Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

Arbeid

Arbeidsparticipatie en duurzame inzetbaarheid

Vergrijzende bevolking heeft consequenties voor maatschappelijke participatie

De westerse wereld vergrijst snel. In 2014 was ruim 17% van de Nederlanders 65 jaar of ouder en de prognose is dat het aandeel ouderen stijgt tot ruim 26% in 2050 (CBS StatLine). Dit heeft onder andere consequenties voor de arbeidspopulatie. Een ander gevolg van onze vergrijzende bevolking is dat er steeds meer behoefte komt aan mantelzorg en thuiszorg. Als een gevolg daarvan zal een groter deel van onze bevolking aan het werk moeten blijven, moet onze verouderende bevolking langer aan het arbeidsproces blijven deelnemen, moet vaker mantelzorg worden gegeven en moet tegelijkertijd tijd worden gevonden voor vrijwilligerswerk en vrijetijdsbestedingen. Het is niet onlogisch te veronderstellen dat een verhoging van het een ten koste gaat van het andere type maatschappelijke participatie. Aandacht voor duurzame inzetbaarheid van onze beroepsbevolking is dan ook van belang. 

Bronnen: AVO 2007, Gezondheidsmonitor 2012, CBS 2013 (zie VTV-2014 voor een interactieve grafiek)

Gezondheid van belang voor participatie

Gezondheid is van belang, zowel voor individuen als voor de maatschappij. Een goede gezondheid stelt mensen in staat om de dingen te doen die ze moeten en willen doen. Dat verhoogt het welzijn en de welvaart, zowel op individueel als maatschappelijk niveau. Zo werken gezonde mensen vaker dan mensen met gezondheidsklachten. Het effect van gezondheid op participatiekansen is al vroeg in het leven zichtbaar. Kinderen met een goede gezondheid hebben betere schoolprestaties, waardoor ze meer kans hebben op werk en een hogere welvaart later in het leven.

Minder goede gezondheid belemmert participatie

Een goede gezondheid bevordert participatie en een minder goede gezondheid vormt een drempel voor participatie. Zo werkt meer dan 80% van degenen met een goede ervaren gezondheid en/of geen beperkingen, tegenover ongeveer de helft van de mensen met een als minder goed ervaren gezondheid of met beperkingen. Een minder goede gezondheid is vooral belemmerend voor arbeidsparticipatie en veel minder voor onderwijs of vrijwilligerswerk en nauwelijks voor het geven van informele zorg. Verder is opvallend dat het hebben van een chronische ziekte op zichzelf niet sterk samenhangt met participatie. Met andere woorden: chronisch zieken die zich gezond voelen, participeren nauwelijks minder dan mensen zonder ziekte. Pas als een chronisch zieke zijn gezondheid als minder goed ervaart, of beperkingen of een verminderde mentale gezondheid heeft, is de participatie substantieel minder (Harbers & Hoeymans, 2013).

Gezond zijn op oudere leeftijd noodzakelijk, maar geen voorwaarde voor arbeidsparticipatie

Werkenden met gezondheidsproblemen lopen een groter risico uit het arbeidsproces te verdwijnen. De groep arbeidsongeschikten bestaat voor het merendeel uit mensen met psychische problemen of klachten aan het bewegingsapparaat. Eenmaal uit het arbeidsproces hebben vooral ouderen minder mogelijkheden om weer betaalde arbeid te vinden. Slechts weinig ouderen komen weer aan het werk, ook al zijn ze gezond. Gezondheid lijkt daarmee op oudere leeftijd wel een noodzakelijke, maar niet een voldoende voorwaarde voor arbeidsparticipatie (Harbers & Hoeymans, 2013; Eysink et al., 2014).

