LBZ) van Dutch Hospital Data (DHD). Per 1 januari 2014 opvolger van de Landelijke Medische Registratie. De LBZ bevat medische, administratieve en bekostiging gegevens van patiënten die klinisch of in dagverpleging opgenomen of poliklinisch (inclusief buitenpoli) behandeld zijn geweest in een ziekenhuis.

    Bronnen en literatuur

    Bronnen

    1. LBZ, Landelijke Basisregistratie Ziekenhuiszorg . zorggegevens.nl
  • Afhankelijkheid van drugs: CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Cijfers over het aantal mensen dat is overleden door een overdosis zijn afkomstig van de CBS Doodsoorzakenstatistiek. Deze bevat gegevens omtrent de doodsoorzaken van alle in Nederlandse bevolkingsregisters ingeschreven overledenen. De doodsoorzakenstatistiek is gebaseerd op doodsoorzaakverklaringen. Artsen, lijkschouwers of specialisten vullen deze in na het overlijden van een persoon. Doodsoorzaken krijgen codes toegewezen afkomstig uit de internationaal toegepaste codelijst, de zogenaamde International Statistical Classification of Diseases and Related Health Problems (ICD) van de World Health Organisation (WHO). De ICD-10 codes voor overdosis zijn:  F11-F12, F14-F16, F19, X42**, X41**, X62**, X61**, Y12**, Y11** (** betekent in combinatie met de T-codes T40.0-9, T43.6).

    Bronnen en literatuur

    Bronnen

    1. CBS Doodsoorzakenstatistiek, Doodsoorzakenstatistiek. zorggegevens.nl
  • Kosten van ziektenstudie

    De Nederlandse Kosten van Ziektenstudie  is een studie waarin de totale kosten van de gezondheidszorg via een top-down benadering worden verdeeld over dimensies. Voorbeelden van dimensies zijn leeftijd, geslacht, diagnose en sector. Zie voor de belangrijkste databronnen gebruikt bij het toewijzen van kosten naar ziekte, leeftijd, geslacht en zorgfunctie hieronder de gegevensbronnen Kosten van ziekten.

     

    Gegevensbronnen Kosten van ziekten

    Organisatie

    Bron

    Openbare gezondheidszorg en preventie

    CBS

    Bevolkingsstatistiek

    CBS

    Gezondheidsstatistisch bestand (GSB)

    CBS

    POLS / Gezondheidsenquête

    Erasmus MC, RIVM

    Kosten van Preventiestudie 2007

    NIVEL

    LINH

    NVI

    Jaarverslag

    RIVM

    Bevolkingsonderzoek borstkanker

    RIVM

    Bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker

    Geestelijke gezondheidszorg en maatschappelijke opvang

    DIS

    Dbc-ggz

    VEKTIS

    DGZ, BASIC

    Ambulancezorg en vervoer

    RIVM

    Steekproef in 2003 van Regionale Ambulance Voorzieningen

    RIVM

    Ziekenhuiszorg en medisch specialistische zorg

    CBS

    Gezondheidsstatistisch bestand (GSB)

    DIS

    Dbc- medisch specialistische zorg

    NZa

    NZa-datawarehouse

    VEKTIS

    BASIC, Informatiesysteem Ziekenhuiszorg

    Overige zorgaanbieders

    CBS

    POLS / Gezondheidsenquête

    CBS

    Gezondheidsstatistisch bestand (GSB)

    CBS

    Reïntegratie: aantal beëindigde uitkeringen

    Erasmus MC, RIVM

    Kosten van Preventiestudie 2007

    IGZ

    Jaarrapport afbreking zwangerschap

    Ouderenzorg

    Arcares

    LZV 2003 (diagnose)

    CAK

    Datawarehouse CAK intramurale/extramurale zorg

    NIVEL

    LINH

    Genees- en hulpmiddelen, lichaamsmaterialen

    CBS

    POLS / Gezondheidsenquête

    CVZ

    GIP databank geneesmiddelen

    CVZ

    Farmacotherapeutisch Kompas

    CVZ

    Databank hulpmiddelen

    VEKTIS

    BASIC

    Eerstelijnszorg

    CBS

    POLS / Gezondheidsenquête

    NIVEL

    LINH

    NIVEL

    LiPZ

    NMT

    Peilstations

    NPI & NVFK

    Kinderfysiotherapie in de eerste lijn

    VEKTIS

    BASIC, ELIS

     

    Gehandicaptenzorg

    CAK

    Datawarehouse CAK intramurale/extramurale zorg

    VGN

    Databestand Vraaggestuurde Bekostiging

    SCP

    Tabellen vraag en gebruik gehandicaptenzorg 1998-2011

    Welzijnszorg

    CBS

    Enquête welzijnswerk en kindercentra

    CBS

    POLS

    CBS

    Bevolkingsopbouw doelgroep (gebruikt bij internaten, asielopvang en overige welzijnszorg)

    Beheer

    RIVM

    Naar rato kosten binnen financieringstype verdeeld

    Algemeen

    NZa

    Tariefbeschikkingen (diverse sectoren)

     
  • Landelijk Alcohol en Drugs Informatie Systeem (LADIS)

    De landelijke en regionale gegevens over zorggebruik in de verslavingszorg zijn afkomstig van de Stichting Informatievoorziening Zorg (IVZ). Het IVZ is door de overheid aangewezen als beheerder, bewerker en rapporteur van het Landelijk Alcohol en Drugs Informatie Systeem (LADIS). In de kaarten wordt het aantal ingeschreven cliënten weergegeven, samen met de ontwikkelingen in vergelijking met 10 jaar geleden. Bij de telling van cliënten gaat het om het woonadres van de cliënt en niet om het adres van de instelling van inschrijving. Als een persoon in een bepaald jaar in twee of meer gemeenten is ingeschreven, dan wordt hij of zij als cliënt meerdere keren meegeteld. 

    De volgende instellingen leveren gegevens aan voor het Landelijk Alcohol en Drugs Informatie Systeem (LADIS):

    • Arta Verslavingszorg, Bilthoven
    • Brijder Stichting Noord-Holland, Alkmaar
    • Centrum Maliebaan, Utrecht
    • Iris Zorg, Arnhem
    • Bouman, Rotterdam
    • Emergis, Middelburg
    • GG & GD Amsterdam, Amsterdam
    • GGZ-groep Noord- en Midden Limburg, Roermond
    • Jellinek, Amsterdam
    • Mondriaan Zorggroep, Maastricht
    • Novadic-Kentron, St. Oedenrode
    • Parnassia, 's-Gravenhage
    • Stichting de Regenboog, Amsterdam
    • Tactus, Enschede
    • Verslavingszorg Noord-Nederland, Groningen 

    Bronnen en literatuur

    Bronnen

    1. Landelijk Alcohol en Drugs Informatie Systeem, LADIS. zorggegevens.nl
  • EMCDDA

    European Monitoring Centre for Drugs and Drug Addiction (EMCDDA). Verzamelt gegevens over de drugsproblematiek in Europa. De gegevens over volwassenen zijn afkomstig van nationale onderzoeken en gegevensbronnen.