Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

Toelichting op cijfers en methoden letsels

Toelichting cijfers letsels

Patiënten kunnen twee of meer keren meetellen in behandelcijfers

Bij de presentatie van de gegevens over letsels worden ‘inclusiefcijfers’ gebruikt. Dat betekent dat patiënten in behandelcijfers twee keer of meer kunnen meetellen. Patiënten tellen bijvoorbeeld vaker dan één keer mee als zij op een afdeling voor Spoedeisende Hulp (SEH) van een ziekenhuis binnenkomen en vervolgens, na behandeling op die afdeling, worden opgenomen of komen te overlijden. De patiënt telt dan zowel via registratie van de SEH-behandelingen als in die van de ziekenhuisopnamen en/of overledenen mee.

Bewegingsonderwijs als aparte 'tak van sport' meegenomen

In de gegevens over sportblessures is bewegingsonderwijs als aparte 'tak van sport' meegenomen. Dat betekent dat blessures opgelopen tijdens bewegingsonderwijs ook als zodanig in de registratie staan en dat de overige takken van sport dus exclusief bewegingsonderwijs zijn.

Afronding cijfers letsel

Afronding cijfers vanwege extrapolatie

De SEH-gegevens in het Letsel Informatie Systeem (LIS) worden verzameld in een representatieve steekproef van ziekenhuizen. De gegevens voor het onderzoek Ongevallen en Bewegen in Nederland worden verzameld via een landelijke enquête. In verband met de extrapolatie naar landelijke schattingen, worden alleen afgeronde cijfers gepresenteerd. Hoewel de Landelijke Medische Registratie (LMR) wel een landelijk dekkende registraties is, worden ook de cijfers uit deze bron in verband met de leesbaarheid afgerond. Bij alle tabellen geldt dat de gegevens eerst opgeteld worden, alvorens ze worden afgerond. Hierdoor kan het voorkomen dat de gepresenteerde totalen iets afwijken van de totalen zoals die berekend zouden worden door de afgeronde aantallen op te tellen.

Afrondregels voor absolute aantallen

Afrondregels voor aantallen uit het LIS en OBIN:

  • aantallen kleiner dan 10: aangeven als <10
  • aantallen 10 en hoger, maar lager dan 100: afronden op tientallen
  • aantallen 100 en hoger: afronden op 2 cijfers met de rest nullen.

Afrondregels voor aantallen uit de LMR: 

  • aantallen lager dan 100: afronden op hele getallen
  • aantallen 100 en hoger: afronden op 2 cijfers met de rest nullen.

Afrondregels voor aantallen per 100.000

Voor alle gegevensbronnen geldt: afronden op 2 cijfers met de rest nullen (bij voorkeur per 100.000 inwoners).

Berekening blijvende beperkingen

Er zijn verschillende methoden om blijvende beperkingen te meten. Wij presenteren de resultaten van twee methoden die beide gebaseerd zijn op zelfrapportage.

De eerste methode verschilt in twee opzichten van de tweede methode

  • Bij de eerste methode wordt een norm vastgesteld over de definitie van blijvende beperkingen. Afhankelijk van antwoorden op vragen over wat mensen feitelijk nog kunnen op bijvoorbeeld het terrein van zorgen voor jezelf, mobiliteit of pijn, wordt beoordeeld of er sprake is van blijvende beperkingen (Haagsma et al., 2008). Bij de tweede methode beoordelen mensen zelf of er wel of geen sprake is van een blijvende beperking (Bron: OBiN).
  • In de eerste methode wordt op meerdere momenten in de tijd gemeten, terwijl in de tweede methode sprake is van een eenmalig meetmoment.

Grof gezegd leidt de eerste meetmethode tot een onderschatting van het aantal mensen met een blijvende beperking, terwijl de tweede methode eerder een overschatting zal opleveren. De beide resultaten samen geven daarom een indruk van de uiterste waarden. Overigens gebruiken we de eerste methode voor het berekenen van de DALY’s, waar de gevolgen van letsels voor het functioneren en de kwaliteit van leven onderdeel van uit maken.