Werken is gezond, maar niet altijd voor iedereen

Niet alleen heeft gezondheid invloed op participatie, ook participatie heeft invloed op gezondheid. Een goede opleiding, een baan en sociale participatie vergroten de kansen op gezondheid. Werknemers hebben over het algemeen een betere gezondheid dan mensen die niet werken. Dit heeft deels te maken met selectie (juist gezonde mensen werken het vaakst) maar ook met gezondheidsbevorderende aspecten van arbeid (door werken blijf je gezond). Aan de andere kant kan werken ook gezondheidsschade veroorzaken. Een flink deel van de werknemers loopt risico’s op ongevallen of ziekten die worden veroorzaakt door blootstelling aan gevaren in de arbeidssituatie, zoals chemicaliën, fysieke overbelasting lawaai en stress (Eysink et al., 2012; TNO, 2013)

 

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Harbers MM, Hoeymans N. Gezondheid en maatschappelijke participatie: Themarapport Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2014. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezond en Milieu (RIVM); 2013. Bron
  2. Eysink PED, Zantinge EM, Harbers MM. Is gezond zijn een voorwaarde voor de participatie van ouderen? Geron. 2014;16(8). GoogleScholar
  3. Eysink PED, Dekkers SAJ, Janssen P, Poos MJJC, Meijer SA. Ziektelast van ongunstige arbeidsomstandigheden in Nederland, 2012. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2012. Bron
  4. TNO. Arbobalans 2012: Kwaliteit van de arbeid, effecten en maatregelen in Nederland. Leiden: TNO; 2013. Bron

Verantwoording

Definities
  • Arbeidsomstandigheden

    Met arbeidsomstandigheden worden alle omstandigheden tijdens werktijd bedoeld. Dat wil zeggen alle arbeidsomstandigheden op en tijdens het werk, dus ook als men beroepsmatig onderweg is of als thuis wordt gewerkt. Gunstige arbeidsomstandigheden kunnen (deels) voorkómen dat mensen door hun werk ziek worden of arbeidsongeschikt raken. Zo hebben een schone en prettig ingerichte, ergonomisch verantwoorde werkplek, daglicht en uitzicht uit een raam naar buiten, een juiste opstelling van machines, goed gereedschap, goede verhoudingen met leidinggevenden en collega’s, duidelijke werkafspraken, goed georganiseerde werkprocessen en een duidelijke communicatie van de leiding naar de werkvloer en omgekeerd een gunstige invloed op de gezondheid en het welzijn van de werkende mens. Tegenwoordig is er ook steeds meer aandacht voor aspecten als comfort (Vink, 2009), veiligheid en je veilig voelen op de werkplek (Gort & Starren, 2006), vitaliteit (Strijk et al., 2012) en bevlogenheid (Bakker & Leiter, 2010). Arbeidsomstandigheden kunnen de gezondheid ook negatief beïnvloeden. Een flink deel van de werknemers loopt risico’s op ongevallen of ziekten die worden veroorzaakt door blootstelling aan gevaren in de arbeidssituatie zoals chemicaliën, fysieke (over)belasting en lawaai, door blootstelling aan stress door een te hoge werkdruk, agressie van klanten of collega's, en door het niet goed (kunnen) afstemmen van het werk op de thuissituatie. Deze arbeidsomstandigheden leiden relatief vaak tot gezondheidsklachten, beroepsziekten, ziekteverzuim, arbeidsongeschiktheid en veelvuldig gebruik van medische voorzieningen. Gezondheidsbedreigende factoren van arbeidsomstandigheden zijn onder te verdelen in fysieke belasting, omgevingsfactoren (onder andere stoffen) en psychosociaal belastende factoren.

    Fysieke arbeidsbelasting
    Iedere werknemer heeft te maken met lichamelijke inspanning. Bijvoorbeeld bij het verplaatsen van producten (tillen, dragen, duwen, trekken). Dan worden de spieren en gewrichten in rug, schouders en armen zo regelmatig gebruikt dat fysieke overbelasting kan ontstaan. Of er is juist sprake van onderbelasting door te weinig bewegen of te lang zitten. Zowel over- als onderbelasting kan leiden tot gezondheidsklachten (arboportaal).

