Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

Definitie hersenaandoeningen

Om vast te stellen hoeveel mensen een hersenaandoening hebben, is het eerst nodig om een definitie van hersenen en hersenaandoening te hebben. Vervolgens kan vastgesteld worden welke afzonderlijke aandoeningen aangemerkt kunnen worden als hersenaandoening.

Definitie hersenstichting
De hersenstichting hanteert als definitie van de hersenen: het deel van het centrale zenuwstelsel dat zich in het hoofd en binnen de schedel bevindt. Het afkappunt is de bovenste nekwervel. Ruggenmerg, ogen en de schedel vallen buiten het werkgebied; het gaat om het orgaan binnen de schedel, de hersenen.  Dit is een anatomische beschrijving van het orgaan. Hierbij sluiten wij in dit dossier aan, en vullen aan dat de hersenvliezen, hypofyse en epifyse ook tot de hersenen worden gerekend.

Geen uniforme definitie voor hersenaandoeningen
Er is geen uniforme definitie van hersenaandoeningen. Een werkzame definitie is: een stoornis in de motoriek, het denken, het voelen en/of het gedrag (mede) als gevolg van een stoornis in de hersenen. Er zijn veel verschillende hersenziekten, met verschillende kenmerken. Een hersenziekte kan aan de hand van enkele karakteristieken beschreven worden:

  • Snelheid van ontstaan: a) plotseling van de ene op de andere dag; b) langzamerhand; c) plotseling, maar is het gevolg van een langdurig proces (atherosclerose, hypertensie).
  • Lokalisatie van oorzaak: a) primaire oorzaak ligt in de hersenen; b) primaire oorzaak ligt elders in het lichaam (hersenmetastase, infectie).
  • Leeftijd bij ontstaan: a) bij de geboorte al aanwezig; b) kort na de geboorte of op jonge leeftijd ontstaan; c) ontstaat bij jongeren en jong-volwassenen; d) ontstaat op oudere leeftijd.
  • Progressie: a) kortdurend met herstel; b) langdurend maar met (soms) gedeeltelijk of volledig herstel; c) stabiel (evt. wel langdurige gevolgen); d) progressieve verslechtering.
  • Aangeboren: a) niet aangeboren, de aandoening is niet al bij of vlak na de geboorte manifest, maar wordt dat pas later in het leven; b) wel aangeboren, al bij of kort na de geboorte manifest.
  • Erfelijk of verstoring vanuit de omgeving: a) erfelijke aanleg is de enige oorzaak; b) combinatie van erfelijke en omgevingsfactoren; c) vooral een verstoring vanuit de omgeving.
  • Aanwezigheid van de klachten: a) veelal voortdurend; b) langdurig episodisch (opvlammen en weer uitdoven); c) kort episodisch.
  • Ziektemechanisme: bijvoorbeeld verstoring van het immuunsysteem, verstoord evenwicht tussen vrije radicalen en antioxidanten, verminderde aanmaak van groeifactoren, ontregeld stresssysteem, verstoring van het evenwicht tussen neurotransmitters.

    Indeling per cluster
    ​In dit dossier hersenaandoeningen zijn hersenaandoeningen ingedeeld in vijf clusters, waarvan één cluster twee subclusters omvat. Deze indeling is tot stand gekomen in overleg met de Hersenstichting. De indeling is gebaseerd op bestaande indelingen (ICD-10, onderzoek in Canada (Ng et al., 2015) en een indeling die door de Hersenstichting werd gebruikt) en sommige van bovenstaande kenmerken. Vervolgens heeft het RIVM alle codes in relevante classificatiestelsels toegewezen aan een van de clusters of aan de categorie ‘geen hersenaandoening’. Classificatiestelsels die zijn doorgelopen (met vermelding van de gegevensbron waarvoor dat stelsel gebruikt wordt):
     