    Arbeidsbelasting door omgevingsfactoren
    De ruimte en omgeving waarin wordt gewerkt en de apparatuur die wordt gebruikt, zijn omgevingsfactoren die een effect kunnen hebben op het lichaam. Een koude vochtige werkplek is niet prettig om in te werken en kan gezondheidsklachten veroorzaken. Net als een te warme werkplek of een ruimte waar weinig daglicht binnenkomt. Ook andere omgevingsfactoren kunnen schadelijk zijn voor het lichaam. Bijvoorbeeld machines die te veel lawaai produceren of een bepaald soort straling (arboportaal).

    Psychosociale arbeidsbelasting
    De meeste mensen brengen een groot deel van hun tijd op hun werk door. De omgang met collega’s en cliënten kan veel invloed hebben op hoe iemand zich voelt, zeker als er sprake is van pesterijen, geweld, discriminatie of seksuele intimidatie. Dit kan ingrijpende gevolgen hebben in de vorm van ernstige lichamelijke- en psychische klachten. Daarnaast kan een hoge werkdruk ook een bron van stress vormen. Als een werknemer echter de ruimte heeft om werkzaamheden naar eigen inzicht in te richten (hoge mate van autonomie), dan hoeft een hoge werkdruk niet te leiden tot lichamelijke en psychische klachten (arboportaal).

    Preventie gericht op bevorderen van arbeidsomstandigheden
    Preventie gericht op het bevorderen van arbeidsomstandigheden heeft als doel arbeidsgerelateerde gezondheidsschade bij werknemers te voorkómen. Met veilige en gezonde arbeidsomstandigheden wordt de kans op arbeidsrisico’s en daaruit voortvloeiende ongevallen en gezondheidsklachten beperkt. Ook worden negatieve effecten tegengegaan, zoals ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid. Het voorkomen van arbeidsgerelateerde gezondheidsschade van werkenden gebeurt via een combinatie van interventiemethoden:

    • Regelgeving, handhaving en beleid;
    • Voorlichting en educatie;
    • Signalering, advies en ondersteuning;
    • Beïnvloeden van de sociale en fysieke omgeving.
       

     

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Vink P. Aangetoonde effecten van het kantoorinterieur: naar comfortabele, innovatieve, productieve en duurzame kantoren. Alphen aan den Rijn: Kluwer; 2009. GoogleScholar
    2. Gort J, Starren A. Vanzelfsprekend veilig: veilig ondernemen als corebusiness. Hoofddorp: TNO; 2006. Bron
    3. Strijk JE, Proper KI, van Mechelen W, van der Beek AJ. A worksite vitality intervention for older hospital workers to improve vitality, work engagement, productivity and sick leave: results of a randomized controlled trial. Scand J Work Environ Health. 2012;66(11). DOI
    4. Bakker AB, Leiter MP. Work engagement: A handbook of essential theory and research. New York: Psychology Press; 2010. GoogleScholar
  • Beroepsziekten

    Beroepsziekten worden veroorzaakt door werk of arbeidsomstandigheden

    Beroepsziekten zijn aandoeningen die in hoofdzaak worden veroorzaakt door werk of arbeidsomstandigheden. Het betreft een diverse groep van ziekten, dus niet één specifieke ziekte. Dit maakt het moeilijker om het aantal mensen met een beroepsziekte te kunnen schatten.
    Beroepsziekte wordt op verschillende manieren gedefinieerd. Een beroepsziekte is in de Arbowet gedefinieerd als ‘een ziekte of aandoening als gevolg van een belasting die in overwegende mate in arbeid of arbeidsomstandigheden heeft plaatsgevonden’. Beroepsziekten treffen niet alleen werkenden, maar kunnen zich ook pas openbaren na het werkzame leven. Het gevolg is dat een deel van de beroepsziekten niet terugkomt in de gegevens over de werkzame beroepsbevolking. De cijfers in VZInfo zijn gebaseerd op verschillende bronnen, elk met een eigen operationalisatie van beroepsziekten. De operationalisatie geeft inzicht in de manier waarop gegevens uit deze bronnen zijn verzameld met vermelding van de voor- en nadelen (Zie: Bronverantwoording).

    Verschillende definities van beroepsziekten worden gehanteerd

    De keuze voor een definitie is afhankelijk van de context waarin, en het doel waarvoor de definitie wordt gebruikt. Andere veelgebruikte definities, naast de in deze bijdrage gebruikte definitie, zijn:

    • De wettelijke definitie is: ’Een ziekte of aandoening als gevolg van een belasting die in overwegende mate in arbeid of arbeidsomstandigheden heeft plaatsgevonden’. De definitie van het NCvB sluit hierbij aan (www.wetten.overheid.nl).
    • Juridisch-verzekeringsgeneeskundige definities worden gebruikt bij aansprakelijkheidskwesties of compensatieregelingen (voor uitkeringen). De criteria zijn streng. Binnen deze definities vallen bijna uitsluitend klassieke beroepsziekten zoals mesothelioom en lawaaislechthorendheid. Er is sprake van een exclusieve relatie tussen (één) oorzaak en (één) aandoening.
    • Bedrijfsgezondheidskundige definities zijn gericht op het vaststellen van een relatie tussen aandoening en arbeid en hebben een preventief doel. Ze zijn ruimer geformuleerd. Men spreekt hierbij wel van werkgebonden aandoeningen. Aandoeningen met meer dan één oorzaak kunnen ook als werkgebonden worden aangemerkt. Conform het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten (NCvB) wordt beroepsziekte gedefinieerd als: 'Een klinisch waarneembare aandoening die in overwegende mate door het werk of arbeidsomstandigheden is veroorzaakt'. Of anders geformuleerd: 'Gezondheidsschade die er niet zou zijn geweest als de werkzaamheden niet zouden zijn uitgevoerd'. Deze definitie heeft een expliciet preventief doel en kent hierdoor criteria om vast te stellen in welke mate werk of arbeidsomstandigheden de oorzaak is. 

    Indeling beroepsziekten op basis van causaal verband

    De relatie tussen ziekte en werk is niet bij alle beroepsziekten even sterk en eenduidig. Een duidelijk causaal verband biedt meer aangrijpingspunten voor preventieve maatregelen. Grofweg kunnen beroepsziekten op basis van de mate van causaal verband in drie groepen worden ingedeeld:

    • Klassieke beroepsziekten
    • Werkgebonden aandoeningen
    • Aandoeningen die vaker voorkomen op groepsniveau

    Klassieke beroepsziekten hebben een duidelijke oorzaak

    Klassieke beroepsziekten zijn beroepsziekten met een duidelijk, vaak enkelvoudig, verband tussen oorzaak en aandoening. Voorbeelden zijn mesothelioom door asbest en astma door isocyanaten, een ingrediënt van onder andere harde lakken.

    Bij werkgebonden aandoeningen spelen meerdere oorzaken een rol

    Werkgebonden aandoeningen zijn aandoeningen waarbij de relatie met werk weliswaar aanwezig is (plausibiliteit), maar minder eenduidig is, omdat meerdere oorzaken een rol spelen. Voorbeelden zijn overspannenheid na overbelasting in het werk en rugklachten bij zwaar tillen. Hierbij kunnen ook privé-omstandigheden en een verminderde belastbaarheid een belangrijke rol spelen.

    Bij bepaalde aandoeningen is relatie met werk niet duidelijk aanwezig

    Er zijn ook aandoeningen die vaker voorkomen op groepsniveau, bijvoorbeeld bij bepaalde beroepsgroepen of in bepaalde arbeidsomstandigheden, maar waarbij de relatie met werk niet duidelijk aanwezig is. Een dergelijke relatie blijkt vaak alleen uit epidemiologisch onderzoek. In individuele gevallen is het daarom moeilijk een causaal verband aan te tonen. Een voorbeeld is een verhoogd risico op hart- en vaataandoeningen bij mensen die in ploegendienst (met nachtdiensten) werken.

    Werkzame beroepsbevolking

    In 2016 bestond de werkzame beroepsbevolking in Nederland uit 8,4 miljoen werkenden, waarvan 7 miljoen werknemers, 1 miljoen zelfstandig ondernemers zonder personeel (zzp’ers) en ruim 330 duizend zelfstandigen met personeel (CBS StatLine).

  • Ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid

    Er is sprake van ziekteverzuim als een persoon een aantoonbare ziekte of gebrek heeft én daardoor ongeschikt is voor de uitvoering van het werk. Het ziekteverzuim in Nederland omvat zowel werkgebonden ziekteverzuim (bijvoorbeeld rugklachten door het tillen van zware lasten op het werk) als niet-werkgebonden ziekteverzuim (bijvoorbeeld door sportletsels). Het verzuim start op de dag dat de werknemer zich ziek meldt en duurt voort tot de dag van volledig herstel of tot 104 weken na de ziekmelding. Zwangerschaps- en bevallingsverlof tellen niet mee als ziekteverzuim.

    Als iemand langer dan 104 weken ziek is en hierdoor niet of alleen gedeeltelijk kan werken, wordt hij of zij (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt verklaard. Iemand die (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt is, kan namelijk als gevolg van ziekte of gebreken met gangbare arbeid niet meer hetzelfde verdienen als gezonde personen met soortgelijke opleiding en ervaring. Er zijn verschillende wetten/voorzieningen van kracht waarop een arbeidsongeschikte werknemer een beroep kan doen (UWV, 2012).

    Ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid zijn indicatoren van tijdelijke en meer langdurige functionele beperkingen in de arbeidssituatie. In die zin worden ze beschouwd als indicatoren voor de gezondheidstoestand van een populatie. De mate waarin ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid vóórkomen in een populatie wordt ook beïnvloed door andere factoren, zoals maatregelen van de overheid en de macro-economische situatie (UWV, 2012).

Bronverantwoording
  • Meldingen en registraties beroepsziekten (NCvB)

    Voor de bepaling van de incidentie en prevalentie van beroepsziekten worden twee gegevensbronnen gebruikt van het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten (NCvB): Nationale Registratie Beroepsziekten en Peilstation Intensief Melden. Het NCvB registreert en signaleert beroepsziekten via het nationale melding- en registratiesysteem. Hierin worden meldingen van beroepsziekten door bedrijfsartsen geregistreerd. Volgens de Arbeidsomstandighedenwet is de bedrijfsarts of arbodienst verplicht om (vermoede) beroepsziekten te melden aan het NCvB. In aanvulling op deze Nationale Registratie Beroepsziekten worden in verschillende peilstations eveneens beroepsziekten geregistreerd met als doel betere cijfers te krijgen over het vóórkomen van beroepsziekten, zoals het Peilstation Intensief Melden (PIM).

    Nationale Registratie Beroepsziekten
    Het aantal meldingen schommelt al enige tijd rond de 6.500 per jaar en naar schatting is dit een onderrapportage van het werkelijke aantal (NCvB, 2012). De meest voorkomende beroepsziekten zijn de psychische aandoeningen, aandoeningen van het houdings- en bewegingsapparaat en gehooraandoeningen. De meeste meldingen van beroepsziekten zijn afkomstig van ongeveer dertig procent van de circa 1.750 bedrijfsartsen, dus van 500 à 600 bedrijfsartsen, 46% van de bedrijfsartsen meldt nooit een beroepsziekte (de ‘chronische nulmelders’) (De Zwart et al., 2014). Bedrijfsartsen in de bouwsector blijken beroepsziekten veel vaker te melden dan bedrijfsartsen in andere sectoren. De bouw is dan ook al jaren verantwoordelijk voor de meerderheid van het aantal beroepsziektemeldingen. In 2013 was 57 procent van de meldingen afkomstig van de bouw. Dat het aantal meldingen in de bouw relatief zo hoog ligt, is een gevolg van het in de bouw ontwikkelde systeem voor het signaleren en voorkomen van beroepsziekten, waarin het PAGO/PMO een cruciale rol speelt. In 2013 stelde I-SZW een onderzoek in onder bedrijfsartsen naar hun meldgedrag. Tussen oktober 2013 en mei 2014 is het aantal meldingen in de niet-bouw sectoren verdubbeld. Ook het aantal bedrijfsartsen dat meldde, is gestegen. Daarnaast heeft het NCvB een 6-stappenplan ontwikkeld om het aantal meldingen te verhogen (Lenderink, 2012).