    Classificatie

    Gegevensbron

    ICPC-1

    NIVEL Zorgregistratie eerste lijn

    ICD-10

    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    DBC’s GGZ

    DIS GGZ

    DBC’s Medisch Specialistische Zorg

    DIS Medisch Specialistische Zorg

    Kosten van ziektenlijst

    Kosten van ziekten

    Lijst van VTV-ziekten

    DALY-berekeningen in VTV


    Enkele aandoeningen waarover getwijfeld werd (of het als hersenaandoening aangemerkt moest worden of/of aan welk cluster het moest worden toegewezen), zijn voorgelegd aan de Hersenstichting voor advies. In dit proces zijn soms pragmatische beslissingen genomen. Zo kan dementie zowel onder de psychische stoornissen als onder chronische hersenaandoeningen die geleidelijk zijn ontstaan geschaard worden. Er is voor het laatste gekozen. Soms moest ook aangesloten worden bij de selectie en indeling van gebruikte gegevensbronnen. Zo omvatten de kosten van ziekten studie en de DALY-berekeningen in de VTV een belangrijk deel van de hersenaandoeningen, maar niet alle hersenaandoeningen. Een volledig beeld van de kosten en ziektelast door hersenaandoeningen ontbreekt daarom. Een ander voorbeeld komt uit de registratie van DBC’s. Bij sommige specialismen krijgen dementie, andere cognitieve stoornissen en geheugenproblemen dezelfde DBC-code. Wij hebben personen die een code voor zo’n brede ziektecategorie kregen, toegewezen aan dementie. Dit heeft ongetwijfeld geleid tot enige overschatting van het aantal personen met dementie en een onderschatting van het aantal personen met overige chronische hersenaandoeningen die geleidelijk zijn ontstaan. Aan de andere kant kent de DBC-registratie ziektecategorieën die erg breed zijn en zowel hersenziekten als niet-hersenziekten omvatten. Deze ziektecategorieën hebben we vaak als niet-hersenaandoening geclassificeerd. Voorbeelden zijn specifieke neuro-infecties en overige neuro-oncologie. Datzelfde komt ook voor in de NIVEL Zorgregistraties eerste lijn. ICPC-codes die we als niet-hersenaandoening hebben geclassificeerd, zijn bijv. convulsies/stuipen (inclusief koorts-) en andere infectieziekten van het zenuwstelsel

    In het Excelbestand worden de geselecteerde codes van hersenaandoeningen – naar cluster – weergegeven.

Indeling hersenaandoeningen naar cluster

A  Hersenaandoeningen die in het eerste jaar tot uiting komen

 

1  Genetische syndromen met hersenaandoening

 

2  Hersenaandoening samenhangend met complicaties tijdens zwangerschap of geboorte

 

3  Overige aangeboren hersenaandoening

B Niet-aangeboren hersenletsel (NAH)

 

B1  Traumatisch hersenletsel

 

4  Hersenschudding

 

5  Hersenkneuzing

 

6  Traumatische hersenbloeding

 

7  Overig traumatisch hersenletsel

 

B2  Niet-traumatisch hersenletsel (inwendige oorzaak; acuut)

 

8  Beroerte / CVA

 

9  Hersenontsteking

 

10  Hersenbeschadiging door zuurstoftekort

 

11  Overige niet aangeboren hersenbeschadiging met bekende, acute oorzaak

C  Chronische hersenaandoeningen die geleidelijk zijn ontstaan

 

12  Dementie

 

13  Bewegingsstoornissen

 

14  Epilepsie

 

15  Hoofdpijn stoornissen

 

16  Hersentumor

 

17  Aandoeningen voortkomend uit verstoring van de endocriene organen in de hersenen

 

18  Overige chronische hersenaandoeningen die geleidelijk zijn ontstaan

D  Psychische stoornissen

 

19  Neurobiologische ontwikkelingsstoornissen

 

20  Psychotische stoornissen

 

21  Stemmingsstoornissen

 

22  Angststoornissen

 

23  Middelengerelateerde en verslavingsstoornissen

 

24  Persoonlijkheidsstoornissen

 

25  Overige psychische stoornissen

E Slaapstoornissen

 

26  Slaapstoornissen met slapeloosheid

 

27  Slaapstoornissen met verstoord dag-nachtritme

 

28  Overige slaapstoornissen

 

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Ng R, Maxwell CJ, Yates EA, Nylen K, Antflick J, Jetté N, et al. Brain Disorders in Ontario: Prevalence, Incidence and Costs from Health Administrative Data. Toronto: Institute for Clinical Evaluative Sciences; 2015. Bron