    Bedrijfsartsen noemen als belemmerende factoren om te melden (SER, 2014):

    • Gebrek aan tijd om te melden en het feit dat de aan melden bestede tijd veelal niet declarabel is. In het contract met de bedrijfsarts zijn hierover vaak geen afspraken opgenomen. Dit komt vaker voor bij externe dan bij interne arbodiensten.
    • Onzekerheid over de juridische en/of economische consequenties van melden. Beroepsziektemeldingen zouden tot een claim van de werknemer bij de werkgever kunnen leiden, met eventuele consequenties voor de relatie en het contract tussen de bedrijfsarts en de werkgever.
    • Moeite met het herkennen en vaststellen van beroepsziekten. Dit geldt voor een deel van de bedrijfsartsen. Zij hebben onvoldoende kennis over de criteria die voor melding gelden en over de meldingsprocedure.
    • De arbeidsomstandigheden bij de bedrijven en instellingen waarvoor zij werken, zijn volgens een deel van de bedrijfsartsen goed, waardoor zij niet hoeven te melden. Er is daar voldoende aandacht voor preventie. Dit komt vaker voor bij interne dan bij externe arbodiensten.
    • Het belang van melden niet inzien en daar tegen een aversie hebben. Dit is de reden dat een klein deel van de bedrijfsartsen niet meldt. In het licht van de wettelijke verplichting tot melden is dit een opmerkelijke reden voor niet melden.

    Peilstation Intensief Melden (PIM)
    In 2009 is het Peilstation Intensief Melden van start gegaan. Dit is een project waar meer dan 150 gemotiveerde bedrijfsartsen aan deelnemen. Deze PIM-bedrijfsartsen worden door middel van workshops begeleid bij de diagnose en melding van beroepsziekten en zijn onderdeel van het PIM bedrijfsartsen netwerk. Dankzij deze begeleiding melden PIM-bedrijfsartsen ongeveer twee keer zoveel beroepsziekten als andere bedrijfsartsen. Daarnaast geven ze regelmatig door over hoeveel mensen zij de zorg hebben en uit welke sectoren die afkomstig zijn. Tegen deze ‘risicopopulatie’ kunnen de meldingen dan worden afgezet en kan het NCvB de incidentie berekenen (het aantal nieuwe gevallen per 100.000 werknemers per jaar). Op die manier wordt ook kennis verkregen over beroepsziekten bij specifieke groepen werknemers.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. NCvB. Beroepsziekten in Cijfers 2012. Amsterdam: Nederlands Centrum voor Beroepsziekten (NCvB); 2012. Bron
    2. De Zwart BCH, Molenaar-Cox PGM, Oostveen A, Haanstra V. Versterken melding beroepsziekten: Resultaten vragenlijstonderzoek. Leiden: AStri Beleidsonderzoek en -advies; 2014. Bron
    3. Lenderink A. Het melden van beroepsziekten: Weten, willen, kunnen en mogen. Amsterdam: Nederlands Centrum voor Beroepsziekten (NCvB); 2012. Bron
    4. SER. Betere zorg voor werkenden. Een visie op de toekomst van de arbeidsgerelateerde zorg. Den Haag: Sociaal Economische Raad (SER); 2014. Bron
  • ArboNed

    Voor de bepaling van de incidentie en prevalentie van ziekteverzuim naar diagnosecategorie worden in VZinfo gegevens van ArboNed gebruikt. ArboNed is onderdeel van HumanTotalCare en is een grote Arbodienst die bijna 70.000 werkgevers en ruim één miljoen werknemers vertegenwoordigt uit, met name, het midden- en kleinbedrijf. Op 1 juli 2017 zaten er 1,1 miljoen werknemers in de datawarehouse van HumanTotalCare. 

    ArboNed verzamelt gegevens over ziekteverzuim in een zogenaamde datawarehouse. De werkgever voert elektronisch een ziekmelding in op de eerste verzuimdag met een uniek nummer, naam-adres-woonplaatsgegevens, leeftijd, geslacht en functie; die elektronische melding komt vervolgens in de datawarehouse. Bij volledig herstel voert de werkgever een herstelmelding in op de dag van werkhervatting; die melding komt vervolgens ook in de datawarehouse terecht. De datawarehouse bevat dus alleen de gegevens van mensen die verzuimen of in het verleden verzuimd hebben. Het verzuimpercentage wordt vervolgens berekend door het aantal verzuimde kalenderdagen te delen door het totaal van de kalenderdagen van de werknemers in het datawarehouse (werkbare dagen).  Uiterlijk op de 42e dag van het verzuim worden werknemers opgeroepen voor het spreekuur van de bedrijfsarts. In dit spreekuur wordt de diagnose gesteld en ingevoerd in de administratie. Vervolgens worden deze diagnoses bij het middellange of langdurig verzuim ook opgeslagen in de datawarehouse. Tenslotte worden deze diagnoses gegroepeerd naar klachten aan het bewegingsapparaat, psychische klachten en overige lichamelijke klachten (ArboNed).

  • Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA)

    Zelfgerapporteerde gegevens over arbeidsomstandigheden, ziekte en ziekteverzuim
    De NEA is een periodiek onderzoek naar arbeidsomstandigheden van werknemer tussen de 15 en 75 jaar in Nederland. TNO voert de NEA uit in opdracht van het ministerie van SZW en in samenwerking met TNS NIPO en het CBS. De NEA wordt sinds 2005 jaarlijks uitgevoerd en TNO publiceert de cijfers op StatLine. Tot 2013 deden jaarlijks gemiddeld ruim 23.000 werknemers mee. Vanaf 2014 is de steekproef vergroot van 80.000 naar 140.000 werknemers (Hooftman et al., 2016).

    Doel is om kwaliteit van arbeid in Nederland te bestuderen
    Het doel van de NEA is om de kwaliteit van de arbeid in Nederland te bestuderen onder een representatieve steekproef van werknemers. De NEA volgt trends in arbeidsrisico's, effecten van die risico's en maatregelen die werkgevers treffen. Ook worden de NEA-gegevens gebruikt voor het analyseren van de samenhang tussen verschillende aspecten van arbeidsomstandigheden, arbeidsinhoud, arbeidsverhoudingen en arbeidsvoorwaarden. De resultaten worden onder meer gebruikt als nationale referentiegegevens.

    Allerlei arbeidsgerelateerde onderwerpen gerapporteerd
    Onderwerpen die in de NEA aan de orde komen zijn bijvoorbeeld: werktijden, overwerk, avond-, nacht- en weekendwerk, werkdruk, emotioneel zwaar werk en fysieke werkbelasting, lawaai, gevaarlijk en vuil werk, gevaarlijke stoffen, bedrijfsveiligheid, beeldschermwerk, agressie, pesten en discriminatie, gezondheid, chronische ziekten, burn-out, KANS, verzuim en arbeidsongevallen, arbo- en verzuimbeleid, arbodienstverlening, opleiding en ontwikkeling, relatie tussen werk en thuis. Door veranderingen in de opzet van de vragenlijst zijn enkele items verschillend gemeten over de jaren.

    NEA vraagt naar ziekteverzuim in afgelopen 12 maanden
    Specifiek voor het onderwerp ziekteverzuim vraagt de NEA de deelnemers of zij in de afgelopen 12 maanden hebben verzuimd, de frequentie en duur van het verzuim, en met welke klachten zij de laatste keer hebben verzuimd. 

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Hooftman WE, Mars GMJ, Janssen B, de Vroome EMM, Janssen BJM, Michiels JEM, et al. Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden 2015: Methodologie en globale resultaten. Leiden / Heerlen: TNO / CBS; 2016. Bron